ECLI:NL:RBDHA:2026:6373

ECLI:NL:RBDHA:2026:6373

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 23-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer 09/259159-25 en 10/148475-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verdachte wordt ervan verdachte een ontploffing teweeg te hebben gebracht voor de voordeur van een woning. Het dossier biedt onvoldoende (forensische) aanknopingspunten om met zekerheid vast te kunnen stellen dat een ontploffing heeft plaatsgevonden. Verdachte wordt vrijgesproken. Benadeelde partijen zijn niet-ontvankelijk. Verdachte wordt ook verdachte van overtreding van de Opiumwet en de Wet Wapens en Munitie. Verdachte heeft deze feiten bekend. Veroordeling voor drugshandel, het aanwezig hebben van MDMA en cocaïne, en het aanwezig hebben van een imitatiewapen, een stroomstootwapen en professioneel vuurwerk (cobra en nitraat). Gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 96 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, en een taakstraf van 100 uur.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/259159-25 en 10/148475-25 (ttz. gev.)

Datum uitspraak: 23 maart 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres 1] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 9 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.L.M. de L’Isle en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw

mr. L.A.E. Timmer naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 9 maart 2026 - ten laste gelegd dat:

In de zaak met parketnummer 09/259159-25:

hij op of omstreeks 28 februari 2025 te Delfgauw, gemeente Pijnacker-Nootdorp opzettelijk

brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht in/aan/bij een pand gelegen aan de [adres 2] , door

- open vuur in aanraking te brengen met een zogenaamde vuurwerk brandstof combinatie, althans met vuurwerk (Cobra 6), althans een explosief voorwerp, en/of een of meer brandbare en/of brandversnellende stoffen en/of

- die vuurwerk brandstof combinatie, althans dat vuurwerk/explosief voorwerp en/of die brandbare en/of brandversnellende stoffen, bij/voor de (voor)deur, in ieder geval het pand, te gooien en/of te leggen en/of te plaatsen, ten gevolge waarvan (het ruit van) de voordeur en/of een bloempot (gedeeltelijk) is/zijn beschadigd, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor goederen, te weten dat pand en/of voor de in dat pand aanwezige inboedel en/of voor (de inboedel van) de aangrenzende panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de bewoners en/of aanwezige in dat pand en/of omstanders en/of passanten, in elk geval levensgevaar en/of voor zwaar lichamelijk letsel voor voor een ander of

anderen te duchten was;

In de zaak met parketnummer 10/148475-25:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2024 tot 12 mei 2025 te Puttershoek en/of Heinenoord, gemeente Hoeksche Waard opzettelijk meermalen, althans eenmaal, telkens heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, handels- en/of gebruikershoeveelheden, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of cocaïne en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of cocaïne en/of amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 12 mei 2025 te Puttershoek en/of Heinenoord, gemeente Hoeksche Waard opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 410,98 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 23,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 48,64 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine zijnde MDMA en/of cocaïne en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 12 mei 2025 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 7º van de Wet wapens en munitie gelet op gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een: gasdruk/CO2 wapen

welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een merk Makarov model PM voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 12 mei 2025 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 5º van de Wet wapens en munitie,

te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht te weten een stroomstootwapen voorhanden heeft gehad;

5.

hij op of omstreeks 12 mei 2025 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, in elk geval in Nederland, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten,

- één of meer stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6 en/of Nitraat Scream) heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad in een woning aan de [adres 3] ;

3. De bewijsbeslissing

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 10/148475-25

Opgave van bewijsmiddelen

De rechtbank zal de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsvrouw geen vrijspraak bepleit.

De officier van justitie heeft met betrekking tot deze feiten eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de digitale pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1700-2025161492, van de politie eenheid Rotterdam, district Zuid-Holland-Zuid met bijlagen (digitaal doorgenummerd pagina 1 t/m 216).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

De bewijsmiddelen worden slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Ten aanzien van feiten 1, 2, 3, 4 en 5:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 maart 2026;

2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 mei 2025 (digitale pagina’s 32-35);

Ten aanzien van feit 1:

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 mei 2025 (digitale pagina’s 23-24);

4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 14 mei 2025 (digitale pagina 100);

5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 8 juli 2025 (digitale pagina’s 170-176);

Ten aanzien van feit 2:

6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 3 augustus 2025 (digitale pagina’s 56-58);

7. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, opgemaakt op 16 mei 2025 (digitale pagina’s 62-70);

8. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT, opgemaakt op 16 mei 2025 (digitale pagina 71);

9. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT, opgemaakt op 16 mei 2025 (digitale pagina 73);

10. Een geschrift, te weten een rapport NFiDENT, opgemaakt op 24 juni 2025 (digitale pagina’s 82-83);

Ten aanzien van feit 3:

11. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 1 augustus 2025 (digitale pagina’s 147-148);

Ten aanzien van feit 4:

12. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 mei 2025 (digitale pagina’s 139-140);

Ten aanzien van feit 5:

13. Het proces-verbaal van bevindingen en bijlagen, opgemaakt op 14 mei 2025 (digitale pagina’s 108-122);

Aanvullende bewijsoverweging ten aanzien van feit 2

Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte op de in de tenlastelegging genoemde datum MDMA, cocaïne en amfetamine aanwezig heeft gehad. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat het – in afwijking van de in de tenlastelegging genoemde gewichten – hoeveelheden van 208,7 gram MDMA, 8,3 gram cocaïne en 34,2 gram amfetamine betroffen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bewezen verklaren dat de verdachte een hoeveelheid cocaïne en een hoeveelheid MDMA aanwezig heeft gehad.

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/259159-25

Inleiding

Op 28 februari 2025 is door de [aangeefster] (hierna: de aangeefster) aangifte gedaan van vernieling. Volgens de aangeefster hoorde zij in de nacht van 28 februari 2025 omstreeks 03:33 uur voor de deur van haar woning aan de [adres 2] een luide knal, die volgens haar klonk als een explosie. Uit de aangifte blijkt dat de aangeefster schade aan haar voordeur en aan een bloempot had.

De verdachte wordt er – kortgezegd – van verdacht dat hij in de nacht van 28 februari 2025 voor het huis aan de [adres 2] brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich – op gronden zoals verwoord in haar pleitnota – namens de verdachte op het standpunt gesteld dat hij moet worden vrijgesproken.

Vrijspraak

De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of bewezen kan worden verklaard dat in de nacht van 28 februari 2025 voor de voordeur van de [adres 2] een ontploffing of een brandstichting heeft plaatsgevonden. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Uit het dossier blijkt dat op 28 februari 2025 omstreeks 03:36 uur, enkele minuten nadat de aangeefster melding had gemaakt van een mogelijke ontploffing, twee politieagenten ter plaatse kwamen aan de [adres 2] . Ze troffen bij de voordeur een kapotte bloempot aan en roken een vuurwerkgeur. Ook hebben ze foto’s gemaakt van de schade aan de voordeur en een dopje veiliggesteld voor nader onderzoek. Er werden geen snippers of andere restanten gevonden die afkomstig zouden kunnen zijn van vuurwerk. Later bleek dat het veiliggestelde dopje was vernietigd, omdat er geen vuurwerkresten op de plaats delict waren aangetroffen. Ook blijkt uit het dossier dat voor zowel de forensische opsporing als voor het NFI te weinig informatie beschikbaar was om een proces-verbaal van gevaarzetting op te maken.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat in de nacht van 28 februari 2025 aan de [adres 2] daadwerkelijk een ontploffing of een brandstichting heeft plaatsgevonden. Het dossier biedt hiervoor onvoldoende (forensische) aanknopingspunten. Tevens betrekt de rechtbank in haar oordeel dat op foto’s van de voordeur wel een kapotte ruit is te zien, maar geen roet of brandschade die zouden kunnen duiden op een brand of ontploffing. Dit brengt met zich dat het aan de verdachte ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen en dat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. Aan een beoordeling van de overige bestanddelen van de tenlastelegging komt de rechtbank niet meer toe.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de bij de dagvaarding met parketnummer 10/148475-25 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1.

hij in de periode van 20 augustus 2024 tot 12 mei 2025 te Puttershoek en/of Heinenoord, gemeente Hoeksche Waard opzettelijk meermalen telkens heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, handels- en/of gebruikershoeveelheden, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en cocaïne en amfetamine, zijnde MDMA en cocaïne en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij omstreeks 12 mei 2025 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine zijnde MDMA en cocaïne en amfetamine (telkens) middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij omstreeks 12 mei 2025 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 7º van de Wet wapens en munitie gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een: gasdruk/CO2 wapen, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een merk Makarov model PM, voorhanden heeft gehad;

4.

hij omstreeks 12 mei 2025 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 5º van de Wet wapens en munitie,

te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, te weten een stroomstootwapen, voorhanden heeft gehad;

5.

hij omstreeks 12 mei 2025 te Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard, in elk geval in Nederland, opzettelijk, professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, te weten,

- meer stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6 en Nitraat Scream) heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad in een woning aan de [adres 3] ;

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 10/148475-25 verzocht om geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de duur die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Indien de rechtbank dat noodzakelijk acht, heeft zij verzocht om een voorwaardelijke gevangenisstraf of taakstraf op te leggen. Tot slot heeft zij verzocht om geen geldboete op te leggen, omdat de verdachte onder bewindvoering staat.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich gedurende een periode van meer dan acht maanden schuldig gemaakt aan drugshandel. De handel in verdovende middelen vormt een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en gaat bovendien vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit. Door verdovende middelen te verkopen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van het drugscircuit en de daarmee samenhangende maatschappelijke problematiek.

Daarnaast heeft de verdachte een stroomstootwapen en een nepvuurwapen voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van dergelijke wapens levert een gevaar op voor de veiligheid van personen. Wapens kunnen worden gebruikt om anderen te bedreigen of geweld mee te plegen en dragen bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Dat het hier (gedeeltelijk) om een imitatievuurwapen gaat, maakt dit niet anders, aangezien dergelijke voorwerpen bij slachtoffers en omstanders grote angst kunnen veroorzaken en bovendien niet direct van echte vuurwapens te onderscheiden zijn.

Verder heeft de verdachte illegaal vuurwerk voorhanden gehad. Het bezit en gebruik van dergelijk vuurwerk brengt aanzienlijke veiligheidsrisico’s met zich, zowel voor de gebruiker als voor omstanders, en kan leiden tot ernstig letsel en grote materiële schade. Daarbij komt dat dergelijk zwaar vuurwerk steeds vaker wordt gebruikt bij het plegen van aanslagen op woningen en bedrijfspanden. Het ongecontroleerde bezit van dit soort vuurwerk vormt daarmee een ernstig risico voor de veiligheid in de samenleving.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 21 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Het strafblad is niet van invloed op de op te leggen straf.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies over de verdachte van 3 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte na het overlijden van zijn partner een zeer zware periode achter de rug heeft, die grote gevolgen heeft (gehad) voor zijn emotioneel welzijn. Ook is bij de verdachte PTSS geconstateerd en heeft hij een burn-out gehad. Hoewel de reclassering de leefgebieden huisvesting, dagbesteding en relatie met partner als stabiel beschouwt, constateert zij dat deze bij een bewezenverklaring niet beschermend zijn gebleken. Verder acht de reclassering het recidiverisico, het risico op letsel en het risico op onttrekking aan voorwaarden laag.

Ter terechtzitting heeft mevrouw [naam] , reclasseringswerker, in aanvulling op het rapport naar voren gebracht dat zij bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandeling bij de Waag adviseert.

Daarnaast blijkt uit het dossier dat de verdachte vanaf zijn eerste verhoor bij de politie openheid van zaken heeft gegeven. Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij spijt heeft van zijn handelen. De verdachte heeft zich aangemeld voor een behandeling bij de Waag en staat onder bewindvoering om zijn schulden af te lossen. Ook heeft hij een fulltime baan als heftruckchauffeur gevonden.

Straf

Gelet op de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.

Bij het bepalen van de strafmodaliteit en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Volgens deze oriëntatiepunten geldt voor het dealen van harddrugs vanuit een pand of op straat gedurende een periode van 6 tot 12 maanden een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden als uitgangspunt. Voor het aanwezig hebben van 200 tot 500 gram harddrugs wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden als uitgangspunt genoemd. Voor het voorhanden hebben van een nepwapen en een stroomstootwapen vermelden de oriëntatiepunten geldboetes. Voor het aanwezig hebben van vuurwerk zijn geen specifieke LOVS-oriëntatiepunten vastgesteld.

De rechtbank ziet, gelet op de houding en de persoon van de verdachte, aanleiding om in het voordeel van de verdachte van deze uitgangspunten af te wijken en om geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan die de verdachte reeds in voorarrest heeft gezeten. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank af dat sprake lijkt te zijn van een positieve kentering in het leven van de verdachte. Het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf langer dan het reeds ondergane voorarrest zou deze ontwikkeling naar verwachting doorkruisen, hetgeen de rechtbank onwenselijk acht.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de feiten 1 en 2 geen sprake is van eendaadse samenloop, omdat geen sprake is van gedragingen die zich op dezelfde tijd en plaats hebben voorgedaan.

Conclusie

Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen passend en geboden. De rechtbank zal een deel van die straf, te weten 96 dagen, voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaren. Daarbij acht de rechtbank het aangewezen om aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden, zoals op de terechtzitting naar voren gebracht, te verbinden, te weten: een meldplicht bij de reclassering en een behandeling bij de Waag.

Gelet op de ernst van de feiten zal de rechtbank daarnaast aan de verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 100 uren.

7. De vordering van de benadeelde partij in de zaak met parketnummer 09/259159-25

[aangeefster] , [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces en vorderen allen een schadevergoeding van € 1.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.

Daarnaast heeft [benadeelde 1] een materiële schadevergoeding gevorderd vanwege inkomensderving en imagoschade aan zijn onderneming. Hij heeft ten aanzien van de hoogte van de schadepost geen schadebedrag vermeld.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen, aangezien de verdachte van het feit waarop de vorderingen betrekking hebben, zal worden vrijgesproken.

8. De in beslag genomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op de beslaglijst genoemde geldbedragen moeten worden verbeurd verklaard. Ten aanzien van de op de beslaglijst genoemde mobiele telefoons heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat deze reeds zijn onttrokken aan het verkeer en vernietigd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om teruggave van de op de beslaglijst genoemde geldbedragen en telefoons.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gelast de teruggave aan de rechthebbende van het geldbedrag van € 22,00 (op de beslaglijst onder 2 vermeld). De rechtbank is ten aanzien van die goederen van oordeel dat het belang van strafvordering zich daartegen niet (meer) verzet.

De rechtbank zal de geldbedragen van € 610,00 en € 660,20 (op de beslaglijst onder 1 en 3 vermeld) verbeurd verklaren. De geldbedragen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze aan de verdachte toebehoren en deze geheel of grotendeels door middel van het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit zijn verkregen. De telefoons (op de beslaglijst onder 4 en 5 vermeld) zijn eveneens voor verbeurdverklaring vatbaar. Deze behoren de verdachte toe en met behulp van de telefoons is het onder 1 bewezen verklaarde feit begaan en/of voorbereid.

De rechtbank heeft bij de vaststelling van deze bijkomende straf rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I;

- 13, 26, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie;

- 1 a, 2 en 6 Wet op de Economische delicten

- 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer;

- 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals die ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij de dagvaarding met parketnummer 09/259159-25 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij de dagvaarding met parketnummer 10/148475-25 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.3. bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 10/148475-25:

ten aanzien van feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van feit 2:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

ten aanzien van feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

ten aanzien van feit 5:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 180 (HONDERDTACHTIG) DAGEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 96 (ZESENNEGENTIG) DAGEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd meldt bij de Reclassering Nederland, [adres 4] op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zolang deze de reclassering dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling stelt van De Waag, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een taakstraf voor de tijd van 100 (HONDERD) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 50 (VIJFTIG) DAGEN;

ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/259159-25 en de dagvaarding met parketnummer 10/148475-25:

heft op de geschorste bevelen tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

t.a.v. de dagvaarding met parketnummer 09/259159-25:

bepaalt dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding;

t.a.v. de dagvaarding met parketnummer 10/148475-25:

gelast de teruggave aan de rechthebbende van het op de beslaglijst onder 2 genoemde voorwerp, te weten:

2. 22,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1700-2025161492-6959219);

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 1, 3, 4 en 5 genoemde voorwerpen, te weten:

1. 610,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1700-2025161492-6958822);

3. 660,20 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL1700-2025161492-6959250);

4. 1 STK GSM (Omschrijving: PL1700-2025151482-G6959353, apple iphone);

5. 1 STK GSM (Omschrijving: PL1700-2025151482-G6959214smartp, smartphone).

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M.J. Keltjens, voorzitter,

mr. V.J. de Haan, rechter,

mr. M.M. Koers, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. Groeneveld, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.M.J. Keltjens
  • mr. V.J. de Haan
  • mr. M.M. Koers

Griffier

  • mr. R.J. Groeneveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?