ECLI:NL:RBDHA:2026:6391

ECLI:NL:RBDHA:2026:6391

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer NL25.44212
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asielaanvraag niet-ontvankelijk. Eiseres geniet al bescherming in Italië. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.44212

(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),

en

(gemachtigde: mr. J. Isibor).

1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1995. De minister heeft met het bestreden besluit van 12 september 2025 deze aanvraag in de algemene procedure niet-onvankelijk verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, D.K. Ehigiene als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. De minister heeft de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres al internationale bescherming geniet in Italië. Dit blijkt uit informatie van de Italiaanse autoriteiten en uit de verklaringen van eiseres zelf. Het feit dat de verblijfsvergunning van eiseres op 3 maart 2024 is verlopen, betekent volgens de minister niet dat zij niet langer internationale bescherming geniet in Italië. Ook is niet gebleken dat de Italiaanse autoriteiten geen nieuwe verblijfsvergunning aan eiseres kunnen verstrekken. Eiseres heeft ook niet geprobeerd om haar verblijfsvergunning in Italië te verlengen.

Geniet eiseres nog internationale bescherming in Italië?

4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de minister ervan uit had moeten gaan dat de verblijfsvergunning van eiseres is verlopen of zou kunnen zijn verlopen. Dit volgt volgens eiseres uit de informatie uit een overgelegd e-mailbericht van een medewerker van het European Legal Network On Asylum (ELENA). In dit e-mailbericht stelt de betreffende medewerker dat uit artikel 13 van DPR 394/1999 volgt dat een verblijfsvergunning niet kan worden verlengd als de bezitter ervan buiten Italië heeft verbleven voor een periode langer dan de helft van de periode waarvoor de verblijfsvergunning is verleend, tenzij sprake is van een situatie van overmacht. Dit volgt volgens eiseres ook uit informatie op de website Italy.Refugee.Info. Eiseres wijst verder op informatie uit een rapport van The Asylum Information Database (AIDA), waarin wordt gewezen op obstakels die statushouders in Italië ondervinden bij het verlengen van een verblijfsvergunning. Eiseres stelt dat de minister zijn standpunt dat het verlopen van de verblijfsvergunning niet betekent dat de internationale bescherming van eiseres is komen te vervallen, niet heeft onderbouwd.

Niet in geschil is dat de Italiaanse verblijfsvergunning van eiseres op 3 maart 2024 is verlopen. De vraag die beantwoord moet worden, is of eiseres nog internationale bescherming geniet in Italië.

Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 22 februari 2024 heeft geoordeeld, komt een internationale beschermingsstatus alleen te vervallen na een individuele beoordeling. Uit de door eiseres overgelegde stukken blijkt niet dat haar beschermingsstatus in Italië is ingetrokken of beëindigd. Deze stukken bevatten slechts algemene informatie over de mogelijkheden voor statushouders om hun verblijfsvergunning in Italië te verlengen. Uit de stukken blijkt ook niet dat het in het geval van eiseres niet mogelijk is om haar verblijfsvergunning te verlengen. Eiseres heeft op de zitting bevestigd dat zij hiertoe geen pogingen heeft ondernomen en dat zij hier ook niet toe bereid is. De minister heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet langer internationale bescherming geniet in Italië. Omdat er geen aanwijzingen zijn dat de Italiaanse autoriteiten de status van eiseres hebben ingetrokken of beëindigd, hoefde de minister hier ook geen nader onderzoek naar te doen. De beroepsgrond slaagt niet.

Eiseres voert verder nog aan dat haar positie gelijk is aan die van nieuwe asielaanvragers of Dublinclaimanten, die op dit moment ook niet aan Italië worden overgedragen. Nu niet is komen vast te staan dat eiseres niet langer internationale bescherming geniet in Italië, kan haar beroepsgrond reeds daarom niet slagen.

Conclusie en gevolgen

5. De minister heeft de aanvraag van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. T.G. Bijvank, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N.M. Spelt

Griffier

  • mr. T.G. Bijvank

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?