Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 15 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.E. Brokers-van Dijk in Vleuten.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.J. Bouwmeester in Noordwijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De minderjarige [minderjarige] heeft zijn mening over de verzoeken gegeven in een gesprek met de rechter.
Op 13 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw met haar advocaat, de man met mr. B. Beekman als waarnemend advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de man zelfstandig:
met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
Toevertrouwing [minderjarige]
De vrouw verzoekt [minderjarige] aan haar toe te vertrouwen. Op de zitting heeft de man aangegeven dat hij het niet nodig vindt dat hier een beslissing over wordt genomen, maar dat als de rechtbank dat wel wil doen hij zich aan het oordeel van de rechtbank refereert.
De rechtbank overweegt als volgt. Op dit moment verblijft [minderjarige] bij de vrouw. Vanwege de echtscheiding en het huisverbod is er veel gaande in het gezin op dit moment. Voor de stabiliteit van [minderjarige] acht de rechtbank het in zijn belang dat hij aan de vrouw wordt toevertrouwd. De rechtbank zal daarom dit verzoek van de vrouw toewijzen.
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat, zoals ook op de zitting is besproken, het in het belang van [minderjarige] is om contact met de man te blijven houden. [minderjarige] heeft zelf ook aan de rechter verteld dat hij graag contact met zijn vader wil. De vrouw heeft op de zitting aangegeven dat zij contact zal faciliteren en dat er na afloop van het huisverbod al telefonisch contact is geweest. De rechtbank gaat ervan uit dat het de ouders – al dan niet met behulp van hun advocaten – lukt om afspraken te maken over contact tussen de man en [minderjarige] .
Uitsluitend gebruik echtelijke woning
Zowel de vrouw als de man verzoeken om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank stelt voorop dat beiden er belang bij hebben om met uitsluiting van de ander gebruik te kunnen maken van de echtelijke woning. Dat betekent dat de rechtbank in deze procedure een belangenafweging moet maken. Beide partijen hebben aangegeven gezondheidsproblemen te hebben en moeite te zullen hebben met het vinden van alternatieve woonruimte. De man heeft aangevoerd dat de woning van zijn ouders was en door hen aan hem is geleverd, waardoor hij emotionele binding met de woning heeft, maar in deze voorlopige voorzieningenprocedure treft dat standpunt geen doel. De omstandigheid dat de man een huisverbod opgelegd heeft gekregen en dat de politie bij de oplegging daarvan letsel bij de vrouw heeft waargenomen pleit naar het oordeel van de rechtbank in het voordeel van de vrouw. Daarbij overweegt de rechtbank ook dat de vrouw op dit moment met [minderjarige] , [meerderjarige] en haar kleindochter in de echtelijke woning verblijft. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat hij in de voor hem vertrouwde omgeving kan blijven. Daarom zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de woning aan de vrouw toewijzen.
Het verzoek om te bepalen dat dit uitsluitend gebruik ‘met inbegrip van de inboedel’ is, zal de rechtbank bij gebrek aan belang afwijzen. Bij toewijzing van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan een partij is die partij ook uitsluitend gerechtigd tot de tot die woning behorende inboedelgoederen. Aangezien de man de woning al verlaten heeft zal de rechtbank ook het verzoek van de vrouw om te bepalen dat de beschikking ten uitvoer kan worden gelegd met behulp van de sterke arm van politie en justitie bij gebrek aan belang afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 in [geboorteplaats] ;
aan de vrouw wordt toevertrouwd;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, ook kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 27 februari 2026.