ECLI:NL:RBDHA:2026:6633

ECLI:NL:RBDHA:2026:6633

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-02-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer NL25.63462
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

VK regulier, verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep dat is aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen, verzoeker beoogt met verzoek rechtmatig verblijf te verkrijgen gedurende beroepsprocedure, gevraagde voorziening heeft geen voorlopig karakter, geen zwaarwegend spoedeisend belang om de gevraagde voorziening te treffen, verzoek afgewezen

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.V. de Kort).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.63462

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. J.C.E. Hoftijzer),

en

Procesverloop

1. Verzoeker heeft op 11 december 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 14 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 6 december 2024 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Dit beroep is bij deze rechtbank en zittingsplaats geregistreerd onder zaaknummer AWB 24/20649.

Het beroep zou op 4 september 2025 op zitting worden behandeld. De meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats heeft op 29 augustus 2025 besloten om de behandeling van de zaak op de zitting van 4 september 2025 tot een nader te bepalen datum uit te stellen in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) op de tweede prejudiciële vraag zoals gesteld in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:5258). De rechtbank acht het antwoord van het Hof op de derde prejudiciële vraag zoals gesteld in de uitspraak van de Afdeling van 27 augustus 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4046) ook mogelijk relevant voor de zaak van verzoeker.

Verzoeker heeft vervolgens op 24 december 2025 de voorzieningenrechter verzocht om hangende het beroep een voorlopige voorziening te treffen.

Verzoeker heeft op 13 januari 2026 de gronden van zijn verzoek ingediend.

De minister heeft op 28 januari 2026 een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een eventueel bodemgeding niet.

3. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder het verzoek ter zitting te hebben behandeld, indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om hiervan gebruik te maken en dus om zonder zitting uitspraak te doen.

4. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

5. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht. Verzoeker heeft voldoende aangetoond dat hij aan de voorwaarden voor deze vrijstelling voldoet. De voorzieningenrechter verleent verzoeker daarom vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen.

6. Verzoeker beoogt met de voorlopige voorziening rechtmatig verblijf te krijgen gedurende de beroepsprocedure. Verzoeker voert hiertoe aan dat hij levenslang veroordeeld is en dat hij in maart 2026 voor ambtshalve gratie in aanmerking kan komen, maar dat hij door het ontbreken van rechtmatig verblijf zijn re-integratie niet kan afmaken. Het toewijzen van de voorlopige voorziening zou er voor zorgen dat verzoeker alsnog zijn re-integratie kan afmaken.

7. De voorzieningenrechter overweegt dat de gevraagde voorziening dusdanig verstrekkend is dat niet langer gesproken kan worden van een voorlopig karakter. Immers als de gevraagde voorziening wordt toegewezen, dan krijgt verzoeker rechtmatig verblijf in Nederland, terwijl er nog een definitief oordeel moet worden gegeven op het door verzoeker ingediende beroep. Dit beroep is gericht tegen de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd door de minister omdat verzoeker geen machtiging tot voorlopig verblijf heeft en omdat verzoeker een gevaar vormt voor de openbare orde en is tevens gericht tegen het gelijktijdig door de minister opgelegde besluit tot signalering voor de duur van 10 jaar wegens openbare orde aspecten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een dergelijk verzoek slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden voor toewijzing in aanmerking kan komen. Dit is slechts het geval als de nadelige gevolgen van de afwijzing van de aanvraag in verhouding tot de belangen van de minister bij de handhaving van die afwijzing zo onevenredig zijn dat de beslissing op het beroepschrift niet kan worden afgewacht. Daarvan is in beginsel alleen sprake als een zwaarwegend spoedeisend belang daartoe noodzaakt en sterk getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van het besluit.

8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een zwaarwegend spoedeisend belang. Verzoeker is bij besluit van 14 juli 2023 toegelaten tot de re-integratiefase. Bij het bestreden besluit van 6 december 2024 heeft de minister het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft vervolgens op geen enkel moment – tot 24 december 2025 – de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening en evenmin heeft hij andere aanvragen ingediend om zo rechtmatig verblijf te kunnen verkrijgen. Bovendien is niet gebleken dat het enkel ontbreken van rechtmatig verblijf in de weg staat aan de voltooiing van het re-integratietraject van verzoeker. Zoals deze rechtbank en zittingsplaats in de uitspraak van 18 december 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:24749) heeft geoordeeld is de afwijzing van het onbegeleid verlof niet enkel gelegen in het ontbreken van rechtmatig verblijf, maar heeft dat met meerdere factoren te maken. Zo heeft

de minister van Justitie en Veiligheid overwogen dat verzoeker geen openheid van zaken wil geven door niet te delen naar welk land hij na een mogelijke gratiëring heen wil gaan en heeft de minister van Justitie en Veiligheid onvoldoende vertrouwen in een goed verloop van het onbegeleid re-integratieverlof. Daarbij heeft de minister van Justitie en Veiligheid ook betrokken dat verzoeker tijdens zijn vierde en vijfde begeleide verlof de gestelde voorwaarden van het verlof heeft overtreden. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat ten aanzien van het bestreden besluit van 6 december 2024 niet kan worden gezegd dat dit een evident onrechtmatig besluit is. Zoals is weergegeven onder 1.1. is de behandeling van het beroep aangehouden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen.

9. Nu er geen sprake is van een zwaarwegend spoedeisend belang om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen, wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

16 februari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E. Kersten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?