ECLI:NL:RBDHA:2026:6421

ECLI:NL:RBDHA:2026:6421

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-02-2026
Datum publicatie 24-03-2026
Zaaknummer 09/267124-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Veroordeling diefstal uit een auto en diefstal van een scootmobiel uit een parkeergarage door middel van braak. Oplegging ISD-maatregel twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09/267124-25, 09/282828-25 (ttz. gev.) en 22/000084-24 (tul)

Datum uitspraak: 13 februari 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 30 januari 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. T. Kuil, en van wat door de raadsman van de verdachte, mr. J.GW.M. Lut, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

In de zaak met parketnummer 09/282828-25 (hierna: dagvaarding I):

hij in of omstreeks 20 september 2025 te ’s-Gravenhage een scootmobiel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [naam 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak;

In de zaak met parketnummer 09/267124-25 (hierna: dagvaarding II):

hij in of omstreeks 27-07-2025 t/m 28-07-2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, goederene, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [naam 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 juli 20255, te 's-Gravenhage (van) beveiligingspassen en/of één paspoort, althans een of meer voorwerpen

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.

3. De bewijsbeslissing

Ten aanzien van het feit van dagvaarding I

Opgave van bewijsmiddelen

De rechtbank zal voor het tenlastegelegde feit bij dagvaarding I (09/282828-25) met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft dit bewezen verklaarde feit namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.

De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025325177, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 35).

De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd bij de rechter-commissaris op 24 oktober 2025;

2. Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , opgemaakt op 25 september 2025, (p. 5 - 6);

Ten aanzien van het feit van dagvaarding II

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het bij dagvaarding II tenlastegelegde feit, met vrijspraak van het plegen van het feit in vereniging met een ander.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het bij dagvaarding II tenlastegelegde feit bepleit.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in bijlage I opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden van het feit van dagvaarding II.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank overweegt als volgt.

De man die de auto ingaat is door een verbalisant herkend als de verdachte. Anders dan de raadsman heeft bepleit, acht de rechtbank de beschrijving van de camerabeelden voldoende duidelijk en de omschreven uiterlijke kenmerken van de verdachte voldoende onderscheidend, zodat geen reden bestaat om aan die herkenning te twijfelen. Dat verdachte degene is die op de beelden te zien is, wordt verder ondersteund door de aanhouding van verdachte op diezelfde dag, met in zijn bezit het paspoort en de beveiligingspassen waarvan uit de aangifte blijkt dat zij uit de auto zijn weggenomen. De verklaring dat hij die passen en dat paspoort in de tram heeft gevonden, wordt voldoende weerlegd door hetgeen op de camerabeelden uit de tram gezien wordt.

De bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

In de zaak van dagvaarding I (09/282828-25):

hij op 20 september 2025 te ’s-Gravenhage een scootmobiel die aan [naam 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak;

In de zaak van dagvaarding II (09/267124-25):

hij op 28-07-2025 te 's-Gravenhage goederen die aan [naam 2] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De oplegging van een maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan de verdachte de onvoorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar zal worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte geen ISD-maatregel opgelegd zou moeten krijgen, omdat niet voldaan is aan de zachte criteria. De verdediging heeft gepleit om, in plaats van een ISD-maatregel voor de duur van twee jaar, een (in ieder geval korter dan twee jaar durende) gevangenisstraf op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt diefstal uit een auto en diefstal van een scootmobiel uit een parkeergarage door middel van braak. Dit zijn vervelende delicten die naast overlast en financiële schade voor de benadeelden, ervoor zorgen dat men elkaar in de samenleving minder vertrouwt.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 19 december 2025. Dit strafblad weerspiegelt dat verdachte een veelpleger is van misdrijven waaronder diefstallen. Verdachte voldoet aan de kwantitatieve eisen voor het opleggen van een ISD-maatregel zoals deze volgen uit artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht . Verder voldoet de verdachte aan de definitie van stelselmatige dader uit de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de reclasseringsadviezen over de verdachte van 28 november 2025 (reclasseringsadvies raadkamerzitting voorlopige hechtenis) en van 23 januari 2025 (reclasseringsadvies rechtszitting). Uit die reclasseringsadviezen blijkt dat het verdachte niet gelukt is, ondanks meerdere ondersteunde gedragsinterventies, zijn delictpatroon te doorbreken. Hij heeft een verblijfsstatus heeft in Nederland en maakt daardoor geen aanspraak maakt op sociale voorzieningen in Nederland. In al zijn leefgebieden (huisvesting, dagbesteding, financiën, relaties, sociaal netwerk, middelengebruik, psychosociaal functioneren en houding) is sprake van een erg zorgwekkende situatie.

Ten aanzien van de verdachte wordt het recidiverisico ingeschat als hoog. Het risico het toebrengen van letsel aan derden wordt ingeschat als gemiddeld tot hoog. Bij een veroordeling wordt een onvoorwaardelijke ISD-maatregel geadviseerd door de reclassering.

Gelet op dat alles eist de veiligheid van personen en goederen het opleggen van een ISD-maatregel.

Ter optimale bescherming van de maatschappij en om de verdachte een zo goed mogelijke kans te geven om een oplossing te bieden aan zijn problematiek, zal de rechtbank de ISD-maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren. De rechtbank zal de duur van de voorlopige hechtenis niet in mindering brengen op de duur van een ISD-maatregel, omdat daarmee de maximale termijn van een ISD-maatregel van twee jaar kan worden benut.

7. De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[naam 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een materiële schadevergoeding van € 1.806,84, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag is opgebouwd uit de volgende schadeposten:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een bedrag van € 833,19, bestaande uit de HBH jassen, de zaklamp, het scheerapparaat, de rugzak, de parfum en de bril, met daarover de wettelijke rente kan worden toegewezen. Verder heeft de officier van justitie gesteld dat de schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gesteld dat de benadeelde niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wat betreft de vordering voor het kogelvrije vest, de raamreparatie, de rugzak, het paspoort en een deel van de schadepost van de bril. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de HBH jassen, de zaklamp en de parfum. Wat betreft het scheerapparaat heeft de raadsman verzocht om rekening te houden met ‘aftrek-nieuw-voor-oud’ in de begroting van de schade.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde strafbare feit. Het oordeel van de rechtbank over de verschillende schadeposten is als volgt.

HBH Security jassen, zaklamp, parfum

De vordering wat betreft de jassen van HBH Security, de zaklamp, en de parfum is door de verdediging niet betwist en door de benadeelde voldoende onderbouwd. Deze schadeposten zullen daarom worden toegewezen.

Scheerapparaat

Voor wat betreft het scheerapparaat heeft de verdediging alleen de hoogte van het schadebedrag betwist. De rechtbank acht deze schade vatbaar voor toewijzing en stelt deze schade, met een aftrek ‘nieuw voor oud’ vast op € 72,99.

Paspoort, rugzak, bril, raamreparatie

Gelet op hetgeen door de benadeelde partij naar voren is gebracht ter terechtzitting en het dossier, acht de rechtbank de vordering voor het (nood)paspoort voldoende onderbouwd. Verder blijkt, anders dan de raadsman heeft bepleit, uit het dossier dat de benadeelde meteen na het incident heeft aangegeven dat ook een rugzak en brillen waren weggenomen en dat een achterruit van de auto kapot was. Deze schadeposten zijn tevens onderbouwd met facturen en zullen daarom worden toegewezen.

Kogelvrij vest

Uit de aangifte van de benadeelde partij blijkt dat de benadeelde destijds heeft verklaard dat het kogelvrije vest niet was weggenomen. De vordering is daarmee gemotiveerd betwist. Het zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren om de benadeelde partij toe te laten tot het bewijs van de (mogelijk) geleden schade op dit punt. Dat deel van de vordering zal niet-ontvankelijk worden verklaard en de benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank zal – gelet op het voorgaande – de vordering van de benadeelde partij toewijzen tot een bedrag van € 1.206,84 aan materiële schade en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.

Wettelijke rente en proceskosten

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 28 juli 2025, omdat de schade vanaf die datum is ontstaan. Omdat de vordering voor materiële schade wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met die vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Oplegging schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor de bewezenverklaarde strafbare feiten worden veroordeeld en hij is daarom tegenover [naam 2] aansprakelijk voor schade die daardoor is toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte de verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van € 1.206,84, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 28 juli 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [naam 2] .

8. De vordering tot tenuitvoerlegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering van 19 december 2025 gevorderd dat de bij parketnummer 22-000084-24 door het Gerechtshof Den Haag op 19 juni 2024 voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf van twee weken, ten uitvoer wordt gelegd wegens niet naleven van de algemene voorwaarden. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd de schriftelijke vordering af te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, moet worden afgewezen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf op dit moment niet opportuun vanwege de op te leggen ISD-maatregel voor de duur van twee jaren. De vordering wordt derhalve afgewezen.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen:

- 36f, 38m, 38n, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van deze uitspraak gelden.

10. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van dagvaarding I:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

ten aanzien van dagvaarding II, primair:

diefstal;

legt de verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;

de vordering van de benadeelde partij [naam 2]

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toe tot een bedrag van € 1.206,84 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 28 juli 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [naam 2] ;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;

de schadevergoedingsmaatregel

legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.206,84, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 28 juli 2025 tot de dag waarop dit is betaald, ten behoeve van [naam 2] ;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 12 dagen. Het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

bepaalt dat als de verdachte de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan de benadeelde partij heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel te betalen aan de Staat en dat als de verdachte het toegewezen bedrag deels of geheel aan de Staat heeft betaald, de verdachte niet verplicht is om dat deel aan de benadeelde partij te betalen;

de vordering tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf;

wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij parketnummer 22/000084-24 opgelegde voorwaardelijke straf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.W. Duijnstee, voorzitter,

mr. G.H.M. Smelt, rechter,

mr. F.C. Berg, rechter,

in tegenwoordigheid van V. Grampon, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.W. Duijnstee
  • mr. G.H.M. Smelt
  • mr. F.C. Berg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?