uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28679
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Bij besluit van 27 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2006 en de Somalische nationaliteit te hebben. Zij heeft op 11 juli 2023 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Aan haar asielaanvraag heeft eiseres ten grondslag gelegd dat leden van Al-Shabaab bij haar woning zijn langsgekomen en haar oma hebben meegedeeld dat eiseres moest trouwen met een leider van Al-Shabaab. Daarnaast hebben ze de broer van eiseres willen rekruteren. Volgens eiseres heeft haar familie tien dagen bedenktijd gekregen. In die periode zijn eiseres en haar broer naar Mogadishu gevlucht. Tijdens haar verblijf in Mogadishu heeft eiseres van haar oma vernomen dat haar opa door Al-Shabaab is vermoord, omdat eiseres en haar broer waren gevlucht. Eiseres vreest bij terugkeer alsnog te worden uitgehuwelijkt of vermoord door Al-Shabaab. Daarnaast vreest eiseres opnieuw te worden besneden, omdat haar oom ontevreden zou zijn over de besnijdenis die zij eerder heeft ondergaan.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De door eiseres gestelde problemen met Al-Shabaab acht verweerder niet geloofwaardig. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres summier en oppervlakkig heeft verklaard over de gestelde uithuwelijking. . Ook heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat Al-Shabaab de feitelijke macht had in haar woonplaats. Verweerder vindt het niet logisch dat eiseres en haar broer van Al-Shabaab tien dagen bedenktijd en dus een keuze zouden krijgen, terwijl eiseres ook heeft verklaard dat hun opa vermoord is vanwege hun vertrek, wat impliceert dat er geen keuze was. De broer van eiseres heeft verder juist niet verklaard dat opa overleden was, terwijl hij dit afgaande op de verklaringen eiseres wel zou hebben geweten. Verder acht verweerder de vrees van eiseres voor herbesnijdenis niet geloofwaardig. Het gestelde risico komt niet overeen met informatie uit algemene bronnen over herbesnijdenis in Somalië. Volgens verweerder heeft eiseres wisselend verklaard over de persoon die haar opnieuw zou willen laten besnijden. De verklaringen van eiseres haar oma haar niet kan beschermen tegen herbesnijdenis zijn enkel gebaseerd op vermoedens en aannames. Uit de verklaringen van eiseres voor zover die worden geloofd volgt dat zij wel een beschermend sociaal netwerk heeft. Ook overigens heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op ernstige schade. In Mogadishu en de regio Galmudug, waar eiseres vandaan komt, is sprake van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Eiseres komt niet in aanmerking komt voor een vergunning op grond van het AMV-buitenschuldbeleid, omdat het onderzoek naar adequate opvang niet kon worden afgerond voordat eiseres meerderjarig werd.
3. Eiseres kan zich niet met het bestreden besluit verenigen en voert aan dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en ondeugdelijk is gemotiveerd. Eiseres stelt dat verweerder artikel 3.108d, vijfde lid, van het Vb te eng heeft geïnterpreteerd en ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over haar leeftijd. Verweerder heeft haar verklaringen over de gedwongen uithuwelijking ten onrechte als summier en oppervlakkig beoordeeld. Volgens eiseres heeft verweerder een te strikte bewijsmaatstaf gehanteerd, gelet op de werkwijze van Al-Shabaab. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met haar leeftijd, haar achtergrond en de omstandigheden waaronder zij heeft verklaard. Eiseres betwist daarbij dat het niet logisch zou zijn dat zij tien dagen bedenktijd heeft gekregen. Er is ten onrechte verwezen naar de verklaringen van haar broertje in verband met het overlijden van opa. Verweerder stelt ten onrechte dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard over wie haar tot herbesnijdenis wil dwingen. Ook op dit punt hanteert verweerder een te strikte bewijsmaatstaf. Verweerder gaat ten onrechte uit van een effectief beschermend sociaal netwerk. Verder heeft verweerder onvoldoende rekening gehouden met de algemene veiligheidssituatie in Somalië en de aanwezigheid van Al-Shabaab in haar woonplaats. Volgens eiseres volgt uit de beschikbare landeninformatie namelijk dat ook in betwiste gebieden sprake kan zijn van ernstige risico’s voor burgers. Verweerder heeft niet met kaartmateriaal gestaafd dat de reisroute tussen Mogadishu en de plaats van herkomst [plaats] niet onder controle staat van Al-Shabaab. Voor eiseres als vrouw bestaat een verhoogd risico. Ze heeft bij terugkeer geen sociaal netwerk. Tot slot voert eiseres aan dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de beschikbaarheid van adequate opvang.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Identiteit
4. Voor zover in geschil is of eiseres geloofwaardige verklaringen heeft afgelegd over haar leeftijd, hoeft het beroep geen bespreking, omdat verweerder in het bestreden besluit heeft geconcludeerd dat hij de gestelde identiteit van eiseres volgt. Uit de verdere motivering van het bestreden besluit volgt ook niet dat de verklaringen van eiseres over haar leeftijd zijn betrokken op de geloofwaardigheid van de gestelde problemen in Somalië. Verweerder heeft voor zijn standpunt in beroep verwezen naar het bestreden besluit.
Uithuwelijking door Al-Shabaab
5. Verweerder heeft de door eiser gestelde problemen met Al-Shabaab niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft daarbij kunnen verwijzen naar landeninformatie uit 2023 over Somalië waaruit is af te leiden dat de woonplaats van eiser, [plaats] is gelegen in betwist gebied en niet onder effectieve controle van Al-Shabaab staat. Verweerder heeft in reactie op het beroep, onder verwijzing naar enkele kaarten van Somalië, toegelicht dat dit nog steeds het geval is. Eisers heeft geen objectieve landeninformatie overgelegd waaruit het tegendeel blijkt. Uit landeninformatie volgt daarnaast dat gedwongen uithuwelijking door Al-Shabaab met name voorkomt in gebieden die door Al-Shabaab worden gecontroleerd. Dat Al-Shabaab ook andere gebieden aanwezig kan zijn, betekent niet dat ook daar gedwongen uithuwelijking door Al-Shabaab op voorhand aannemelijk is. Eiseres heeft dit ook niet verder aannemelijk gemaakt.
6. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd uiteengezet op welke punten eiseres summier en oppervlakkig heeft verklaard over de gestelde uithuwelijking door Al-Shabaab. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiseres vrijwel niets heeft kunnen verklaren over de persoon aan wie zij zou zijn uitgehuwelijkt en ook niet weet waarom zijn keuze op haar is gevallen. Ook heeft eiseres zeer summier verklaard over het bezoek van Al Shabaab bij haar thuis. Aangezien het hier een gebeurtenis betreft waarbij zij zelf aanwezig was, mag verweerder van eiseres verwachten dat zij uitgebreider verklaart dan zij heeft gedaan. Daarbij is ook van belang dat de gestelde gebeurtenis voor eiseres aanleiding is geweest om het land te verlaten. Dit getuigt het niet van een te strikte beoordelingsmaatstaf. Evenmin kan ook worden gezegd dat verweerder met zijn tegenwerping onvoldoende rekening heeft gehouden met de minderjarigheid van eiseres. Voor zover eiseres stelt dat zij mogelijk getraumatiseerd is en dat emoties, taalbarrières en stress haar hebben verhinderd om voldoende te verklaren, is dat door haar niet geconcretiseerd en onderbouwd. Voor zover eiseres bij zienswijze overigens heeft gewezen op het algemene risico op gedwongen uithuwelijking en gendergerelateerd geweld in Somalië, heeft verweerder terecht overwogen dat daarmee het persoonlijke risico van eiseres niet aannemelijk is gemaakt.
7. Verweerder heeft ook vraagtekens kunnen plaatsen bij de verklaring van eiseres dat Al-Shabaab aan een bedenktijd heeft gegeven, nu de gestelde moord op de opa van eiseres veronderstelt dat zij geen keuze had en dan niet goed valt in te zien waarom zij niet onmiddellijk is meegenomen. Dat verweerder in verband met de gestelde moord op opa verder heeft verwezen naar de verklaringen van de broer van eiseres is niet onterecht. Haar broer heeft namelijk - gevraagd naar zijn opa - niets verklaard over diens overlijden, terwijl uit de verklaringen van eiseres wel zou moeten volgen dat haar broer hiervan op de hoogte was. Aldus zijn de verklaringen van eiseres en haar broer onderling afwijkend.
Herbesnijdenis
8. Uit de bij de totstandkoming van het bestreden besluit gebruikte openbare landeninformatie, evenals uit de door eiseres aangehaalde landeninformatie, volgt dat vrouwelijke genitale verminking in Somalië veel voorkomt. Uit deze bronnen volgt echter niet dat herbesnijdenis, in de zin van een tweede ingreep bij vrouwen die reeds als kind zijn besneden, een algemene of structurele praktijk is.
9. Verweerder heeft daarnaast de verklaringen van eiseres over de gestelde dreiging door haar oom in redelijkheid als onvoldoende concreet en tegenstrijdig kunnen aanmerken. Eiseres heeft namelijk wisselend verklaard over de identiteit en de familieband van deze oom. Zo heeft eiseres enerzijds verklaard dat deze oom de broer van haar vader is, terwijl zij anderzijds heeft verklaard dat zij niet weet of haar vader broers of zussen heeft. Verder heeft eiseres weinig concreet kunnen verklaren over de inhoud, frequentie en omstandigheden van de gestelde bedreigingen. Dat eiseres heeft verklaard dat deze informatie grotendeels via haar oma tot haar kwam, neemt niet weg dat van haar mocht worden verlangd dat zij meer inzicht kon geven in de gestelde dreiging. Deze tegenwerping getuigt niet van een te strikte beoordelingsmaatstaf. Ook hier is van belang dat het gestelde risico voor eiser aanleiding is geweest om haar land van herkomst te verlaten. Daarnaast heeft verweerder mogen meewegen dat eiseres heeft verklaard dat haar oma haar tot aan het vertrek uit Somalië tegen deze oom heeft weten te beschermen. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit na terugkeer in Somalië anders zal zijn. Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat eiseres haar gestelde vrees voor herbesnijdenis niet aannemelijk heeft gemaakt.
Algemene veiligheidssituatie
10. Verweerder heeft in het bestreden besluit met verwijzing naar algemene landeninformatie, waaronder het algemeen ambtsbericht over Somalië uit april 2025, gemotiveerd dat in het herkomstgebied van eiser in Somalië geen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie, waarin de mate van willekeurig geweld in het kader van een gewapend conflict zo hoog is dat eiser door zijn enkele aanwezigheid aldaar reeds een reëel risico loopt op ernstige schade. In reactie op het beroep van eiser heeft verweerder toegelicht dat bij de totstandkoming van genoemd ambtsbericht ook de informatie is betrokken uit de rapporten zoals die door eiser is genoemd in het aanvullend beroepschrift van 8 februari 2026. Deze informatie betreft ook de algemene humanitaire situatie in Somalië. In de door eiser weergegeven citaten uit de rapporten ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan verweerders conclusie dat in het herkomstgebied van eiser geen sprake is van de meest uitzonderlijke situatie van willekeurig geweld. Eiser heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege individuele omstandigheden een verhoogd risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Verweerder terecht geconcludeerd dat eiser dan bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn.
Adequate opvang
11. Uit het arrest TQ en de uitspraken van de Afdeling volgt dat verweerder, voordat aan een niet-begeleide minderjarige vreemdeling een terugkeerbesluit wordt opgelegd, onderzoek moet doen naar de aanwezigheid van adequate opvang in het land van herkomst. Wanneer een vreemdeling tijdens de asielprocedure meerderjarig wordt, geldt deze verplichting niet langer. In dat geval moet verweerder in het besluit wel inzichtelijk maken waarom het onderzoek naar adequate opvang niet vóór de meerderjarigheid kon worden afgerond. Daarbij kan betekenis worden toegekend aan de leeftijd van de vreemdeling ten tijde van de asielaanvraag, de beslistermijn voor de asielaanvraag en de duur van het onderzoek die als redelijk kan worden aangemerkt.
12. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom het onderzoek naar adequate opvang niet kon worden afgerond voordat eiseres meerderjarig werd. Eiseres heeft op 11 juli 2023 een asielaanvraag ingediend. Zij was op dat moment 17 jaar en één maand oud. Eerst op 25 maart 2024 tijdens het aanmeldgehoor en op 4 juni 2024 tijdens het nader gehoor heeft onderzoek plaatsgevonden naar mogelijke opvang bij terugkeer. Eiseres is op [geboortedag] 2024 meerderjarig geworden. Hoewel het onderzoek door verweerder daarmee pas 8,5 maand na aanvang van de asielprocedure is gestart en verweerder in zoverre niet voortvarend heeft gehandeld, moet niettemin worden aangenomen dat ook bij het voortvarend doorlopen van de asielprocedure het onderzoek naar adequate opvang niet had kunnen worden afgerond binnen de termijn van ruim 11 maanden vóór het bereiken van de meerderjarige leeftijd van eiseres. Daarbij heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiseres heeft verklaard geen contact meer te hebben met haar familie en dat zij geen poging heeft gedaan om via het Rode Kruis contact met haar familie te herstellen. Verder heeft verweerder toegelicht dat onderzoek door Dienst Terugkeer & Vertrek bij de Somalische autoriteiten pas mogelijk is nadat op de asielaanvraag is beslist. In zijn algemeenheid wordt aangenomen dat het onderzoek door DT&V een jaar in beslag neemt. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Conclusie
13. Gelet op het voorgaande is de asielaanvraag van eiseres terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond.
14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 26 maart 2026, door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdelingbestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eensbent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.