RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 februari 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/23857
en
Procesverloop
Op 29 januari 2024 heeft verzoeker een brief van de minister ontvangen. Daarin heeft de minister aan verzoeker medegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming op grond van de RTB per 4 maart 2024 is beƫindigd, onder verwijzing naar de uitspraak van 17 januari 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Verzoeker heeft tegen deze brief beroep ingesteld, alsmede een verzoek tot een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Procesverloop
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/22653, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: