RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.11638
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag
van 7 november 2023.
Bij besluit van 24 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag
van eiser in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.
Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft het beroep
mede betrekking op het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Beroep tegen het niet-tijdig beslissen
1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder alsnog op de asielaanvraag van eiser beslist. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een beoordeling van zijn beroep voor zover dat is gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk. Omdat duidelijk is dat verweerder te lang heeft gedaan over het nemen van een besluit op de asielaanvraag, krijgt eiser wel een proceskostenvergoeding.
Beroep tegen het besluit van 24 juli 2025
2. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2006 en de Somalische nationaliteit te hebben.
3. Aan de asielaanvraag heeft eiser het volgende ten grondslag gelegd. Eisers vader had een winkel en moest een verhoogd bedrag aan belasting afdragen aan Al-Shabaab. Omdat hij dit niet kon betalen, is hij door Al-Shabaab vermoord. Na het overlijden van eisers vader is de winkel gesloten. De Somalische autoriteiten hebben eisers familie gevraagd de winkel weer te heropenen. Na de heropening van de winkel heeft Al-Shabaab een aanslag gepleegd bij de winkel. Bij deze aanslag is de broer van eiser, [broer 1] , vermoord. Eiser en zijn [broer 2] hebben hierna Somalië verlaten, omdat zij vrezen ook slachtoffer te worden van Al-Shabaab.
4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. De problemen met Al-Shabaab heeft verweerder niet geloofwaardig geacht.
5. Eiser voert het volgende aan. Verweerder heeft miskend dat eiser ten tijde van de gebeurtenissen 15 jaar oud was en dat daarom extra rekening dient te worden gehouden met zijn kwetsbaarheid. Het is onvoldoende dat verweerder stelt dat dit is gebeurd door inzet van een AMV-gehoormedewerker. Ten onrechte heeft verweerder overwogen dat eiser inmiddels meerderjarig is en nu in staat moet zijn helder en gedetailleerd te verklaren over de problemen met Al-Shabaab. Eiser wijst daarbij ook op het advies van MediFirst, waarmee verweerder naar eisers mening onvoldoende rekening heeft gehouden.
Eiser heeft, anders dan verweerder meent, niet vaag en onsamenhangend verklaard over de bedreigingen en de aanslag door Al-Shabaab. Het relaas van eiser wordt ook onderbouwd door informatie uit het algemeen ambtsbericht Somalië van 2025 en een foto van eisers gewonde broer. De bewijslast om aan te tonen dat eiser persoonlijk slachtoffer is geworden is onredelijk verregaand. Tot slot heeft verweerder ten onrechte nagelaten te toetsen of eiser bij terugkeer naar Somalië over adequate opvang beschikt. Verweerder had gedurende de twee maanden dat eiser minderjarig was tijdens de asielprocedure een onderzoek moeten starten naar adequate opvang of moeten motiveren waarom een versnelde toetsing niet mogelijk was. Verweerder heeft niet aangetoond dat er geen reële kans was om het onderzoek naar adequate opvang tijdens de minderjarigheid van eiser af te ronden.
De rechtbank oordeelt als volgt.
6. Eiser wordt niet gevolgd in zijn betoog dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn leeftijd. Verweerder heeft in het bestreden besluit gemotiveerd dat er rekening is gehouden met eisers leeftijd, door de vragen tijdens het gehoor zo te stellen dat ze goed te begrijpen zijn voor iemand van eisers leeftijd. Daarnaast is eiser gehoord door een medewerker die opgeleid en bevoegd is om minderjarigen te horen, ondanks dat eiser al meerderjarig was ten tijde van het gehoor. Daarnaast heeft verweerder alleen punten tegengeworpen die betrekking hebben op eisers verklaringen over gebeurtenissen die hij zelf heeft meegemaakt. Eiser heeft niet geconcretiseerd waarom desondanks onvoldoende rekening zou zijn gehouden met zijn leeftijd. Verder heeft verweerder van eiser mogen verwachten dat hij kan vertellen over wat hij zelf heeft gezien, ervaren en meegemaakt. Daarbij heeft verweerder erop kunnen wijzen dat de gebeurtenissen ongeveer drie jaar geleden plaatsvonden en dat eiser dus niet dusdanig jong was dat hij zich de gebeurtenissen niet meer kan herinneren. Bovendien heeft verweerder er terecht op gewezen dat de gebeurtenissen impactvol waren en dat ook daarom van eiser verwacht mag worden dat hij erover kan verklaren.
7. Ook wordt eiser niet gevolgd in zijn betoog dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn medische situatie. In het advies van MediFirst staat dat eiser slaapproblemen heeft en dat rekening moet worden gehouden met vermoeidheidsklachten. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat hiermee rekening is gehouden. Eiser heeft niet geconcretiseerd waarom dat niet juist zou zijn. Voor zover eiser stelt een trauma gerelateerde stoornis te hebben, heeft verweerder terecht overwogen dat eiser hiervoor geen onderbouwing heeft geleverd. Verweerder heeft dan ook terecht niet gevolgd dat een trauma invloed heeft gehad op het vermogen van eiser om te verklaren.
8. Dat eiser stelt dat zijn verklaringen over de problemen met Al-Shabaab in het beeld passen dat in het algemeen ambtsbericht Somalië van 2025 wordt geschetst, maakt niet dat verweerder de problemen ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat niet wordt ontkend dat Al-Shabaab zich doelbewust richt op winkeliers in Mogadishu om belasting te betalen. Dit laat echter onverlet dat het aan eiser is om met zijn verklaringen aannemelijk te maken dat hij persoonlijk hiermee te maken heeft gehad. Anders dan eiser meent, houdt dat geen onredelijk hoge bewijslast in.
9. Verweerder heeft terecht tegengeworpen dat eiser summier, algemeen en vaag heeft verklaard over de problemen met Al-Shabaab. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat hem niet aangerekend kan worden dat hij niet kan aangeven hoeveel omzet de winkel genereerde en hoe ver de winkel van eisers woonplaats gelegen was. Verweerder heeft terecht erop gewezen dat eiser heeft verklaard dat zijn werkzaamheden in de winkel onder meer bestonden uit het tellen van het geld met de hand. In het bestreden besluit heeft verweerder toegelicht dat van eiser niet verwacht wordt dat hij exacte bedragen kan noemen, maar wel dat hij een inschatting kan geven van het omzetbedrag. Dat eiser dit niet kon, heeft verweerder in negatieve zin mogen meewegen. Ook heeft verweerder van eiser mogen verlangen dat hij direct antwoord op de vraag kon geven hoe ver de winkel van zijn woonplaats was, nu eiser minimaal twee keer per week in de winkel werkte. Verweerder heeft kunnen overwegen dat het herhaaldelijk moeten vragen naar een ogenschijnlijk eenvoudig iets niet bijdraagt aan de aannemelijkheid van eisers relaas.
10. Verder concludeert verweerder terecht dat de door eiser overgelegde foto, van een gewonde jongeman van wie eiser stelt dat het zijn broer is, het relaas niet onderbouwt. Verweerder heeft namelijk terecht overwogen dat dat niet te herleiden is wie op de foto staat, hoe het letsel is toegebracht en of sprake is van causaliteit met de verklaringen van eiser.
11. Verweerder heeft niet ten onrechte geoordeeld dat de problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig zijn.
12. De rechtbank stelt vast dat eiser ten tijde van het indienen van de asielaanvraag 17 jaar en 10 maanden oud was. Dat betekent dat in deze zaak de tijdspanne waarin verweerder onderzoek naar adequate opvang moest doen maar twee maanden bedroeg. Verweerder heeft overwogen dat hij daarom het onderzoek naar adequate opvang niet tijdig – voordat eiser meerderjarig werd – heeft kunnen afronden. Verweerder heeft verder gemotiveerd welk onderzoek er is verricht in de asielprocedure. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee deugdelijk gemotiveerd waarom hij onvoldoende tijd had om het onderzoek af te ronden voordat eiser meerderjarig was geworden.
Conclusie
13. Het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen is niet-ontvankelijk. Het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit is ongegrond.
14. Zoals onder 1 is overwogen, wordt verweerder veroordeeld in de door eiser gemaakte proceskosten die hij redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen, met een waarde van € 934 per punt en een wegingsfactor 0,5).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk, voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen
van een besluit;
- verklaart het beroep ongegrond, voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467.
Deze uitspraak is gedaan op 19 maart 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.