RECHTBANK Den Haag
Team Handel – voorzieningenrechter
Zaaknummer / rekestnummer: C/09/687471 / KG RK 25-870
Beschikking van 23 maart 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
KT KINETICS TECHNOLOGY S.P.A. te Rome (Italië),
verzoekster,
hierna te noemen: KT Kinetics,
advocaat: mr. J.C. Tomson,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EAST MEDITERRANEAN GAS S.A.E. te Caïro (Egypte),
verweerster,
hierna te noemen: EMG,
niet verschenen.
1. De procedure
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift, met producties 1 tot en met 8;
- de akte houdende overlegging producties, met producties 9 tot en met 14;
- de e-mail van de rechtbank van 4 februari 2026;
- de akte houdende overlegging producties, met producties 15 en 16.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Hierbij is van de zijde van KT Kinetics mr. Tomson voornoemd verschenen, vergezeld van zijn kantoorgenoot mr. K. Schuiling. EMG is ter zitting niet verschenen. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft KT Kinetics de hiervoor genoemde akte overgelegd met producties 15 en 16.
Ter zitting is aangekondigd dat op 4 maart 2025 beslist zal worden. Deze datum is vervolgens op verzoek van KT Kinetics nader bepaald op heden.
2. De feiten
KT Kinetics is een internationale aannemer die zich toelegt op procestechniek. EMG is eigenaar van een pijpleiding waarmee zij gas vervoert van Egypte naar Israël.
In januari 2020 hebben KT Kinetics en EMG twee overeenkomsten gesloten, getiteld “Supply Contract” en “Construction Contract”, op basis waarvan KT Kinetics goederen zou leveren in Israël en Egypte en werkzaamheden zou uitvoeren ten behoeve van de uitbreiding van een gaswinningsinstallatie in Israël. In maart 2012 zijn partijen op verzoek van EMG overeengekomen dat KT Kinetics haar werkzaamheden op zou schorten tot 31 december 2012. In de daartoe gesloten overeenkomst, getiteld “Suspension Agreement”, heeft EMG erkend dat zij een bedrag van € 4.223.790 aan KT Kinetics is verschuldigd, te vermeerderen met contractuele rente. Ook na 31 december 2012 heeft EMG de werkzaamheden niet meer laten uitvoeren. Voornoemd bedrag van € 4.223.790 heeft EMG niet aan KT Kinetics voldaan.
In mei 2014 is KT Kinetics een arbitrageprocedure gestart voor het Hof van Arbitrage van de International Chamber of Commerce in Geneve, Zwitserland (hierna: de ICC). In deze procedure heeft KT Kinetics van EMG het bedrag van € 4.223.790 en rente gevorderd, alsmede vergoeding van de door haar geleden schade. Tijdens deze procedure hebben KT Kinetics en EMG een minnelijke regeling getroffen, die zij hebben vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst van 22 april 2016. Deze overeenkomst is vervolgens op verzoek van partijen vastgelegd in de scheidsrechtelijke uitspraak van de ICC van
8 augustus 2016 (hierna ook: het arbitraal vonnis). Dit onderdeel van het arbitraal vonnis, waarin tevens de gehele vaststellingsovereenkomst is opgenomen, luidt als volgt:
“107 (a) The above Settlement Agreement of the parties dated 22 April 2016 is recorded
in the form of an award by consent as requested by the Parties.
108 (b) The amount of Euro 4,223,790 (four million two hundred twenty three thousand
seven hundred and ninety) under the Suspension Agreement and the amount of the
Suspension Fee of Euro 350,000 (three hundred fifty thousand) are awarded to the
Claimant (hereinafter together referred to as the “ Settlement Amount ”). Subject to
paragraphs 8(e) below, the Settlement Amount has become due and payable upon signing
of the Settlement Agreement.
109 (c) [...]. The total amount of the Costs of the Arbitration was fixed by the Court as
US dollars 89,000 (eighty nine thousand) and the amount of 89,000 US dollars (eighty
nine thousand) has been paid already by the Claimant. The 50% of this amount i.e. US
dollars 44,500 (forty four thousand five hundred) is awarded to Claimant and the
Respondent is obliged to pay the Claimant the amount of US dollars 44,500 (forty four thousand five hundred). Such amount will become due and payable by the Respondent on
30 June 2016 or earlier simultaneously with the payment of the Settlement Amount. 50%
of the Costs of the Arbitration that KT may be required to pay in the future in accordance
with Article 36 of the ICC Rules shall become due and payable on the date on which they
are paid by KT.
110 (d) The Respondent agrees that in the event the Settlement Amount and the Costs of
the Arbitration are not paid in full by 31 December 2016, interest shall accrue on the
portion of the amount that has not been paid as of that date for the period until the
payment is made (hereinafter referred to as the “Interest”). Such Interest shall be
calculated in accordance with Article 7 of the Suspension Agreement.
111 (e) The Claimant agrees not to take any enforcement actions in respect of the
Settlement Amount and the Costs of the Arbitration prior to 30 June 2016. This deadline
may be extended in accordance with Section 4.2. of the Settlement Agreement.
112 (f) The parties have agreed that subject to the requirements of applicable law, the
Respondent shall in any event pay the Settlement Amount, the Costs of the Arbitration
and Interest (if any) to the Claimant no later than ten (10) Business Days following receipt
by the Respondent of a total or partial payment pursuant to the award in the EMG ICC
Dispute or the EMG Cairo Pending Dispute (as these terms are defined in the Settlement Agreement). For the avoidance of doubt, a partial payment does not relieve the Respondent from its obligation to pay in full the remaining amounts owed to KT pursuant to the Settlement Agreement.
113 (g) This Award by Consent shall become immediately enforceable as of the date of its issuance.”
Samengevat heeft KT Kinetics op basis van het arbitraal vonnis recht op betaling door EMG van € 4.223.730 en € 350.000, te vermeerderen met $ 44.500 aan arbitragekosten en contractuele rente. Ondanks pogingen daartoe is het KT Kinetics niet gelukt het arbitraal vonnis in Egypte ten uitvoer te leggen.
3. Het verzoek
KT Kinetics verzoekt de voorzieningenrechter, samengevat, uitvoerbaar bij voorraad:
het arbitraal vonnis te erkennen en verlof te verlenen het arbitraal vonnis in Nederland ten uitvoer te leggen,
veroordeling van EMG in de proceskosten.
Aan het verzoek heeft KT Kinetics het volgende ten grondslag gelegd. KT Kinetics wenst haar vorderingen op EMG te verhalen door beslag te leggen op de vorderingen die EMG volgens haar heeft op de in Nederland gevestigde vennootschap EMED Pipeline B.V., een aandeelhouder van EMG (hierna: EMED). In dat kader heeft zij beslag laten leggen op deze vorderingen. Nu voldaan is aan de vereisten uit artikel 1075 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), dient de rechtbank het door haar verzochte verlof te verlenen, zodat zij zich op deze vorderingen kan verhalen. Subsidiair beroept zij zich op artikel 1076 Rv.
4. De beoordeling
Oproeping EMG
Uit artikel 1075 lid 2 (oud) Rv in samenhang met artikel 987 lid 3 Rv volgt dat KT Kinetics EMG bij deurwaardersexploot voor de mondelinge behandeling moest oproepen. EMG is bij de mondelinge behandeling niet verschenen. Dat roept de vraag op of EMG behoorlijk is opgeroepen.
In dit geval moet worden getoetst aan artikel 55 lid 1 Rv en het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken van 15 november 1965 (Trb. 1969, 55, hierna: het Haags Betekeningsverdrag). Zowel Egypte als Nederland zijn partij bij het Haags Betekeningsverdrag.
KT Kinetics heeft het exploot van het verzoekschrift, alsmede een kopie van de
e-mail van de rechtbank waarin de datum van de mondelinge behandeling aan haar is medegedeeld, op 4 augustus 2025 overeenkomstig het Haags Betekeningsverdrag en de Uitvoeringswet bij dat verdrag in samenhang met artikel 55 lid 1 Rv betekend aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank Den Haag. Daarnaast heeft zij het oproepingsexploot op 6 augustus 2025 zowel per aangetekende brief als per normale post (UPS Koerier) aan EMG verzonden. Verder heeft de advocaat van KT Kinetics het oproepingsexploot per e-mail verzonden aan i) de advocaat van EMED, ii) de advocaten die EMG hebben vertegenwoordigd in de arbitrageprocedure bij de ICC en iii) twee Egyptische advocaten die EMG hebben vertegenwoordigd in gerechtelijke procedures in Egypte, met het verzoek deze aan EMG door te sturen. Enkel de advocaat van EMED heeft het doorsturen van de oproepingsexploten bevestigd. Na afloop van de mondelinge behandeling heeft KT Kinetics tot slot nog overgelegd i) een kopie van een verzendbewijs, waaruit kan worden afgeleid dat het oproepingsexploot op 23 september 2025 door het Openbaar Ministerie is verzonden aan de Centrale Autoriteiten in Egypte en ii) e-mailcorrespondentie tussen het Openbaar Ministerie en de deurwaarder, waarin de deurwaarder tweemaal navraag doet naar de status van de betekening en het Openbaar Ministerie op 26 januari 2026 te kennen geeft geen antwoord te hebben ontvangen van de Centrale Autoriteiten in Egypte.
Uit het voorgaande volgt dat een bericht van de centrale autoriteit van Egypte, waaruit blijkt dat deze voor het tijdstip van de mondelinge behandeling het exploot van oproeping heeft betekend of heeft doen betekenen aan EMG of haar daarvan heeft kennisgegeven, ontbreekt. Het is dus niet komen vast te staan dat EMG is opgeroepen voor de mondelinge behandeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, eerste lid onder a, van het Haags Betekeningsverdrag. Artikel 10 van het Haags Betekeningsverdrag laat ook toe dat het betrokken stuk rechtstreeks per post wordt toegezonden aan degene voor wie het is bestemd, tenzij de staat van bestemming een voorbehoud op dit punt heeft gemaakt. Egypte heeft een zodanig voorbehoud gemaakt. De toezending per aangetekende brief en normale post kan daarom niet worden aangemerkt als een door het Haags Betekeningsverdrag toegestane vorm van kennisgeving.
Op grond van artikel 15, lid 2 van het Haags Betekeningsverdrag in samenhang met artikel 10 lid 1 van de Uitvoeringswet bij dat verdrag kan de rechter niettemin een beslissing geven, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. a) het stuk is toegezonden op één van de in het Haags Betekeningsverdrag toegezonden wijzen;
b) sedert het tijdstip van toezending van het stuk is een termijn verlopen die door de rechter voor elk afzonderlijk geval wordt vastgesteld, doch die ten minste zes maanden zal bedragen;
c) in weerwil van alle daartoe bij de bevoegde autoriteiten aangewende pogingen, geen bewijs kon worden verkregen.
Aan deze voorwaarden is niet voldaan, nu de onder b genoemde termijn van zes maanden niet is verstreken. Het gaat hier immers om de periode tussen de toezending van het oproepingsexploot door het Openbaar Ministerie en het tijdsstip van de mondelinge behandeling en dus niet, zoals KT Kinetics naar de voorzieningenrechter begrijpt meent, de datum van de onderhavige beschikking.
Het voorgaande betekent dat de voorzieningenrechter op grond van en artikel 15 lid 1 van het Haags Betekeningsverdrag haar beslissing op het verzoek moet aanhouden totdat (kort gezegd) alsnog blijkt van correcte betekening.
Verdere procedure
De voorzieningenrechter zal KT Kinetics bevelen EMG nader op te roepen voor een nieuwe mondelinge behandeling van het verzoek, als bedoeld in artikel 987 lid 4 Rv in samenhang met artikel 1075 lid 2 Rv. Tijdens deze mondelinge behandeling zal het verzoek opnieuw in zijn geheel worden behandeld.
De mondelinge behandeling zal worden bepaald met inachtneming van de termijn als bedoeld in artikel 15, lid 2 onder b van het Haags Betekeningsverdrag, zodat na het verstrijken van die termijn ook zonder bericht van de centrale autoriteit van Egypte op het verzoek van KT Kinetics kan worden beslist, als aan de overige voorwaarden van dat artikel is voldaan. De voorzieningenrechter overweegt in dit verband dat reeds nu kan worden vastgesteld dat het stuk is toegezonden op een van de in het Verdrag bedoelde wijze (namelijk door tussenkomst van de centrale autoriteiten van Nederland en Egypte) en dat KT Kinetics voldoende pogingen heeft gedaan om bewijs van betekening of kennisgeving/afgifte te verkrijgen.
Het Haags Betekeningsverdrag gaat uit van een termijn van zes maanden sinds de datum van toezending van het stuk waarmee het geding is ingeleid. Dat is in onderhavige zaak gebeurd op 23 september 2025, zodat de termijn van zes maanden heden is verstreken. Voor dat de mondelinge behandeling kan plaatsvinden, moet voor EMG echter wel een redelijke oproepingstermijn worden gehanteerd. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat ervan kan worden uitgegaan dat KT Kinetics inmiddels –ondanks dat de verklaring als bedoeld in artikel 6 van het Haags Betekeningsverdrag nog niet is afgegeven– bekend is met de onderhavige procedure. Immers heeft KT Kinetics naast de in het Haags Betekeningsverdrag voorgeschreven wijze het oproepingsexploot ook per aangetekende post en per UPS koerier aan EMG verzonden, alsmede aan een aantal (eerder) door haar of haar aandeelhouder EMED ingeschakelde advocaten, waarbij in ieder geval één van deze advocaten doorzending aan EMG heeft bevestigd.
De voorzieningenrechter zal een nadere mondelinge behandeling bepalen in de periode vanaf 1 juli aanstaande. KT Kinetics wordt in de gelegenheid gesteld uiterlijk op
1 april aanstaande hun verhinderdata vanaf 1 juli tot 1 oktober aanstaande te verstrekken, waarna zij nader zullen worden geïnformeerd over de zittingsdatum en -tijd. Indien KT Kinetics geen verhinderdata overlegt, of zodanig veel verhinderdata dat het plannen van een zitting niet mogelijk is, zal met de verhinderdata geen rekening worden gehouden. KT Kinetics dient vervolgens EMG binnen één week na de datumbepaling op te roepen voor de alsdan bepaalde nadere mondelinge behandeling. Het volstaat daarbij als KT Kinetics die oproep verzendt op dezelfde wijze waarop zij de oproeping voor de zitting van 5 februari 2025 buiten de in het Haags Betekeningsverdrag voorgeschreven wijze om heeft verzonden.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
bepaalt dat een nadere mondelinge behandeling van het ingediende verzoek zal worden gehouden in het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den
Haag, op een nader door de rechtbank te bepalen dag en tijd als hiervoor bedoeld onder 4.11;
stelt KT Kinetics in de gelegenheid uiterlijk op 1 april aanstaande haar verhinderdata over de periode van 1 juli 2026 tot 1 oktober 2026 te verstrekken;
bepaalt dat KT Kinetics binnen één week nadat de datum en tijd voor de nadere mondelinge behandeling zijn bepaald, EMG op de onder 4.11 weergegeven wijze moet oproepen voor de zitting;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026.
2984