ECLI:NL:RBDHA:2026:6335

ECLI:NL:RBDHA:2026:6335

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer NL25.61045
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Dublin. Duitsland is de verantwoordelijke lidstaat, omdat het visum is afgegeven namens Duitsland. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen hiervan in stand.

Uitspraak

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],

mede namens haar minderjarig kind:

[naam],

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. H.J. Janse),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. B.H. Wezeman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 11 december 2025 niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de aanvraag.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Daarnaast heeft zij de voorzieningenrecht verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op dit verzoek wordt apart beslist.

De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: mr. H.J. Janse als gemachtigde van eiseres en mr. B.H. Wezeman als gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, maar ziet hier aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland op 1 oktober 2025 een verzoek om overname gedaan bij Duitsland. Duitsland heeft dit verzoek op 13 oktober 2025 aanvaard, op grond van artikel 12, vierde lid van de Dublinverordening.

Welke lidstaat is verantwoordelijk voor de asielaanvraag?

5. Wanneer degene die een asielaanvraag doet houder is van een geldig visum is de lidstaat die dit visum heeft afgegeven verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming. Dit is alleen anders als dit visum namens een andere lidstaat is afgegeven op grond van een vertegenwoordigingsregeling. In dat geval is de vertegenwoordigde lidstaat verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming. Het voorgaande is ook van toepassing wanneer, zoals in deze zaak het geval is, het visum minder dan zes maanden geleden is verlopen en die de verzoeker daadwerkelijk toegang hebben gegeven tot het grondgebied van een lidstaat.

Eiseres betoogt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is aangezien het visum is afgegeven door Italië. Wanneer blijkt dat, zoals de minister stelt, het visum namens Duitsland is uitgegeven betoogt eiseres dat het bestreden besluit toch onvoldoende is gemotiveerd, omdat informatie daarover met eiseres, noch haar gemachtigde is gedeeld.

De minister stelt zich hierover op het standpunt dat Duitsland de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres heeft erkend middels het claimakkoord van 13 oktober 2025 en dat deze verantwoordelijkheid hiermee vaststaat. De minister licht toe dat het visum door de Italiaanse autoriteiten is afgegeven namens Duitsland en dat dit duidelijk blijkt uit het EU-VIS-systeem. Daarnaast stelt de minister dat de autoriteiten van Duitsland het overnameverzoek hadden afgewezen als zij zichzelf niet verantwoordelijk achtte. Nu het overnameverzoek niet is afgewezen mag de minister er, op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, vanuit gaan dat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is de verplichtingen in dit kader zal vervullen.

De rechtbank overweegt dat, na toelichting ter zitting, niet langer in geschil is dat het visum namens Duitsland is afgegeven en dat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is. Dit blijkt uit de bijlage van het claimverzoek van 1 oktober 2025 waarin Duitsland is aangewezen als vertegenwoordigde lidstaat. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat bij het voornemen noch de beschikking de gegevens uit het EU-VIS-systeem zijn gevoegd waaruit blijkt dat het visum namens Duitsland is afgegeven. De minister heeft in het besluit slechts gesteld dat uit EU-VIS is gebleken dat eiseres een Duits visum in haar bezit heeft gehad en dat de verantwoordelijkheid van Duitsland door het claimakkoord vast is komen te staan. Ter zitting is gebleken dat de betreffende informatie niet terug te vinden is in het document ‘resultaat onderzoek EUVIS’, maar in de bijlage van het claimverzoek. Het is eiseres of haar gemachtigde dan ook niet tegen te werpen dat zij niet begrepen hebben waaruit blijkt dat het visum namens Duitsland is afgegeven. De stelling van de minister dat de gegevens in het dossier waren opgenomen en dus bij eiseres bekend konden zijn, leidt gelet op de bovengenoemde omstandigheden niet tot een ander oordeel.

De rechtbank oordeelt dat het besluit op dit punt onvoldoende is gemotiveerd, omdat uit het besluit zelf niet is af te leiden dat het visum namens Duitsland is afgegeven en in het verlengde daarvan waarom Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is. Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank overweegt dat de minister zijn besluit ter zitting alsnog deugdelijk heeft gemotiveerd waarna (de gemachtigde van) eiseres hier kennis van heeft genomen en hierop heeft kunnen reageren. Naar het oordeel van de rechtbank kan de ter zitting kenbaar gemaakte motivering de inhoud van het bestreden besluit dragen.

De rechtbank zal hierna de andere gronden van beroep bespreken en daarna beoordelen of er aanleiding is om de rechtsgevolgen van het bestreden in stand te laten.

Heeft de minister voldoende gemotiveerd waarom hij geen toepassing geeft aan zijn discretionaire bevoegdheid artikel 17 van de Dublinverordening?

6. Eiseres betoogt dat de minister, in de beoordeling van de door haar geschetste bijzondere, persoonlijke omstandigheden, niet met het oordeel kon volstaan dat deze al zijn betrokken bij de beoordeling van de vraag of Duitsland de internationale verplichtingen nakomt. Zij meent dat bij die beoordeling niet kenbaar rekening gehouden is met de door haar uiteengezette persoonlijke omstandigheden en dat hierom sprake is van een motiveringsgebrek.

De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting toegelicht dat de minister in zijn beoordeling in het kader van artikel 17 van de Dublinverordening weliswaar heeft overwogen dat zware psychische gevolgen bij eiseres als gevolg van haar ervaringen in Duitsland niet zijn gebleken, maar hier geen acht heeft geslagen op het leed wat zij met Duitsland associeert. Eiseres verzoekt niet om psychische hulp en wenst hierover dus ook niet te klagen in Nederland of Duitsland; het is nu juist het idee van terug naar Duitsland gaan wat haar vrees en mentale last veroorzaakt. Met de algemene beoordeling is de minister ten onrechte voorbijgegaan aan hoe eiseres de gebeurtenissen in Duitsland ervaren heeft.

De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom er geen aanleiding bestaat om de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 17 van de Dublinverordening aan zich te trekken. Anders dan eiseres betoogt, is de minister in de beschikking wel degelijk ingegaan op de door eiser aangevoerde bijzondere persoonlijke omstandigheden, waaronder de ervaringen in Duitsland, het oogletsel van haar dochter en de overweldigende emoties dit geheel bij haar teweeg hebben gebracht. Naar oordeel van de rechtbank heeft de minister, gelet op het voorgaande, voldoende acht geslagen op de door eiseres aangevoerde persoonlijke omstandigheden. Het feit dat verweerder, specifiek in het kader van zijn discretionaire bevoegdheid, geen woorden heeft gegeven aan de negatieve emoties die eiseres met Duitsland associeert betekent niet dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd.

7. Gelet op het voorgaande in samenhang met de overweging 5.4 en 5.5 ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

8. Het beroep van eiseres is gegrond, omdat het besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen hiervan in stand. Dit betekent dat de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen.

9. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van V.M. de Koning, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Munsterman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?