[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. R. Balkenende),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Overwegingen
De gemachtigde van eiser heeft er in zijn bericht van 13 januari 2026 terecht op gewezen dat het dictum van de uitspraak van 13 januari 2026 niet in overeenstemming is met overweging 19 van de uitspraak.
Gelet op de inhoud van rechtsoverweging 19 is in het dictum sprake van een kennelijke verschrijving. De rechtbank ziet daarom aanleiding om het dictum aan te passen.
Beslissing
De rechtbank bepaalt dat in het dictum van de uitspraak van 13 januari 2026
“bepaalt dat het verzoek om heroverweging wordt ingewilligd, stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel vast op 11 augustus 2020 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;”
wordt vervangen door:
“bepaalt dat het verzoek om heroverweging wordt ingewilligd, stelt de ingangsdatum van de
verblijfsvergunning asiel vast op 18 augustus 2019 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats
komt van het vernietigde besluit;”.
Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.P. de Zwart, griffier.
De hersteluitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open.