ECLI:NL:RBDHA:2026:692

ECLI:NL:RBDHA:2026:692, Rechtbank Den Haag, 16-01-2026, NL25.60879

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-01-2026
Datum publicatie 19-01-2026
Zaaknummer NL25.60879
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vovo beëindiging opvang Tussenvoorziening wegens afwijzing verzoek 64 Vw. Geen standpunt verweerder ontvangen. Verzoek toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie.

Samenvatting

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.60879

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),

en

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoekster om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekster.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend om toepassing van artikel 64 van de Vw. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 15 oktober 2025 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Zij verzoekt de voorzieningenrechter het besluit van 15 oktober 2025 te schorsen.

3. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Bij bericht van 23 december 2025 heeft verzoekster verzocht om het verzoek om voorlopige voorziening met spoed te behandelen omdat zij haar onderdak dreigt te verliezen. Verzoekster verblijft in een opvanglocatie van de Tussenvoorziening te Utrecht. Bij brief van 29 oktober 2025 heeft de Tussenvoorziening verzoekster aangezegd dat haar recht op opvang, als gevolg van het bestreden besluit van 15 oktober 2025, per 22 januari 2026 wordt beëindigd. De voorzieningenrechter is van oordeel dat hiermee het spoedeisend belang is gegeven.

5. Bij bericht van 7 januari 2026 heeft de rechtbank verzoekster om nadere inlichtingen gevraagd en de minister een termijn tot 12 januari 2026 om hierop te reageren. Bij bericht van 8 januari 2026 heeft verzoekster de gevraagde informatie verstrekt. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om hierop te reageren, ook niet nadat de reactietermijn telefonisch is verlengd tot en met 14 januari 2026.

6. De voorzieningenrechter stelt vast dat de minister de door verzoekster verstrekte inlichtingen niet heeft bestreden en ook overigens geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid om een nader standpunt in te nemen, waarbij de voorzieningenrechter heeft gewezen op het bepaalde in artikel 8:31 van de Awb. Gelet hierop en op de gestelde gevolgen die het bestreden besluit voor verzoekster heeft, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 15 oktober 2025 is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

8. Omdat het verzoek wordt toegewezen veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Bruins, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

16 januari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P. Bruins

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?