ECLI:NL:RBDHA:2026:6358

ECLI:NL:RBDHA:2026:6358

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer NL25.61716 en NL25.61718
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Dublin Duitsland. Gebruik van een niet-registertolk. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Artikel 17 Dublinverordening.

Uitspraak

[naam], eiser,

V-nummer: [v-nummer:],

[naam], eiseres,

V-nummer: [v-nummer:],

mede namens hun minderjarige kinderen,

[naam],

V-nummer: [v-nummer:],

[naam],

V-nummer: [v-nummer:],

[naam],

V-nummer: [v-nummer:],

[naam]

hierna gezamenlijk te noemen: eisers,

(gemachtigde: mr. H. Meijerink),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. B.H. Wezeman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen het niet in behandeling nemen van de aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvragen bij de bestreden besluiten van 16 december 2025 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

De rechtbank heeft de beroepen en de verzoeken om voorlopige voorzieningen, op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister aan deelgenomen. Eisers en hun gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten

Op de verzoeken tot het treffen van voorlopige voorzieningen wordt apart beslist.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen van eisers. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eisers hebben aangevoerd, de beroepsgronden.

3. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Dat betekent dat eisers ongelijk krijgen en het niet in behandeling nemen van hun aanvragen in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. In dit geval heeft Nederland bij Duitsland een verzoek om terugname gedaan. Duitsland heeft dit verzoek op grond van artikel 18, eerste lid en onder d, Dublinverordening aanvaard.

Zienswijze

5. De rechtbank overweegt dat de algemene stelling van eisers in beroep dat de zienswijze als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, onvoldoende is om aan te kunnen merken als een beroepsgrond waar de rechtbank over moet beslissen. De minister is in het besluit ingegaan op de zienswijze van eisers. De rechtbank zal daarom de stellingen in de zienswijze, waarvan eisers in beroep niet concreet hebben aangegeven waarom de reactie van de minister daarop volgens hen niet juist of niet toereikend is, niet bespreken.

Heeft de minister gebruik mogen maken van een niet-registertolk tijdens het aanmeldgehoor Dublin?

6. Eisers stellen dat de minister geen gebruik mocht maken van een niet-registertolk, omdat er voldoende tijd was om een registertolk te regelen. Tussen de asielaanvragen en de aanmeldgehoor zat namelijk meer dan anderhalve maand, wat niet wijst op de vereiste spoed voor het inzetten van een niet-registertolk.

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat hij gebruik heeft mogen maken van een niet-registertolk bij de aanmeldgehoren van eisers. Gelet op de aard en de termijnen van de Dublinprocedure was er op het moment van het aanmeldgehoor sprake van de vereiste spoed, als bedoeld in artikel 28, derde lid, van de Wbtv, zodat gebruik mocht worden gemaakt van een niet-registertolk toen bleek dat er geen registertolk beschikbaar was. Dat het enige tijd heeft geduurd voordat het aanmeldgehoor is gehouden doet daar niet aan af. Verder stelt artikel 28, derde en vierde lid, van de Wbtv geen andere eis dan dat de minister de reden voor het gebruik van een niet-registertolk uiterlijk in het besluit schriftelijk vastlegt en dat deze reden één van de in het derde lid genoemde gronden is. De minister heeft in de gehoren van 30 oktober 2025 schriftelijk vastgelegd dat gebruik is gemaakt van een niet-registertolk, omdat niet tijdig een registertolk Pidgin Engels beschikbaar was. Hiermee heeft de minister voldaan aan de motiveringsplicht die artikel 28, vierde lid, van de Wbtv stelt, en is het besluit zorgvuldig tot stand gekomen.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat niet is gebleken dat eisers de niet-registertolk niet hebben kunnen verstaan of hun verhaal onvoldoende naar voren hebben kunnen brengen. Eisers hebben zowel aan het begin van het aanmeldgehoor als aan het einde aangegeven dat zij de tolken goed konden verstaan en begrijpen. Het valt dan ook niet aan te nemen dat eisers door het gebruik van een niet-registertolk in hun belangen zijn geschaad.

Heeft de minister ten aanzien van Duitsland mogen uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?

7. Eisers voeren aan dat er sprake is van structurele tekortkomingen in de asielprocedure in Duitsland en dat hun asielaanvragen daar niet zorgvuldig worden beoordeeld. Zij stellen daarnaast dat het feit dat hun asielaanvragen in Duitsland al twee keer zijn afgewezen, onvoldoende is meegewogen bij de beoordeling van de bestreden besluiten. Ook de problemen die zij in hun land van herkomst vrezen, waaronder het risico dat hun dochter in Nigeria besneden zal worden, zijn volgens eisers onvoldoende in de besluitvorming betrokken.

De rechtbank is van oordeel dat de minister in beginsel voor Duitsland mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwijst in dit kader naar vaste rechtspraak van de Afdeling.Het ligt daarom op de weg van eisers om aannemelijk te maken dat sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen, zodat niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eisers zijn hierin niet geslaagd. Zij hebben hun stellingen namelijk niet onderbouwd of geconcretiseerd. Als eisers het niet eens zijn met de beslissingen op hun asielaanvragen omdat bepaalde aspecten niet of onvoldoende zijn betrokken, dan dienen zij daartegen in Duitsland rechtsmiddelen aan te wenden. Dat dat bij voorbaat zinloos is, is niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank acht de motivering van de minister deugdelijk.

Ten aanzien van de stelling van eisers dat zij na overdracht aan Duitsland naar Nigeria zullen worden uitgezet, overweegt de rechtbank dat de minister, zoals hiervoor al is overwogen, mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland. De rechtbank komt daarom niet toe aan een nadere beoordeling van deze beroepsgrond over indirect refoulement in het kader van verschillen in beschermingsbeleid. Bovendien hebben de Duitse autoriteiten via het claimakkoord gegarandeerd dat de asielaanvraag van eisers in behandeling wordt genomen. Bij eventuele problemen in Duitsland kunnen eisers zich wenden tot de (hogere) Duitse autoriteiten. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat klagen bij de Duitse autoriteiten onmogelijk of bij voorbaat zinloos is.

Heeft de minister aanleiding moeten zien om de asielaanvragen van eisers op grond van artikel 17 van de Dublinverordening onverplicht in behandeling te nemen?

8. Eisers stellen dat eiseres niet in staat is om te reizen en rust nodig heeft, omdat zij onlangs is bevallen van hun dochter. Ook voor hun dochter geldt dat een reis niet in haar belang is.

Voor zover eisers hiermee een beroep doen op bijzondere, individuele omstandigheden op grond waarvan de minister toepassing had moeten geven aan artikel 17 van de Dublinverordening, overweegt de rechtbank dat eisers deze stellingen niet hebben onderbouwd. Daarmee hebben zij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van zodanige bijzondere, individuele omstandigheden waarvan de minister aanleiding had moeten zien de asielaanvragen in behandeling te nemen.

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen, dat de minister de asielaanvragen niet in behandeling hoeft te nemen en eisers terecht worden overgedragen aan Duitsland.

10. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Munsterman

Griffier

  • mr. S. Strating

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?