RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.19732-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
de minister van Asiel en Migratie, de minister, opposant, (gemachtigde: F.P. Dalhuizen),
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzet dat opposant heeft ingediend tegen de uitspraak van 19 augustus 2024 in zaak NL24.19732.
In deze uitspraak heeft de rechtbank de minister veroordeelt in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag € 437,50.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
Conclusie
1. Zie hiervoor: ECLI:NL:RVS:2022:1683.
verzetschrift van 5 september 2024 voert opposant aan dat opvolgende beroepen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, indien de maximale dwangsom nog niet is volgelopen.
5. In wat opposant aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er geen procesbelang bestaat, het beroep daarom niet-ontvankelijk is en er geen gelegenheid was voor opposant om te reageren op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling.
6. De rechtbank volgt niet het betoog van opposant dat er geen procesbelang bestaat zolang de rechterlijke dwangsom niet is volgelopen. De rechtbank stelt hierbij vast dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bij het niet tijdig-nemen van een besluit procesbelang in beginsel blijft bestaan, zolang er geen besluit is, ook als een eerder opgelegde dwangsom nog niet volledig is verbeurd.2 Dat dit voor vreemdelingenrechtelijke zaken anders zou zijn, volgt de rechtbank niet. Dit blijkt niet uit de uitspraken van de Afdeling.
7. Verder is het de rechtbank niet gebleken dat opposant heeft verzocht om de gelegenheid om te reageren op de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2022. Daarbij komt dat deze uitspraak al drie en een half jaar geleden is bekendgemaakt, zodat er genoeg tijd en ruimte bestond aan de kant van opposant om hierop te reageren. Daarbij merkt de rechtbank op dat geopposseerde het beroep heeft ingetrokken omdat er inmiddels een besluit was genomen, waarbij hij heeft verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft opposant in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Dat de rechtbank in de uitspraak van 19 augustus 2024, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2022, opposant niet heeft gevolgd in zijn standpunt dat er geen plaats was voor een proceskostenvergoeding omdat volgens opposant geen procesbelang bestond, betekent niet dat opposant niet de gelegenheid heeft gehad zijn standpunt naar voren te brengen en daarbij in te gaan op de genoemde uitspraak van de Afdeling.
8. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 19 augustus 2024 in stand blijft.
Beslissing
De rechtbank
- verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.
2 Zie ECLI:NL:RVS:2022:1684 en ECLI:NL:RVS:2024:4865.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 februari 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen de uitspraak over het verzet kunt u niet in hoger beroep.