[naam], eiser,V-nummer: [nummer],(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In een eerdere procedure heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, het beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond verklaard. De minister moest binnen een termijn van zestien weken alsnog een besluit nemen op de asielaanvraag. Daarbij heeft de rechtbank ook bepaald dat als de minister niet op tijd een besluit neemt, hij een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-.
Deze uitspraak gaat over het tweede beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 13 december 2024.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
2. Voorafgaand aan het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen moet eiser de minister door middel van een ingebrekestelling laten weten dat hij binnen twee weken alsnog op de aanvraag moet beslissen. Bij een tweede beroep tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde aanvraag is een nieuwe ingebrekestelling niet nodig.
3. In de uitspraak van 8 oktober 2025 heeft de rechtbank de minister een beslistermijn opgelegd van zestien weken. Deze termijn verliep op 29 januari 2026. Het tweede beroep is 14 januari 2026 ingediend, het beroep niet tijdig beslissen is prematuur ingediend.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding
Beslissing
- De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.