ECLI:NL:RBDHA:2026:6873

ECLI:NL:RBDHA:2026:6873

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-03-2026
Datum publicatie 27-03-2026
Zaaknummer NL25.31033
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak. De rechtbank is van oordeel dat de minister het geconstateerde gebrek heeft hersteld met de aanvullende motivering. Beroep is gegrond. Omdat de minister het gebrek heeft hersteld, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.

Uitspraak

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],

V-nummer: [v-nummer],

[naam 2], eiseres,

geboren op [geboortedatum 2],

V-nummer: [v-nummer 2],

beiden van Iraakse nationaliteit,

tezamen: eisers,

(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. H.R. Nobel).

Inleiding

1. Eisers hebben op 21 maart 2023 aanvragen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ingediend voor het verblijfsdoel “verblijf als familie- of gezinslid” bij hun broer [naam 3] (referent). De minister heeft deze aanvragen met het besluit van 15 januari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 juni 2025 op het bezwaar van eisers is de minister bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 12 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eisers, referent, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

De rechtbank heeft op 20 januari 2026 een tussenuitspraak gedaan. In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Daarbij heeft de rechtbank de minister opgedragen om binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek binnen zes weken te herstellen.

Omdat de minister niets had laten weten binnen twee weken, heeft de rechtbank het onderzoek op 6 februari 2026 heropend en gesloten.

Bij brief van 6 februari 2026 heeft de minister aangegeven per abuis niet binnen twee weken te hebben gereageerd en verzoekt de rechtbank om het onderzoek nogmaals te heropenen en de mogelijkheid te bieden het gebrek te herstellen.

De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens op 6 februari 2026 nogmaals heropend.

De minister heeft op 3 maart 2026 een aanvullende motivering gegeven. Op 13 maart 2026 heeft de gemachtigde van eisers hierop gereageerd.

De rechtbank heeft het onderzoek op 17 maart 2026 opnieuw gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Is er sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen referent en eisers?

2. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen.

3. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank, kort gezegd, overwogen dat de minister bij de beoordeling van de aanvragen het juiste toetsingskader heeft gehanteerd. Ook is de minister er bij de beoordeling terecht van uitgegaan dat referent feitelijk geen ouderrol vervulde. De rechtbank heeft verder overwogen dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat, omdat de minister bij de beoordeling van de bijkomende elementen van afhankelijkheid ten aanzien van de banden met het land van herkomst de individuele omstandigheden van eisers en hetgeen zij in dit verband hebben aangevoerd onvoldoende heeft betrokken bij de beoordeling. De minister heeft in dit kader enkel overwogen dat de omstandigheden van eisers, te weten dat zij als Jezidi’s worden gediscrimineerd in Irak, algemeen van aard zijn, voor veel Jezidi’s in Irak gelden en geen verband houden met het gezinsleven tussen eisers en referent.

4. De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of de minister het geconstateerde gebrek heeft hersteld met de aanvullende motivering van 3 maart 2026.

5. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. De rechtbank stelt voorop dat de beoordeling van de vraag of sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid een kwestie van feitelijke aard is en dat de feitelijke situatie van eisers daarom dient te worden beoordeeld. De minister heeft in de aanvullende motivering voor wat betreft de banden met het land van herkomst overwogen dat eisers onder meer hebben verklaard dat het vanwege de discriminatie moeilijk was om werk te vinden en dat zij in een onveilige omgeving woonden en weinig rechten hadden omdat ze Jezidi’s zijn. Anderzijds heeft referent verklaard dat eisers gestopt zijn met school vanwege een gebrek aan geld, omdat eisers voor hun jongere broertje moesten zorgen en dat het moeilijk is om werk te vinden omdat er veel gewapende groeperingen zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat er, gelet op de feitelijke situatie, nog steeds banden zijn met Irak. Hierbij is betrokken dat uit de verklaringen van eisers en referent volgt dat een deel van de moeilijke omstandigheden gelegen is in het feit dat eisers de zorg voor hun jongste broertje hebben gehad en niet zozeer in de door eisers ondervonden discriminatie. Verder is overwogen dat eisers toegang hebben gehad tot school, dat zij hun hele leven in Irak hebben gewoond, dat zij kennis hebben van de taal en cultuur en dat er familieleden van eisers zijn in Irak. De rechtbank onderkent dat eisers zware en moeilijke omstandigheden hebben meegemaakt in Irak en acht het eveneens begrijpelijk dat dit van invloed is geweest op de banden die zij ervaren met Irak. De rechtbank is, gelet op de feitelijke situatie, echter eveneens van oordeel dat niet kan worden gesteld dat er geen dan wel slechts beperkte banden zijn met Irak. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de individuele omstandigheden van eisers dan ook voldoende betrokken bij de beoordeling en heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat nog steeds sprake is van (sterke) banden met het land van herkomst.

6. De rechtbank overweegt verder dat, zelfs indien ervan zou worden uitgegaan dat eisers geen (sterke) banden met het land van herkomst zouden hebben, de minister desondanks heeft kunnen concluderen dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke band overstijgen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

7. Eisers voeren verder aan dat zij vanaf 2014 als minderjarigen op elkaar aangewezen waren en altijd hebben samengewoond tot het vertrek van referent. Weliswaar is het normaal dat broers en zussen als minderjarigen samenwonen, echter is het niet normaal dat zij samenwonen zonder de aanwezigheid van de ouders. Het is volgens eisers evident dat referent daarnaast soms voor langere periode van huis was om te werken en op die manier te kunnen zorgen voor eisers. De minister heeft verder ten onrechte tegengeworpen dat referent vanuit Nederland zijn financiële ondersteuning kan voortzetten. Een dergelijke overweging speelt pas een rol bij de belangenafweging. Eisers wijzen op de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 juli 2025. Ook heeft de minister ten onrechte gesteld dat er wat betreft de gezondheid van eisers en referent geen bijzonderheden zijn aangevoerd. Eisers en referent hebben samen de zorg gedragen voor hun zieke broertje en dat heeft hen gevormd en hechter gemaakt. De emotionele afhankelijkheid tussen eisers en referent is dan ook zeer sterk gelet op het verlies van hun broertje, het verlies van hun moeder, het vertrek van hun vader, de komst van IS en de vlucht voor IS.

De rechtbank is van oordeel dat de minister ook voor het overige voldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat er tussen eisers en referent geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De minister heeft zich allereerst op het standpunt mogen stellen dat het gebruikelijk is dat minderjarige broers en zussen samenwonen. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat niet is gebleken dat referent een daadwerkelijke ouderrol vervulde ten aanzien van eisers. De minister heeft verder kunnen overwegen dat de samenwoning niet zwaar meeweegt, omdat referent vanwege zijn werk grote delen van het jaar niet bij zijn broertje en zusje woonde. Hiervoor acht de minister van belang dat niet is gebleken dat referent dit deed vanuit een rol die de normale rol als broer overstijgt. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het normaal is dat broers en zussen samen zorg dragen voor de huishouding. Gelet hierop heeft de minister de samenwoning niet ten onrechte niet zwaar mee laten wegen.

Ten aanzien van de financiële afhankelijkheid overweegt de rechtbank als volgt. De minister heeft in het bestreden besluit overwogen dat, voor zover er wordt uitgegaan van een financiële afhankelijk, deze financiële ondersteuning ook vanuit Nederland kan worden voortgezet. De rechtbank stelt echter vast dat ten aanzien van de financiële ondersteuning eveneens is overwogen dat de stelling dat sprake is van een geldlening en dat eisers dit moeten terugbetalen niet met documenten is onderbouwd. De gemachtigde van de minister heeft op zitting verder toegelicht dat het zwaartepunt bij de financiële afhankelijkheid niet is gelegen in het gegeven dat dit vanuit Nederland zou kunnen worden voortgezet, maar in het gegeven dat eisers financiële ondersteuning hebben ontvangen van een oom en buurtgenoten/andere familieleden in Irak en dat niet is gebleken dat dit leningen betreffen. Dit is dan ook het primaire standpunt. Bovendien is volgens de gemachtigde van de minister gebleken dat referent op dit moment onvoldoende geld heeft om eisers financieel te ondersteunen. De minister heeft dan ook mogen tegenwerpen dat niet is onderbouwd dat sprake is geweest van geldleningen en dat eiser financieel afhankelijk zijn van referent. Van een motiveringsgebrek is de rechtbank dan ook niet gebleken.

De minister heeft verder niet ten onrechte overwogen dat geen medische omstandigheden zijn aangevoerd die op eisers of referent zien. Volgens de minister is het begrijpelijk dat het zwaar is geweest voor eisers om voor hun zieke broertje te zorgen. Het is echter niet gebleken dat hierdoor een vorm van medische afhankelijkheid tussen eisers en referent is ontstaan.

De minister heeft verder overwogen dat door het overlijden van hun moeder en het overlijden van hun broertje de emotionele band tussen referent en eisers groter is geworden. De minister heeft zich echter, onder verwijzing naar het arrest Kumari van het Hof van Justitie, terecht op het standpunt gesteld dat het niet ongebruikelijk is dat familieleden elkaar steunen tijdens het rouwproces en dat niet is gebleken dat als gevolg hiervan sprake is van een meer dan normale afhankelijkheid tussen eisers en referent. De vraag of hiervan sprake is, is immers afhankelijk van het daadwerkelijk bestaan van hechte, persoonlijke banden. In dit licht heeft de minister kunnen overwegen dat het begrijpelijk is dat eiseres referent mist, maar dat niet is gebleken dat dit de meer dan gebruikelijke emotionele banden overstijgt. Hetzelfde geldt voor de dood van hun moeder, het vertrek van hun vader, de langdurige ziekte van hun broertje en voor de gezamenlijke vlucht voor IS als gevolg van de genocide. Van belang is immers in welke mate eisers en referent door deze gebeurtenissen van elkaar afhankelijk zijn, gelet op hun emotionele band. De rechtbank onderkent dat eisers te maken hebben gehad met verschillende schrijnende en emotionele gebeurtenissen. In dit kader is echter van belang in hoeverre deze gebeurtenissen hebben doorgewerkt in de feitelijke situatie en onderlinge afhankelijkheid. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat niet is gebleken dat, gelet op de verschillende schrijnende gebeurtenissen in hun leven, sprake is van een mate van emotionele afhankelijkheid die de gebruikelijke band overstijgt.

Conclusie en gevolgen

8. Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebrek is het beroep gegrond. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd. Omdat de minister het gebrek heeft hersteld, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. Dit betekent dat de minister geen nieuw besluit hoeft te nemen.

9. Omdat het beroep gegrond is krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.335,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting en 0,5 punt voor een reactie op de aanvullende motivering, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;- vernietigt het bestreden besluit;- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;- veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 2.335,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de tussenuitspraak en/of deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Tesfai

Griffier

  • mr. V. Vegter

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?