Rechtbank den haag
Verschoningskamer
Verschoningsnummer: 2026/09
Zaak-/rekestnummer: C/09/701637 / KG RK 26- 501
Beslissing van 19 maart 2026
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. N.F.H. van Eijk,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 11981046/ 25-22002 van:
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,eiser,bijgestaan door mr. N.M. Fakiri, advocaat te Rotterdam,
tegen
vennootschap onder firma La Crêpe,
gevestigd te Den Haag,gedaagde,
bijgestaan door mr. J. Peters, advocaat te Den Haag.
1. De procedure
Het verschoningsverzoek van de rechter is gedaan op 18 maart 2026.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.
2. Het verschoningsverzoek
De rechter heeft aan het verschoningsverzoek ten grondslag gelegd dat hij in een tussen partijen gevoerde arbeidsrechtelijke verzoekschriftprocedure eerdere bemoeienis heeft gehad met de zaak.
3. De beoordeling
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.
4. De beslissing
De verschoningskamer:
wijst het verzoek tot verschoning toe;
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 19 maart 2026 door mrs. S.M. Krans, E.E. Schotte en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier.