ECLI:NL:RBDHA:2026:6628

ECLI:NL:RBDHA:2026:6628

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer NL25.51430
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Tussenuitspraak, Colombia, Clan del Golo, het bestreden besluit is onvoldoende onderbouwd en de verklaringen van eiseres zijn niet kenbaar in samenhang bij de geloofwaardigheidsbeoordeling betrokken, de rechtbank stelt de minister in de gelegenheid het gebrek te herstellen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. J. Isibor).

tussenuitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.51430 T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

mede namens haar minderjarige zoon:

[minderjarige] , V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.H. van den Berg - Klijbroek),

en

Procesverloop

1. Eiseres heeft op 24 november 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 oktober 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

2. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

3. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

4. De rechtbank heeft het beroep op 23 januari 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen R. Caicedo. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Problemen met [naam] en/of Clan del Golfo (derde asielmotief)

5. De rechtbank komt tot de conclusie dat sprake is van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid om het gebrek te herstellen. In de rest van de uitspraak zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt.

Het asielrelaas

6. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is geboren op [geboortedatum 1] 1991, heeft de Colombiaanse nationaliteit en behoort tot de Afro-Colombiaanse bevolkingsgroep. In september 2014 is eiseres door [naam] ( [naam] ), de man van haar nicht, verkracht. In 2015 heeft [naam] het dorp verlaten. Haar zoon is geboren op [geboortedatum 2] 2015. Vanaf juni 2023 begon eiseres berichtjes en telefoontjes te

krijgen. In de berichten stonden opmerkingen over haar huidskleur en over vrouwen. Ook klopten er mensen op haar deur en gooiden ze met stenen. In september 2023 heeft eiseres aangifte gedaan van deze bedreigingen. Een dag na de aangifte heeft [naam] eiseres opgezocht en haar bedreigd met een vuurwapen. [naam] heeft haar toen gezegd dat hij achter de bedreigingen zat en dat hij onderdeel uitmaakt van Clan del Golfo. Eiseres is vanwege vrees voor [naam] verhuisd naar het huis van haar vader. Hier gingen de bedreigingen door. Op 13 oktober 2023 heeft eiseres Colombia verlaten en is ze naar Nederland gevlucht. Bij terugkeer naar Colombia vreest eiseres om gedood te worden door [naam] en/of Clan del Golfo.

Het bestreden besluit

7. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Het ondervonden seksuele geweld;

3. Problemen vanwege bedreigingen door [naam] en/of Clan del Golfo;

4. Problemen vanwege etniciteit.

8. De minister stelt zich op het standpunt dat het eerste, het tweede en het vierde asielmotief geloofwaardig zijn. De minister vindt de problemen vanwege bedreigingen door [naam] en/of Clan del Golfo niet geloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen niet volledig kunnen onderbouwen met de overgelegde documenten. Daarom heeft de minister beoordeeld of het asielmotief alsnog geloofwaardig is. Dit is volgens de minister niet het geval, want de verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. Hiermee voldoet eiseres niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

9. Verder is eiseres volgens de minister geen vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag en loopt ze ook geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Colombia. Er zijn geen aanwijzingen dat Afro-Colombianen slachtoffer zijn van georganiseerde, op groepskenmerken gebaseerde vervolging door de overheid of niet-statelijke actoren. Ook zit er een lang tijdsverloop tussen het seksueel geweld in 2014 en het vertrek in 2023. Er zijn geen aanwijzingen dat dit bij terugkeer opnieuw zal plaatsvinden. Eiseres heeft haar aanvraag daarnaast niet zo spoedig mogelijk ingediend en zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een dusdanige medische noodsituatie dat een tijdige melding van het asielverzoek onmogelijk was. De minister concludeert dat de asielaanvraag wordt afgewezen. Dit besluit geldt ook als terugkeerbesluit.

10. De minister heeft vijf redenen gegeven waarom het asielmotief ‘problemen met Prosperio en/of Clan del Golfo’ (derde asielmotief) niet geloofwaardig wordt geacht:

1) Eiseres heeft in de periode tussen de verkrachting in september 2014 en de telefonische bedreigingen vanaf juni 2023 geen persoonlijke problemen ondervonden met [naam] . Niet valt in te zien waarom [naam] tot juni 2023 heeft gewacht om eiseres op te sporen en haar telefonisch te bedreigen. Daarbij wijst de minister erop dat eiseres zelf heeft verklaard dat [naam] iemand is die ervan houdt om mensen letsel toe te brengen en ervan geniet om mensen in zijn macht te hebben (nader gehoor, p. 17).

2) Eiseres noemt [naam] niet bij naam in de aangifte uit september 2023. Ze kan niet goed uitleggen hoe hij desondanks van de aangifte op de hoogte is en waarom hij een dag later bij de boerderij aanwezig is om haar te bedreigen.

3) Eiseres kan niet goed uitleggen waarom ze in 2014 geen aangifte heeft gedaan van de verkrachting. Ook kan ze niet uitleggen waarom ze geen aangifte heeft gedaan van de bedreiging op de boerderij in 2023.

4) Eiseres kan niet goed uitleggen waar ze op baseert dat [naam] eerst bij de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) betrokken was en later bij Clan del Golfo. De verklaringen hierover komen niet overeen met informatie die in openbare bronnen te vinden is.

5) Eiseres heeft wisselend verklaard over of haar moeder op de hoogte was van haar verblijfplaats. Eiser heeft eerst verklaard dat haar moeder dacht dat eiseres op vakantie was (nader gehoor, p.17) en daarna dat eiseres haar moeder op het hart heeft gedrukt niet te vertellen waar ze verblijft (nader gehoor, p. 18).

11. Eiseres voert aan dat haar verklaringen over de problemen met [naam] en/of Clan del Golfo wel degelijk een samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiseres is van mening dat er geen sprake is van tegenstrijdigheden in haar verklaringen. Volgens eiseres is de overstap van [naam] van FARC naar Clan del Golfo niet strijdig met openbare bronnen. Ook is ze van mening dat ze gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd, ook over dingen waar ze zich voor schaamt. Volgens eiseres maakt dit haar asielrelaas op dit punt aannemelijk, en kunnen de problemen met [naam] en Clan del Golfo niet zonder nadere motivering als ongeloofwaardig worden beschouwd.

12. De rechtbank oordeelt als volgt. De minister heeft vijf redenen gegeven waarom de problemen vanwege bedreigingen door [naam] en/of Clan del Golfo ongeloofwaardig zijn. Eiseres heeft voor al deze redenen die de minister geeft om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van het asielmotief, een verklaring gegeven:

- Periode tussen seksueel geweld en telefonische bedreigingen:

Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat niet valt in te zien dat [naam] haar pas na acht jaar weer heeft bedreigd. Eiseres heeft hierover verklaard dat er een aanslag op [naam] heeft plaatsgevonden, waardoor hij zich op een andere locatie had gevestigd. Gedurende deze periode heeft eiseres lange tijd niets van hem vernomen (nader gehoor, p.12). Bovendien werd in deze periode FARC gedemobiliseerd en kwam Clan del Golfo op. Hierdoor was [naam] met zijn tijd en aandacht ergens anders dan bij eiseres. Tijdens de zitting heeft eiseres aangevuld dat de minister tijdens het nader gehoor onvoldoende heeft doorgevraagd naar deze verklaringen. Daarnaast wijst eiseres op de boosheid van [naam] , zijn status ten opzichte van haar status, hun ‘geschiedenis’ en haar huidskleur, die in samenhang redenen zijn waarom [naam] haar opnieuw zou belagen zodra zich een gelegenheid voordeed.

- Aangifte in 2023:

Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat ze bij de aangifte in 2023 de naam van [naam] niet heeft genoemd. Eiseres heeft verklaard dat ze op het moment van de aangifte niet op de hoogte was dat [naam] achter de bedreigingen zat. Hier kwam ze pas een dag later, bij de bedreiging op de boerderij, achter. [naam] heeft toen zelf verklaard achter de bedreigingen te zitten (aanvullende gronden, p.1). Over hoe [naam] erachter is gekomen dat eiseres

aangifte heeft gedaan, geeft eiseres als mogelijke verklaring dat zij op het politiebureau een persoon is tegengekomen die connecties heeft met [naam] .

- Aangifte van het seksueel geweld:

Eiseres heeft hiertegen aangevoerd dat het niet bevreemdend is dat zij in 2014 geen aangifte heeft gedaan, aangezien zij zich schaamde, leed onder het ernstige misbruik en er onzekerheid was of zij zwanger was van [naam] . Daarnaast voert eiseres aan dat uit het algemeen ambtsbericht Colombia van juni 2024 blijkt dat aangiftes veelal niet leiden tot arrestaties of veroordelingen (p.54). Tijdens de zitting heeft de minister toegelicht dat het niet doen van aangifte in 2014 niet langer tegengeworpen wordt en dat de nadruk ligt op het niet doen van aangifte in 2023. Eiseres heeft hierop aangevoerd dat ze zo is geschrokken van de bedreiging op de boerderij, vlak nadat zij aangifte had gedaan van de eerdere bedreigingen, dat ze geen aangifte meer durfde te doen. Ze werd opnieuw geconfronteerd met de man die haar in het verleden heeft verkracht.

- Positie van [naam] :

Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte tegenwerpt dat het niet logisch is dat [naam] eerst bij FARC betrokken was en daarna is overgestapt naar Clan del Golfo. Eiseres wijst hierbij op het landenrapport van het European Union Agency for Asylum (EUAA) van december 2022 (p.50) en het algemeen ambtsbericht Colombia van juni 2024 (p.50), waarin staat dat gewapende groeperingen in Colombia geen ideologische drijfveren meer hebben. In sommige gebieden zou Clan del Golfo zelfs bondgenootschappen sluiten met FARC. De minister kan volgens eiseres dus niet volhouden dat haar verklaringen niet overeenkomen met openbare bronnen. Ook voert eiseres aan dat de minister niet alle verklaringen van haar heeft meegewogen. Zo heeft zij verklaard dat [naam] zelf tegen haar heeft gezegd dat hij lid was van FARC en later van Clan del Golfo (nader gehoor, p.9) en heeft eiseres verklaard dat de mensen die bij [naam] langskwamen FARC logo’s droegen (nader gehoor, p.10). Tijdens de zitting vult eiseres hierop aan dat, gelet op haar zwakke bewijspositie, niet verwacht mag worden dat zij informatie heeft over waarom [naam] zich heeft aangesloten bij Clan del Golfo en wat zijn positie daar is.

- Wisselende verklaringen moeder:

Eiseres voert aan dat ze niet tegenstrijdig heeft verklaard over haar moeder. Door haar moeder in het ongewisse te houden en niet de exacte locatie en reden van vertrek te vertellen, heeft ze zichzelf heeft beschermd. Als haar moeder niet alles weet, kan ze ook niets verklaren. Tijdens de zitting heeft eiseres verklaard ‘Ik weet dat ze veel praat en als ze dit vertelt aan leden van de familie dan zal [naam] erachter komen en daarom doe ik het op deze manier’. Het is dan volgens eiseres ook niet onaannemelijk of tegenstrijdig dat zij haar moeder niet nader heeft geïnformeerd.

13. De rechtbank overweegt dat de minister de verklaringen van eiseres lijkt te beschouwen als afzonderlijke, losstaande elementen, waarbij de minister per element toetst of de verklaring van eiseres de twijfel op dat punt voldoende wegneemt. De rechtbank ziet in het besluit niet terug of de verklaringen ook als een geheel zijn beoordeeld en of daarbij de onderlinge samenhang tussen de verschillende elementen is meegewogen. Een voorbeeld

is dat de minister zich afvraagt hoe het kan dat [naam] op de hoogte was van de aangifte, en dat dit vervolgens een reden is om de bedreiging op de boerderij niet geloofwaardig te achten. Dit vormt daarna weer een reden om de verklaring van eiseres dat [naam] toen heeft gezegd bij Clan del Golfo te horen niet mee te wegen. De rechtbank heeft daardoor de indruk dat de verschillende elementen één voor één na elkaar zijn beoordeeld, waardoor een twijfelpunt ten opzichte van het ene element direct meeweegt in de beoordeling van het volgende element. Daardoor is niet duidelijk of voldoende gewicht is gegeven aan andere aspecten die de verklaring van eiseres juist aannemelijker maken, zoals dat zij over het incident op de boerderij ook details vertelt waarvoor zij zich schaamt.

14. Gezien de samenhang tussen de verklaringen en de manier waarop eiseres de twijfels van de minister weerlegt, concludeert de rechtbank dat de minister onvoldoende kenbaar rekening heeft gehouden met de verklaringen van eiseres. Deze verklaringen zijn dan ook niet in voldoende mate meegewogen in de motivering van de geloofwaardigheidsbeoordeling die ten grondslag ligt aan het besluit. De rechtbank vindt het daarbij ook van belang dat eiseres zich in een lastige bewijspositie bevindt, gelet op haar (geloofwaardig geachte) gewelddadige verleden met [naam] . Het kan niet van haar worden verwacht dat zij informatie heeft over de reden dat [naam] zich bij Clan del Golfo heeft aangesloten. De rechtbank vraagt zich daarnaast ook af in hoeverre het feit dat het niet doen van aangifte in 2014 niet langer tegengeworpen wordt, van invloed is op de uitkomst van de geloofwaardigheidsbeoordeling.

15. Over de overstap van FARC naar Clan del Golfo kan de rechtbank uit de informatie die de minister aanhaalt van bijvoorbeeld het Belgische Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS), niet afleiden dat dit niet mogelijk is. Dat Clan del Golfo met FARC concurreert voor controle over belangrijke gebieden voor drugshandel en mijnbouw, betekent nog niet dat het (in andere gebieden) niet mogelijk zou zijn om over te stappen. Eiseres heeft informatie van de EUAA overgelegd waaruit volgt dat er van ideologische drijfveren geen sprake meer is. In hoeverre regionale conflicten over financiële belangen in de weg staan aan een overstap, ook gezien alle politieke en maatschappelijke veranderingen tussen 2014 en 2023, heeft de minister niet duidelijk gemaakt.

16. De beroepsgrond van eiseres slaagt. De minister heeft het bestreden besluit onvoldoende onderbouwd en de verklaringen van eiseres niet kenbaar in samenhang bij de geloofwaardigheidsbeoordeling betrokken.

Vluchtelingschap en reëel risico op ernstige schade

17. De rechtbank beslist in deze tussenuitspraak (nog) niet over de zwaarwegendheid van de (geloofwaardig bevonden) asielmotieven. Dit omdat die beoordeling sterk afhankelijk is van de geloofwaardigheid van het bovengenoemde asielmotief ‘problemen vanwege bedreigingen door [naam] en/of Clan del Golfo’. Totdat er meer duidelijkheid is over de geloofwaardigheid van dit asielmotief, zal de rechtbank nog geen oordeel geven over het reële risico op vervolging en/of ernstige schade bij terugkeer naar Colombia.

Conclusie en gevolgen

18. Zoals hiervoor is overwogen is het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank ziet in deze zaak aanleiding om tussenuitspraak te doen en om de minister in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het bestreden besluit. De minister moet dit doen met inachtneming van deze tussenuitspraak (overweging 13 tot en met 15). De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen de minister het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.

19. De minister moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als de minister gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van de minister. In beginsel, ook in de situatie dat de minister de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

20. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dit betekent dat zij over de proceskosten nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. N.B. Tool, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

20 februari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. N.B. Tool

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?