ECLI:NL:RBDHA:2026:6468

ECLI:NL:RBDHA:2026:6468

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 26-03-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 09-245788-24 en 09-030680-26 (ttz. gev.)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

20-jarige verdachte (ten tijde van de feiten zowel minderjarig als meerderjarig) heeft zich schuldig gemaakt aan het seksueel misbruik van 35 kinderen waarvan 34 jongens en 1 meisje. Bij een aantal van hen is er ook sprake geweest van seksueel binnendringen. Daarnaast heeft de verdachte van deze kinderen kinderpornografisch materiaal vervaardigd, verworven en verkregen en in een aantal gevallen ook verspreid. Artikelen 240b (oud), 244 (oud), 245 (oud), 247 (oud), 247 (nieuw), 248 (nieuw), 249 (nieuw), 250 (nieuw), 252 (nieuw) en 254 (nieuw) Sr. Toepassing 77b Sr. TBS-dwang, 38v maatregel, 38z maatregel 26 benadeelde partijen, toepassing Rotterdamse schaal.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummers: 09-245788-24 en 09-030680-26 (ttz. gev.)

Datum uitspraak: 26 maart 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaken tegen de verdachte:

[verdachte] (hierna: de verdachte),

geboren op [geboortedatum 1] 2006 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] ,

op dit moment in voorlopige hechtenis verblijvende in:

Justitieel Complex [locatie] te [plaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de terechtzittingen van 13 maart 2025, 28 mei 2025, 21 augustus 2025, 17 november 2025, 22 januari 2026 (allen pro forma), 2 maart 2026 en 3 maart 2026 (inhoudelijke behandeling) en 12 maart 2026 (sluiten onderzoek).

De officieren van justitie in deze zaak zijn mrs. S. Sleeswijk Visser en H.E.G. van der Eijnden (hierna: de officier van justitie) en de raadsman van de verdachte is

mr. W. Römelingh te Den Haag. De verdachte is op de terechtzitting verschenen.

2. De tenlastelegging

De verdenkingen komen er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

Dagvaarding I (09-245788-24), waarbij verdachte meerderjarig was:

1. het meermalen plegen van handelingen waaronder seksueel binnendringen bij iemand die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt gepleegd in de periode van 24 februari 2024 tot en met 10 november 2024, tegen drie kinderen;

2. het meermalen plegen van ontuchtige handelingen waaronder seksueel binnendringen bij iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet de leeftijd van zestien jaren had bereikt gepleegd in de periode van 24 februari 2024 tot en met 2 juli 2024, tegen drie kinderen;

3. het meermalen plegen van ontuchtige c.q. seksuele handelingen bij iemand die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, tegen twaalf kinderen en bij iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet de leeftijd van zestien jaren had bereikt, tegen zestien kinderen, gepleegd in de periode van 24 februari 2024 tot en met 30 november 2024;

4. het verspreiden/aanbieden/openlijk ten toon stellen/vervaardigen/invoeren/doorvoeren/ uitvoeren/verwerven/in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal gepleegd in de periode van 24 februari 2024 tot en met 30 november 2024.

Dagvaarding II (09-030680-26), waarbij verdachte nog minderjarig was:

1. het meermalen plegen van ontuchtige handelingen waaronder seksueel binnendringen bij iemand die de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt gepleegd in de periode van 6 december 2023 tot en met 23 februari 2024 tegen twee kinderen;

2. het meermalen plegen van ontuchtige handelingen waaronder seksueel binnendringen bij iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet de leeftijd van zestien jaren had bereikt gepleegd in de periode van 14 januari 2023 tot en met 23 februari 2024 tegen drie kinderen;

3. het verspreiden/aanbieden/openlijk ten toon stellen/vervaardigen/invoeren/doorvoeren/

uitvoeren/verwerven/in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal gepleegd in de periode van 27 februari 2022 tot en met 23 februari 2024.

De volledige tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Door de raadsman is bepleit dat in de zaken 30 en 32 geen aangifte is gedaan. De verdediging heeft verzocht om de officier van justitie in die zaken niet-ontvankelijk te verklaren omdat een vervolging in die zaken zonder aangifte geen redelijk doel dient.

Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, is er wel degelijk aangifte gedaan in de zaken 30 en 32. Deze aangiften bevinden zich ook in de desbetreffende zaaksdossiers. Het verweer van de raadsman wordt om die reden gepasseerd.

4. De bewijsbeslissing

Inleiding

Het onderzoek in deze zaak is gestart naar aanleiding van drie aangiften van het vervaardigen van kinderporno en het plegen van online seksueel misbruik. De aangiften houden in dat er door meerdere jongens online met elkaar de game Grand Theft Auto werd gespeeld en dat ene [verdachte] zich bij dat groepje jongens heeft gevoegd. Vervolgens is er in een aangemaakte Snapchatgroep door deze [verdachte] aan de jongens om naaktafbeeldingen gevraagd. Door deze drie jongens zijn er uiteindelijk video’s opgestuurd. Twee van deze jongens hebben geld gekregen voor het versturen van de video’s, waardoor er een rekeningnummer van deze [verdachte] bekend was. Door nader onderzoek is de politie bij de verdachte uitgekomen en is hij in juli 2024 aangehouden. De verdachte is door de rechter-commissaris in bewaring gesteld en vervolgens onder voorwaarden geschorst. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis is er een nieuwe aangifte binnengekomen. Een moeder had op de telefoon van haar zoon seksueel getinte gesprekken tussen de verdachte en haar zoon aangetroffen. Door de verdachte zou expliciet om seksueel beeldmateriaal met het zusje erbij zijn verzocht. Tijdens de schorsing zijn ook de bij zijn aanhouding in beslag genomen gegevensdragers onderzocht. Duidelijk werd toen dat er een groot aantal kinderen door de verdachte is benaderd op soortgelijke wijze als in de eerste bekende zaken. De verdachte is vervolgens opnieuw aangehouden en wederom zijn er telefoons in beslag genomen en onderzocht. In het onderzoek aan die telefoons zijn weer nieuwe kinderen geïdentificeerd waar de verdachte contact mee had. Dit alles heeft geresulteerd in 35 aangiften.

De rechtbank zal moeten vaststellen of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben, vervaardigen en verspreiden van kinderpornografisch materiaal, en of er sprake is geweest van de in de dagvaardingen opgenomen verwijten van – kort gezegd – ontuchtige dan wel seksuele handelingen met kinderen, waarbij in sommige gevallen sprake zou zijn geweest van seksueel binnendringen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle bij dagvaarding I tenlastegelegde feiten en alle bij dagvaarding II tenlastegelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich namens de verdachte op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 van dagvaarding I voor zover dit ziet op de zaken zaak 8 en 9, alsmede van feit 2, omdat er geen sprake is geweest van binnendringen in de zin van de wet. Dat geldt ook voor de feiten 1 en 2 van dagvaarding II.

Ook heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien zaak 21, zoals tenlastegelegd onder feit 3 en 4 van dagvaarding II en van de bij dagvaarding I onder feit 4 en de bij dagvaarding II onder feit 3 tenlastegelegde feiten, omdat er geen sprake zou zijn van ontuchtige handelingen vanwege – kort gezegd – een gering leeftijdsverschil en/of het feit dat hier sprake zou zijn van normaal seksueel experimenteergedrag.

Op specifieke (bewijs)verweren wordt hierna – voor zover relevant – nader ingegaan.

De beoordeling van de rechtbank

Erkenning door de verdachte

De verdachte heeft ter terechtzitting in alle zaken de feitelijke gedragingen zoals die zijn tenlastegelegd, erkend. Op verschillende juridische punten is er door de raadsman verweer gevoerd, zoals hiervoor kort omschreven. Deze zal de rechtbank hieronder bespreken.

Juridisch kader

Per 1 juli 2024 is de Wet seksuele misdrijven in werking getreden. Onderdeel van deze wetswijziging is een verruiming van de strafrechtelijke bescherming tegen seksueel geweld door aanpassing van de strafbaarstellingen van aanranding en verkrachting. De verdenkingen in deze zaak zien deels op feiten gepleegd voor 1 juli 2024 en deels op feiten gepleegd na 1 juli 2024. De rechtbank zal daarom het oordeel of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten moeten baseren op de wetgeving zoals die gold voor 1 juli 2024 en zoals deze geldt sinds 1 juli 2024.

Seksueel binnendringen/verkrachting

Onder de feiten 1 en 2 van dagvaarding I en dagvaarding II, voor zover deze in dagvaarding I zien op de periode tot 1 juli 2024, gaat het om een verdenking van (mede) het seksueel binnendringen bij personen onder de twaalf en bij personen tussen de twaalf en zestien jaar als bedoeld in de artikelen 244 (oud) en 245 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Voor zover deze feiten zien op de periode na 1 juli 2024 (in dagvaarding I) gaat het om een verdenking van het plegen van seksuele handelingen die (mede) bestaan uit het binnendringen van het lichaam, hetgeen wordt gekwalificeerd als verkrachting (artikelen 248 en 250 Sr). Vanaf 1 juli 2024 kent de wet in artikel 239 Sr een bepaling die inhoudt dat onder degene die seksuele handelingen verricht met iemand ook wordt verstaan degene die een persoon seksuele handelingen laat verrichten met die persoon, met zichzelf of met een derde dan wel een persoon seksuele handelingen laten ondergaan door een derde.

Ontucht/aanranding

Onder feit 3 van dagvaarding I is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij ontucht heeft gepleegd met personen beneden de zestien jaren (artikel 247 (oud) Sr). Vanaf 1 juli 2024 wordt in de artikelen 247 en 249 Sr de term seksuele handelingen gebruikt in plaats van de term ontucht, en deze feiten worden gekwalificeerd als aanranding. Alle seksuele handelingen die vielen onder het oude criterium ‘ontucht plegen’ zijn van zichzelf al in strijd met de sociaal-ethische norm en daarom onaanvaardbaar. In een enkel geval is dat anders. Dat betreffen gevallen van normaal, gelijkwaardig, seksueel verkeer tussen jongeren van twaalf tot zestien jaar.

Kinderporno

Onder feit 3 van dagvaarding II en feit 4 van dagvaarding I is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden, vervaardigen en in bezit hebben van afbeeldingen waarbij kinderen onder de achttien jaar betrokken bij zijn geweest, oftewel kinderpornografie (artikel 240b oud Sr). Voor zover het gaat om feiten na 1 juli 2024 zijn de nieuwe artikelen 252 en 254 Sr van toepassing. Deze nieuwe strafbaarstelling is beter toegesneden op meer moderne verschijningsvormen van beeldmateriaal, en in plaats van de term afbeelding gaat het nu over visuele weergave.

Interactiecriterium

De verdachte heeft in geen van de gevallen direct fysiek contact gehad met de kinderen. Wel heeft de verdachte telkens online, via Snapchat, WhatsApp en Discord, seksueel contact gehad met de kinderen die in de tenlasteleggingen zijn opgenomen, waarbij de kinderen seksuele handelingen met en bij zichzelf verrichtten, waaronder in enkele gevallen het bij zichzelf seksueel binnendringen van het lichaam. In de zaken 4 en 4a zijn er ook seksuele handelingen tussen en met de kinderen onderling gepleegd.

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of er aldus sprake is geweest van het plegen van handelingen door de verdachte mét de kinderen, in het bijzonder in de periode voor 1 juli 2024 toen het nieuwe artikel 239 Sr nog niet in werking was getreden.

Uit arresten van de Hoge Raad volgt dat ook sprake kan zijn van ontucht met een minderjarige ingeval geen lichamelijke aanraking tussen de dader en de desbetreffende minderjarige heeft plaatsgevonden, maar wel sprake was van een zekere mate van interactie tussen de dader en de minderjarige: het zogeheten ‘interactiecriterium’. In de jurisprudentie wordt dit interactiecriterium hoofdzakelijk in verband gebracht met het ontuchtig handelen zoals beschreven in de artikelen 247 en 249 Sr (oud). De vragen waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet, zijn of er in het geval van de verdachte is voldaan aan dit interactiecriterium en, zo ja, of aanwezigheid van een dergelijke mate van relevante interactie ook leidt tot een bewezenverklaring van het seksueel binnendringen van het lichaam door de kinderen zelf, en het plegen van ontuchtige/seksuele handelingen door de verdachte, nu er geen lichamelijke interactie tussen de verdachte en de kinderen heeft plaatsgevonden.

De rechtbank acht de navolgende feiten en omstandigheden hierbij relevant. De verdachte heeft verklaard dat hij via het spelen van online games contact zocht met de kinderen. Hij probeerde een vertrouwensband op te bouwen binnen het één op één contact, wat vaak plaatsvond via een ander online medium zoals SnapChat, WhatsApp of Discord. Tijdens het één op één contact begon de verdachte bij de kinderen te peilen hoe zij reageerden op seksuele opmerkingen en grapjes. Vervolgens vroeg de verdachte om foto’s en filmpjes waarop de kinderen seksuele handelingen verrichtte bij zichzelf. Dit was altijd op instigatie van de verdachte. Sommige van deze kinderen zijn door de verdachte daarvoor betaald met geld of beloond in de vorm van een tegoed voor online games. In de meeste zaken zijn er seksueel getinte chatberichten door de verdachte gestuurd. De verdachte gaf in veel gevallen duidelijke en dwingende instructies met betrekking tot de handelingen die de kinderen moesten verrichten, zoals (onder meer) “Mr ik heb echt ff zin om zo die van jou te zien. Kan je niet zo gw op bed gaan liggen? Kan dat pls?” (zaak 4), “durf je straks ook die wattenstaafje te doen” (zaak 17) en ‘kan je misschien filmpje maken dat je gaat staan, dan eerst je normale broek uit, dus dat je n je onderbroek staat en die dan na paar tellen uit.” (zaak 35). De verdachte maakte ook opmerkingen over de camerapositie (zaak 11). De verdachte vroeg dit allemaal met als ultieme doel het tegelijk masturberen, zoals de verdachte ter zitting heeft erkend. Dat deze seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, blijkt uit het beeldmateriaal dat op de gegevensdragers van de verdachte is aangetroffen en dat in alle zaken die in de tenlastelegging staan voorhanden was en is beschreven in de zaaksdossiers. Hierop is ook te zien dat de verdachte in beeld is terwijl hij zich gelijktijdig met de kinderen aan het aftrekken is. De verdachte heeft ook heimelijk opnames gemaakt van de seksuele handelingen die de kinderen hebben uitgevoerd en naar hem stuurden.

Hoewel in enkele zaken geen chatberichten tussen de verdachte en die kinderen zijn gevonden, kan ook in die zaken worden uitgegaan van contact tussen de verdachte en die kinderen (bijvoorbeeld omdat te zien is op beelden dat een jongen luistert naar de verdachte en vervolgens instructies lijkt uit te voeren). Bovendien kan uit de verklaring van de verdachte in samenhang met de aangiftes en de processen-verbaal in de dossiers afgeleid worden dat de verdachte in elke zaak telkens op dezelfde manier contact heeft gelegd met de kinderen en dat het telkens op instigatie van de verdachte kwam tot de door de kinderen bij zichzelf en in een enkel geval (zaken 4 en 4a) bij elkaar verrichte handelingen.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er telkens sprake is geweest van de vereiste relevante interactie tussen de verdachte en de kinderen.

Seksueel binnendringen

De verdediging heeft bepleit dat op grond van artikel 244 en 245 Sr (oud) niet kan worden bewezen dat sprake is geweest van binnendringen van het lichaam, aangezien de kinderen die handelingen bij zichzelf hebben verricht. Volgens de verdediging kan de verdachte daarom niet als pleger van dit seksueel binnendringen worden aangemerkt. Daarnaast heeft de verdediging aangevoerd dat de handelingen op zichzelf (het binnenbrengen van voorwerpen in de anus en/of de urinebuis) niet als seksueel binnendringen in de zin van de wet kunnen worden beschouwd.

De rechtbank heeft, zoals hierboven uiteen is gezet, geoordeeld dat er sprake is geweest van relevante interactie tussen de verdachte en de kinderen. De kinderen hebben telkens op instigatie van de verdachte handelingen bij zichzelf en in een enkel geval bij een ander verricht. Onder de handelingen die sommige kinderen hebben verricht, viel ook het binnendringen van het eigen lichaam met de vingers en/of een wattenstaafje en/of een kabeltje in de anus en/of in de plasbuis/penis. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat deze handelingen niet zijn uitgevoerd in het kader van experimenteren. Deze handelingen hebben naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk een seksueel karakter gelet op de context waaronder de kinderen deze handelingen hebben verricht. De handelingen zijn in veel gevallen niet als geïsoleerde handeling verricht, maar binnen een context van andere handelingen die overduidelijk een seksueel karakter hadden, namelijk aftrekken. De verdachte heeft bovendien aangegeven dat zijn ultieme doel was het gezamenlijk masturberen. In deze context kan de rechtbank de handelingen zoals hiervoor omschreven niet anders interpreteren dan dat deze wel degelijk een seksueel karakter hadden. Ook bij deze handelingen is er bovendien steeds sprake geweest van relevante interactie tussen de verdachte en de kinderen, zoals hiervoor omschreven.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel binnendringen.

Ontucht

De verdediging heeft bepleit dat in zaak 21 (feit 2 dagvaarding II) er geen sprake is geweest van ontucht zoals bedoeld in artikel 245 Sr (oud), maar van de exceptie zoals thans opgenomen in artikel 248 Sr. Er was tussen de verdachte en deze jongen een gering leeftijdsverschil en de verdachte functioneerde bovendien op het niveau van een 10-13-jarige. Hierdoor is er geen sprake geweest van sociaal-ethisch onaanvaardbaar seksueel gedrag of contact.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever handelingen van seksuele aard strafbaar heeft willen stellen, voor zover die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Een seksueel contact met een jeugdig persoon tussen de twaalf en zestien jaar is in de regel ontuchtig, omdat jeugdigen worden geacht in het algemeen onvoldoende in staat te zijn hierover weloverwogen keuzes te maken. Uit de jurisprudentie volgt dat onder omstandigheden het ontuchtige karakter bij seksuele handelingen met een jeugdige tussen de twaalf en zestien jaar kan ontbreken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien die handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die in geringe mate in leeftijd van elkaar verschillen én die een affectieve relatie met elkaar hebben. Er moet dan sprake zijn van een zekere gelijkwaardigheid tussen de betrokken personen. Er mag geen aanleiding zijn om aan te nemen dat de jeugdige de handelingen tegen haar of zijn zin heeft verricht of een ondergeschikte positie ten opzichte van de verdachte heeft gehad.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat in dezen niet zozeer de leeftijd van de jongeren centraal staat, maar vooral de intentie van de verdachte. De verdachte begaf zich in een omgeving van online gamen waarbij hij telkens contact maakte met kinderen met wie hij, zoals hiervoor beschreven, vervolgens verder in contact trad met als doel kort gezegd het plegen van ontuchtige, seksuele handelingen en de opnames daarvan op te slaan. Deze kinderen waren steeds veel jonger dan de verdachte. De verdachte trof in zaak 21 bij toeval een jongen die iets ouder was dan de andere kinderen en waarbij het leeftijdsverschil met de verdachte tweeënhalf jaar was. Het contact tussen hem is echter op dezelfde manier ontstaan en verlopen als bij de andere kinderen. Het begon met het spelen van een online game, vertrouwen winnen en dan bij één op één gesprekken de instructies geven om seksuele afbeeldingen te maken en te versturen. Wederom met als ultiem doel samen masturberen. Dat de jongen in zaak 21 wellicht zelf in een seksuele ontdekkingsfase zat of nog onderzocht of hij op jongens of op meisjes viel, maakt dat niet anders. Het initiatief tot het uitvoeren van de seksuele handelingen en het versturen van afbeeldingen daarvan kwam altijd vanuit de verdachte.

Ook is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake geweest van vrijwilligheid aan de kant van deze jongen. Dit volgt uit zijn getuigenverklaring. Zo heeft hij verklaard dat de verdachte een mes op zijn keel had gezet en dat de verdachte had gezegd dat hij de afbeeldingen aan hem moest sturen. Onder die omstandigheden is er geen sprake van gelijkwaardig contact tussen deze jongen en de verdachte.

Ook was er tussen hen geen sprake van een affectieve relatie of een gelijkwaardige relatie. De ongelijkwaardigheid tussen hen blijkt uit het feit de verdachte in één van de gesprekken met deze jongen heeft aangegeven dat zij niet bij de verdachte thuis konden afspreken, omdat er voor en achter in huis camera’s hingen. Daarnaast geeft de verdachte aan dat ze niet in het openbaar kunnen afspreken. Bij de verdachte bestond er dus een vrees voor ontdekking van hun contact, waaruit al volgt dat de verdachte zich ervan bewust was dat hier geen sprake was van een gelijkwaardig (seksueel) contact.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat ook in zaak 21 sprake is geweest van ontucht.

Sexting

Door de raadsman is betoogd dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat er bij het verkrijgen en doorsturen van seksueel beeldmateriaal sprake zou zijn geweest van sexting. De verdediging heeft zich hierbij gebaseerd op de Leidraad afdoening sexting van het openbaar ministerie en betoogd dat het hierbij gaat om – kort gezegd – normaal, gangbaar gedrag onder jongeren, die elkaar over en weer seksueel beeldmateriaal sturen hetgeen om die reden niet als bezit en vervaardigen van kinderpornografisch materiaal kan worden gekwalificeerd.

De strekking van de leidraad is om – kort gezegd – bij het delen en verspreiden van seksueel beeldmateriaal van kinderen (hetgeen strafbaar is gesteld) na te gaan of er sprake is van min of meer onschuldig, gangbaar en wederkerig gedrag tussen jongeren. Is dat het geval, dan zou terughoudend met vervolging moeten worden omgegaan. De werkwijze is dat bij binnenkomst van een aangifte of melding allereerst door de politie in kaart wordt gebracht onder welke omstandigheden het beeldmateriaal tot stand is gekomen, wat er op het beeldmateriaal te zien is, in hoeverre er sprake is van verspreiding van het materiaal en via welke kanalen, de leeftijd en achtergrond van de betrokkenen, wat de relatie tussen de betrokkenen is, wat de mogelijke motieven zijn en in hoeverre er mogelijk sprake is van instemming, dwang of druk. Vervolgens wordt de melding gecategoriseerd waarbij drie categorieën onderscheiden worden. Onder categorie I valt onder andere: er is sprake van druk, dwang of misleiding of heimelijke opnames of een slachtoffer jonger dan 12 jaar of een meer dan beperkt leeftijdsverschil tussen de betrokkenen (5 jaar of meer). Bij categorie I is per definitie geen sprake van gangbaar en wederkerig gedrag.

Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat het gedrag van de verdachte met betrekking tot het beeldmateriaal telkens valt onder deze categorie I. Volgens de rechtbank was er in alle gevallen telkens sprake van een ongelijkwaardige verhouding tussen de verdachte en de kinderen, en is er geen sprake geweest van een onschuldig over en weer versturen van afbeeldingen. Allereerst was er geen sprake van een affectieve relatie tussen de verdachte en de kinderen. Ze kenden elkaar alleen, en vaak ook pas kort, in de online wereld van het gamen. Daarnaast handelde de verdachte vanuit zijn eigen seksuele behoefte - zoals ook door hem zelf verklaard -, zonder daarbij oog te hebben voor het belang en de kwetsbaarheid van de kinderen van wie hij het beeldmateriaal maakte of ontving. Dit heeft geresulteerd in een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal van zeer veel kinderen. Het grote aantal kinderen staat ook haaks op wat gangbaar en onschuldig gedrag kan zijn. Daarnaast heeft hij heimelijk afbeeldingen gemaakt en video’s opgenomen. De verdachte heeft ook bewust gelogen over het maken en/of bewaren van afbeeldingen en video’s. De verdachte en de kinderen bevonden zich bovendien niet in een zelfde levensfase. Er was veelal sprake van een aanzienlijk leeftijdsverschil tussen de verdachte en de slachtoffers. Daar komt bij dat de kinderen nooit uit zichzelf afbeeldingen of video’s hebben verstuurd. Ook is er naar het oordeel van de rechtbank, blijkens getuigenverklaringen, door de verdachte in sommige gevallen wel degelijk enige vorm van dwang uitgeoefend om afbeeldingen te krijgen. Hij dreigde met zelfmoord of hij dreigde dat hij naar het huis van een kind zou komen als deze geen afbeeldingen zou versturen. De verdachte heeft de heimelijk opgenomen afbeeldingen en video’s ook verspreid door deze naar andere kinderen te sturen.

Dit alles maakt dat er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van onschuldig, gangbaar en wederkerig gedrag. Het verweer van de raadsman wordt dan ook verworpen.

Schakelbewijs

Door de raadsman is betoogd dat het contact tussen de verdachte en de kinderen niet steeds op een zelfde manier tot stand kwam en dat de inhoud van het contact ook varieerde. Volgens de verdediging kan er daarom niet - in zaken waarin direct bewijs van interactie tussen de verdachte en een kind ontbreekt – via schakelbewijs tot een bewezenverklaring van de feiten worden gekomen.

Zoals al hierboven onder 4.4.3 uiteen is gezet, komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte telkens op een vrijwel identieke manier in contact is gekomen met de kinderen waarna ook het seksueel gedrag zich op een zelfde manier heeft voorgedaan. De verdachte heeft eerst met de kinderen contact gezocht via het spelen van online games. Vervolgens heeft hij geprobeerd hun vertrouwen te winnen waarna hij in één op één contact overging tot het peilen van de reacties op seksueel getinte opmerkingen. Als daar in de ogen van de verdachte goed op werd gereageerd, ging de verdachte over tot het verzoeken van seksueel getinte afbeeldingen en video’s. Dat het contact begon in verschillende online games of dat het één op één contact via verschillende sociale platforms ging, is daarbij naar het oordeel van de rechtbank niet relevant. Dat ook niet elk kind door de verdachte beloond is in geld of beloningen/tegoeden voor de online games, maakt dat oordeel niet anders.

Slechts in vier zaken (12, 21, 23 en 32) is er enig onderscheid te maken, omdat het gaat om iets oudere kinderen of vanwege het ontbreken van bewijs van direct berichtenverkeer tussen de kinderen en de verdachte. Van al deze kinderen zijn echter ook veel kinderpornografische afbeeldingen bij de verdachte aangetroffen. De rechtbank is dan ook ten aanzien van deze vier zaken van oordeel dat er – gezien het bewijs in alle andere zaken waaruit een duidelijke modus operandi van de verdachte volgt - voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor hetgeen in deze zaken ten laste is gelegd. De rechtbank zal daarom ook dit verweer van de raadsman verwerpen.

Camerabeelden

Door de verdediging is betoogd – zo begrijp de rechtbank – dat er in een groot aantal zaken te zaken te weinig wettig bewijs is, nu hetgeen de opsporingsambtenaar (die kennis heeft genomen van de beelden) heeft gerelateerd, slechts een schriftelijk bescheid is en niet kan gelden als een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar in de zin van artikel 344 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Bij het ontbreken van andere wettige bewijsmiddelen betekent dit dat niet voldaan is aan het vereiste dat er een tweede, wettig bewijsmiddel in deze zaken is.

De rechtbank volgt dit verweer niet. Er is telkens sprake van een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal dat de inhoud van de bekeken beelden weergeeft, hetgeen reeds volstaat als bewijs. Daar komt nog bij dat de verdachte – zij het in grote lijnen – ter zitting heeft erkend dat de handelingen zoals in de processen-verbaal gerelateerd daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

Partiële vrijspraak

De verdenking betreft onder meer het in de periode van 24 februari 2024 tot en met 28 juni 2024 seksuele handelingen verrichten (zaak 8) en het in de periode van 19 september 2023 tot en met 23 februari 2024 seksuele handelingen verrichten (zaak 38). Uit het dossier volgt dat de verdachte deze handelingen wel heeft verricht, maar de rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat deze (ook) zijn gepleegd in de ten laste gelegde periode onder feit 1 van dagvaarding I en feit 2 van dagvaarding II. De rechtbank zal de verdachte daarom partieel vrijspreken van deze feiten.

Conclusie

Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van alle ten laste gelegde feiten, zoals hieronder bewezen wordt verklaard. De verdachte heeft deze feiten ook erkend. De rechtbank zal daarom volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage II de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen.

De rechtbank zal voor de feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

Dagvaarding I (09-245788-24)

1

hij in de periode van 4 juli 2024 tot en met 10 november 2024 in Nederland, met de navolgende personen:

- Zaak 4a: [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 (in de periode 22 september 2024 tot en met 10 november 2024),

- Zaak 9: [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 (in de periode 4 juli 2024 tot en met 4 oktober 2024)

die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet hadden bereikt,

een of meer seksuele handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die genoemde personen,

te weten

a. a) het tonen van de ontblote vagina door die [slachtoffer 1] en/of de ontblote, al dan niet stijve, penis door die [slachtoffer 2] ,

b) het betasten van de eigen (ontblote) anus en/of de eigen (ontblote) penis door die [slachtoffer 2] ,

c) het met de vinger penetreren van de eigen anus door die [slachtoffer 2] ,

e) het betasten van de penis van de 11-jarige [slachtoffer 3] door die [slachtoffer 1] ,

f) het pijpen van de 11-jarige [slachtoffer 3] door die [slachtoffer 1] en

g) het op beeld urineren door die [slachtoffer 2] ,

door

- via Snapchat en/of WhatsApp, seksueel geladen en/of prikkelende (video)chatgesprekken te voeren met genoemde personen en/of die videochatgesprekken vervolgens op te nemen en/of screenshots te maken van tijdens die (video)chatgesprekken gestuurde foto’s en/of video’s en/of

- via Snapchat en/of WhatsApp, schriftelijk en/of middels beeldbellen opdrachten te geven en genoemde personen te instrueren, al dan niet door middel van het uitleggen van de te verrichten voornoemde ontuchtige handelingen en/of

- genoemde personen foto’s en/of video’s te laten maken van zichzelf, terwijl die personen voornoemde ontuchtige handelingen verrichtten en/of

- genoemde personen ertoe te bewegen de door hun gemaakte foto’s en/of video’s naar hem, verdachte, te sturen;

2

hij in de periode van 24 februari 2024 tot en met 2 juli 2024 in Nederland, met de navolgende personen:

- Zaak 1: [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2011 (pleegperiode 10 mei 2024 tot en met 16 mei 2024),

- Zaak 30: [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2012 (pleegperiode 24 februari 2024 tot en met 3 april 2024) en

- Zaak 38: [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum 6] 2011 (pleegperiode 24 februari 2024 tot en met 2 juli 2024),

zijnde kinderen/personen die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren hadden bereikt, buiten echt, één of meer ontuchtige/seksuele handelingen heeft gepleegd/verricht, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van genoemde personen, te weten:

a. a) het tonen van ontblote billen en/of een ontblote (al dan niet stijve) penis door [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] ,

b) het betasten van de eigen anus en/of de eigen penis door die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] ,

c) het op beeld urineren door die [slachtoffer 5] ,

d) het masturberen en/of (vervolgens) ejaculeren door die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] ,

e) het aflikken van de (eigen) vingers met daarop voorvocht en/of sperma, althans een daarop gelijkende substantie door die [slachtoffer 4] en

f) het met (de) vinger(s) en/of een wattenstaafje penetreren van de eigen anus en/of de eigen penis en/of de eigen urinebuis door die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] ,

door

- via WhatsApp en/of Snapchat en/of Discord, seksueel geladen en/of prikkelende (video)chatgesprekken te voeren met genoemde personen en/of die videochatgesprekken vervolgens op te nemen en/of screenshots te maken van tijdens die (video)chatgesprekken gestuurde foto’s en/of video’s en/of

- via WhatsApp en/of Snapchat en/of Discord, schriftelijk en/of middels beeldbellen opdrachten te geven en/of genoemde personen te instrueren, al dan niet door middel van het toesturen van voorbeeldfoto’s en/of -video’s met betrekking tot het aannemen van één of meer (seksueel getinte) poses en/of het verrichten van voornoemde ontuchtige handelingen en/of

- één of meer genoemde personen foto’s en/of video’s te laten maken van zichzelf, terwijl die personen voornoemde ontuchtige handelingen verrichtten en/of

- één of meer genoemde personen te bewegen de door hun gemaakte foto’s en/of video’s naar hem, verdachte, te sturen;

3

hij in de periode van 24 februari 2024 tot en met 30 november 2024 in Nederland, met de navolgende personen:

- Zaak 2: [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedatum 7] 2012 (pleegdatum 15 mei 2024),

- Zaak 4: [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 8] 2013 (pleegperiode 22 september 2024 tot en met 10 november 2024),

- Zaak 7: [slachtoffer 8] , geboren op [geboortedatum 9] 2014 (pleegperiode 23 september 2024 tot en met 22 november 2024),

- Zaak 10: [slachtoffer 9] , geboren op [geboortedatum 10] 2013 (pleegperiode 2 mei 2024 tot en met 27 mei 2024),

- Zaak 12: [slachtoffer 10] , geboren op [geboortedatum 11] 2014 (pleegperiode 10 juli 2024 tot en met 30 juli 2024),

- Zaak 13: [slachtoffer 11] , geboren op [geboortedatum 12] 2012 (pleegperiode 22 september 2024 tot en met 27 november 2024),

- Zaak 14: [slachtoffer 12] , geboren op [geboortedatum 13] 2014 (pleegdatum 30 november 2024),

- Zaak 25: [slachtoffer 13] , geboren op [geboortedatum 14] 2015 (pleegperiode 11 november 2024 tot en met 16 november 2024),

- Zaak 26: [slachtoffer 14] , geboren op [geboortedatum 15] 2013 (pleegperiode 21 augustus 2024 tot en met 4 september 2024),

- Zaak 27: [slachtoffer 15] , geboren op [geboortedatum 16] 2013 (pleegperiode 20 oktober 2024 tot en met 12 november 2024),

- Zaak 35: [slachtoffer 16] , geboren op [geboortedatum 17] 2012 (pleegperiode 24 februari 2024 tot en met 29 april 2024) en/of

- Zaak 40: [slachtoffer 17] , geboren op [geboortedatum 18] 2013 (pleegperiode 1 juli 2024 tot en met 3 juli 2024),

die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had(den) bereikt,

en

- Zaak 3: [slachtoffer 18] , geboren op [geboortedatum 19] 2010 (pleegdatum 15 mei 2024),

- Zaak 5: [slachtoffer 19] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 (pleegperiode 16 april 2024 tot en met [geboortedatum 32] 2024),

- Zaak 6: [slachtoffer 20] , geboren op [geboortedatum 20] 2011 (pleegperiode 24 februari 2024 tot en met 29 juni 2024),

- Zaak 11: [slachtoffer 21] , geboren op [geboortedatum 21] 2012 (pleegperiode 24 februari 2024 tot en met 15 oktober 2024),

- Zaak 13: [slachtoffer 11] , geboren op [geboortedatum 12] 2012 (pleegperiode 28 november 2024 tot en met 30 november 2024),

- Zaak 15: [slachtoffer 22] , geboren op [geboortedatum 22] 2011 (pleegperiode 22 september 2024 tot en met 25 november 2024),

- Zaak 16: [slachtoffer 23] , geboren op [geboortedatum 23] 2010 (pleegperiode 27 mei 2024 tot en met 1 september 2024),

- Zaak 17: [slachtoffer 24] , geboren op [geboortedatum 24] 2010 (pleegperiode 27 mei 2024 tot en met 10 juli 2024),

- Zaak 18: [slachtoffer 25] , geboren op [geboortedatum 16] 2010 (pleegperiode 24 februari 2024 tot en met 6 juni 2024),

- Zaak 22: [slachtoffer 26] , geboren op [geboortedatum 25] 2010 (pleegperiode 24 februari 2024 tot en met 13 mei 2024),

- Zaak 23: [slachtoffer 27] , geboren op [geboortedatum 26] 2012 (pleegperiode 25 september 2024 tot en met 17 oktober 2024),

- Zaak 24: [slachtoffer 28] , geboren op [geboortedatum 27] 2010 (pleegperiode 8 oktober 2024 tot en met 21 oktober 2024),

- Zaak 29: [slachtoffer 29] , geboren op [geboortedatum 28] 2011 (pleegperiode 16 november 2024 tot en met 19 november 2024),

- Zaak 32: [slachtoffer 30] , geboren op [geboortedatum 29] 2009 (pleegperiode 24 februari 2024 tot en met 29 februari 2024),

- Zaak 34: [slachtoffer 31] , geboren op [geboortedatum 30] 2012 (pleegperiode 22 september 2024 tot en met 21 oktober 2024) en/of

- Zaak 39: [slachtoffer 32] , geboren op [geboortedatum 31] 2011 (pleegperiode 5 september 2024 tot en met 15 september 2024),

die toen wel de leeftijd van twaalf maar nog niet de leeftijd van zestien jaren hadden bereikt,

(buiten echt) één of meer ontuchtige en/of seksuele handelingen heeft gepleegd, te weten:

a. a) het tonen van (een gedeelte van) ontblote billen en/of een ontblote anus en/of een ontblote (al dan niet stijve) penis en/of een ontblote schaamstreek door die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 18] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 21] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 22] en [slachtoffer 23] en [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] en [slachtoffer 26] en [slachtoffer 27] en [slachtoffer 28] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15] en [slachtoffer 29] en [slachtoffer 30] en [slachtoffer 31] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 32] en [slachtoffer 17] ,

b) het betasten van de eigen anus en/of de eigen penis door die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 18]

en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 21] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 22] en [slachtoffer 23] en [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] en [slachtoffer 26] en [slachtoffer 27] en [slachtoffer 28] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15] en [slachtoffer 29] en [slachtoffer 31] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 32] en [slachtoffer 17] ,

c) het laten betasten van zijn penis door de 7-jarige [slachtoffer 1] door die [slachtoffer 3] ,

d) het zich laten pijpen door de 7-jarige [slachtoffer 1] door die [slachtoffer 3] ,

e) het op beeld urineren door die [slachtoffer 8] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 32] ,

f) het wrijven met een wattenstaafje over de eigen anus en/of de eikel door die [slachtoffer 27] en/of

g) het masturberen en/of (vervolgens) ejaculeren door die [slachtoffer 7] en [slachtoffer 18] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 21] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] en [slachtoffer 22] en [slachtoffer 23] en [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] en [slachtoffer 26] en [slachtoffer 27] en [slachtoffer 28] en [slachtoffer 13] en [slachtoffer 14] en [slachtoffer 15] en [slachtoffer 29] en [slachtoffer 31] en [slachtoffer 16] en [slachtoffer 32] ,

door:

- via WhatsApp en/of Snapchat en/of Discord, althans een soortgelijk medium, seksueel geladen en/of prikkelende (video)chatgesprekken te voeren met genoemde personen en/of die videochatgesprekken vervolgens op te nemen en/of screenshots te maken van tijdens die (video)chatgesprekken gestuurde foto’s en/of video’s en/of

- via WhatsApp en/of Snapchat en/of Discord, althans een soortgelijk medium, schriftelijk en/of middels beeldbellen opdrachten te geven en/of genoemde personen te instrueren, al dan niet door middel van het toesturen van voorbeeldfoto’s en/of -video’s met betrekking tot het aannemen van één of meer (seksueel getinte) poses en/of het verrichten van voornoemde ontuchtige handelingen en/of

- genoemde personen foto’s en/of video’s te laten maken van zichzelf, terwijl die personen voornoemde ontuchtige handelingen verrichtten en/of

- genoemde personen te bewegen de door hun gemaakte foto’s en/of video’s naar hem, verdachte, te sturen;

4

hij in de periode van 24 februari 2024 tot en met 30 november 2024 in Nederland,

telkens (in de periode van 24 februari 2024 tot en met 30 juni 2024) afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een telefoons en/of een computer, bevattende afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s, van (een) seksuele gedraging(en),

waarbij

- Zaak 1: [slachtoffer 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2011,

- Zaak 2: [slachtoffer 7] , geboren op [geboortedatum 7] 2012,

- Zaak 3: [slachtoffer 18] , geboren op [geboortedatum 19] 2010,

- Zaak 5: [slachtoffer 19] , geboren op [geboortedatum 2] 2011,

- Zaak 6: [slachtoffer 20] , geboren op [geboortedatum 20] 2011,

- Zaak 8: [slachtoffer 33] , geboren op [geboortedatum 32] 2013,

- Zaak 10: [slachtoffer 9] , geboren op [geboortedatum 10] 2013,

- Zaak 11: [slachtoffer 21] , geboren op [geboortedatum 21] 2012,

- Zaak 16: [slachtoffer 23] , geboren op [geboortedatum 23] 2010,

- Zaak 17: [slachtoffer 24] , geboren op [geboortedatum 24] 2010,

- Zaak 18: [slachtoffer 25] , geboren op [geboortedatum 16] 2010,

- Zaak 22: [slachtoffer 26] , geboren op [geboortedatum 25] 2010,

- Zaak 30: [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2012,

- Zaak 32: [slachtoffer 30] , geboren op [geboortedatum 29] 2009,

- Zaak 35: [slachtoffer 16] , geboren op [geboortedatum 17] 2012 en/of

- Zaak 38: [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum 6] 2011,

althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,

heeft

- verspreid (door het te versturen via social media, waaronder Whatsapp, Snapchat en/of Discord) in zaaknummers 1, 6, 8, 11, 18, 30, 32, 35, 38

- vervaardigd,

- verworven en

- in bezit gehad

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 november 2024)

visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking,

waarbij

- Zaak 4: [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 8] 2013,

- Zaak 4a: [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2016,

- Zaak 7: [slachtoffer 8] , geboren op [geboortedatum 9] 2014,

- Zaak 9: [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2015,

- Zaak 11: [slachtoffer 21] , geboren op [geboortedatum 21] 2012,

- Zaak 12: [slachtoffer 10] , geboren op [geboortedatum 11] 2014,

- Zaak 13: [slachtoffer 11] , geboren op [geboortedatum 12] 2012,

- Zaak 14: [slachtoffer 12] , geboren op [geboortedatum 13] 2014,

- Zaak 15: [slachtoffer 22] , geboren op [geboortedatum 22] 2011,

- Zaak 16: [slachtoffer 23] , geboren op [geboortedatum 23] 2010,

- Zaak 17: [slachtoffer 24] , geboren op [geboortedatum 24] 2010,

- Zaak 23: [slachtoffer 27] , geboren op [geboortedatum 26] 2012,

- Zaak 24: [slachtoffer 28] , geboren op [geboortedatum 27] 2010,

- Zaak 25: [slachtoffer 13] , geboren op [geboortedatum 14] 2015,

- Zaak 26: [slachtoffer 14] , geboren op [geboortedatum 15] 2013,

- Zaak 27: [slachtoffer 15] , geboren op [geboortedatum 16] 2013,

- Zaak 29: [slachtoffer 29] , geboren op [geboortedatum 28] 2011,

- Zaak 34: [slachtoffer 31] , geboren op [geboortedatum 30] 2012,

- Zaak 38: [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum 6] 2011,

- Zaak 39: [slachtoffer 32] , geboren op [geboortedatum 31] 2011 en/of

- Zaak 40: [slachtoffer 17] , geboren op [geboortedatum 18] 2013,

althans één of meer personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, heeft

- verspreid, in zaaknummers 4, 4A, 11, 12, 13, 27, 38

- vervaardigd,

- verworven en

- in bezit heeft gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - (telkens) bestonden uit:

( [slachtoffer 4] – Zaak 1)

het betasten en aftrekken van de eigen penis en vervolgens ejaculeren door die [slachtoffer 4]

(zie toonmap foto #01 t/m #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-19, p. 15-16 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 1)

en/of

het aflikken van de (eigen) vingers met daarop voorvocht en/of sperma door die [slachtoffer 4]

(zie toonmap foto #01 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-19, p. 15 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 1)

en/of

het penetreren en betasten van de eigen anus met een vinger door die [slachtoffer 4]

(zie toonmap foto #02 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-19, p. 16 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 1)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van die [slachtoffer 4] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 4] , nadrukkelijk de (ontblote) billen, al dan niet stijve, penis en/of anus (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01 t/m #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-19, p. 15 t/m 17 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 1)

en/of

het urineren en zich ontlasten door die [slachtoffer 4]

(zie toonmap foto #05 en #06 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-19, p. 17-18 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 1)

en

( [slachtoffer 7] – Zaak 2)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 7]

(zie toonmap foto #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-94, p. 17 van Aanvullend procesdossier Zaak 2)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 7] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 7] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #02, #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-94, p. 16-17 van Aanvullend procesdossier Zaak 2)

en

( [slachtoffer 18] – Zaak 3)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 18]

(zie toonmap foto #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-98, p. 4 van Aanvullend procesdossier Zaak 3)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 18] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 18] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-98, p. 4 van Aanvullend procesdossier Zaak 3)

en

( [slachtoffer 3] – Zaak 4)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 3] en/of door [slachtoffer 1] , die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(zie toonmap foto #02, #03, #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-87, p. 45-46, 47 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 4 & 4a

en/of

(zie toonmap foto #02 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-88, p. 58 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 4 & 4a)

en/of

het (laten) betasten en pijpen van de eigen penis van die [slachtoffer 3] door [slachtoffer 1] , die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,

(zie toonmap foto #03 en #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-88, p. 59 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 4 & 4a)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 3] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 3] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #02 t/m #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-87, p. 46 t/m 47 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 4 & 4a)

en/of

het urineren door die [slachtoffer 3]

(zie toonmap foto #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-87, p. 46 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 4 & 4a)

en

( [slachtoffer 1] – Zaak 4a)

het betasten en aftrekken van de penis van [slachtoffer 3] , die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt door [slachtoffer 1] ,

(zie toonmap foto #02 t/m #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-88, p. 58-59 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 4 & 4a)

en/of

het pijpen van de penis van [slachtoffer 3] , die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, door [slachtoffer 1] ,

(zie toonmap foto #03 en #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-88, p. 59 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 4 & 4a)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 1] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 1] , nadrukkelijk de (ontblote) vagina en/of schaamlippen zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-88, p. 59 van Aanvullend procesdossier Vervolg Zaak 4 & 4a)

en

( [slachtoffer 19] – Zaak 5)

het betasten van de eigen penis en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 19]

(zie toonmap foto #03 en #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-99, p. 15-16 van Aanvullend procesdossier Zaak 5)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 19] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 19] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar is/zijn (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-99, p. 16 van Aanvullend procesdossier Zaak 5)

en

( [slachtoffer 20] – Zaak 6)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 20]

(zie toonmap foto #04, proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-103, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 6)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 20] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 20] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #03 en #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-103 p. 16-17 Aanvullend procesdossier Zaak 6)

en

( [slachtoffer 8] – Zaak 7)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 8]

(zie toonmap foto #01 t/m #04 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-117 p. 16 t/m 18 Aanvullend procesdossier Zaak 7)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 8] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 8] , nadrukkelijk de (ontblote) billen, al dan niet stijve, penis en/of anus zichtbaar is/zijn en/of waarbij [slachtoffer 8] zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten (deels) van zijn kleding ontdoet, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01 t/m #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-117 p. 16 t/m 18 Aanvullend procesdossier Zaak 7)

en/of

het urineren door die [slachtoffer 8]

(zie toonmap foto #03 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-117 p. 17 Aanvullend procesdossier Zaak 7)

en

( [slachtoffer 33] – Zaak 8)

het betasten en aftrekken van de eigen penis en vervolgens ejaculeren door die [slachtoffer 33]

(zie toonmap #01 en #03 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-119, p. 15 en 17 aanvullend procesdossier Zaak 8)

en/of

het penetreren van de eigen penis en de eigen urinebuis en anus met een wattenstaafje en snoertje door die [slachtoffer 33]

(zie toonmap #02 en/of #04 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-119, p. 16-17 aanvullend procesdossier Zaak 8)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 33] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 33] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of anus zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap #04 en #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-119, p. 17-18 aanvullend procesdossier Zaak 8 )

en

( [slachtoffer 2] – Zaak 9)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 2]

(zie toonmap #04 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-122, p. 18 PV Zaak 9 )

en/of

het penetreren en betasten van de eigen anus met een vinger door die [slachtoffer 2]

(zie toonmap #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-122, p. 18 PV Zaak 9 )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 2] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 8] , nadrukkelijk de (ontblote) billen, al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar is/zijn en/of waarbij [slachtoffer 2] zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten (deels) van zijn kleding ontdoet, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap #02 t/m #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-122, p. 17-18 PV Zaak 9 )

het urineren door die [slachtoffer 2]

(zie toonmap #06 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-122, p. PV Zaak 9 )

en

( [slachtoffer 9] – Zaak 10)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 9]

(zie toonmap ##04, #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-129, p. 18 PV Zaak 10 )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 9] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 9] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar is/zijn en/of waarbij [slachtoffer 9] zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten (deels) van zijn kleding ontdoet, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap #01 t/m #03, #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-129, p. 16-17, 18 PV Zaak 10 )

en

( [slachtoffer 21] – Zaak 11)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 21]

(zie toonmap foto #01, 05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-137, p. 22 van PV zaak 11)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 21] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 21] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01 t/m #03 en #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-137, p. 21 en 22 van PV zaak 11)

en

( [slachtoffer 10] – Zaak 12)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 10]

(zie toonmap foto #01, #02 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-140, p. 13, 14 van PV Zaak 12)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 10] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 10] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-140, p. 15 van PV Zaak 12)

en/of

het urineren door die [slachtoffer 10]

(zie toonmap foto #03, #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-140, p. 14, 15 van PV Zaak 12)

en

( [slachtoffer 11] – Zaak 13)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 11]

(zie toonmap foto #01, #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-142, p. 19, 20 van PV Zaak 13)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 11] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 11] , nadrukkelijk de (ontblote), billen, al dan niet stijve, penis, balzak en/of anus zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #02, #04, #05, #06 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-142, p. 20, 21, 22 van PV Zaak 13)

en

( [slachtoffer 12] – Zaak 14)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 12]

(zie toonmap foto #01 t/m #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-144, p. 14-15 van PV Zaak 14)

en

( [slachtoffer 22] – Zaak 15)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 22]

(zie toonmap foto #05, #06 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-150 p. 23-24 PV Zaak 15)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 22] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 22] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01 t/m #06 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-150 p. 21 t/m 24 PV Zaak 15)

en

( [slachtoffer 23] – Zaak 16)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 23]

(zie toonmap foto #02 t/m #07 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-154 p. 26 t/m 28 PV Zaak 16)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 23] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 23] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01, #02, #04, #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-154 p. 25, 26, 27 PV Zaak 16)

en

( [slachtoffer 24] – Zaak 17)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 24]

(zie toonmap foto #01 t/m #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-163, p. 23 t/m 25 van Aanvullend procesdossier Zaak 17)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 24] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 24] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of het ontblote lichaam zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #05, #06 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-163, p. 25, 26 van Aanvullend procesdossier Zaak 17)

en

( [slachtoffer 25] – Zaak 18)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 25]

(zie toonmap #01, #02 en #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-206, p. 17-19, Aanvullend procesdossier Zaak 18)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 25] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 25] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #03 en #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-206, p. 18, Aanvullend procesdossier Zaak 18)

en

( [slachtoffer 26] – Zaak 22)

het betasten en aftrekken van de eigen penis en/of vervolgens ejaculeren door die [slachtoffer 26]

(zie toonmap foto #01 t/m #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-287, p. 14-15 )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 26] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 26] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01, van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-287, p. 14 Aanvullend procesdossier Zaak 22)

en

( [slachtoffer 27] – Zaak 23)

het aftrekken van de eigen penis en/of het met de hand/vinger(s) en/of met een wattenstaafje betasten van de eigen penis en/of de eigen anus door die [slachtoffer 27]

(zie toonmap foto #02, #03, #05, #06 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-182, p. 20, 21, 22 Aanvullend procesdossier Zaak 23)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 27] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 27] , nadrukkelijk de (gedeeltelijk) ontblote, al dan niet stijve, penis en/of zijn (gedeeltelijk) ontblote onderlichaam zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01, #02 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-182, p. 19, 20 Aanvullend procesdossier Zaak 23)

en/of

het urineren door die [slachtoffer 27]

(zie toonmap foto #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-182, p. 21 Aanvullend procesdossier Zaak 23)

en

( [slachtoffer 28] – Zaak 24)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 28]

(zie toonmap foto #01, #02 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-189, p. 19, 20 Aanvullend procesdossier Zaak 24)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 28] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 28] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of zijn ontblote onderlichaam zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #03 t/m #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-189, p. 20, 21 Aanvullend procesdossier Zaak 24)

en

( [slachtoffer 13] – Zaak 25)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 13]

(zie toonmap foto #01 t/m #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-190, p. 14, 15 Aanvullend procesdossier Zaak 25)

en/of

( [slachtoffer 14] – Zaak 26)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 14]

(zie toonmap foto #01 t/m #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-194, p. 14, 15 Aanvullend procesdossier Zaak 26)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 14] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 14] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-194, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 26)

en

( [slachtoffer 15] – Zaak 27)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 15]

(zie toonmap foto #01 t/m #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-195, p. 17, 18 Aanvullend procesdossier Zaak 27)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 15] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 15] , nadrukkelijk het (gedeeltelijk) ontblote onderlichaam zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-195, p. 18 Aanvullend procesdossier Zaak 27)

en

( [slachtoffer 29] – Zaak 29)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 29]

(zie toonmap foto #01, #02 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-199, p. 14 Aanvullend procesdossier Zaak 29)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 29] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 29] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-199, p. 15 Aanvullend procesdossier Zaak 29)

en

( [slachtoffer 5] – Zaak 30)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 5]

(zie toonmap foto #01, van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-202, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 30)

en/of

het penetreren van de eigen penis en/of de eigen urinebuis met een wattenstaafje door die [slachtoffer 5]

(zie toonmap foto #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-202, p. 17 Aanvullend procesdossier Zaak 30)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 5] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 5] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #04, van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-202, p. 17 Aanvullend procesdossier Zaak 30)

en/of

het urineren door die [slachtoffer 5]

(zie toonmap foto #02 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-202, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 30)

en

( [slachtoffer 30] – Zaak 32)

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 30] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 30] , nadrukkelijk de (ontblote) billen, (een gedeelte van) de (ontblote) al dan niet stijve, penis, balzak en/of schaamstreek zichtbaar is/zijn, of waarbij op lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01 t/m #05A van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-231, p. 19 t/m 21 Aanvullend procesdossier Zaak 32)

en

( [slachtoffer 31] – Zaak 34)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 31]

(zie foto #01 t/m #03C van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-240, p. 17, 18 Aanvullend procesdossier Zaak 34)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 31] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 31] , nadrukkelijk de, al dan niet ontblote, en/of al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie foto #02-#02D, #04, #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-240, p. 17, 18, 19 Aanvullend procesdossier Zaak 34)

en

( [slachtoffer 16] – Zaak 35)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 16]

(zie toonmap foto #02, #02A, #05 t/m #05B, #08, #08A van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-270, p. 20-21, 22, 23 Aanvullend procesdossier Zaak 35)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 16] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 16] , nadrukkelijk de (ontblote) billen en/of de, al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar zijn/is, of waarbij op het geslachtsdeel een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is en/of waarbij [slachtoffer 16] zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten (deels) van zijn kleding ontdoet, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01 t/m #03B, #04B t/m #04C, #06 t/m #08A van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-270, p. 20-21, 22-23 Aanvullend procesdossier Zaak 35)

en

( [slachtoffer 6] – Zaak 38)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 6] ,

(zie toonmap foto #02 t/m #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-289, p. 16-17 Aanvullend procesdossier Zaak 38)

en/of

het penetreren en betasten eigen anus met een vinger door die [slachtoffer 6] ,

(zie toonmap foto #06 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-289, p. 18 Aanvullend procesdossier Zaak 38)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 6] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 6] , nadrukkelijk de, al dan niet ontblote, en/of al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-289, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 38)

en

( [slachtoffer 32] – Zaak 39)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 32]

(zie toonmap foto #01, #02 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-288, p. 15 Aanvullend procesdossier Zaak 39)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 32] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 32] , nadrukkelijk de, al dan niet ontblote, en/of al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-288, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 39)

en/of

het urineren door die [slachtoffer 32]

(zie toonmap foto #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-288, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 39)

en

( [slachtoffer 17] – Zaak 40)

het betasten van de eigen penis door die [slachtoffer 17]

(zie toonmap foto #02 t/m #03B van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-302, p. 39 Aanvullend procesdossier Vervolgzaak 40)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 17] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 17] , nadrukkelijk de, al dan niet ontblote, en/of al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(zie toonmap foto #01, #01A, #04 t/m #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-302, p. 11, 39-40 Aanvullend procesdossier Vervolgzaak 40)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

Dagvaarding II (09-030680-26)

1hij in de periode van 19 november 2023 tot en met 23 februari 2024 in Nederland, met de navolgende personen,

- Zaak 8: [slachtoffer 33] , geboren op [geboortedatum 32] 2013 (in de periode 19 november 2023 tot en met 23 februari 2024) en- Zaak 30: [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2012 (in de periode 7 december 2023 tot en met 9 februari 2024),

die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet hadden bereikt,een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die voornoemde personen, te weten

a. a) het penetreren van de eigen penis en/of de eigen urinebuis en/of anus met een

wattenstaafje en/of een snoertje door die [slachtoffer 33] en [slachtoffer 5] ,b) het tonen en/of betasten, al dan niet met een wattenstaafje, van de eigen ontblote

penis door die [slachtoffer 33] en [slachtoffer 5] ,c) het masturberen door die [slachtoffer 33] en [slachtoffer 5] end) het op beeld urineren door die [slachtoffer 5] ,

door

- via Snapchat en/of Discord en/of WhatsApp, seksueel geladen en/of prikkelende (video)chatgesprekken te voeren met genoemde personen en die videochatgesprekken vervolgens op te nemen en/of screenshots te maken van tijdens die (video)chatgesprekken gestuurde foto’s en/of video’s en/of- via Snapchat en/of Discord en/of WhatsApp, schriftelijk en/of middels beeldbellen opdrachten te geven en genoemde personen te instrueren, al dan niet door middel van het uitleggen van de te verrichten voornoemde ontuchtige handelingen en/of- genoemde personen foto’s en/of video’s te laten maken van zichzelf, terwijl die personen voornoemde ontuchtige handelingen verrichtten en/of- genoemde personen ertoe te bewegen de door hun gemaakte foto’s en/of video’s naar hem, verdachte, te sturen;

2hij in de periode van 14 januari 2023 tot en met 23 februari 2024 in Nederland,met de navolgende personen:

- Zaak 21: [slachtoffer 34] , geboren op [geboortedatum 33] 2008 (pleegperiode 14 januari 2023 tot en met 12 september 2023),- Zaak 30: [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2012 (pleegperiode 10 februari 2024 tot en met 23 februari 2024) en/of

die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren hadden bereikt, buiten echt, één of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van genoemde personen, te weten:

a) het tonen van ontblote billen en/of een ontblote (al dan niet stijve) penis door

die [slachtoffer 34] en [slachtoffer 5] ,b) het betasten van de eigen anus en/of de eigen penis door die [slachtoffer 34] en [slachtoffer 5] ,c) het op beeld urineren door die [slachtoffer 5] ,d) het masturberen en/of (vervolgens) ejaculeren door die [slachtoffer 34] en [slachtoffer 5] en e) het met (de) vinger(s) en/of een wattenstaafje penetreren van de eigen anus en/of de eigen penis en/of de eigen urinebuis door die [slachtoffer 34] en [slachtoffer 5] ,

door

- via WhatsApp en/of Snapchat en/of Discord, seksueel geladen en/of prikkelende (video)chatgesprekken te voeren met genoemde personen en die videochatgesprekken vervolgens op te nemen en/of screenshots te maken van tijdens die (video)chatgesprekken gestuurde foto’s en/of video’s en/of - via WhatsApp en/of Snapchat en/of Discord, schriftelijk en/of middels beeldbellen opdrachten te geven en genoemde personen te instrueren, al dan niet door middel van het toesturen van voorbeeldfoto’s en/of -video’s met betrekking tot het aannemen van één of meer (seksueel getinte) poses en/of het verrichten van voornoemde ontuchtige handelingen en/of- genoemde personen foto’s en/of video’s te laten maken van zichzelf, terwijl die personen voornoemde ontuchtige handelingen verrichtten en/of- genoemde personen te bewegen de door hun gemaakte foto’s en/of video’s naar hem, verdachte, te sturen;

3hij in de periode van 27 februari 2022 tot en met 23 februari 2024 in Nederland, telkens afbeeldingen en gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten telefoons en een computer, bevattende afbeeldingen, te weten foto’s en video’s, van seksuele gedragingen, waarbij

- Zaak 6: [slachtoffer 20] , geboren op [geboortedatum 20] 2011,- Zaak 8: [slachtoffer 33] , geboren op [geboortedatum 32] 2013,- Zaak 11: [slachtoffer 21] , geboren op [geboortedatum 21] 2012,- Zaak 18: [slachtoffer 25] , geboren op [geboortedatum 16] 2010,- Zaak 21: [slachtoffer 34] , geboren op [geboortedatum 33] 2008,- Zaak 22: [slachtoffer 26] , geboren op [geboortedatum 25] 2010,- Zaak 30: [slachtoffer 5] , geboren op [geboortedatum 5] 2012- Zaak 32: [slachtoffer 30] , geboren op [geboortedatum 29] 2009,- Zaak 35: [slachtoffer 16] , geboren op [geboortedatum 17] 2012 en/of- Zaak 38: [slachtoffer 6] , geboren op [geboortedatum 6] 2011

althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft

verspreid (door het te versturen via social media, waaronder Whatsapp, Snapchat en/of Discord), vervaardigd,verworvenin bezit gehad,

welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

( [slachtoffer 20] – Zaak 6)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 20] (zie toonmap foto #04, proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-103, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 6)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 20] , waarbij door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van [slachtoffer 20] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(zie toonmap foto #03 en #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-103 p. 16-17 Aanvullend procesdossier Zaak 6)

en

( [slachtoffer 33] – Zaak 8)

het betasten en aftrekken van de eigen penis en/of vervolgens ejaculeren door die [slachtoffer 33](zie toonmap #01 en #03 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-119, p. 15 en 17 aanvullend procesdossier Zaak 8)

en/of

het penetreren van de eigen penis en/of de eigen urinebuis en/of anus met een wattenstaafje en/of snoertje door die [slachtoffer 33](zie toonmap #02 en/of #04 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-119, p. 16-17 aanvullend procesdossier Zaak 8)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 33] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 33] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of anus zichtbaar is/zijn (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(zie toonmap #04 en #05 proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-119, p. 17-18 aanvullend procesdossier Zaak 8 )

en

( [verdachte] – Zaak 11)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [verdachte](zie toonmap foto #01, 05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-137, p.22 van PV zaak 11)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [verdachte] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [verdachte] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(zie toonmap foto #01 t/m #03 en #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-137, p. 21 en 22 van PV zaak 11)

en

( [slachtoffer 25] – Zaak 18)

het betasten en aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 25](zie toonmap #01, #02 en #05 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-206, p. 17-19, Aanvullend procesdossier Zaak 18)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 25] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 25] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar is/zijn, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(zie toonmap foto #03 en #04 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-206, p. 18, Aanvullend procesdossier Zaak 18)

en

( [slachtoffer 34] – Zaak 21)

het betasten en/of aftrekken van de eigen penis en/of de penis van een derde die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of vervolgens ejaculeren penis door die [slachtoffer 34] en/of het aftrekken van de penis van die [slachtoffer 34] door die derde,(zie toonmap foto #02, t/m #06C, #09 en #09A van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-280, p. 27 t/m 29, 30, Aanvullend procesdossier Zaak 21)

en/of

het penetreren en/of betasten van de anus met een of meer vinger(s) door die [slachtoffer 34](zie toonmap foto #05 t/m #06C van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-280, p. 28-29 , Aanvullend procesdossier Zaak 21)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 34] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 34] , nadrukkelijk de (ontblote) billen en/of de, al dan niet stijve, penis, balzak en/of anus zichtbaar is/zijn, en/of waarbij op zijn lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaarseksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (zie toonmap foto #01 en #06 t/m #08A van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-280, p. 26, 29-30, Aanvullend procesdossier Zaak 21)

en/of

( [slachtoffer 26] – Zaak 22)

het betasten en/of aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 26] (zie toonmap foto #01 t/m #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-287, p. 14-15 )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 26] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 26] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(zie toonmap foto #01, van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-287, p. 14 Aanvullend procesdossier Zaak 22)

en/of

( [slachtoffer 5] – Zaak 30)

het betasten en/of aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 5](zie toonmap foto #01, van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-202, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 30)

en/of

het penetreren van de eigen penis en/of de eigen urinebuis met een wattenstaafje door die [slachtoffer 5](zie toonmap foto #03 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-202, p. 17 Aanvullend procesdossier Zaak 30)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 5] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 5] , nadrukkelijk de (ontblote), al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(zie toonmap foto #04, van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-202, p. 17 Aanvullend procesdossier Zaak 30)

en/of

het urineren door die [slachtoffer 5] (zie toonmap foto #02 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-202, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 30)

en/of

( [slachtoffer 30] – Zaak 32)

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 30] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 30] , nadrukkelijk de (ontblote) billen, (een gedeelte van) de (ontblote) al dan niet stijve, penis, balzak en/of schaamstreek zichtbaar is/zijn, of waarbij op lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(zie toonmap foto #01 t/m #05A van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-231, p. 19 t/m 21 Aanvullend procesdossier Zaak 32)

en/of

( [slachtoffer 16] – Zaak 35)

het betasten en/of aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 16](zie toonmap foto #02, #02A, #05 t/m #05B, #08, #08A van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-270, p. 20-21, 22, 23 Aanvullend procesdossier Zaak 35)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 16] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 16] , nadrukkelijk de (ontblote) billen en/of de, al dan niet stijve, penis en/of balzak zichtbaar zijn/is, of waarbij op het geslachtsdeel een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is en/of waarbij [slachtoffer 16] zich (vervolgens) in opeenvolgendeafbeeldingen/filmfragmenten (deels) van zijn kleding ontdoet, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(zie toonmap foto #01 t/m #03B, #04B t/m #04C, #06 t/m #08A van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-270, p. 20-21, 22-23 Aanvullend procesdossier Zaak 35)

en/of

( [slachtoffer 6] – Zaak 38)

het betasten en/of aftrekken van de eigen penis door die [slachtoffer 6] , (zie toonmap foto #02 t/m #05 van proces-verbaal van bevindingenDHRBD24013-289, p. 16-17 Aanvullend procesdossier Zaak 38)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van/door die [slachtoffer 6] , waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van [slachtoffer 6] , nadrukkelijk de, al dan niet ontblote, en/of al dan niet stijve, penis zichtbaar is, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling(zie toonmap foto #01 van proces-verbaal van bevindingen DHRBD24013-289, p. 16 Aanvullend procesdossier Zaak 38)

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of typefouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De op te leggen straf en maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte, ten aanzien van parketnummer

09-030680-26, wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van zes maanden.

Ten aanzien van parketnummer 09-245788-24 heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en dat daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) met dwangverpleging voor ongemaximeerde duur wordt opgelegd. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan de verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) als bedoeld in artikel 38z Sr wordt opgelegd, zoals door de reclassering is geadviseerd. Ook heeft de officier van justitie oplegging van een contact- en locatieverbod gevorderd in de vorm van de maatregel van 38v Sr voor de duur van vijf jaren en verzocht deze dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om bij een veroordeling voor één van de feiten van dagvaarding II het jeugdstrafrecht toe te passen en dit deel te benutten voor het opleggen van een straf volgens het jeugdstrafrecht. Ten aanzien van een veroordeling voor één van de feiten van dagvaarding I heeft de verdediging verzocht om het volwassenenstrafrecht toe te passen en dit deel te benutten voor het opleggen van een tbs-maatregel met voorwaarden.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit de rapportages en tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten De verdachte heeft zich in een periode van bijna drie jaar schuldig gemaakt aan het seksueel misbruik van 35 kinderen waarvan 34 jongens en 1 meisje. Bij een aantal van hen is er ook sprake geweest van seksueel binnendringen. Daarnaast heeft de verdachte van deze kinderen kinderpornografisch materiaal vervaardigd, verworven en verkregen en in een aantal gevallen ook verspreid. De manier waarop de verdachte deze strafbare feiten heeft gepleegd is planmatig en geraffineerd geweest. De verdachte begon het contact met de kinderen door het spelen van online videogames, zoals Farming, Roblox, GTA en Minecraft. In deze games kan er met andere spelers worden gechat. De verdachte sprak verschillende kinderen in deze online game-omgeving aan en keek wie er reageerde. Wanneer er een gesprek in de chat plaatsvond, trachtte hij vervolgens één-op één contact met het kind te krijgen via Snapchat, WhatsApp of Discord. Gedurende dit proces probeerde de verdachte vertrouwen te winnen. Op een gegeven moment peilde de verdachte hoe de kinderen reageerden op seksueel getinte vragen, grapjes of opmerkingen. Hierin verlegde hij steeds grenzen met uiteindelijk het verzoek tot het sturen van seksueel beeldmateriaal (foto’s en/of filmpjes). Wanneer hij eenmaal een kind zover had gekregen dat deze beeldmateriaal stuurde wilde de verdachte steeds meer. De verdachte heeft de kinderen ertoe aangezet seksuele handelingen bij zichzelf te verrichten, waaronder in een aantal gevallen ook het seksueel binnendringen bij zichzelf al dan niet met voorwerpen. In één zaak heeft de verdachte een jonge jongen er toe aangezet om verregaande seksuele handelingen met zijn zeer jonge zusje te plegen.

Het spreekt voor zich dat dit zeer ernstige feiten zijn, waarbij de verdachte op geen enkele manier rekening heeft gehouden met de gevoelens van en de gevolgen voor de kinderen. Dit gebrek aan inleving in de slachtoffers blijkt onder andere uit de omstandigheid dat de verdachte, na een schorsing van zijn voorlopige hechtenis, is doorgegaan met deze feiten.

De kinderen moesten de handelingen ook vastleggen en online met de verdachte delen. Sommige kinderen kregen van de verdachte hiervoor een beloning in de vorm van tegoeden voor aankopen in games of accessoires die hij had verdiend in de gespeelde games. Ook heeft de verdachte kleine geldbedragen overgemaakt naar rekeningen van sommige kinderen. Van het beeldmaterieel heeft de verdachte ook geheime opnames gemaakt, zodat hij het beeldmateriaal kon bewaren en ook naar anderen kon versturen. Hoewel de verdachte heeft aangegeven dat hij deze beelden niet gedeeld heeft met anderen dan de kinderen zelf, is absolute zekerheid daarover niet te geven. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van het verspreiden van naaktbeelden vaak jaren later nog geconfronteerd kunnen worden met dergelijke beelden. Dit is een grote en voortdurende inbreuk op hun privacy van de ernstigste soort, vooral omdat deze beelden zelden van het internet verdwijnen.

Uit de verklaringen van enkele van de kinderen, die zich in de dossiers bevinden, maar met name uit de slachtofferverklaringen van een aantal ouders van de kinderen, volgt hoeveel impact het handelen van de verdachte op de kinderen en hun ouders heeft gehad en nog steeds heeft. Er is sprake van veel verdriet binnen de gezinnen van de slachtoffers. De kinderen ervaren gevoelens van een inbreuk op hun lichamelijke integriteit, onveiligheid, schaamte en hebben moeite met mensen te vertrouwen. De verdachte heeft door zijn handelen dat enkel en alleen was gericht op bevrediging van zijn eigen seksuele verlangens, de kinderen aanzienlijk beschadigd.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 6 februari 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dit heeft verder geen invloed op de strafoplegging, omdat een blanco strafblad het uitgangspunt is.

Persoon van de verdachte

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de volgende rapporten en adviezen die over de verdachte zijn opgesteld:

het Pro Justitia psychiatrisch rapport van de kinder- en jeugdpsychiater drs. [naam 1] van 5 maart 2025;

het aanvullend Pro Justitia psychiatrisch rapport van de kinder- en jeugdpsychiater drs. [naam 1] van 24 februari 2026;

het Pro Justitia psychologisch rapport van GZ-psycholoog [naam 2] van 9 maart 2025;

het aanvullend Pro Justitia psychologisch rapport van GZ-psycholoog [naam 2] van 24 februari 2026;

het advies van GGZ Fivoor van 20 mei 2025.

De rapporten zijn uitgebracht ten aanzien van dagvaarding I, die ziet op de periode dat de verdachte al meerderjarig was. De bevindingen uit deze rapporten en de mondelinge toelichting die daarop door de psychiater, de psycholoog en de reclasseringswerker ter zitting is gegeven worden hierna, voor zover van belang, besproken.

Psychiatrisch rapport

De verdachte is bekend met een genetisch aandoening, een autismespectrumstoornis, een pedofiele stoornis (waarbij hij seksueel aangetrokken is tot pre-puberale jongens) en (volgens de psychiater) een ongespecificeerde persoonlijkheidsstoornis. De autismespectrumstoornis en de pedofiele stoornis bepalen zeer sterk het (seksuele) gedrag van de verdachte. De verdachte heeft wel besef van het wederrechtelijke karakter van het hebben van seksueel contact met jonge jongens. Ook heeft hij besef van het feit dat er voor seksuele handelingen wederzijds instemming moet zijn en dat te jonge partners niet in staat zijn tot deze instemming en mogelijk beschadigd worden wanneer seksuele handelingen gebeuren die ze nog niet aan kunnen. Echter, onder invloed van de stoornissen kan hij bijna geen weerstand bieden tegen zijn behoeften. Alles overwegende is het advies om de verdachte het ten laste gelegde gedrag in een sterk verminderde mate toe te rekenen vanwege de zeer sterke doorwerking van de stoornissen in de strafbare feiten.

Met wat bekend is geworden over de omvang van de feiten (het gaat om veel kinderen en veel beeldmateriaal) is de klinische inschatting van het recidiverisico hoog. De verdachte zal moeten leren omgaan met de beperkingen die zijn autismespectrumstoornis hem oplegt en hij zal zijn seksuele voorkeur moeten zien te beheersen. Hij zal veel psycho-educatie over de autismespectrumstoornis en over de pedofiele stoornis nodig hebben en zal zich deze kennis verstandelijk en emotioneel eigen moeten maken om zijn gedrag te kunnen veranderen.

Tijdens het ten laste gelegde was de verdachte tussen de 16 en de 19 jaar en hij is als achterlopend in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling te kenschetsen. Dat wordt bepaald door zijn stoornis en is niet een gevolg van een tekort schietende pedagogische benadering in het verleden en dit zal dan ook niet verbeteren door verdere uitrijping. De verdachte zal niet profiteren van een groepsgerichte pedagogische benadering in een JJI. De stoornis heeft een specifieke individueel gerichte behandeling en begeleiding nodig, die beter geboden kan worden in het volwassenencircuit. Dit alles maakt dat de verdachte (voor wat betreft dagvaarding I) volgens het volwassenenstrafrecht beoordeeld moet worden. De behandeling van de verdachte moet in een klinische omgeving beginnen. In het eerste rapport heeft de psychiater geadviseerd tot opleggen van een tbs-maatregel met voorwaarden. De verdachte was bereid om aan alles mee te werken en leek onder de indruk van de justitiële consequenties en wat hij geleerd had over hoe de kinderen zijn gedrag ervaren hadden. Gegeven wat nu bekend is geworden, waardoor ook het recidiverisico nog hoger ingeschat moet worden, is de psychiater nu van mening dat een tbs-maatregel met voorwaarden onvoldoende is voor het risicomanagement en dat strikte controle van gegevensdragers noodzakelijk is. Dit betekent dat de psychiater adviseert tot een tbs-maatregel met dwangverpleging.

Ter zitting heeft de psychiater nog benadrukt dat de pedofiele stoornis en de autismespectrumstoornis van de verdachte in de kern moeilijk te beïnvloeden zijn. De pedofilie zit verankerd in de verdachte en is – net als de autismespectrumstoornis – onderdeel van hem. Behandeling zal langdurig moeten zijn zodat andere gedragspatronen zich gaan inslijpen. De verdachte heeft een duidelijke voorkeur voor jongens in de pre-puberale fase, dan wel de puberale fase. Het is niet te verwachten dat dat zal gaan veranderen, hoe zeer de verdachte ook zegt dat te willen.

Psychologisch rapport

Naast de pedofiele stoornis en de autismespectrumstoornis is bij de verdachte sprake van een disharmonisch intelligentieprofiel. Zijn sterke verbaal begrip en perceptueel redeneren kunnen zijn relatieve onvermogen om informatie te verwerken maskeren, waardoor bijvoorbeeld uitleg niet altijd beklijft. Op het gebied van ego-ontwikkeling komt de verdachte lager uit dan zijn kalenderleeftijd. De verdachte is vanuit zijn autismespectrumproblematiek onvoldoende in staat om affectieve wederkerige relaties aan te gaan. Hij heeft onvoldoende vaardigheden om eigen en andermans gedrag waar te nemen en te interpreteren in termen van gevoelens, gedachten, bedoelingen en verlangens. De verdachte heeft tot op heden moeite met het overzien van de daadwerkelijke gevolgen voor de slachtoffers en de schade die hij hen heeft berokkend. Hij zet zijn eigen behoeften voorop. De psycholoog is van mening dat de seksuele voorkeur van de verdachte tot op heden verweven is met de persoon die hij is. Niet alleen de pedofiele stoornis geeft een verklaring voor het gedrag van de verdachte. De autismespectrumstoornis speelt hierin eveneens een rol. Het proces van contactleggen bouwt de verdachte zorgvuldig op en er kan gelet hierop dan ook gesproken worden van grooming. De grooming is sterk verweven met cognitieve planning; het zoeken naar seksuele opwinding met als hoogst haalbare doel voor de verdachte het gezamenlijk met een kind masturberen. De verdachte is zich ervan bewust dat zijn seksuele voorkeur niet maatschappelijk geaccepteerd wordt. Hij wist wat de mogelijke consequentie zou kunnen zijn wanneer duidelijk werd waar hij mee bezig was. De verdachte had dus besef van het wederrechtelijke van zijn handelen. De autismespectrumstoornis heeft doorgewerkt in het ten laste gelegde, indien bewezen, maar de pedofiele stoornis waarbij de verdachte handelde vanuit lust, heeft de doorslag gegeven. Er wordt zodoende geadviseerd de tenlastegelegde feiten, indien bewezen geacht, in een sterk verminderde mate toe te rekenen aan de verdachte.

De verdachte is al meermaals beticht van seksueel grensoverschrijdend gedrag naar minderjarige jongens en er zijn meerdere meldingen gedaan bij de politie. Daarnaast heeft de verdachte gedurende zijn schorsing zijn voorwaarden geschonden en opnieuw beeldmateriaal verkregen. De verdachte blijkt nog veel meer tijd besteed te hebben aan de grooming van jonge jongens en het verkrijgen van kinderpornografisch materiaal dan ten tijde van het opmaken van de eerste rapportage bekend was. Dit draagt bij aan een verhoging van de risico-inschatting. Het recidiverisico van de verdachte op het plegen van een seksueel delict wordt vooralsnog op hoog geschat. Vanuit de risicotaxatie blijkt dat verplichte forensische behandeling geïndiceerd is gezien het hoge seksuele recidiverisico. Gelet op dit hoge recidiverisico, in combinatie met de complexiteit van de problematiek van de verdachte, is intensieve en langdurige behandeling aan te raden. Voor het risicomanagement wordt het beveiligingsniveau van een FPC als noodzakelijk beschouwd. De verdachte heeft een behandelplek nodig met duidelijkheid en structuur, waarbij hij geleidelijk aan meer verantwoordelijkheid kan krijgen. Er is aandacht nodig voor duidelijke uitleg en afspraken en er moet psycho-educatie over zowel zijn autismespectrumstoornis als zijn pedofiele stoornis gegeven worden.

Een gezinsgerichte aanpak binnen de hulpverlening is niet meer wenselijk. Het is gebleken dat pedagogische beïnvloeding onvoldoende effect heeft gesorteerd. De psycholoog is van mening dat de verdachte niet meer kan profiteren van het groepsklimaat binnen een justitiële jeugdinrichting. Daarnaast kan hij niet meer in het gezin van herkomst terugkeren. Hoewel op basis van zijn kwetsbaarheid gedacht zou kunnen worden aan het jeugdstrafrecht, zijn het niet haalbare van pedagogische beïnvloeding en daarbij de pedofiele stoornis sterke argumenten om te adviseren om het volwassenenstrafrecht toe te passen. De verdachte is, gelet op zijn stoornis, veel meer gebaat bij een behandeling binnen het volwassenenstrafrecht. Er is bij de verdachte sprake van een stoornis die op de voorgrond staat en die een specifieke behandeling en toezicht vereist. Er is een laag risico op de ontwikkeling van een criminele levensstijl, maar er is wel een hoog recidiverisico voor seksueel grensoverschrijdend gedrag vanwege zijn seksuele voorkeur, gerelateerd aan de stoornis. Omdat de problematiek dermate ernstig en complex is dat er behandeling noodzakelijk is die zich uitstrekt tot (meerdere jaren) in de volwassenheid, terwijl hiervoor niet per sé een pedagogisch klimaat nodig is, wordt de rechtbank aanbevolen het volwassenenstrafrecht toe te passen. Gezien de ernst van de tenlastegelegde feiten, de ernstige, langdurige en complexe problematiek, het hoge recidiverisico en aangezien eerdere ambulante behandeling niet slaagde, wordt geadviseerd een klinische behandeling als bovenstaande op te leggen in een tbs-kader. Een tbs-maatregel met voorwaarden werd eerder door de psycholoog haalbaar geacht. Echter, de frequentie en intensiteit van het delictgedrag blijkt sterker te zijn dan ten tijde van dat eerdere advies bekend was, en het is zorgelijk dat de verdachte gedurende zijn schorsing zijn gedrag heeft voortgezet. Er is sprake van een chronisch en diepgaand verankerd patroon. Daarom wordt nu geadviseerd de maatregel van tbs met verpleging van overheidswege op te leggen.

Ter zitting heeft de psycholoog herhaald dat een tbs-maatregel met voorwaarden onvoldoende zal zijn om het recidiverisico te verlagen. Een tbs-maatregel met voorwaarden is sneller gericht op resocialisatie en er is minder controle op de verdachte en zijn (online) gedrag mogelijk. De problematiek van de verdachte is in hem verankerd waardoor langdurige behandeling nodig is. De psycholoog handhaaft daarom haar advies tot het opleggen van een tbs-maatregel met dwangverpleging.

Reclassering

De reclassering acht behandeling binnen het kader van een tbs-maatregel met voorwaarden onvoldoende toereikend omdat het onvoldoende mogelijkheden biedt om het recidiverisico te verminderen. De complexe problematiek van de verdachte en het hoge risico op overvraging en overschatting, vereist langdurige monitoring, behandeling, begeleiding, sturing en motivering binnen een strikt kader zonder tijdsdruk. Het kader van tbs met voorwaarden heeft een sterk resocialiserend karkater, waarbij vanuit behandelperspectief binnen afzienbare tijd resultaat en gedragsverandering verwacht wordt. De deskundige van de reclassering heeft ter zitting het advies gehandhaafd om de verdachte een tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen.

Toerekeningsvatbaarheid

De rechtbank is van oordeel dat de adviezen van de psycholoog en de psychiater goed onderbouwd zijn en dat hun conclusies voor wat betreft de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte wordt gedragen door hun bevindingen. De rechtbank zal gelet daarop de feiten in sterk verminderde mate aan de verdachte toerekenen.

De op te leggen straf en maatregelen

Toepassing volwassenenstrafrecht

De verdachte was ten tijde van de tenlastegelegde feiten deels minderjarig (dagvaarding II) en deels meerderjarig (dagvaarding I). Artikel 495 lid 4 Sv maakt het voor de rechtbank mogelijk om kennis te nemen van alle feiten, zowel gepleegd voor als na de leeftijd van achttien jaar. Volgens lid 5 dient dan wel een keuze gemaakt te worden voor het toe te passen sanctiestelsel. De hoofdregel bij berechting na het bereiken van de achttienjarige leeftijd is dat berechting volgt volgens het volwassenenstrafrecht. De rechtbank ziet geen reden van deze hoofdregel af te wijken. Er zijn juist argumenten om het volwassenenstrafrecht toe te passen gelet op de adviezen van de deskundigen. Gelet op de persoon van de verdachte en de hierboven beschreven problematiek zal de rechtbank – met toepassing van artikel 77b Sr – ook het volwassenenstrafrecht toepassen voor de feiten die door de verdachte als minderjarige zijn gepleegd. De verdachte zal daarom voor alle feiten worden berecht op grond van het volwassenenstrafrecht met het daarbij behorende sanctiestelsel.

Tbs-maatregel

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundigen met betrekking tot de stoornissen en het recidiverisico van de verdachte over. Met de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat er een hoog risico bestaat dat de verdachte bij een ongewijzigde situatie en zonder adequate behandeling, recidiveert. Om dit te voorkomen is het noodzakelijk dat de verdachte langdurig en klinisch wordt behandeld. Een tbs-maatregel met voorwaarden wordt daarvoor onvoldoende toereikend geacht. Ook in dit opzicht vindt de rechtbank de adviezen van de deskundigen en de inzichten van de reclassering voldoende onderbouwd. De autismespectrumstoornis en de pedofiele stoornis zitten zeer sterk verankerd in de verdachte. Naar verwachting zal de behandeling van de verdachte, om te leren omgaan met de beperkingen vanuit zijn stoornissen en niet te handelen naar de uit zijn stoornissen voortkomende behoeften, langdurig moeten zijn. Daar komt nog bij dat ambulante behandeling tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis recidive niet heeft kunnen voorkomen. De rechtbank acht daarom oplegging van de tbs-maatregel met dwangverpleging noodzakelijk, omdat zij van oordeel is dat alleen binnen dat kader adequate behandeling voor de problematiek van de verdachte kan worden geboden.

Aan de voorwaarden voor het opleggen van de tbs-maatregel met dwangverpleging (artikel 37a Sr en artikel 37b Sr) is voldaan. Tijdens het begaan van de feiten bestond bij de verdachte een ziekelijke stoornis van de geestvermogens, zoals door de deskundigen is beschreven. De door de verdachte begane feiten zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Voorts eisen de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van deze maatregel. De duur van de maatregel is niet gemaximeerd nu de feiten zijn gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam.

Gevangenisstraf

De rechtbank is van oordeel dat naast de opgelegde maatregel, gelet op het grote aantal slachtoffers, hun jonge leeftijd, de aard en ernst van de strafbare feiten, de omstandigheden en de langdurige periode waarin deze zijn gepleegd, niet anders kan worden gereageerd dan met oplegging van een vrijheidsbenemende straf. De rechtbank heeft voor het bepalen van de duur van de gevangenisstraf gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

De rechtbank zal een iets lagere straf opleggen dan is gevorderd door de officier van justitie, omdat de rechtbank in strafmatigende zin rekening houdt met de sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte. Daarnaast weegt de rechtbank ook de jonge leeftijd van de verdachte mee, nu de feiten zijn begaan tussen de zestien- en achttienjarige leeftijd. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaren moet worden opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte al in voorlopige hechtenis heeft gezeten.

De tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

Vrijheidsbeperkende maatregel (38v-maatregel)

Ter bescherming van de slachtoffers zal de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr opleggen en bevelen dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opneemt met de kinderen. De rechtbank legt deze vrijheidsbeperkende maatregel op voor de duur van vijf jaren. Voor iedere keer dat de verdachte deze maatregel overtreedt, zal vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van één maand, met een maximum van zes maanden.

Door de deskundigen is het recidiverisico op hoog ingeschat. De rechtbank is daarom van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen en zich belastend zal gedragen tegen bepaalde personen. Daarom beveelt de rechtbank dat de vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

De rechtbank ziet geen mogelijkheid om – naast het algemene contactverbod – ook een locatieverbod op te leggen. In het kader van de bescherming van de privacy van de kinderen zijn de woonplaatsen van de kinderen niet opgenomen in het strafdossier. De rechtbank kan daarom geen locaties koppelen aan een verbod. Een locatieverbod zonder plaatsbepaling is niet mogelijk en ook niet uitvoerbaar.

Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (38z-maatregel)

De rechtbank legt ten slotte aan de verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM) op in de zin van artikel 38z Sr. De rechtbank is van oordeel dat het van groot belang is dat recidive wordt voorkomen. Oplegging van een GVM kan hier een bijdrage aan leveren. De rechtbank overweegt dat ondanks dat een behandeling in het kader van een tbs-maatregel succesvol kan worden doorlopen, het op basis van de gestelde stoornissen van belang is dat tegen het einde van de tbs-maatregel opnieuw wordt bekeken wat er op dat moment nodig is in het kader van risicomanagement. De problematiek van de verdachte maakt immers dat ook na een behandeling nog sprake zal zijn van de vastgestelde stoornissen.

Deze maatregel houdt in dat de verdachte zich na de tbs-maatregel aan vrijheidsbeperkende en gedragsbeïnvloedende maatregelen moet houden. De verdachte zal daarbij onder langdurig toezicht staan van de reclassering, zodat het risico op herhaling wordt geminimaliseerd. Aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van deze maatregel is voldaan, aangezien de tbs-maatregel wordt gelast en de oplegging van de maatregel naar het oordeel van de rechtbank in het belang is van de bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen. De beoordeling van de noodzaak tot tenuitvoerlegging van die maatregel en het eventuele bepalen van specifieke voorwaarden zal in de laatste fase van de executie van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden plaatsvinden. Een risicotaxatie van het dan aanwezige recidivegevaar dient in het kader van die beoordeling plaats te vinden.

8. De vorderingen van de benadeelde partijen

Als benadeelde partij hebben zich de volgende personen, vertegenwoordigd door een ouder en al dan niet via een advocaat, in het geding gevoegd:

- [slachtoffer 4] (zaak 1) ter zake van dagvaarding I feiten 2 en 4. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 7] (zaak 2) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4;

- [slachtoffer 3] (zaak 4) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 49.750,-, waarvan € 17.750,- aan materiële schade en € 32.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 1] (zaak 4a) ter zake van dagvaarding I feiten 1 en 4. Zij vordert een bedrag van € 32.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 8] (zaak 7) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4). Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 33] (zaak 8) ter zake van dagvaarding I feiten 1 en 4 en dagvaarding II feiten 1 en 3;

- [slachtoffer 2] (zaak 9) ter zake van dagvaarding I feiten 1 en 4. Hij vordert een bedrag een bedrag van € 107.000,-, waarvan € 7.000,- aan immateriële schade en

€ 100.000,- aan voorschot;

- [slachtoffer 9] (zaak 10) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 21] (zaak 11) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4 en dagvaarding II feit 3. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 10] (zaak 12) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 6.876,66, waarvan € 376,66 aan materiële schade en € 6.500,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 11] (zaak 13) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 6.500,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 12] (zaak 14) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 3.500,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 24] (zaak 17) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 6.386,10, waarvan € 386,10 aan materiële schade en € 6.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 25] (zaak 18) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4 en dagvaarding II feit 3. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 34] (zaak 21) ter zake van dagvaarding II feiten 2 en 3. Hij vordert een bedrag van € 8.750,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 27] (zaak 23) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 28] (zaak 24) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 6.500, waarvan € 1.500,- aan toekomstige materiële schade en

€ 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 13] (zaak 25) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 6.500,-, waarvan € 1.500,- aan toekomstige materiële schade en

€ 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 14] (zaak 26) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 15] (zaak 27) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 29] (zaak 29) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 5] (zaak 30) ter zake van dagvaarding I feiten 2 en 4 en dagvaarding II feiten 1, 2 en 3. Hij vordert een bedrag van € 7.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 16] (zaak 35) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4 en dagvaarding II feit 3. Hij vordert een bedrag van € 6.500,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 6] (zaak 38) ter zake van dagvaarding I feiten 2 en 4 en dagvaarding II feiten 2 en 3. Hij vordert een bedrag van € 8.500,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 32] (zaak 39) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade;

- [slachtoffer 17] (zaak 40) ter zake van dagvaarding I feiten 3 en 4. Hij vordert een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade.

De benadeelde partijen hebben gevorderd om de te vergoeden bedragen te vermeerderen

met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 7] (zaak 2) en [slachtoffer 33] (zaak 8) niet-ontvankelijk moeten worden verklaard aangezien er geen bedragen zijn ingevuld. De officier van justitie geeft de rechtbank in overweging om ambtshalve een schadevergoeding op grond van artikel 36f Sr toe te kennen ter hoogte van een bedrag conform de Rotterdamse Schaal.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (zaak 4) en [slachtoffer 1] (zaak 4a) concludeert de officier van justitie dat deze vorderingen tot een bedrag van € 12.500,- toewijsbaar zijn en voor het overige niet-ontvankelijk moeten worden verklaard.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (zaak 9) concludeert de officier van justitie tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 7.000,- en tot niet-ontvankelijkheid met betrekking tot het overig gevorderde.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] (zaak 12) concludeert de officier van justitie tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 6.676,66 en voor het overig gevorderde tot niet-ontvankelijkheid nu dit ziet op toekomstige schade.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 28] (zaak 24) en [slachtoffer 13] (zaak 25) concludeert de officier van justitie tot toewijzing van de vordering tot een bedrag van € 5.000,- en tot niet-ontvankelijkheid met betrekking tot het overig gevorderde, nu dit ziet op toekomstige schade.

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vorderingen tot schadevergoeding van alle andere benadeelde partijen geheel voor toewijzing in aanmerking komen. Ten aanzien van alle (gedeeltelijk) toe te wijzen vorderingen wordt vermeerdering met de wettelijke rente verzocht en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

Algemeen

De verdediging heeft zich in het algemeen op het standpunt gesteld dat degene die schade vordert ook moet stellen en bewijzen dat er daadwerkelijk schade is geleden. Er moet sprake zijn van geestelijke letsel, en dat kan worden aangenomen wanneer een psychiatrisch erkend ziektebeeld is vastgesteld door een deskundige of een vorm van behandeling voor geestelijke letsel wordt ondergaan. In veel van de vorderingen is dat naar de mening van de verdediging niet het geval. Daarnaast zou er ook, in het geval er toegekomen wordt tot toekenning van enige schadevergoeding, rekening moeten worden gehouden met enige mate van eigen schuld. Veel van de computergames die gespeeld werden, waren niet geschikt voor kinderen onder de 17 jaar.

Vordering [slachtoffer 4] (zaak 1)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de stelling dat er sprake zou zijn van een depressie alsmede teruglopende schoolprestaties door gebrek aan concentratieproblemen en motivatie onvoldoende concrete feiten en omstandigheden bevat. Van enig causaal verband is evenmin gebleken. De vordering dient dan ook te worden afgewezen en de benadeelde partij moet in de proceskosten worden veroordeeld, welke op nihil kunnen worden gesteld.

Vordering [slachtoffer 3] (zaak 4)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dat er sprake zou zijn van studievertraging blijkt onvoldoende gezien de leeftijd van de benadeelde en de omstandigheid dat hij naar speciaal onderwijs gaat. Er is sprake van voorliggende dan wel andere problematiek die geen verband houdt met het feit waarvan verdachte wordt verdacht.

Vordering [slachtoffer 1] (zaak 4a)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat seksueel binnendringen een gebeurtenis is waarvan verwacht mag worden dat dit tot geestelijk letsel leidt. De verdachte heeft echter geen fysieke bijdrage geleverd en de intellectuele bijdrage is te beperkt om de kwalificatie van medeplegen te kunnen dragen. De verdediging is van mening dat een bedrag van € 5.000,- toewijsbaar is.

Vorderingen [slachtoffer 8] (zaak 7), [slachtoffer 10] (zaak 12), [slachtoffer 12] (zaak 14)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard nu de vorderingen te laat zijn ingediend.

Vordering [slachtoffer 2] (zaak 9)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot een bedrag van

€ 2.500,- toewijsbaar is. Het gevorderde bedrag van € 100.000,- moet worden afgewezen vanwege misbruik van procesrecht. De benadeelde zal daarom ook in de proceskosten van de verdachte moeten worden veroordeeld voor een bedrag van € 2.700,-.

Vordering [slachtoffer 9] (zaak 10)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu betoogd is dat de schade is geleden doordat de benadeelde partij niet kon werken. De benadeelde partij is echter te jong om te (mogen) werken en daarmee geld te verdienen.

Vordering [slachtoffer 21] (zaak 11)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, nu het afwijkende gedrag van de benadeelde partij los van de beschrijving niet nader wordt onderbouwd. Van enig causaal verband tussen de gestelde afwijkende gedragingen van de benadeelde partij en het handelen van de verdachte is evenmin gebleken. De benadeelde partij moet in de proceskosten worden veroordeeld, welke op nihil kunnen worden gesteld.

Vorderingen [slachtoffer 11] (zaak 13), [slachtoffer 25] (zaak 18), [slachtoffer 34] (zaak 21), [slachtoffer 27] (zaak 23), [slachtoffer 28] (zaak 24) en [slachtoffer 29] (zaak 29)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet zijn onderbouwd met stukken waaruit blijkt dat er sprake is van een psychiatrisch erkend ziektebeeld dan wel een vorm van behandeling voor geestelijk letsel. De vorderingen moeten dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partijen in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld. In zaak 13 stelt de verdediging zich verder op het standpunt dat sprake is van voorliggende dan wel andere problematiek die geen verband houdt met het feit waarvan verdachte wordt verdacht. In zaak 18 stelt de verdediging zich verder op het standpunt dat de gedragsverandering bij de benadeelde partij al was opgetreden voor de tenlastegelegde periode.

Vordering [slachtoffer 24] (zaak 17)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot een bedrag van

€ 2.500,- toewijsbaar is plus de materiële gevorderde schade. Er is immers geen sprake van aanranding, wel van kinderporno.

Vordering [slachtoffer 13] (zaak 25)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Niet is bewezen dat de benadeelde partij een achterstand heeft opgelopen op school. Ook ontbreekt een causaal verband tussen de gestelde schoolachterstand van de benadeelde partij en de gedragingen van de verdachte. De vordering moet worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.

Vordering [slachtoffer 14] (zaak 26)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partijen in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.

Vordering [slachtoffer 15] (zaak 27)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat door de ouders van de benadeelde partij geen gedragsverandering is waargenomen. Dat het gebeuren de ouders kwaad maakt, ziet op anderen dan de benadeelde partij zelf. De vordering moet dan ook worden afgewezen met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.

Vordering [slachtoffer 5] (zaak 30)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij vooral boos is dat de verdachte meer slachtoffers heeft gemaakt. Dit is geen grond voor schadevergoeding. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.

Vordering [slachtoffer 16] (zaak 35)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat in de aangifte staat vermeld dat er niets aan de benadeelde partij wordt bemerkt. Het schoolverzuim heeft wellicht meer te maken met het pesten op school dan de onderliggende zaak. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.

Vordering [slachtoffer 6] (zaak 38)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat in de aangifte te lezen is dat er geen gedragsverandering zou zijn, zodat onvoldoende gesteld en bewezen is dat er schade is opgetreden. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.

Vordering [slachtoffer 32] (zaak 39)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij onvoldoende gesteld en bewezen heeft dat er schade is geleden als gevolg van gedragingen van de verdachte. In de aangifte is te lezen dat de benadeelde partij van school is gewisseld omdat die school beter zou passen bij de benadeelde partij. Dit heeft echter niets te maken met de onderliggende zaak. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partij in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld.

Vordering [slachtoffer 17] (zaak 40)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. In de aangifte staat dat het op school leuk is en er verder geen bijzonderheden zijn. De vordering moet dan ook worden afgewezen, met veroordeling van de benadeelde partijen in de proceskosten van de verdachte, welke op nihil kunnen worden gesteld

Concluderend meent de verdediging dat van de gevorderde schade slechts € 10.361,10 in totaal kan worden toegewezen met daarbij de spaarrente van de BEM-clausule als wettelijke rente. De verdediging verzoekt om geen gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Niet-ontvankelijk

De rechtbank zal de benadeelde partijen [slachtoffer 7] (zaak 2) en [slachtoffer 33] (zaak 8) niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen, omdat in beide vorderingen geen schadebedrag is opgenomen. Wel zal de rechtbank ambtshalve in deze zaken een schadevergoedingsmaatregel opleggen voor een bedrag van respectievelijk € 4.000,- en € 5.000,- (zie hierna onder ‘schadevergoedingsmaatregel’).

Tijdigheid van de vorderingen

Door de verdediging is aangevoerd dat de vorderingen die na 24 februari 2026 20:00 uur zijn ingediend niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, nu zij niet tijdig zijn ingediend.

De wet kent geen termijnen voor indiening van een vordering van de benadeelde partij. Artikel 51g lid 3 Sv schrijft voor dat de voeging uiterlijk geschiedt voordat de officier van justitie met zijn requisitoir aanvangt. De rechtbank overweegt dat zij op de zitting van 22 januari 2026 regie heeft gevoerd en tijdens die zitting aan de advocaten van de benadeelde partijen verzocht heeft om voor 20 februari 2026 de vorderingen in te dienen. Daarmee is niet bedoeld dat de vorderingen die na deze datum zijn ingediend zonder meer tot niet-ontvankelijkheid zouden leiden. Weliswaar is sprake van een grote hoeveelheid vorderingen, maar deze zijn allemaal relatief eenvoudig van aard.

Dat geldt ook voor de vorderingen die na 20 februari 2026 (waarvan enkele na 24 februari 2026 20:00 uur) zijn ingediend. Al deze vorderingen zien op hetzelfde dossier en dezelfde soort verdenkingen als waarop de vorderingen zijn gebaseerd die vóór 20 februari 2026 zijn ingediend, en zijn gering van omvang. De rechtbank is van oordeel dat deze vorderingen tijdig (genoeg) zijn ingediend en gelet op hun aard en omvang geen onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren die hun vordering na 24 februari 2026 hebben ingediend.

Eigen schuld/matiging

Door de verdediging is aangevoerd dat de gevorderde bedragen gematigd moeten worden, omdat – zo begrijpt de rechtbank – het ouderlijk toezicht op de online activiteiten van de benadeelde partijen tekort is geschoten. Zo speelden meerdere benadeelde partijen het online spel GTA, terwijl zij daar te jong voor waren en het kinderslot is omzeild.

De rechtbank gaat aan dit verweer voorbij. Of er nu wel of geen sprake is van een leeftijdsgrens bij een computerspel, het is in elk geval geen vrijbrief om in contact te komen met zeer jonge kinderen met als doel het plegen van seksuele handelingen zoals door de verdachte is gedaan. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding voor enige matiging op grond van enige vorm van eigen schuld van de slachtoffers of hun ouders.

Materiële schade

De vordering van [slachtoffer 24] (zaak 17) voor zover deze betrekking heeft op materiële schade, is namens benadeelde partij voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden als rechtstreeks gevolg van de bewezen verklaarde feiten 3 en 4 (dagvaarding I). De vordering tot vergoeding van deze kosten worden daarom toegewezen. Dit betreft € 386,10.

Ten aanzien van het gevorderde bedrag van [slachtoffer 10] (zaak 12) is de rechtbank van oordeel dat deze vordering tot een bedrag van € 176,66 kan worden toegewezen. Dit deel van de vordering is namens benadeelde partij voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist.

Toekomstige schade

De rechtbank constateert dat [slachtoffer 10] (zaak 12), [slachtoffer 28] (zaak 24) en [slachtoffer 13] (zaak 25) materiële schade in de vorm van toekomstige schade hebben gevorderd. Die toekomstige schade is volgens de benadeelde partijen vooral gelegen in de mogelijk nog te maken medische kosten. Om tot een toewijzing van toekomstige schade te komen zal een benadeelde partij in algemene zin door voldoende onderbouwing de rechtbank in staat moeten stellen om in de afweging de goede en kwade kansen met betrekking tot het daadwerkelijk intreden van de toekomstige schade mee te nemen. De rechtbank is van oordeel dat die onderbouwing ontbreekt, zodat zij niet in staat is om die afweging te maken. De benadeelde partijen in de gelegenheid stellen die onderbouwing alsnog te geven levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partijen dan ook niet-ontvankelijk verklaren in hun vordering voor zover deze ziet op toekomstige schade.

Studievertraging

[slachtoffer 3] (zaak 4) heeft een bedrag van € 17.500,- gevorderd als schade door opgelopen studievertraging. De rechtbank vindt dat de benadeelde partij deze schade onvoldoende heeft onderbouwd. De benadeelde partij in de gelegenheid stellen de vordering nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Zij zal de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze ziet op schade als gevolg van studievertraging.

Grondslag van het smartengeld

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken dat aan alle benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat. Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b van het Burgerlijk Wetboek mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vorderingen van de benadeelde partijen op deze laatste grondslag zijn gebaseerd. In beginsel zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat op dit uitgangspunt een uitzondering kan worden gemaakt, indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.

De rechtbank overweegt dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partijen zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. Dit blijkt uit de schadeformulieren, de slachtofferverklaringen en de namens benadeelde partijen gegeven toelichting op hun vorderingen.

Hoogte bedrag smartengeld

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is welk bedrag passend is om toe te wijzen als vergoeding voor de geleden immateriële schade. De rechtbank realiseert zich terdege dat geen enkel toe te kennen bedrag de gevolgen voor de benadeelde partijen en hun naasten ongedaan maakt. De rechtbank is zich ook bewust van het feit dat de benadeelde partijen verschillen in onder andere leeftijd, achtergrond, ontwikkeling, en in wat de gevolgen van het handelen van de verdachte op dit moment zijn of in de toekomst kunnen zijn. Sommige benadeelde partijen hebben (vooralsnog) weinig gevolgen ondervonden, maar dat sluit niet uit dat zij in de toekomst mogelijk nog op ernstige wijze geconfronteerd worden met het verleden. Andere benadeelde partijen ervaren op dit moment al ernstige gevolgen door het handelen van de verdachte, maar ontvangen al hulpverlening om hiermee om te leren gaan. Het is gelet hierop niet goed mogelijk om de situaties van de individuele benadeelde partijen en de door hen ervaren of mogelijk nog te ervaren gevolgen als uitgangspunt te nemen voor het vast te stellen bedrag aan smartengeld. Er zijn te veel differentiaties om weging – en daaraan het verbinden een geldbedrag – goed mogelijk maken. Daarom heeft de rechtbank er voor gekozen om met name uit te gaan van de aard en ernst van de normschending om tot de hoogte van het bedrag aan smartengeld te komen. Daarom is aansluiting gezocht bij andere min of meer vergelijkbare uitspraken in de jurisprudentie en is acht geslagen op de “Rotterdamse Schaal”, een ordening van smartengeldenbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen. In het bijzonder heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij categorie 15.2 (ontucht met binnendringen) en categorie 15.3 (aanranding).

De rechtbank stelt voorop dat geen rechtsregel belet om in een zaak als de onderhavige gebruik te maken van een indeling in categorieën. Leidend voor de indeling zijn de aard en de ernst van de gepleegde feiten. Ook hiervoor geldt dat er veel verschillen bestaan tussen de benadeelde partijen die zich lastig laten vangen in geldbedragen. Zo verschillen de hoeveelheid en aard van de gemaakte afbeeldingen, de type uitgevoerde seksuele handelingen en de periode waarin het contact met de verdachte plaatsvond. De mate waarin welk element zou moeten meewegen in de hoogte van de toegekende bedragen hangt ook af van de persoon van de benadeelde partij. Voor elk van de benadeelde partijen geldt dat er sprake is geweest van het vervaardigen en/of verspreiden van kinderpornografisch materiaal, zodat dit aspect dan ook geen nader onderscheid oplevert.

Gelet op al het voorgaande heeft de rechtbank twee categorieën vastgesteld. De rechtbank zal een bedrag aan smartengeld toewijzen van € 5.000,- voor de benadeelde partijen waarbij seksueel binnendringen is bewezenverklaard en een bedrag van € 4.000,- voor een bewezenverklaring voor het ontuchtig handelen zonder seksueel binnendringen.

Met betrekking tot [slachtoffer 3] (zaak 4) en [slachtoffer 1] (zaak 4a) geldt dat de rechtbank een aanzienlijk hogere immateriële schadevergoeding zal opleggen dan in de andere zaken. De bewezenverklaarde handelingen houden onder meer in dat de verdachte de broer en zus heeft bewogen om met elkaar seksuele handelingen te verrichten, waaronder het binnendringen bij het zusje door de broer. De verdachte heeft daar ook opnames van gemaakt. Daarbij gaat het om hele jonge kinderen van toen zeven en elf jaar. Hoewel er niet bij [slachtoffer 3] (zaak 4) zelf binnengedrongen is, zijn de seksuele handelingen tussen hem en het zusje zodanig met elkaar verweven, dat de gevolgen daarvan door beide slachtoffers in gelijke mate gedragen worden. Hun band is mogelijk voor de rest van hun leven beschadigd. De rechtbank vindt dan ook voor beide benadeelde partijen een bedrag van € 10.000,- billijk.

Met betrekking tot [slachtoffer 12] (zaak 14) kan de rechtbank geen hogere schadevergoeding opleggen dan wat gevorderd is, te weten € 3.500,-. Wel zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen voor een bedrag van € 4.000,- in deze zaak (zie hierna onder ‘schadevergoedingsmaatregel’).

Gelet op het voorgaande zullen de volgende bedragen voor immateriële schadevergoeding worden toegekend:

- € 10.000,- aan [slachtoffer 3] (zaak 4) en [slachtoffer 1] (zaak 4a);

- € 5.000,- aan [slachtoffer 4] (zaak 1), [slachtoffer 33] (zaak 8), [slachtoffer 2] (zaak 9), [slachtoffer 34] (zaak 21), [slachtoffer 5] (zaak 30) en [slachtoffer 6] (zaak 38);

- € 4.000,- aan [slachtoffer 8] (zaak 7), [slachtoffer 9] (zaak 10), [slachtoffer 21] (zaak 11), [slachtoffer 10] (zaak 12), [slachtoffer 11] (zaak 13), [slachtoffer 24] (zaak 17), [slachtoffer 25] (zaak 18), [slachtoffer 27] (zaak 23), [slachtoffer 28] (zaak 24), [slachtoffer 13] (zaak 25), [slachtoffer 14] (zaak 26), [slachtoffer 15] (zaak 27), [slachtoffer 29] (zaak 29), [slachtoffer 16] (zaak 35), [slachtoffer 32] (zaak 39) en [slachtoffer 17] (zaak 40);

- € 3.500,- aan [slachtoffer 12] (zaak 14).

Voor zover de benadeelde partijen hogere bedragen aan immateriële schade hebben gevorderd, verklaart de rechtbank dat deel van de vordering niet-ontvankelijk.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente voor de immateriële schade telkens bepalen op de laatste dag van de periode van het online seksueel contact met de verdachte.

Proceskosten

Aangezien de vorderingen (gedeeltelijk) worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vorderingen hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die is toegebracht. Ten aanzien van de (deels) toegewezen vorderingen zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel steeds opleggen ter hoogte van het toegewezen bedrag, met uitzondering van de vordering van [slachtoffer 12] (zaak 14). In zaak 14 zal de rechtbank ambtshalve de hoogte van het op te leggen bedrag in het kader van de schadevergoedingsmaatregel naar billijkheid vaststellen op het bedrag van € 4.000,-, een hoger bedrag dan gevorderd, zodat dit overeenkomt met de toegewezen bedragen van andere benadeelde partijen waarbij eveneens sprake is van ontuchtig handelen zonder seksueel binnendringen.

De rechtbank merkt verder op dat zij ook bevoegd is tot het ambtshalve opleggen van de schadevergoedingsmaatregel als er geen sprake is van een (ontvankelijke) vordering, namelijk als zij van oordeel is dat de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Hoewel [slachtoffer 7] (zaak 2) en [slachtoffer 33] (zaak 8) niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering, staat volgens de rechtbank wel vast dat zij immateriële schade hebben geleden door het handelen van de verdachte. Bij zaak 2 was er sprake van ontuchtig handelen zonder seksueel binnendringen, zodat de rechtbank de verdachte de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen voor een bedrag van € 4.000,-. Bij zaak 8 was er sprake van ontuchtig handelen met seksueel binnendringen, zodat de rechtbank de verdachte de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen voor een bedrag van € 5.000,-,

Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte en de omstandigheid dat de verdachte ten tijde van een deel van de gepleegde feiten minderjarig was, zal geen gijzeling worden toegepast.

BEM-clausule

De rechtbank zal voorts bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak door de verdachte te betalen schadevergoeding en rente daarover zullen worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partijen te openen spaarrekening met een zogenoemde BEM-clausule. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de benadeelde partijen nu zij allen nog minderjarig zijn. De benadeelde partijen en hun wettelijke vertegenwoordigers kunnen slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen beschikken tot het moment waarop de benadeelde partijen de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

9. De inbeslaggenomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert voorts dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen

(beslaglijst) onder 5 en 6 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard en dat de onder 1, 2, 3 en 4 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om de laptop en de spelcomputers aan de verdachte terug te geven. De telefoons kunnen worden onttrokken aan het verkeer, dan wel verbeurd worden verklaard.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1, 2, 3 en 4 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien

met betrekking tot deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 5 en 6 genummerde voorwerpen verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid. De verdachte heeft door middel van het spelen van games op deze spelcomputers het contact met de slachtoffers geïnstigeerd waarna hij op de andere in beslag genomen voorwerpen het contact heeft voortgezet.

10. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 38v, 38w, 38z, 57, 77b, 240b (oud), 244 (oud), 245 (oud), 247 (oud), 247 (nieuw), 248 (nieuw), 249 (nieuw), 250 (nieuw), 252 (nieuw) en 254 (nieuw) van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

11. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding I onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en de bij dagvaarding II onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 4.6 bewezen is verklaard en kwalificeert dit als:

ten aanzien van dagvaarding I (09-245788-24)

feit 1:

verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, meermalen gepleegd;

feit 2:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

en

verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren,

meermalen gepleegd;

feit 3:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

en

aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren, meermalen gepleegd

en

aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren, meermalen gepleegd;

feit 4:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt

en

een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt;

ten aanzien van dagvaarding II (09-030680-26)

feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 2:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 3:

een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, verwerven en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

straf en maatregelen

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van deze gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met verpleging van overheidswege;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de

duur van 5 jaren, inhoudende dat de veroordeelde wordt bevolen:

zich te onthouden van direct of indirect, ook online, contact met:

- [slachtoffer 4] ( [geboortedatum 4] 2011) (zaak 1),

- [slachtoffer 7] ( [geboortedatum 7] 2012) (zaak 2),

- [slachtoffer 18] ( [geboortedatum 19] 2010) (zaak 3),

- [slachtoffer 3] ( [geboortedatum 8] 2013) (zaak 4),

- [slachtoffer 1] ( [geboortedatum 2] 2016) (zaak 4a),

- [slachtoffer 19] ( [geboortedatum 2] 2011) (zaak 5),

- [slachtoffer 20] ( [geboortedatum 20] 2011) (zaak 6),

- [slachtoffer 8] ( [geboortedatum 9] 2014) (zaak 7),

- [slachtoffer 33] ( [geboortedatum 32] 2013) (zaak 8),

- [slachtoffer 2] ( [geboortedatum 3] 2015) (zaak 9),

- [slachtoffer 9] ( [geboortedatum 10] 2013) (zaak 10),

- [slachtoffer 21] ( [geboortedatum 21] 2012) (zaak 11),

- [slachtoffer 10] ( [geboortedatum 11] 2014) (zaak 12),

- [slachtoffer 11] ( [geboortedatum 12] 2012) (zaak 13),

- [slachtoffer 12] ( [geboortedatum 13] 2014) (zaak 14),

- [slachtoffer 22] ( [geboortedatum 22] 2011) (zaak 15),

- [slachtoffer 23] ( [geboortedatum 23] 2010) (zaak 16),

- [slachtoffer 24] ( [geboortedatum 24] 2010) (zaak 17),

- [slachtoffer 25] ( [geboortedatum 16] 2010) (zaak 18),

- [slachtoffer 34] ( [geboortedatum 33] 2008) (zaak 21),

- [slachtoffer 26] ( [geboortedatum 25] 2010) (zaak 22),

- [slachtoffer 27] ( [geboortedatum 26] 2012) (zaak 23),

- [slachtoffer 28] ( [geboortedatum 27] 2010) (zaak 24),

- [slachtoffer 13] ( [geboortedatum 14] 2015) (zaak 25),

- [slachtoffer 14] ( [geboortedatum 15] 2013) (zaak 26),

- [slachtoffer 15] ( [geboortedatum 16] 2013) (zaak 27),

- [slachtoffer 29] ( [geboortedatum 28] 2011) (zaak 29),

- [slachtoffer 5] ( [geboortedatum 5] 2012) (zaak 30),

- [slachtoffer 30] ( [geboortedatum 29] 2009) (zaak 32),

- [slachtoffer 31] ( [geboortedatum 30] 2012) (zaak 34),

- [slachtoffer 16] ( [geboortedatum 17] 2012) (zaak 35),

- [slachtoffer 6] ( [geboortedatum 6] 2011) (zaak 38),

- [slachtoffer 32] ( [geboortedatum 31] 2011) (zaak 39) en

- [slachtoffer 17] ( [geboortedatum 18] 2013) (zaak 40),

met het bevel dat, voor het geval de veroordeelde niet aan de maatregel voldoet, vervangende hechtenis zal worden toegepast;

bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van één maand, met een totale duur van ten hoogste zes maanden;

met het bevel dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

legt aan de verdachte op de maatregel tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;

de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (zaak 1)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van

€ 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 16 mei 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 4] (geboren op [geboortedatum 4] 2011) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] (zaak 2)

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (zaak 4)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 10.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 10.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 10.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum 8] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (zaak 4a)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 10.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 10.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 10.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 2016) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] (zaak 7)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 8] (geboren op [geboortedatum 9] 2014) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 33] (zaak 8)

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (zaak 9)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 4 oktober 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 2015) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] (zaak 10)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 27 mei 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 9] (geboren op [geboortedatum 10] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 21] (zaak 11)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 21] (geboren op [geboortedatum 21] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] (zaak 12)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.176,66 en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.176,66, bestaande uit € 176,66 aan materiële schade en € 4.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 juli 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.176,66, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 10] (geboren op [geboortedatum 11] 2014) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 11] (zaak 13)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 11] (geboren op [geboortedatum 12] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] (zaak 14)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 3.500,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 3.500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000.-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 12] (geboren op [geboortedatum 13] 2014) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 24] (zaak 17)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.386,10 en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.386,10, bestaande uit € 386,10 aan materiële schade en € 4.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 juli 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.386,10, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 24] (geboren op [geboortedatum 24] 2010) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 25] (zaak 18)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 6 juni 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 25] (geboren op [geboortedatum 16] 2010) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 34] (zaak 21)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 september 2023 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 34] (geboren op [geboortedatum 33] 2008) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 27] (zaak 23)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 oktober 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 27] (geboren op [geboortedatum 26] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 28] (zaak 24)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 oktober 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf [geboortedatum 7] 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 28] (geboren op [geboortedatum 27] 2010) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] (zaak 25)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf [geboortedatum 20] 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf [geboortedatum 20] 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 13] (geboren op [geboortedatum 14] 2015) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 14] (zaak 26)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 4 september 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 14] (geboren op [geboortedatum 15] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] (zaak 27)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 15] (geboren op [geboortedatum 16] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 29] (zaak 29)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 29] (geboren op [geboortedatum 28] 2011) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] (zaak 30)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 april 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 april 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum 5] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 16] (zaak 35)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 april 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 april 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 16] (geboren op [geboortedatum 17] 2012) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] (zaak 38)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 5.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 6] (geboren op [geboortedatum 6] 2011) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 32] (zaak 39)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 september 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 32] (geboren op [geboortedatum 31] 2011) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 17] (zaak 40)

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 4.000,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 juli 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer 17] (geboren op [geboortedatum 18] 2013) te openen spaarrekening met een BEM-clausule;

de inbeslaggenomen goederen

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart onttrokken aan het verkeer:

1. STK Telefoonautomaat (Omschrijving: 2024220692-G3181576, Zwart, merk: Samsung)

2. 1 STK Computer (Omschrijving: 2024220692-G3181579, Zwart, merk: Dell)

3. 1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: 2024390338-G3244588, Zwart, merk: Samsung)

4. 1 STK Telefoonautomaat (Omschrijving: 2024390338-G3247428, Grijs, merk: Samsung);

- verklaart verbeurd:

5. 1 STK Spelcomputer (Omschrijving: 2024220692-G3181581, Sony);

6. 1 STK Spelcomputer (Omschrijving: 2024390338-G3244603, Wit, merk: Sony).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S. van der Harg, kinderrechter, voorzitter,

mr. A.M.A. Keulen, rechter,

en mr. T.E.F. Reijnders, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.M.A. Keulen
  • mr. T.E.F. Reijnders

Griffier

  • mr. L.J. van Heel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?