RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28032
(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),
en
(gemachtigde: mr. L.J.W. Altdorf).
Procesverloop
Bij besluit van 24 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De zitting heeft zonder tolk plaatsgevonden, nu de gemachtigde van eiser heeft aangegeven dat geen tolk Mandinka beschikbaar was. Partijen hebben ermee ingestemd de behandeling zonder tolk voort te zetten. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Het asielrelaas
3. Het incident naar aanleiding van eisers seksuele contact met [vriend 1] wordt geloofwaardig geacht. Dat geldt ook voor de door eiser ondervonden discriminatie op basis van zijn Mandinka-etniciteit. Eisers vrees bij terugkeer naar Gambia vanwege het incident waarbij hij op de grond is geduwd en is geslagen door Fula-kinderen, wordt niet aannemelijk geacht. Niet is volgens verweerder gebleken dat incident plaatsvond vanwege eisers etniciteit. Daarbij had eiser ondanks zijn etniciteit nog altijd toegang tot medische zorg, werk en scholing in Gambia. Eisers vrees vanwege de eerdere vernielingen van zijn moestuin door de Fula-bevolking wordt aannemelijk geacht, maar onvoldoende zwaarwegend bevonden. Eisers vrees dat hij vanwege het eerdere seksuele contact met [vriend 1] zal worden mishandeld, is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Niet is gebleken dat eiser wordt bedreigd vanwege dit incident, ofwel dat er sprake is van andersoortige dreiging en nergens uit blijkt dat eiser in de brede omgeving bekend staat als homoseksueel. Aan eiser wordt geen AMV-buitenschuldvergunning verleend, omdat voor hem adequate opvang aanwezig is in Gambia in de vorm van weeshuizen. Aan eiser wordt een terugkeerbesluit opgelegd naar Gambia, met een vertrektermijn van vier weken.
De beroepsgronden
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser zich niet tegen de in Italië geregistreerde leeftijd heeft verzet en zich hierover heeft geuit. Zo heeft eiser geprobeerd aan te geven dat zijn leeftijd niet klopt en nadat dit niet tot een wijziging leidde heeft eiser Italië verlaten. Verder heeft verweerder nagelaten te onderbouwen wat eiser anders of meer had kunnen doen om zijn foutieve gegevens in Italië te herstellen. Eisers zeer jonge leeftijd, dat hij als alleenstaande minderjarige vreemdeling de Italiaanse taal niet machtig was, een afhankelijke minderwaardige positie had ten opzichte van de Italiaanse politie en autoriteiten en dat hij geen andere manieren kende om tegen de leeftijdsbepaling te protesteren, zijn door verweerder onvoldoende meegewogen. Verweerder heeft niet tegengeworpen dat eiser zijn geboorteakte niet heeft overgelegd, waarmee hij erkent dat het ontbreken van dit document niet aan eisers inspanning te wijten is. Verweerder beperkt de discriminatie die eiser heeft ondervonden als onderdeel van de Mandinka-bevolking ten onrechte tot incidenten waarbij eiser het slachtoffer is geworden van mishandeling door Fula-kinderen en dat dit probleem is verholpen toen eiser niet langer met deze kinderen speelde. Er is echter sprake van etnische zuivering, waar ook eiser en zijn gezin slachtoffer van zijn geworden. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser het bredere probleem van discriminatie en racisme niet nader heeft onderbouwd. Verweerder heeft hierbij niet gemotiveerd waarom aan eisers verklaringen getwijfeld op dit punt. Verweerder overweegt ten onrechte dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn toegeschreven homoseksuele gerichtheid in brede kring bekend is geraakt. Dat de omstandigheden niet erger zijn geworden voor eiser, komt omdat hij tijdig het land heeft verlaten. Hoewel het niet zeker is dat de autoriteiten op de hoogte zijn gesteld van eisers seksuele gerichtheid, is er een reële kans dat dit wel het geval is. Eiser kan het zich niet veroorloven om ervan uit te gaan dat de Gambiaanse autoriteiten niet van zijn homoseksuele gerichtheid op de hoogte zijn. Verweerder miskent dat eiser vanwege de vijandige houding van zijn familie geen adequate opvang of hulp zal hebben bij terugkeer naar Gambia.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Discriminatie wegens Mandinka-etniciteit
5. Uit onder meer het beleid van verweerder zoals neergelegd in paragraaf C2/3.2.6 van de Vc volgt dat discriminatie van een vreemdeling door de autoriteiten en door medeburgers als daad van vervolging wordt aangemerkt, indien de vreemdeling vanwege de discriminatie zodanig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden, dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
6. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de discriminatie die eiser in Gambia heeft ondervonden vanwege zijn etniciteit aannemelijk is, maar onvoldoende zwaarwegend. Verweerder wijst er terecht op dat niet is gebleken dat eiser gedurende zijn verblijf in Gambia geen toegang had tot medische zorg, onderwijs en arbeid. Daarbij heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat uit eisers verklaringen niet blijkt dat specifiek eisers etniciteit de aanleiding was voor het incident waarbij eiser door Fula-kinderen op de grond is geduwd en geslagen. Voorts heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiser onvoldoende concreet heeft gemaakt dat er sprake is geweest van een aanval op de Mandinka om hen te intimideren en te verdrijven. Ook hieruit volgt niet dat eiser door de discriminatie dusdanig ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
Toegedichte homoseksualiteit
7. Verweerder heeft niet ten onrechte geconcludeerd dat uit eisers verklaringen niet blijkt dat hij problemen heeft ondervonden in de vorm van bedreigingen vanwege zijn toegedichte homoseksualiteit. Eiser heeft Gambia immers ruim twee jaar geleden verlaten en geen dreigementen ontvangen sinds zijn vertrek. Ook heeft verweerder kunnen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem gestelde situaties zullen plaatsvinden en dat zijn onderbouwing gebaseerd is op niet nader geconcretiseerde en onderbouwde vermoedens. Daarbij heeft verweerder kunnen meewegen dat eiser er niet volledig van op de hoogte is wie van de toegeschreven homoseksuele handelingen op de hoogte zouden zijn, met uitzondering van zijn moeder en broer met wie hij geen contact wil of heeft.
Adequate opvang
8. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat in het geval van eiser onderzoek is gedaan naar de aanwezigheid van adequate opvang in Gambia en dat voor de periode van eisers minderjarigheid sprake was van adequate opvang vanuit overheidswege in de vorm van weeshuizen. Gelet hierop heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser daarom niet in aanmerking komt voor een (met terugwerkende kracht tot aan zijn meerderjarigheid) AMV-buitenschuldvergunning. De door eiser aangevoerde vijandigheid van zijn familie is geen weerspreking van wat verweerder in dit kader heeft overwogen. Dit doet immers geen afbreuk aan de vaststelling dat er adequate opvang aanwezig is in Gambia in de vorm van weeshuizen.
Leeftijdsbepaling
9. De beroepsgronden van eiser slagen tot dusver niet. Dit heeft tot gevolg dat verweerder eisers asielaanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Gelet hierop behoeft de het geschilpunt over de leeftijdsbepaling geen bespreking. Hierbij weegt de rechtbank mee dat ook al zou verweerder ten onrechte uitgaan van het geboortejaar 2005 in plaats van 2007 eiser daardoor niet in zijn belangen is geschaad omdat verweerder onderzoek heeft gedaan naar adequate opvang.
Conclusie
10. Uit het voorgaande volgt dat eisers beroepsgronden niet slagen. Het beroep is ongegrond.
10. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 15 januari 2025 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.