ECLI:NL:RBDHA:2026:7176

ECLI:NL:RBDHA:2026:7176

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 30-03-2026
Zaaknummer NL25.49043
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

De aanvraag is buiten behandeling gesteld omdat eiser niet is verschenen voor het nader gehoor / medische problemen / geen verschoonbare reden / ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser,

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.49043

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. B. Anik)

en

(gemachtigde: mr. D.A.M. Frieser).

1. Deze uitspraak gaat over het buiten behandeling laten van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het buiten behandeling laten van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten in stand kan blijven. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat zijn medische problemen dusdanig ernstig waren dat hij niet kon verschijnen om gehoord dan wel medisch gekeurd te worden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij heeft de Belarussische nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] . De minister heeft met het bestreden besluit van 7 oktober 2025 deze aanvraag buiten behandeling gesteld. Eiser was bij besluit van 27 juni 2023 als een terugkeerbesluit opgelegd. Daarnaast is eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

3. De minister heeft de aanvraag van eiser buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Eiser is niet verschenen voor het nader gehoor dat stond gepland op 22 september 2025. Eiser is per brief van 27 augustus 2025 uitgenodigd voor dit gehoor. In de uitnodiging stond vermeld dat hij op 22 augustus 2025 om 6.15 uur vervoerd zou worden naar de locatie van het gehoor. Bij navraag bij de COa-locatie is de minister gebleken dat eiser, zonder daarvoor een geldige reden te hebben willen geven, niet in de taxi heeft willen stappen en niet naar het gehoor heeft willen gaan. Ook heeft eiser eerder geen gehoor gegeven aan drie uitnodigingen voor het medisch onderzoek. Eiser heeft niet aangetoond dat het niet verschijnen niet aan hem is toe te rekenen of een geldige reden opgegeven voor het niet verschijnen bij het gehoor.

4. Eiser betoogt dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gesteld. Het niet verschijnen voor het gehoor op 22 september 2025 is hem, gelet op zijn medische problemen, niet toe te rekenen. Eiser kampt al langere tijd met een scafoïdfractuur, verlammingsverschijnselen in de arm en hallucinaties die zijn functioneren beperken. De minister miskent dat deze klachten ernstige belemmeringen veroorzaken die het vermogen van eiser om zijn afspraken na te komen ernstig bemoeilijkt. Vanwege zijn medische problematiek is het voor eiser erg moeilijk om vroeg op de ochtend op een afspraak te moeten verschijnen. Zo is eiser de dag van het gehoor niet in de taxi gestapt omdat hij in verband met zijn klachten pijnstillers had genomen waardoor hij zich verslapen heeft en daardoor niet in staat was om te verschijnen. Dat deze klachten al langere tijd spelen en eiser op 10 oktober 2025 is geopereerd onderschrijft de ernst van de klachten. Eiser wil meewerken met de procedure maar zijn medische problemen maken dat heel lastig. Het verwijt van de minister dat eiser onvoldoende meewerkt is dan ook disproportioneel en onvoldoende onderbouwd.

5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser onvoldoende onderbouwd dat zijn medische problemen dusdanig ernstig waren dat hij niet kon verschijnen om gehoord dan wel medisch gekeurd te worden. Eiser heeft weliswaar medische stukken overgelegd en zijn medische klachten staan ook niet ter discussie, maar uit deze stukken en door eiser daarop gegeven toelichting, blijkt niet van een verschoonbare reden waarom hij niet verschenen is bij het gehoor en de medische keuringen. Dat het voor eiser problematisch zou zijn om vroeg op de ochtend te moeten verschijnen om gehoord te worden is, mede gezien eisers ter zitting gegeven toelichting over zijn voormalige drugsgebruik en de gevolgen van het gebruik van zijn huidige medicatie op zijn fysieke en geestelijke gesteldheid, voorstelbaar, maar het had op zijn weg, dan wel die van zijn gemachtigde, gelegen om hierover in een eerder stadium in contact te treden met de minister. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister de aanvraag van eiser terecht buiten behandeling heeft gesteld.

Conclusie en gevolgen

6. De minister heeft de aanvraag terecht buiten behandeling gesteld.

Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Sibma

Griffier

  • mr. P.C.J. Lindeijer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?