RECHTBANK Den Haag
Civiel recht
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: C/09/678378 / HA ZA 25-50
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
COMFORT-PRODUCTS EUROPE B.V.,
te Woerden,
eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
hierna te noemen: Comfort Products,
advocaat: mr. A.J. Spiegeler,
tegen
HEAT PERFORMANCE B.V.,
te Noordwijk,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna te noemen: Heat Performance,
advocaat: mr. M.J.M. Kortier.
1. De procedure
Het procesdossier bevat de volgende stukken:
- de dagvaarding van 10 december 2024 met producties EP01 tot en met EP16,
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van Heat Performance van 25 februari 2025 met producties GP01 tot en met GP17
- de Conclusie van antwoord in reconventie van Comfort Products van 9 april 2025 met producties EP17 tot en met EP21,
- de akte houdende overlegging aanvullende producties van Heat Performance met producties GP18 tot en met GP23 van 23 september 2025,
- de akte depot van 24 september 2025 met depôtnummer 25.19 van de kant van Comfort Products,
- een email van 3 oktober 2025 van Heat Performance aan de rechtbank, met bezwaar tegen depot handschoenen en voorwaardelijk verzoek akte uitlating,
- een email van 3 oktober 2025 van Comfort Products in reactie op het bezwaar van Heat Performance,
- een email van 6 oktober 2025 van Heat Performance in reactie op de reactie van Comfort Products en hernieuwd voorwaardelijk verzoek akte uitlating,
- de akte houdende overlegging aanvullende productie van Heat Performance met productie GP24 (proceskostenoverzicht) van 6 oktober 2025,
- de akte houdende wijziging eis tevens akte houdende overlegging aanvullende productie EP 23 van Comfort Products met productie EP23 (proceskostenoverzicht nr. 4) van 6 oktober 2025,
- B11 formulier van 7 oktober 2025 namens Heat Performance met bezwaar tegen vermeerdering van eis door Comfort Products.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling op 8 oktober 2025 hun standpunten uiteengezet en vragen van de rechtbank beantwoord, waarbij Comfort Products werd bijgestaan door haar advocaat mr. Spiegeler, voornoemd, en mr. E.L. Cremer, advocaat te Den Haag. Heat Performance werd bijgestaan door haar advocaat mr. Kortier, voornoemd.
Ten slotte is vonnis nader bepaald op heden.
2. De feiten
Comfort Products verkoopt kleding voor extreme weersomstandigheden. Zij verkoopt (onder meer) verwarmde kleding, handschoenen en sokken, maar ook verkoelende producten zoals koelvesten en verkoelende petten. Op- en/of omstreeks 24 oktober 2020 heeft Comfort Products op haar website elektrisch verwarmde handschoenen aangeboden onder de naam Single Heated Gloves Pro. Ter illustratie dient de onderstaande afbeelding:
Vanaf september 2021 heeft Comfort Products elektrisch verwarmde handschoenen ter verkoop aangeboden onder de naam ‘Dual Heated Gloves Pro’ (hierna: ‘de DHG Pro’). Ter illustratie dient de onderstaande afbeelding:
Heat Performance is eveneens een verkoper van verwarmende kleding. Via de website https://www.heatperformance.nl/ biedt zij een assortiment van verwarmende producten aan, waaronder de “Verwarmde handschoenen HeatPerformance® XTREME 1 dual heating” (hierna: ‘de Xtreme 1’). Ter illustratie dienen de onderstaande afbeeldingen:
Comfort Products is houdster van een Europese merkenregistratie voor het woordmerk BERTSCHAT, dat op 22 mei 2025 is geregistreerd onder nummer 018171167, voor waren in de klassen 9, 11 en 25 (onder meer elektrisch verwarmde kleding).
Comfort Products is tevens houdster van een op 4 februari 2022 gedeponeerd
Gemeenschapsmodel (hierna: het Model) met gelding voor de Europese Unie, ingeschreven onder nummer 008850168-0001. In het modelschrift zijn de volgende afbeeldingen opgenomen:
Op 18 oktober 2024 heeft Comfort Products, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, conservatoir bewijsbeslag en beslag tot afgifte gelegd onder Heat Performance.
Op 30 oktober 2024 heeft Comfort Products, na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, opnieuw conservatoir bewijsbeslag en beslag tot afgifte gelegd onder Heat Performance.
Overige correspondentie tussen partijen
Comfort Products heeft Heat Performance op 15 juli 2024 en op 23 augustus 2024 schriftelijk gesommeerd de verkoop van de Xtreme 1 met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden. Heat Performance heeft geen gehoor gegeven aan de sommaties.
3. Het geschil
In conventie
Comfort Products vordert, na wijziging van eis, dat de rechtbank Den Haag, uitvoerbaar bij voorraad:
In de incidenten:
Primair
1. Eiseres toestemming zal verlenen tot inzage en afschrift van de inbeslaggenomen documenten en bescheiden zoals vermeld in paragraaf 46 van de dagvaarding direct na betekening van het vonnis, te weten:
bescheiden die betrekking hebben op de genoemde inbreuk op auteurs- en mode/rechten, waaronder orders, inkooporders, orderbevestigingen, leveringsbevestigingen, facturen, bankafschriften, douanedocumenten, correspondentie, overeenkomsten betreffende de verveelvoudiging, verkoop en/of verstrekking van de inbreukmakende handschoenen.
2. Eiseres toestemming zal verlenen tot afgifte van de in het verzoekschrift onder ix. bedoelde zaken, te weten de Inbreukmakende handschoenen, in het kader van het verleende verlof tot conservatoir beslag tot afgifte;
3. Gedaagde zal bevelen tot betaling van Eiseres van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van €25.000,- (vijfentwintigduizend Euro), voor iedere overtreding van voormeld gebod en van €10.000,- (tienduizend Euro) voor iedere dag (een gedeelte van een dag als gehele dag gerekend) dat een overtreding van voormeld gebod voortduurt dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;
4. Zal bepalen dat tegen het incidentele tussenvonnis direct hoger beroep kan worden ingesteld;
5. De Europese tenuitvoerlegging van het vonnis zal bepalen. Gedaagde heeft immers aangegeven nu in januari 2025 naar Spanje te verhuizen. Het is onduidelijk of Gedaagde daar zijn inbreukmakende activiteiten zal voortzetten. Het gaat hier om een Europees model en Europees merk;
6. Gedaagde zal veroordelen in de kosten van het incident ex artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW en de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis.
Subsdiair
7. Gedaagde zal gebieden om binnen 7 dagen na datum van het incidentele vonnis de afschriften van de documenten en bescheiden zoals vermeld in paragraaf 46 aan Eiseres af te geven en feitelijk beschikbaar te stellen, te weten:
bescheiden die betrekking hebben op de genoemde inbreuk op auteurs- en modelrechten, waaronder orders, inkooporders, orderbevestigingen, leveringsbevestigingen, facturen, bankafschriften, douanedocumenten, correspondentie, overeenkomsten betreffende de verveelvoudiging, verkoop en/of verstrekking van de inbreukmakende handschoenen;
8. Gedaagde zal gebieden om binnen 7 dagen na datum van het incidentele vonnis de in het verzoekschrift onder ix. bedoelde zaken, te weten de Inbreukmakende handschoenen, aan Eiseres af te geven en feitelijk beschikbaar te stellen;
9. Gedaagde zal bevelen tot betaling aan Eiseres van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van €25.000,- (vijfentwintigduizend Euro), voor iedere overtreding van voormeld gebod en van €10.000,- (tienduizend Euro) voor iedere dag (een gedeelte van een dag als gehele dag gerekend) dat een overtreding van voormeld gebod voortduurt dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;
10. Zal bepalen dat tegen het incidentele tussenvonnis direct hoger beroep kan worden ingesteld;
11. De Europese tenuitvoerlegging van het vonnis zal bepalen. Gedaagde heeft immers aangegeven in januari 2025 naar Spanje te verhuizen. Het is onduidelijk of Gedaagde daar zijn inbreukmakende activiteiten zal voortzetten. Het gaat hier om een Europees model en Europees merk;
12. Gedaagde zal veroordelen in de kosten van het incident ex artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW en de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis.
In de hoofdzaak:
Verklaring voor recht
1. Zal verklaren voor recht dat Gedaagde inbreuk heeft gemaakt op de auteurs-; model- en merkrechten van Eiseres, althans een onrechtmatige daad (slaafse nabootsing) jegens Comfort Products heeft gepleegd;
Verbod
2. Gedaagde zal bevelen om, onmiddellijk na betekening van het vonnis, zich te onthouden van enige inbreuk op de auteurs-; model- en merkrechten van Eiseres;
Vernietiging
3. Vernietiging van de inbreukmakende goederen op kosten van Gedaagde zal gelasten;
Schadevergoeding
4. Gedaagde zal bevelen om, onmiddellijk na betekening van het vonnis, de schade van Eiseres te vergoeden door betaling aan Eiseres van een bedrag nader vast te stellen naar aanleiding van de inzage;
Rekening en verantwoording afleggen
5. Gedaagde zal veroordelen binnen veertien (14) dagen na betekening van het vonnis rekening en verantwoording af te leggen van de, door de inbreukmakende handschoenen, behaalde bruto- en nettowinst;
Dwangsom
6. Gedaagde zal bevelen tot betaling aan Eiseres van een onmiddellijk opeisbare dwangsom;
Europese tenuitvoerlegging
7. De Europese tenuitvoerlegging van het vonnis zal bepalen. Gedaagde heeft immers aangegeven in januari 2025 naar Spanje te verhuizen;
Kostenveroordeling 1019h Rv
8. Gedaagde zal veroordelen in de kosten van deze procedure ex artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW en de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien (14) dagen na dagtekening van het vonnis.
Als grondslag voor haar vorderingen voert Comfort Products het volgende aan. De Heated Gloves Pro zijn auteursrechtelijk beschermd. De handschoenen zijn door Comfort Products ontwikkeld en Comfort Products is daarom de auteursrechthebbende ten aanzien van deze handschoenen. Subsidiair is sprake van slaafse nabootsing. Voorts is in de handschoenen van Heat Performance het Model van Comfort Products verwerkt en wordt bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk gewekt dan die middels het Model bescherming geniet. Op grond van artikel 19 lid 1 jo. lid 2 GModvo kan Comfort Products aan derden verbieden het model zonder haar toestemming te gebruiken. De gedragingen waartegen de houder van een Model zich kan verzetten gelden in alle gevallen ook als inbreukmakend op een auteursrecht. Ook maakt Heat Performance inbreuk op de merkrechten van Comfort Products doordat zij op Google adverteert met het merk BERTSCHAT.
Heat Performance voert verweer. Heat Performance concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Comfort Products dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Comfort Products met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Comfort Products in de kosten van deze procedure op de voet van artikel 1019h Rv. Heat Performance stelt dat het Model vernietigd behoort te worden wegens gebrek aan nieuwheid, omdat Comfort Products al in 2020 zelf een vrijwel identiek model op de markt heeft gebracht, de Single Heated Gloves Pro, althans wijkt de Dual Heated Gloves Pro onvoldoende af van het vormgevingserfgoed. Er is niet gebleken dat Comfort Products de auteursrechthebbende is. Vrijwel alle vormgevingskeuzes zijn uitsluitend functioneel bepaald. Als er al sprake is van auteursrechtelijk relevante vormgevingskeuzes, dan zijn deze banaal en triviaal. Het tonen van het merk BERTSCHAT in de advertenties op Google is te wijten aan het algoritme van Google en kan niet aan Heat Performance worden toegerekend.
In reconventie
Heat Performance vordert in reconventie dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Vernietiging model
( a) De Gemeenschapsmodelinschrijving 008850168-0001 d.d. 4 februari 2022 ten name van Comfort-Products Europe B.V. nietig zal verklaren;
Bevel doorhaling verzoeken
( b) Comfort Products zal bevelen binnen 3 dagen na het wijzen van het vonnis, de doorhaling van de Gemeenschapsmodelinschrijving 008850168-0001 in het Gemeenschapsregister te verzoeken aan het EUIPO, onder gelijktijdige verstrekking van een kopie van dit verzoek aan de advocaat van Heat Performance, zulks op straffe van een dwangsom van EUR 1.000,-- per dag dat Comfort Products dit bevel niet nakomt;
Verklaring voor recht onrechtmatig beslag en schade
( c) voor recht zal verklaren dat Comfort Products jegens Heat Performance onrechtmatig heeft gehandeld door het leggen van het bewijsbeslag en de inbeslagname van de handschoenen van Heat Performance en blokkering van de verdere verkoop daarvan en zij dientengevolge aansprakelijk is jegens Heat Performance voor de door haar als gevolg van dit handelen geleden schade en subsidiair voor de gederfde winst en de genoten winst begroot ex art. 6:104 BW;
Schadevergoeding
( d) Comfort Products zal veroordelen om aan Heat Performance tegen kwijting te betalen de door Heat Performance geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 30 oktober 2024, althans door uw rechtbank in goede justitie te bepalen datum, tot aan de datum der algehele voldoening;
Opgave
( e) Comfort-Products op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag dat zij daarmee in gebreke blijft - of een gedeelte daarvan - binnen uiterlijk veertien dagen na betekening van het vonnis aan de advocaat van Heat Performance, te doen toekomen een schriftelijke, door een registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van de volgende informatie:
- de door Comfort Products geleverde aantallen, nummers, prijzen en leverdata van de met de Xtreme Dual Heating van Heat Performance concurrerende handschoenen (waarvan in elk geval de Dual Heated Gloves Pro), zulks gerangschikt per leverancier, maker, producent of distributeur van deze handschoenen, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;
- de met deze concurrerende handschoenen (in ieder geval de Dual Heated Gloves Pro) behaalde omzet en winst, alsmede de verschillende ter berekening van de winst op de omzet in mindering gebrachte kostenposten, voorzien van duidelijke en gedetailleerde schriftelijke bewijsstukken van iedere kostenpost;
Vernietiging in beslag genomen administratie
( f) Comfort Products zal veroordelen om, binnen tien kalenderdagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, met afschrift aan de advocaat van Heat Performance, de door haar op dat moment geïnstrueerde deurwaarder onherroepelijk schriftelijk te gelasten om binnen vijf opvolgende kalenderdagen alle door Comfort-Products ten laste van Heat Performance in conservatoir bewijsbeslag genomen bescheiden (in welke vorm, elektronisch of anderszins, dan ook) te (doen) vernietigen en voorts de deurwaarder te gelasten om, na vernietiging deze vernietiging aan de advocaat van Heat Performance schriftelijk te bevestigen, alsmede om de ten laste van Heat Performance gelegde conservatoire beslag tot afgifte binnen drie werkdagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis op te (doen) heffen, in alle gevallen op straffe van een dwangsom van EUR 10.000 per dag of gedeelte daarvan gedurende welke Comfort Products nalatig blijft in het in deze te wijzen te voldoen; en
Proceskosten ex 1019h Rv
( g) Comfort Products zal veroordelen tot betaling - binnen veertien dagen na betekening van het vonnis - in de volledige proceskosten (zoals nader zal worden gespecificeerd), voor wat betreft de vordering tot doorhaling van de modelinschrijving ex artikel 1019h Rv, alsmede de nakosten subsidiair de proceskosten kosten ex art. 237 Rv inclusief nakosten, zulks te verhogen met de wettelijke rente met ingang van de dag der dagvaarding, althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen datum, zulks tot aan de datum der algehele voldoening.
Aan haar vorderingen in reconventie legt Heat Performance het volgende ten grondslag. Comfort Products heeft al op 24 oktober 2020 een vrijwel identiek model op de markt gebracht. Het Model is daarom niet nieuw en heeft geen eigen karakter in de zin van artikel 5 en 6 GModVo, waardoor het Model op grond van artikel 25 lid 1 sub b GModVo nietig moet worden verklaard. Daarnaast voert Heat Performance aan dat Comfort Products onrechtmatig beslag heeft gelegd, waardoor zij schade heeft geleden. Op grond van artikel 6:162 en/of 6:212 BW en/of artikel 1019g sub d Rv dient Comfort Products de door haar toedoen geleden schade te vergoeden. Deze schade kan volgens Heat Performance conform artikel 6:104 BW worden begroot op de als gevolg van het onrechtmatige handelen van Comfort Products genoten winst. Daarom moet Comfort Products opgave doen van haar verkopen van de Dual Heated Gloves Pro.
Comfort Products voert verweer in reconventie. Comfort Products concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Heat Performance, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Heat Performance, met veroordeling van Heat Performance in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan, voor zover voor de beoordeling nodig.
4. De beoordeling
Bevoegdheid
Voor zover Comfort Products aan haar vorderingen inbreuk op het Merk ten grondslag heeft gelegd, is deze rechtbank internationaal en relatief bevoegd daarvan kennis te nemen op grond van artikel 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 in combinatie met artikel 131 lid 2 UMVo in samenhang met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening inzake het Gemeenschapsmerk, nu Heat Performance gevestigd is in Nederland. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot de gehele Europese Unie.
Voor zover Comfort Products aan haar vorderingen inbreuk op het Model ten grondslag heeft gelegd, is deze rechtbank, gelet op de vestigingsplaatsen van Heat Performance in Nederland, internationaal en relatief bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Comfort Products op grond van artikel 80 lid 1, artikel 81 aanhef en onder a en artikel 82 lid 1 UModVo, in samenhang met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen. Deze bevoegdheid strekt zich eveneens uit tot de gehele Europese Unie.
Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op de gestelde inbreuk op het auteursrecht en op slaafse nabootsing (onrechtmatig handelen ex artikel 6:162 BW) is die bevoegdheid gegrond op artikel 7 lid 2 Brussel I bis-Vo. Deze bevoegdheid is beperkt tot Nederland.
In conventie en reconventie
Modelrecht
Kern van deze zaak is of Comfort Products op grond van haar auteursrecht en/of modelrecht aan Heat Performance het gebruik van de Xtreme 1 in de Europese Unie kan ontzeggen. Gezien de samenhang van het verweer van Heat Performance in conventie met haar vorderingen in reconventie, zal de rechtbank de zaak in conventie en die in reconventie gezamenlijk behandelen.
De rechtbank zal eerst ingaan op de stelling van Heat Performance dat het Model nietig is, zoals ten grondslag is gelegd aan haar verweer in conventie en haar primaire vordering in reconventie.
Beoordelingskader geldigheid
Een Uniemodel wordt op grond van artikel 4 lid 1 UModVo beschermd indien en voor zover het nieuw is en een eigen karakter heeft. Een ingeschreven Uniemodel wordt, gelet op artikel 5 lid 1 aanhef en onder b UModVo, als nieuw beschouwd indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóór, voor zover hier van belang, de datum van depot. Het publiek bestaat uit ingewijden in de betrokken sector die in de Europese Unie werkzaam zijn. Ingevolge artikel 6 lid 1 aanhef en onder b UModVo wordt een ingeschreven Uniemodel geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die vóór de eerdergenoemde datum voor het publiek beschikbaar zijn gesteld (het vormgevingserfgoed). Daarbij moet het eigen karakter van het model niet worden beoordeeld aan de hand van een combinatie van afzonderlijke kenmerken van meerdere oudere modellen, maar aan de hand van één of meer individueel beschouwde oudere modellen. Met andere woorden, ‘mozaïeken’ oftewel elementen van verschillende modellen bij elkaar rapen om tot een fictief ouder overeenstemmend model te komen, is niet toegestaan.
Van modelrechtbescherming zijn uitgesloten voortbrengselen waarvan de uiterlijke kenmerken uitsluitend door de technische functie worden bepaald, de zogeheten ‘techniekexceptie’ (artikel 8 lid 1 GModVo). De techniekexceptie is van toepassing wanneer andere overwegingen dan de noodzaak dat het voortbrengsel zijn technische functie vervult, met name overwegingen met betrekking tot het visuele aspect van het voortbrengsel, geen rol hebben gespeeld bij de keuze van die kenmerken, ook al zijn er andere modellen waarmee dezelfde functie kan worden vervuld.
Nieuwheid
Heat Performance betwist dat het Model de vereiste nieuwheid bezat op het moment van registratie. Ter onderbouwing van deze betwisting wijst zij op een verkoopaanbieding van Comfort Products op de website www.comfort-producten.nl. Daar is een eerdere versie van het Model zichtbaar, die is aangeboden op (in ieder geval) 24 oktober 2020, de Single Heated Gloves Pro. Deze datum is gelegen vóór het moment waarop Comfort Products het Model liet registreren. Op die datum was het Model dus, door de eerdere openbaarmakingen van Comfort Products, bekend bij ingewijden in de betrokken sector die in de Europese Unie werkzaam zijn en daarmee was het model niet meer nieuw, zo stelt Heat Performance.
Bij de beoordeling van dit betoog van Heat Performance stelt de rechtbank het volgende voorop. Zoals hiervoor is overwogen, is ingevolge artikel 5 lid 1 aanhef en onder b UModVo de relevante datum voor het bepalen van de nieuwheid van een model, de datum van indiening van de aanvraag om inschrijving van het model, ofwel de depotdatum. De relevante datum in deze is dus 4 februari 2022. Verder bepaalt artikel 7 lid 2 UModVo dat een openbaarmaking niet nieuwheidsschadelijk is wanneer een model waarvoor aanspraak op bescherming als ingeschreven Uniemodel wordt gemaakt voor het publiek beschikbaar is gesteld a) door de ontwerper, zijn rechtverkrijgende, of een derde op basis van door de ontwerper of diens rechtverkrijgende verstrekte informatie of genomen maatregelen en b) binnen twaalf maanden voorafgaande aan de datum van indiening van de aanvraag. Deze periode van twaalf maanden wordt ook wel de terme de grâce of, in het Nederlands, de respijttermijn genoemd. De respijttermijn voor de DHG Pro is dus aangevangen op 4 februari 2021.
De vraag is of de aanbieding van Comfort Products op haar eigen website gezien kan worden als nieuwheidsschadelijke openbaarmaking in de zin van artikel 7 lid 1 jo. lid 2 UModVo. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en licht dit als volgt toe.
Verschil tussen Single Heated Gloves Pro en DHG Pro is aan/uit-knop
De aanbieding van de Single Heated Gloves Pro vond plaats op de website van Comfort Products op 24 oktober 2020. Comfort Products heeft niet betwist dat zij de Single Heated Gloves Pro in oktober 2020 ter verkoop heeft aangeboden. De aanbieding was gericht op het algemene publiek en werd gedaan zonder enig voorbehoud, zodat niet gezegd kan worden dat kennis over de handschoenen beperkt was in de zin van nieuwheidsschadelijkheid. De openbaarmaking heeft plaatsgevonden vóór aanvang van de respijttermijn.
De Single Heated Gloves Pro zijn eveneens elektrisch verwarmde handschoenen. In haar conclusie van antwoord in reconventie heeft Comfort Products erkend dat de DHG Pro een verdere ontwikkeling is van de Single Heated Gloves Pro. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de directeur van Comfort Products desgevraagd verklaard dat het verschil tussen de DHG Pro en de Single Heated Gloves Pro, behalve uit de vormgeving van de aan/uit-knop, vooral blijkt uit een andere gebruikte techniek. De rechtbank zal de technische verschillen in haar beoordeling van de nieuwheid van de DHG Pro echter niet meewegen. Die techniek, wat daar ook van zij, wordt namelijk niet beschermd door het modelrecht (zie r.o. 4.7). Bovendien is die andere techniek niet van invloed op het uiterlijk, want ze bevindt zich in de binnenkant van de handschoenen, waar ze niet zichtbaar is voor de gebruiker.
Ter illustratie dienen de onderstaande afbeeldingen, met links de Single Heated Gloves Pro, en rechts de DHG Pro, zoals die ook blijkt uit het modeldepot:
De rechtbank constateert dat het enige verschil in het uiterlijk van de DHG Pro ten opzichte van de Single Heated Gloves Pro een andere vormgeving betreft van de aan/uitknop (waarmee de verwarming van de handschoenen kan worden bediend). Dit is ter zitting bevestigd door de directeur van Comfort Products. Waar de Single Heated Gloves Pro een rechthoekig plastic ‘plaatje’ hebben met daarop een rode aan/uitknop en rode stippen, hebben de DHG Pro een rechthoekig plastic plaatje met daarop in zwart-wit/grijstinten twee gestileerde handen. Nu Comfort Products de handschoen als geheel beschermd heeft, en de aan/uit-knop een ondergeschikt onderdeel uitmaakt van het gehele depot, wekken de Single Heated Gloves Pro en de DHG Pro eenzelfde algemene indruk bij de geïnformeerde gebruiker. De toevoeging of verandering van een dergelijk minimaal detail kan er niet toe leiden dat de gehele handschoen als ‘nieuw’ moet worden beschouwd en onder bescherming van het modelrecht kan worden gesteld.
De slotsom luidt dat de rechtbank oordeelt dat de openbaarmaking van de Single Heated Gloves Pro op 24 oktober 2020 door Comfort Products, derhalve voor aanvang van de respijttermijn op 4 februari 2021, nieuwheidsschadelijk is voor het Model. Het Model komt daarom wegens gebrek aan nieuwheid voor vernietiging in aanmerking. Dit betekent dat de eerste reconventionele vordering van Heat Performance zal worden toegewezen. De tweede reconventionele vordering van Heat Performance tot veroordeling van Comfort Products in een melding bij het EUIPO zal worden afgewezen, nu Heat Performance zelf daarvoor de meest gerede partij is.
Omdat Heat Performance geen inbreuk kan maken op een nietig model, liggen alle op het modelrecht gebaseerde vorderingen van Comfort Products voor afwijzing gereed.
Auteursrechtelijke beoordeling
Comfort Products stelt dat de DHG Pro beschouwd moet worden als een werk in auteursrechtelijke zin. Zij stelt tevens dat zij auteursrechthebbende is op dat werk, aangezien Comfort Products de ontwerper en modelrechthebbende is. Dit wordt door Heat Performance betwist.
De rechtbank zal daarom nu de vorderingen beoordelen van Comfort Products die gebaseerd zijn op het auteursrecht. De rechtbank komt tot het oordeel dat de DHG Pro geen auteursrechtelijk beschermd werk is, zodat Heat Performance daarop geen inbreuk maakt of kan maken. In het midden kan blijven of Comfort Products de auteursrechthebbende is.
Juridisch kader
Om als auteursrechtelijk werk beschermd te kunnen zijn in de zin van artikel 10 Aw, moet het voortbrengsel oorspronkelijk zijn, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de maker is die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzes van de maker bij de totstandkoming van het werk. . Om een voorwerp als oorspronkelijk te kunnen beschouwen, is zowel noodzakelijk als voldoende dat dit voorwerp de persoonlijkheid van de auteur ervan weerspiegelt door uitdrukking te geven aan de vrije en creatieve keuzen van die auteur. Ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen kan een (oorspronkelijk) werk zijn in de zin van de Aw. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarin geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen. De keuzes van de maker mogen niet louter een technisch effect dienen of te zeer het resultaat zijn van een door technische uitgangspunten beperkte keuze; de verschillende manieren om een idee uit te voeren zijn dan zodanig beperkt dat het idee samenvalt met de uitdrukking ervan en de auteur onmogelijk uitdrukking kan geven aan zijn creatieve geest en tot een resultaat kan komen dat een eigen intellectuele schepping vormt. Of aan voornoemde maatstaf is voldaan, dient beoordeeld te worden naar de situatie op het moment waarop het voortbrengsel tot stand is gebracht. Voorts geldt dat de enkele omstandigheid dat het werk of bepaalde elementen daarvan, passen binnen een bepaalde mode, stijl of trend niet betekent dat het werk of deze elementen zonder meer onbeschermd zijn. Onderzocht moet worden of de vormgeving van de (combinatie van de) verschillende elementen zodanig is dat aangenomen kan worden dat met het ontwerp door de maker op een voldoende eigen wijze uiting is gegeven aan de vigerende stijl, trend of mode.
De DHG Pro is geen auteursrechtelijk beschermd werk
Heat Performance heeft betwist dat Comfort Products de auteursrechthebbende is van de DHG Pro. Zij heeft er op gewezen dat de Chinese fabrikant Savior al in 2016 handschoenen heeft ontwikkeld die overeenstemmen met de Single Heated Gloves Pro, zodat aannemelijk is dat de DHG Pro in China zijn ontworpen en gemaakt en het auteursrecht niet bij Comfort Products ligt. Zoals hierna zal worden toegelicht, komt de rechtbank tot het oordeel dat de DHG Pro geen werk is in auteursrechtelijke zin, zodat in het midden kan blijven of Comfort Products auteursrechten overgedragen heeft gekregen van haar Chinese leverancier.
De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat een ontwerper van een gebruiksvoorwerp zoals een handschoen enige, zij het een door functionele eisen beperkte vrijheid heeft om ontwerpkeuzes te maken. Niet iedere vrije ontwerpkeuze resulteert echter zonder meer in een voorwerp dat voldoet aan de vereisten om als werk te worden gekwalificeerd, zoals hierboven beschreven.
De door Comfort Products gemaakte vormgevingskeuzes zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen. Hierbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat de bandbreedte voor originele vormgeving van verwarmde handschoenen gering is, maar niet nihil.
Volgens Comfort Products blijken de creatieve keuzes van de maker vooral uit de combinatie van de volgende zes punten (voor afbeeldingen zie r.o. 2.5):
een knop met een afbeelding van twee handjes en daarboven de merknaam, waar bij de binnenkant van het rechterhandje een lijn loopt van de duim naar de pols. Deze knop bevindt zich rechts onderaan bij de linkerhandschoen en links onderaan bij de rechterhandschoen;
stiksel over de rug van de hand in een vorm van een halve maan/halve cirkel in de kleur zwart;
een zwarte klittenbandsluiting aan de onderkant van de handschoen met daarop de merknaam;
zwart label aan de zijkant;
de lengte van de (onderkant) van de handschoen;
verwarming door de hele handschoen. Zowel over de palm van de hand, als de vingertoppen, als de rug van de hand.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen zich uitgelaten over de vormgeving die gebruikelijk is in de markt voor verwarmde handschoen. Beide partijen hebben verwezen naar meegebrachte handschoenen van andere producenten. Ter illustratie dient de onderstaande vergelijking van Comfort Products met eerdere handschoenen van de fabrikanten Savior en G-Heat:
In het licht van de vergelijking met andere handschoenen valt niet van de door Comfort Products aangevoerde keuzes zonder nadere toelichting, die ontbreekt, te begrijpen hoe hieruit blijkt dat sprake is van auteursrechtelijk relevante creatieve keuzes. Comfort Products heeft ook geen tekeningen van het ontwerpproces overgelegd die inzichtelijk maken hoe de keuzes van Comfort Products zich onderscheiden van de keuzes van andere fabrikanten.
Zoals mede blijkt uit de handschoenen van andere fabrikanten, zijn de keuzes bij de DHG Pro voor het stiksel (punt 2), het klittenband (punt 3), en de plaatsing van het label (punt 4) banaal en triviaal, nu deze keuzes min of meer dwingend volgen uit functionele eisen, danwel door functionele eisen worden ingeperkt. Voor het stiksel geldt dat het enerzijds dient ter versteviging, anderzijds dat de vormen gebruikelijk zijn. Van (de plaatsing van) de aan/uit-knop (punt 1), voor zover daarvoor geen technisch bepaalde noodzaak bestaat, valt ook niet in te zien hoe deze vormgevingskeuze de DHG Pro als samenstel van onbeschermde elementen over de auteursrechtelijke drempel kan helpen. Van (de plaatsing van) de knop kan niet gezegd worden dat zij dermate beeldbepalend is, dat hieruit volgt dat uit de DHG Pro als geheel de eigen oorspronkelijke keuzes en het persoonlijk stempel van de maker blijkt (anders gezegd: dat de gehele handschoen een eigen intellectuele schepping van de maker is en dus als een ‘werk’ kan worden beschouwd).
Bij de lengte van de onderkant van de handschoen (punt 5) kunnen keuzes gemaakt worden die niet uitsluitend door technische (comfort) overwegingen gedicteerd hoeven te worden; echter, de door Comfort Products gemaakte keuze – zo van een keuze al sprake is geweest – bevindt zich ruim binnen de bandbreedte van wat gebruikelijk is, en is dus eveneens banaal en triviaal. Dit geldt specifiek voor het hierboven genoemde punt 6 (interne verwarming) dat volledig technisch is bepaald en bovendien geen zichtbaar deel uitmaakt van de DHG Pro.
Bovenstaande in samenhang bezien, oordeelt de rechtbank daarom dat de DHG Pro geen werk is in auteursrechtelijke zin en dat Comfort Products (dus) niet de bescherming van het auteursrecht kan inroepen. Hieruit volgt dat Heat Performance met de Xtreme 1 geen inbreuk maakt of kan maken op de DHG Pro. De vorderingen van Comfort Products op grond van een haar (niet) toekomend auteursrecht zullen daarom eveneens worden afgewezen.
(Geen) Merkinbreuk
Comfort Products stelt dat Heat Performance inbreuk maakt op het merk BERTSCHAT, omdat Heat Performance het merk gebruikt in reclame op Google voor de Xtreme 1. Comfort Products stelt dat dit volgt uit de resultaten van haar zoekopdracht via Google. Daaruit zou blijken dat Heat Performance het Merk als (verborgen) zoekterm bij Google heeft opgegeven.
Heat Performance heeft onderbouwd betwist dat zij gebruik maakt van het merk van Comfort Products. Zij heeft een verklaring van haar marketeer overgelegd waarin zij ingaat op het principe van ‘keyword insertion’ en de invloed van de zoekgeschiedenis van een gebruiker op de vertoning van advertenties. Google plaatst zelf de term 'Bertschat' als keyword in de advertentie, als gevolg van het gebruik van keyword insertion en brede zoekwoorden (waarmee, naar de rechtbank begrijpt algemene termen worden bedoeld als ‘verwarmde handschoenen’). De reden dat Bertschat in het voorbeeld dat Comfort-Products aanhaalt, zou zijn verschenen in de advertentie, heeft te maken met het feit dat Comfort-Products zelf regelmatig op de term Bertschat zoekt, volgens Heat Performance.
In het licht van de uitgebreide betwisting door Heat Performance had van Comfort Products mogen worden verwacht dat zij haar stellingen nader zou hebben toegelicht. Comfort Products heeft dit echter nagelaten, zodat de rechtbank de vorderingen van Comfort Products als onvoldoende onderbouwd zal afwijzen.
Onrechtmatige daad, slaafse nabootsing
Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van slaafse nabootsing neemt de rechtbank het volgende tot uitgangspunt.
Juridisch kader
Ten aanzien van nabootsing van een stoffelijk product dat niet (langer) wordt beschermd door een absoluut recht van intellectuele eigendom geldt dat nabootsing van dit product in beginsel vrijstaat, zij het dat dit beginsel uitzondering lijdt wanneer door die nabootsing verwarring bij het publiek valt te duchten en de nabootsende concurrent tekortschiet in zijn verplichting om bij dat nabootsen alles te doen wat redelijkerwijs, zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid of bruikbaarheid van zijn product, mogelijk en nodig is om te voorkomen dat door gelijkheid van beide producten gevaar voor verwarring ontstaat. Nabootsing op een wijze die nodeloos verwarring veroorzaakt, is een vorm van oneerlijke mededinging, waartegen met een vordering uit onrechtmatige daad kan worden opgekomen.
Van verwarring ten aanzien van een nagebootst product kan eerst sprake zijn indien dat product een eigen gezicht heeft op de relevante markt, dat wil zeggen dat het zich in uiterlijke verschijningsvorm onderscheidt van andere, gelijksoortige producten op die markt (ook wel het Umfeld genoemd). De mate waarin dat product zich dient te onderscheiden van die gelijksoortige producten om bij het verschijnen van nabootsingen ervan een gevaar voor verwarring te kunnen doen ontstaan, hangt onder meer af van de aard en de hoeveelheid gelijksoortige producten die zich op dat moment op de desbetreffende markt bevinden. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het hebben van een eigen gezicht of eigen plaats op de relevante markt ligt bij de eiser.
Geen eigen gezicht
De vorderingen gebaseerd op onrechtmatige daad (slaafse nabootsing) liggen in het verlengde van de vorderingen die zijn gebaseerd op het auteurs- en modelrecht, en delen het lot daarvan. De rechtbank licht dit toe als volgt.
In haar processtukken heeft Comfort Products niet onderbouwd waaruit het eigen gezicht en de eigen plaats op de markt van de DHG Pro blijkt. Ter onderbouwing van het eigen gezicht van de DHG Pro heeft Comfort Products slechts in haar dagvaarding die stelling geponeerd in één in algemene termen verwoordde alinea. Evenmin heeft zij haar stellingen nader onderbouwd in het licht van de betwisting door Heat Performance dat van een eigen gezicht van de DHG Pro geen sprake is. Ter zitting heeft Comfort Products nog aangevoerd dat wanneer wordt gekeken naar de verwarmde handschoenen van bijvoorbeeld Heatdry clothing, R2B, Saaf en Quality Heating, de verschillen in de designkeuzes duidelijk opvallen, maar die enkele stelling is onvoldoende om te oordelen dat de DHG Pro een eigen gezicht op de markt heeft. Daar komt nog bij dat Comfort Products het relevante publiek ter zitting slechts heeft gedefinieerd als ‘mensen boven de 60’, maar niet heeft onderbouwd waarom dit publiek specifiek de DHG Pro zou herkennen temidden van het Umfeld.
Bij deze stand van zaken is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gebleken dat de DHG Pro bij haar verschijnen een eigen gezicht op de markt had of dit inmiddels heeft. De (subsidiaire) vorderingen van Comfort Products gebaseerd op onrechtmatige daad (slaafse nabootsing) zullen daarom worden afgewezen.
In het incident tot inzage ex artikel 843a Rv
Comfort Products vordert op grond van artikel 843a Rv (oud; thans artikel 194 Rv) in verbinding met artikel 1019a Rv afschrift van- en inzage in de beslagen bescheiden die betrekking hebben op de door haar gestelde inbreuk op haar auteurs- en modelrechten. De rechtbank is van oordeel dat Comfort Products geen rechtmatig belang heeft bij haar inzage-vordering. Daartoe wordt het volgende overwogen.
De gevorderde exhibitie moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 843a Rv jo artikel 1019a Rv, waarbij het volgende geldt. Ten eerste dient de eiser tot exhibitie een rechtmatig belang te stellen en te hebben. De enkele interesse in bescheiden is onvoldoende. Ten tweede moet de vordering bepaalde bescheiden of ander bewijsmateriaal betreffen waarover ten derde de verweerder daadwerkelijk de beschikking heeft of kan krijgen. Ten vierde dient de eiser tot exhibitie partij te zijn bij de rechtsbetrekking waarop het bewijsmateriaal ziet, waarbij in artikel 1019a lid 1 Rv is bepaald dat een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een recht van intellectuele eigendom geldt als een dergelijke rechtsbetrekking.
Comfort Products stelt een rechtmatig belang te hebben bij inzage in verband met de (verdere) onderbouwing van (i) haar inbreukvordering en (ii) haar schade. Comfort Products stelt dat de bewijsmiddelen waarover zij thans beschikt nog geen goed en volledig inzicht geven in de omvang van de door Heat Performance gepleegde inbreuk en/of onrechtmatig handelen, zodat haar rechtmatig belang bij de inzage voortvloeit uit de noodzaak om haar exacte rechts- en bewijspositie te kunnen bepalen.
De rechtbank stelt voorop dat het vaststellen van inbreuk geen doel is dat inzage in de bescheiden van Heat Performance rechtvaardigt. Voor een rechtmatig belang bij de inzage dient Comfort Products voldoende feiten en omstandigheden te stellen waaruit blijkt dat sprake is van (dreigende) inbreuk op een intellectueel eigendomsrecht en zij dient dit met eventueel reeds voorhanden bewijsmateriaal te onderbouwen. Vervolgens geldt dat de rechtbank in de huidige procedure heeft geoordeeld dat Comfort Products niet over de gepretendeerde rechten kan beschikken, zodat Heat Performance geen inbreuk op die rechten kan hebben gemaakt en Comfort Products geen rechtmatig belang heeft bij inzage.
Nu niet is komen vast te staan dat Heat Performance inbreuk heeft gemaakt op enig recht van Comfort Products, betekent dit evenzo dat Comfort Products geen schade heeft geleden door het handelen van Heat Performance. Hieruit volgt dat ook de tweede grondslag voor inzage, het vaststellen van de schade van Comfort Products, niet kan leiden tot toewijzing van de vordering.
Gezien het voorgaande zal de rechtbank de inzagevordering afwijzen vanwege gebrek aan rechtmatig belang. Het verzoek tot het openstellen van de mogelijkheid van tussentijds hoger beroep zal worden gepasseerd, nu meteen een eindvonnis zal worden gewezen. Comfort Products zal verwezen worden in de kosten van Heat Performance in het incident.
In het incident tot afgifte
In het incident tot afgifte stelt Comfort Products dat zij niet weet hoeveel inbreukmakende handschoenen nog in omloop zijn en dat afgifte zodoende nodig is om de daadwerkelijke hoeveelheid inbreukmakende handschoenen vast te stellen. Hierbij heeft te gelden dat het vaststellen van de omvang van de inbreuk geen afgifte rechtvaardigt. Een recht van afgifte van in beslag genomen zaken op grond van artikel 28 Aw jo. art. 3.17 lid 3 en artikel 3.18 lid 2 BVIE jo. artikel 19 UModVo jo. artikel 700-710a en 730 e.v. Rv vloeit immers voort uit de inbreukmakende aard van de beslagen zaken, waar thans geen sprake van is. De rechtbank zal deze vordering afwijzen, nu Heat Performance geen inbreuk maakt op een recht van intellectuele eigendom van Comfort Products.
Ook het verzoek in het incident tot afgifte om het openstellen van de mogelijkheid van tussentijds hoger beroep zal worden gepasseerd, nu meteen een eindvonnis zal worden gewezen. Comfort Products zal verwezen worden in de kosten van Heat Performance in het incident.
Overige vorderingen in reconventie
Reconventionele vordering tot opheffen beslag
In reconventie heeft Heat Performance een vordering ingesteld tot – kort gezegd – opheffing van het door Comfort Products gelegde beslag (vordering onder f).
Op grond van artikel 705 Rv kan de voorzieningenrechter die verlof tot het beslag heeft gegeven, dit beslag opheffen, onder meer indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt, onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter. Of aan deze grond voor opheffing is voldaan, dient beslist te worden aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd, welke beoordeling niet los kan geschieden van een afweging van de wederzijdse belangen.
Belangenafweging
Comfort Products heeft belang bij het beslag ter verzekering van haar bewijspositie. Los van dat belang heeft Comfort Products geen bijzondere omstandigheden genoemd die in de belangenafweging betrokken moeten worden. Heat Performance stelt dat zij belang heeft bij opheffing van de gelegde beslagen nu het bedrijfsvertrouwelijke gegevens betreft en ter verkoop aan te bieden exemplaren van de Xtreme 1. Door Heat Performance is gesteld dat zij schade lijdt als gevolg van het beslag. De rechtbank oordeelt hierover als volgt.
Een belangenafweging met betrekking tot de handschoenen dient in het voordeel van Heat Performance uit te vallen. Geoordeeld is dat Heat Performance met de Xtreme 1 geen inbreuk maakt op enig recht van Comfort Products. Het beslag is zodoende ten onrechte op die grond gelegd. Het door Comfort Products gelegde beslag belemmert Heat Performance in haar bedrijfsvoering, aangezien het exemplaren betreft die niet door Heat Performance verkocht kunnen worden. Comfort Products heeft geen in redelijkheid te respecteren belang tegenover de door Heat Performance aangevoerde bezwaarlijkheid. Het beslag zal worden opgeheven.
Dit geldt echter niet voor de beslagen- en in bewaring genomen administratie. Gesteld noch gebleken is hoe het beslag op de administratieve gegevens van Heat Performance voor haar bezwaarlijk is, temeer aangezien het kopieën van die administratie betreft. Heat Performance heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij om andere redenen noemenswaardig in haar bedrijfsvoering wordt gehinderd door het beslag. Met betrekking tot de administratie valt een belangenafweging dan ook uit in het voordeel van Comfort Products, nu Comfort Products hangende een eventueel hoger beroep haar bewijspositie moet kunnen handhaven.
De slotsom luidt dat de reconventionele vordering tot opheffing van het gelegde administratief beslag zal worden afgewezen, en dat de reconventionele vordering tot opheffing van het conservatoir beslag op de handschoenen zal worden toegewezen.
Verwijzing naar schadestaatprocedure
Voor het toewijzen van een vordering tot schadevergoeding nader op te maken bij staat (reconventionele vordering onder d) is voldoende dat aannemelijk is dat schade is- of zal worden geleden. Gelet op de aard van het beslag, en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de mogelijkheid dat Heat Performance voor vergoeding in aanmerking komende schade heeft geleden aannemelijk genoeg voor verwijzing naar de schadestaatprocedure. De wettelijke rente over enige door Heat Performance van Comfort Products te ontvangen schadevergoeding kan ook in die schadestaatprocedure aan de orde worden gesteld.
Opgave omzet- en verkoopgegevens
Tot slot heeft Heat Performance (reconventionele vordering onder e) ter begroting van haar schade gevorderd dat Comfort Products bevolen zal worden opgave te doen van (onder meer) gegevens over de verkoop van- en behaalde omzet met de DHG Pro. Deze vordering kan niet worden toegewezen, aangezien een rechtsgrond daarvoor ontbreekt. De schade aan de zijde van Heat Performance door het onrechtmatig gelegde beslag, hetgeen mogelijk geleid heeft tot gederfde winst aan de zijde van Heat Performance, kan niet gelijkgesteld worden aan de gemaakte winst aan de zijde van Comfort Products. Het betreft immers verschillende producten in een markt waarop meerdere aanbieders actief zijn, zodat het verband ontbreekt tussen de verkoop van andere handschoenen door Comfort Products en de Xtreme 1 van Heat Performance.
Proceskosten
In conventie en reconventie
Comfort Products zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van Heat Performance. Het partijdebat heeft zich voornamelijk afgespeeld in conventie, waarbij de vorderingen in reconventie vrijwel spiegelbeeldig waren aan de vorderingen in conventie. De procedure in conventie en reconventie zien op de handhaving van rechten van intellectuele eigendom (hierna: IE), waarbij in het partijdebat de subsidiair aangevoerde stellingen van Comfort Products over onrechtmatige daad een te geringe bijdrage hadden. De rechtbank zal, gelet op dit alles, bij de begroting van de proceskosten de gemaakte kosten geheel toewijzen aan de conventie, en de kosten in reconventie begroten op nihil, waarbij het aandeel van deze procedure dat niet ziet op de handhaving van rechten van IE eveneens wordt gesteld op nihil.
Heat Performance heeft haar kosten gespecificeerd op in totaal € 97.475,25. Om de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie april 2017). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. De onderhavige zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie ‘complexe bodemzaak’ met een maximumtarief van € 40.000,--, gelet op de veelheid van stellingen van Comfort Products, de ingestelde reconventie, en nu beide partijen hebben gepleit aan de hand van spreekaantekeningen. Omdat de declaraties van Heat Performance hoger zijn dan het maximumtarief, komen zij tot dit maximum voor toewijzing in aanmerking.
Het toe te wijzen bedrag wordt vermeerderd met het griffierecht van € 688,-- , waarmee het totaalbedrag dat Comfort Products aan Heat Performance dient te vergoeden voor de conventie uitkomt op € 40.688,--
In de incidenten
In beide incidenten is Comfort Products geheel in het ongelijk gesteld en zal zij worden veroordeeld in de proceskosten van Heat Performance. De rechtbank beoordeelt het incident tot inzage ex artikel 843a Rv (oud) als behorend tot de categorie ‘normaal incident’ met een maximumtarief van € 2.500,-- Het incident tot afgifte van de in beslaggenomen zaken wordt beoordeeld als behorend tot de categorie ‘eenvoudig incident’ met een maximumtarief van € 1.000,--. Het totaal in de incidenten door Comfort Products aan Heat Performance te vergoeden bedrag komt daarmee op (€ 2.500,-- + € 1.000,-- =) € 3.500,--, waarmee het totaal in conventie door Comfort Products aan Heat Performance te vergoeden bedrag komt op (€ 40.688,-- + € 3.500,-- =) € 44.188,--.
In conventie, reconventie, en beide incidenten
Nakosten behoren tot de proceskosten. De nakosten worden altijd toegewezen, ook als deze niet expliciet zijn gevorderd. De rechtbank zal ook deze kosten in dit geval toerekenen aan de conventie. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2024 een bedrag van € 278,-- zonder betekening bij een procedure in conventie en reconventie). Dit bedrag wordt onvoorwaardelijk toegewezen. In geval van betekening wordt een extra component aan salaris (per 1 februari 2024 een bedrag van € 92,-- extra) en de explootkosten van betekening toegekend. Deze kosten worden voorwaardelijk toegekend, te weten als de veroordeelde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden.
Wettelijke rente
De wettelijke rente over de proceskosten in conventie, de incidenten en reconventie zal worden toegewezen zoals weergegeven in het dictum.
5. De beslissing
De rechtbank
In conventie
wijst de vorderingen van Comfort Products af,
In reconventie
vernietigt het Gemeenschapsmodel met nummer 008850168-0001 ten name van Comfort-Products Europe B.V.;
verklaart voor recht dat Comfort Products jegens Heat Performance onrechtmatig heeft gehandeld door het leggen van het bewijsbeslag en de inbeslagname van de handschoenen van Heat Performance en blokkering van de verdere verkoop daarvan en verklaart voor recht dat Comfort Products dientengevolge aansprakelijk is jegens Heat Performance voor de door Heat Performance als gevolg van door dit handelen geleden schade;
veroordeelt Comfort Products om aan Heat Performance tegen kwijting te betalen de door Heat Performance geleden schade en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 30 oktober 2024;
wijst af het meer of anders gevorderde;
In conventie en in reconventie
veroordeelt Comfort Products in de kosten van de procedure, aan de zijde van Heat Performance tot op heden begroot op € 44.188,00 en in de nakosten van € 278,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Comfort Products niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt Comfort Products tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten en de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart de uitgesproken veroordelingen (onder 5.2, 5.4, 5.6 en 5.7) uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, rechter, bijgestaan door mr. E.E. de Vos, griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.