[naam], eiser,
V-nummer: [v-nummer:],
[naam], eiseres,
V-nummer: [v-nummer:],
mede namens hun minderjarige kinderen,
[naam],
V-nummer: [v-nummer:],
[naam]
V-nummer: [v-nummer:],
[naam]
V-nummer: [v-nummer:],
[naam],
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. H. Meijerink),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. B.H. Wezeman).
Inleiding
1. De minister heeft op 16 december 2025 de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken en de beroepen op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister aan deelgenomen. Verzoekers en hun gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.