ECLI:NL:RBDHA:2026:7107

ECLI:NL:RBDHA:2026:7107

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 21-01-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer NL26.902
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Vervolgberoep bewaring, de voortduring van de maatregel van bewaring, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser,

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.902

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. J.M. Walther) en

de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).

Procesverloop

De minister heeft op 7 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. De minister heeft vervolgens een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 5 november 2025 (in de zaak NL25.52567) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van

belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

4. Eiser stelt dat er geen sprake is van enig zicht op afgifte van de laissez-passer (lp) en dat hij zich coöperatief en actief opstelt met betrekking tot zijn terugkeer en uitzetting naar Algerije. Hierbij wordt verwezen naar het vertrekgesprek van 4 december 2025, waarin eiser verklaart dat hij terug zal keren naar Algerije, indien een reisdocument voor hem wordt afgegeven. De lange detentieduur maakt dat de te maken belangenafweging in het voordeel van eiser uit moet vallen, aldus eiser.

5. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, het zicht op uitzetting ontbreekt of dat de belangenafweging thans in het voordeel van eiser uit moet vallen.

6. Wat betreft het zicht op uitzetting overweegt de rechtbank dat volgens vaste rechtspraak zicht op uitzetting in het algemeen naar Algerije niet ontbreekt.1 De rechtbank ziet ook geen reden om aan te nemen dat dit in het geval van eiser anders is. Hierbij wijst de rechtbank op wat hierover in voormelde uitspraak van 5 november 2025 is overwogen. De minister stelt verder onder verwijzing naar de vertrekgesprekken (van 6 november 2025 en 4 december 2025) terecht dat uit die gesprekken niet blijkt dat eiser actief meewerkt aan zijn terugkeer en uitzetting naar Algerije. De enkele verklaring dat hij als er een reisdocument komt, wel zal vertrekken, is hiertoe onvoldoende.

7. Verder is het de rechtbank niet gebleken dat de minister sinds de vorige uitspraak onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. De minister heeft meermalen, laatstelijk op 17 december 2025, bij de Algerijnse autoriteiten gerappelleerd en daarnaast ook meerdere vertrekgesprekken met eiser gevoerd.

8. Ten slotte is de enkele verwijzing naar de duur van de detentie, die nog geen zes maanden bedraagt, onvoldoende voor het oordeel dat de belangenafweging in het voordeel van eiser dient uit te vallen. De rechtbank is ook overigens niet van omstandigheden gebleken die daartoe nopen.

9. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe zij gehouden is, is de rechtbank van oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek niet op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie

10. Het beroep is ongegrond en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

1. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 27 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:722

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. den Dulk, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

21 januari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M. den Dulk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?