ECLI:NL:RBDHA:2026:7246

ECLI:NL:RBDHA:2026:7246

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-03-2026
Datum publicatie 31-03-2026
Zaaknummer NL24.20062
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

asiel, VA. Verweerder heeft niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht dat de broer van eiser om politieke redenen is vermoord en dat er een opdracht tot moord tegen hem loopt. Verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat de gestelde bedreiging door huurmoordenaar enkel op vermoedens berust. Ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.20062

(gemachtigde: mr. T. Thissen),

en

(gemachtigde: mr. F. Witteman).

Procesverloop

Eiser heeft op 17 december 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

Bij besluit van 31 december 2022 heeft verweerder de asielaanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Op 21 februari 2023 heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem het beroep gegrond verklaard, het besluit van 31 december 2022 vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag met inachtneming van de uitspraak (NL23.578).

Bij besluit van 18 april 2024 heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft hiertegen opnieuw beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [naam 1] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Totstandkoming van het bestreden besluit

Eiser stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] 1980. Hij legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. In Nigeria is eisers broer, [naam 2], die actief was in de politiek, vermoord in opdracht van politicus [naam 3] van de APC partij, vanwege een conflict naar aanleiding van een verkiezingsuitslag. Eiser is een rechtszaak tegen [naam 3] begonnen, die vanwege gebrek aan bewijs en getuigen niet tot een veroordeling van [naam 3] heeft geleid. Eiser is in Nigeria benaderd om in een andere rechtszaak tegen [naam 3] te getuigen. Vanwege eisers betrokkenheid bij deze rechtszaken, en omdat [naam 3] eerder eisers broer had vermoord, denkt eiser dat [naam 3] hem wil vermoorden. [naam 3] heeft huurmoordenaars in politie-uniform naar het huis van eiser toe gestuurd. Omdat eiser voor zijn leven vreest, heeft hij Nigeria verlaten.

Met het besluit van 31 december 2022 heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de gestelde moord op eisers broer door [naam 3], de rechtszaak tegen [naam 3] en de moordopdracht op eiser niet geloofwaardig zijn.

De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, heeft in de uitspraak van 21 februari 2023 geconcludeerd dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiser over de moord op zijn broer door [naam 3] ongeloofwaardig zijn. Volgens de rechtbank leek het erop dat verweerder in het besluit een verkeerde interpretatie had gegeven aan eisers verklaringen tijdens het nader gehoor over de aard van de sectary local government-verkiezingen in Bagdary. Ook had verweerder niet goed gemotiveerd waarom de door eiser overgelegde ‘Letter of attestation’ en ‘Medical certificate of cause of death’ niet waren onderzocht op echtheid. Verder achtte de rechtbank ook verweerders standpunt over de geloofwaardigheid van eisers verklaringen over de rechtszaak tegen [naam 3] niet deugdelijk gemotiveerd, onder andere omdat verweerder twee tegenstrijdigheden ten onrechte had tegengeworpen. Tot slot overwoog de rechtbank dat verweerder ook niet deugdelijk had gemotiveerd waarom eisers verklaringen over de moordopdracht op eiser ongeloofwaardig zijn. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld, zodat de uitspraak in rechte vast staat.

Op 29 september 2023 heeft Bureau Documenten aangegeven geen uitspraak te kunnen doen over de echtheid, opmaak en inhoud van de twee documenten.

Verweerder heeft op 27 februari 2024 kenbaar gemaakt voornemens te zijn de asielaanvraag af te wijzen als ongegrond. Eiser heeft een zienswijze ingediend. Vervolgens heeft verweerder op 18 april 2024 het bestreden besluit genomen.

Het bestreden besluit

2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. moord op eisers broer door [naam 3];

3. de moordopdracht op eiser door [naam 3].

De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser heeft verweerder geloofwaardig geacht. Verweerder heeft de verklaringen van eiser omtrent de moord op zijn broer door [naam 3] en de opdracht voor de moord op eiser door [naam 3], ongeloofwaardig geacht. Omdat verweerder geen grond ziet om aan te nemen dat eiser bij terugkeer naar Nigeria een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade, heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen.

Beroepsgronden

3. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte het asielmotief over de moord op zijn broer door [naam 3] ongeloofwaardig heeft geacht. Volgens eisers geeft verweerder opnieuw een verkeerde interpretatie aan eisers verklaringen waar het gaat om de verkiezingen en de daarop volgende interne aangelegenheid binnen de APC. Volgens eiser heeft hij voldoende aannemelijk gemaakt dat zijn broer is vermoord door [naam 3]. Eisers broer is dood aangetroffen met schotwonden. De omstandigheden rondom de dood duiden niet op een ander scenario dan een moord. [naam 3] had een motief om eisers broer te vermoorden en hij had ook de middelen om dit te doen. Bovendien heeft [naam 3] vaker geweld gebruikt. Eiser heeft niet tegenstrijdig verklaard over het moment waarop zijn broer is overleden. Hij betwist ook dat zijn verklaringen niet overeenstemmen met informatie uit openbare bronnen. Zijn verklaringen worden bovendien ondersteund door de twee overgelegde documenten. Die onderbouwen immers dat zijn broer politiek actief was en dat zijn broer met geweld om het leven is gekomen. Eiser dient hoe dan ook het voordeel van de twijfel te krijgen, omdat hij zich heeft ingespannen om zijn relaas met documenten te onderbouwen.

Eiser voert verder aan dat verweerder ten onrechte het asielmotief over de op eiser gerichte moordopdracht door [naam 3] ongeloofwaardig heeft geacht. Eiser heeft wel degelijk te vrezen voor [naam 3]. Eiser is namelijk een rechtszaak tegen hem gestart en daarna is hem gevraagd om te getuigen in een andere rechtszaak tegen [naam 3]. Het vermoeden van eiser dat de mannen die bij hem thuis zijn geweest, huurmoordenaars waren die waren gestuurd door [naam 3], is een redelijk vermoeden. Tot slot meent eiser dat het bestreden besluit in strijd is met het arrest van het Hof van Justitie van 29 juli 2019 in de zaak Torubarov (C-556/17, ECLI:EU:C:2019:626). Volgens eiser volgt uit dit arrest dat verweerder na een vernietiging van een eerder asielbesluit door de rechtbank niet tot een nieuw afwijzingsbesluit kan komen zonder daaraan nieuwe argumenten ten grondslag te leggen. Dat heeft verweerder in dit geval echter wel gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

Asielmotief over de moord op eisers broer

4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder dit asielmotief niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft gevonden. Dit wordt als volgt toegelicht.

Eiser heeft verklaard dat zijn broer naar aanleiding van verkiezingen in september 2021 is vermoord. Eerder, in juli 2021 hadden de lokale gemeenteverkiezingen in Bagdary plaatsgevonden. De verkiezingen in september van dat jaar betroffen een interne aangelegenheid binnen de APC-partij, waarbij binnen die partij de verschillende posities werden verdeeld. Naar aanleiding van die verdeling ontstond het conflict tussen zijn broer en [naam 3]. Verweerder heeft eiser niet ten onrechte tegengeworpen dat deze verklaringen van eiser niet rijmen met andere verklaringen tijdens zijn gehoor. Uit het nader gehoor volgt dat eiser zelf ook campagne zou hebben gevoerd in het kader van de verkiezingen in september 2021 en dat hij dit zou hebben gedaan voor een andere partij, de Labour Party. Het campagne voeren van een andere partij verdraagt zich echter niet met de verklaring dat de verkiezingen in september 2021 louter een interne aangelegenheid betroffen binnen de APC-partij en evenmin met de verklaring dat de partijverkiezingen in juli 2021 hadden plaatsgevonden.

Verweerder heeft verder niet ten onrechte in aanmerking genomen dat de naam van eisers broer niet voorkomt op de kieslijst met kandidaten. Eiser heeft in de zienswijze als verklaring hiervoor gegeven dat zijn broer niet op de kieslijst kwam omdat hij was vermoord. Verweerder heeft hierover in het bestreden besluit echter terecht opgemerkt dat eiser tijdens het nader gehoor heeft verklaard dat zijn broer op 10 december 2021 is vermoord, wat dus na de verkiezingen zou zijn geweest, waardoor niet valt in te zien waarom de broer dan tijdens de verkiezingen niet op de kieslijst heeft gestaan. Verweerder heeft in dit verband verder terecht opgemerkt dat eiser in het eerdere beroep in strijd met zijn verklaring tijdens het nader gehoor heeft verklaard dat zijn broer voor de verkiezingen is vermoord.

Verweerder heeft voorts niet ten onrechte aan eiser tegengeworpen dat niet aannemelijk is geworden dat eisers broer is vermoord door huurmoordenaars in opdracht van [naam 3]. Eiser heeft verklaard dat hij geen bewijs hiervoor heeft. Eiser is zelf geen getuige geweest van de gestelde moord op zijn broer en verder zijn er ook geen getuigen bekend. Eiser heeft voorts geringe informatie verstrekt over de onenigheid tussen zijn broer en [naam 3], namelijk enkel dat hij van zijn broer heeft gehoord dat [naam 3] uit was op de politieke functie die eisers broer zou krijgen. Eiser stelt dat zijn broer met niemand anders een conflict had, maar tijdens het nader gehoor heeft hij ook verklaard dat zijn broer hem niet veel vertelde. Dat [naam 3] de middelen heeft om iemand te vermoorden, is niet onderbouwd. De stelling van eiser dat gelet op de omstandigheden ter plaatse sprake geweest moet zijn op een gerichte aanval, maakt op zichzelf nog niet aannemelijk dat de broer is vermoord om politieke redenen, en ook niet dat dit in opdracht van [naam 3] is gebeurd. Verweerder heeft er hierbij nog op kunnen wijzen dat in de database van Nigeria Watch over de periode vanaf 1 januari 2021 geen melding wordt gemaakt van dodelijke slachtoffers als gevolg van politiek geweld in het gebied Badagry. Verwacht mag worden dat de moord op een politiek figuur als eisers broer wel in de media zou verschijnen. De rechtbank ziet evenals verweerder niet in waarom de omstandigheid dat het nadien niet is gelukt om [naam 3] strafrechtelijk te laten veroordelen, aan een vermelding in de media van de moord in de weg zou hebben gestaan.

De rechtbank volgt verweerder ook in het standpunt dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het moment waarop zijn broer is overleden. Eiser heeft enerzijds verklaard dat hij na het telefoontje van de vrouw van zijn broer daar aan kwam, dat hij zijn broer naar het ziekenhuis wilde brengen en dat voordat zij bij het ziekenhuis aankwamen zijn broer al was overleden. Later tijdens het gehoor heeft hij echter verklaard dat de vrouw van zijn broer hem belde en dat toen hij daar aankwam, zijn broer al dood was. Dit is inderdaad tegenstrijdig. De woorden ‘voordat zij bij het ziekenhuis aankwamen’ in de eerdere verklaring, impliceert namelijk dat de broer op weg naar het ziekenhuis zou zijn overleden, terwijl de tweede verklaring erop duidt dat voorafgaand aan het vertrek naar het ziekenhuis het overlijden al had plaatsgevonden. De stelling van eiser in beroep dat zijn broer, toen hij bij hem aankwam, al zo goed als dood was, neemt de tegenstrijdigheid niet weg.

De rechtbank volgt eiser er niet in dat verweerder hem het voordeel van de twijfel had moeten geven omdat hij zich heeft ingespannen om zijn relaas met documenten te onderbouwen en omdat de twee documenten die hij heeft overgelegd aansluiten bij zijn relaas. Hoewel, daargelaten dat Bureau Documenten ten aanzien van beide documenten een neutraal advies heeft afgegeven, uit de documenten kan volgen dat de broer van eiser politiek actief was en dat de broer als gevolg van een schotwond om het leven is gekomen, heeft verweerder, in het licht van de hiervoor behandelde tegenwerpingen, eiser niet het voordeel van de twijfel hoeven geven. Daarbij is ook van belang dat eiser in zijn gehoor heeft verklaard dat hij in Nigeria over nog andere documenten beschikt, zoals een politierapport dat na de dood van de broer is opgemaakt. Dit document is echter tot op heden niet overgelegd, terwijl eiser geen goede reden heeft gegeven waarom dat niet is gebeurd. Eiser heeft immers inmiddels weer contact met zijn familie en hij heeft geruime tijd de gelegenheid gehad om het document te verstrekken.

Asielmotief over de opdracht tot de moord op eiser door [naam 3]

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder ook dit asielmotief niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Dit wordt als volgt toegelicht.

Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser met zijn verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt waarom [naam 3] eiser zou willen vermoorden. Eiser heeft immers verklaard dat de rechtszaak die hij tegen [naam 3] is begonnen uiteindelijk niet is doorgezet en niet tot een veroordeling van [naam 3] heeft geleid wegens gebrek aan bewijs en getuigen. Ten aanzien van eisers verklaring dat hem is gevraagd om te komen getuigen in een andere rechtszaak tegen [naam 3], laat onverlet dat eiser uiteindelijk heeft geweigerd om te getuigen. Hij heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij officieel was opgeroepen voor een getuigenverhoor. Verweerder heeft niet hoeven inzien waarom de enkele vraag van een advocaat in een andere rechtszaak aan eiser om te komen getuigen tegen [naam 3], zonder dat eiser dit heeft gedaan, meebrengt dat eiser daardoor gevaar loopt. Dat aannemelijk is dat eisers naam in dat dossier voorkomt vanwege het getuigenverzoek, volgt de rechtbank, zonder nadere onderbouwing niet. Overigens zou dit nog steeds niet wegnemen dat eiser niet daadwerkelijk tegen [naam 3] een getuigenis heeft afgelegd in die zaak.

Verweerder heeft eiser daarnaast niet ten onrechte tegengeworpen dat de door eiser gestelde bedreiging door huurmoordenaars enkel op vermoedens berust. Eiser heeft zijn vermoeden gebaseerd op navraag bij de politie waaruit bleek dat er geen politieagenten bij zijn woning zijn geweest. Verweerder heeft dit onvoldoende kunnen vinden om aan te nemen dat het dus huurmoordenaars moeten zijn geweest. Dat eiser op televisie en internet regelmatig over de praktijken van huurmoordenaars had gelezen, maakt dit niet anders. Van belang is ook dat het door eiser gestelde bezoek van de huurmoordenaars heeft plaatsgevonden een jaar nadat eiser telefonisch met [naam 3] heeft gesproken. Nu niet gebleken is dat eiser in de tussenliggende periode nog is benaderd door [naam 3] of is bedreigd, is het te minder aannemelijk dat [naam 3] een jaar later nog huurmoordenaars naar eiser toe zou sturen.

Tot slot heeft verweerder niet ten onrechte opmerkelijk geacht dat eiser op 30 november 2021, kort na het gestelde bezoek van de huurmoordenaars, buitenshuis voetbal is gaan kijken en zijn kinderen alleen thuis heeft gelaten. Volgens verweerder geeft dit handelen van eiser geen blijk van vrees. Eiser heeft in beroep gesteld dat zijn handelwijze logisch is omdat verwacht kon worden dat huurmoordenaars hem thuis zouden opwachten of opzoeken. Verweerder heeft er echter terecht op gewezen dat eiser in zijn gehoor een andere verklaring heeft gegeven voor het buitenshuis voetbal kijken. Toen heeft hij namelijk verklaard dat hij dit deed omdat er thuis geen stroom was.

Conclusie

6. Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet ten onrechte de twee asielmotieven ongeloofwaardig geacht. De beroepsgronden slagen niet.

Dat het bestreden besluit in strijd is met het Torubarov- arrest, zoals eiser heeft betoogd, volgt de rechtbank niet. Daarbij is van belang dat de rechtbank in de uitspraak van 21 februari 2023 heeft geoordeeld dat verweerder zijn standpunt over de geloofwaardigheid van eisers verklaringen niet deugdelijk had gemotiveerd. De rechtbank heeft in die uitspraak niet zelf een oordeel over de geloofwaardigheid van eisers verklaringen gegeven en heeft ook niet geoordeeld dat eiser een asielvergunning moet krijgen. Het stond verweerder dus vrij om bij het nemen van het nieuwe besluit op de asielaanvraag wederom tot de conclusie te komen dat het asielrelaas ongeloofwaardig is. Zoals uit het voorgaande volgt heeft verweerder die conclusie nu wel deugdelijk gemotiveerd. Verweerder heeft daarbij ook voldoende rekening gehouden met de overwegingen in de uitspraak van 21 februari 2023. Zo heeft verweerder na de uitspraak alsnog onderzoek laten verrichten aan de twee overgelegde documenten en de documenten betrokken in het nieuwe besluit. Daarnaast heeft verweerder in het nieuwe besluit een tweetal tegenstrijdigheden, die de rechtbank eerder niet kon volgen, in het nieuwe besluit niet meer tegengeworpen. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft.

8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Horst - van Dee, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.E. Bos

Griffier

  • mr. F. Horst - van Dee

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?