[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Verzoeker heeft zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken, omdat de minister door het nemen van een besluit tegemoet is gekomen aan zijn verzoek. Verzoeker heeft daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
3. Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, bestaat geen recht op een vergoeding van de proceskosten.
4. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of verzoeker procesbelang heeft bij een beoordeling van dit verzoek. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.
5. Verzoeker heeft op 26 juni 2025 onderhavig beroep ingesteld wegens het niet tijdig opnieuw beslissen op zijn aanvraag. Lopende die procedure heeft verzoeker op 24 september 2025 een tweede beroep ingesteld (NL25.46520).
6. Op 30 september 2025 heeft de minister een inwilligend besluit genomen. Voor zover hier van belang, heeft de verzoeker in beide zaken het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van de proceskosten.
7. Het eerste verzoek van verzoeker is ingediend met hetzelfde doel als het tweede verzoek, namelijk een vergoeding van de proceskosten. Omdat het verzoek om de vergoeding van de proceskosten al is toegewezen in de zaak NL25.46520, is dat doel bereikt. Verzoeker heeft daarom geen belang meer bij een beslissing op het onderhavige verzoek in de zaak NL25.28378.
Conclusie en gevolgen
8. Het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.