ECLI:NL:RBDHA:2026:6410

ECLI:NL:RBDHA:2026:6410

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-03-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer NL26.13636
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

bewaring, volgberoep, Algerije, zicht op uitzetting, eiser is niet bereidwillig om zijn medewerking te verlenen, voldoende voortvarend, geen lichter middel, bij klachten over de medische dienst kan eiser zich wenden tot de Commisie van Toezicht, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.13636

geboren op [geboortedatum] ,

van Algerijnse nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),

en

(gemachtigde: mr. I. van Esch).

Procesverloop

1. De minister heeft op 1 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2026, door middel van telehoren, op zitting behandeld. Eiser is verschenen op het Justitieel Complex Schiphol en heeft zich op de rechtbank in Groningen laten bijstaan door zijn gemachtigde. Ook is een tolk verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Overwegingen

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 20 februari 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is sinds het sluiten van dat onderzoek op 17 februari 2026.

3. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

Standpunten eiser

4. Eiser betoogt dat al op 31 maart 2025 een lp is aangevraagd bij de Algerijnse autoriteiten. Op deze aanvraag is nog steeds geen respons gekomen. Ook heeft eiser al een tijdje niet meer gesproken met de DT&V. Het laatste vertrekgesprek heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026. Na de op 4 februari 2026 geplande presentatie, waar eiser niet is verschenen wegens ziekte, is slechts eenmaal schriftelijk gerappelleerd. Dit is onvoldoende voortvarend. Ook voert eiser aan dat de vreemdelingenbewaring hem erg zwaar valt. Hij heeft veel pijnklachten en een bult in zijn nek, waarvoor mogelijk een operatie nodig is. Ter onderbouwing hiervan heeft hij zijn medisch dossier overgelegd. Een lichter middel, zoals het opleggen van een meldplicht, ligt dan ook in de rede.

Beoordeling rechtbank

5. De rechtbank stelt voorop dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije in het algemeen niet ontbreekt. De rechtbank ziet geen aanleiding om in het geval van eiser anders te oordelen. De lp-aanvraag is nog steeds in onderzoek en op dit moment zijn er geen aanknopingspunten dat de Algerijnse autoriteiten geen lp aan eiser zullen afgeven. Daar komt bij dat de minister afhankelijk is van de medewerking van de Algerijnse autoriteiten. Ook acht de rechtbank van belang dat in de onderhavige procedure niet is gebleken dat eiser nu wel bereidwillig is om zijn medewerking te verlenen. Zo heeft hij tijdens het vertrekgesprek van 17 maart 2026 aangegeven dat hij geen contact wil opnemen met de Algerijnse consul. Niet is uitgesloten dat, indien eiser zijn volledige medewerking verleent, de Algerijnse autoriteiten (sneller) zullen overgaan tot het verlenen van een lp. Ook hierom is het zicht op uitzetting reeds gegeven.

6. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister sinds het sluiten van het onderzoek in de vorige procedure voldoende voortvarend heeft gehandeld. De minister heeft op 19 februari 2026 schriftelijk gerappelleerd en op 17 maart 2026 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. De rechtbank ziet geen reden om op basis van deze gang van zaken te concluderen dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.

7. De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de periode tussen het sluiten van het vorige onderzoek en het sluiten van het onderhavige onderzoek op enig moment onrechtmatig was.

8. De rechtbank heeft in de hiervoor onder 2. genoemde uitspraak geoordeeld dat het toepassen van een lichter middel niet volstaat om de uitzetting van eiser te verzekeren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser ook in de onderhavige procedure geen omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te oordelen dat een lichter middel nu wel zou kunnen volstaan of dat de voortzetting van de vreemdelingenbewaring niet langer gerechtvaardigd zou zijn. De stelling van eiser dat de bewaring hem zwaar valt, maakt dit niet anders. Dat geldt ook voor eisers beroepsgrond dat hij medische klachten heeft. Eiser heeft met het door hem overgelegde medische dossier niet aangetoond dat de noodzakelijke behandeling voor hem op het detentiecentrum niet beschikbaar is. Bij eventuele klachten over de medische dienst kan eiser zich te wenden tot de Commissie van Toezicht van het detentiecentrum.

Conclusie

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?