RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.63776
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. C.N. Noordzee),
en
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 14 oktober 2024 om een verblijfsdocument EU/EER (de aanvraag).
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 194,-.
3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet (tijdig) door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan eiseres niets kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 1 januari 2026 een aangetekende nota gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen. In deze nota staat ook dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiseres het griffierecht niet of niet tijdig betaalt. De rechtbank heeft de nota op 26 januari 2026 retour ontvangen. De rechtbank heeft vervolgens de nota in het digitale dossier geplaatst en per bericht van
27 januari 2026 eiseres erop gewezen dat de nota binnen één week nadien alsnog kan worden voldaan.
5. Uit het bericht van eiseres van 9 februari 2026 maakt de rechtbank op dat eiseres stelt dat zij op dat moment de nota (nog) niet had ontvangen. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Zoals hiervoor aangegeven, heeft de rechtbank de nota immers op 27 januari 2026 in het digitale dossier geplaatst.
6. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak doen over het beroep. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54, eerste lid, van de Awb).
7. Er is geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 maart 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.