Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/273533-21
Datum uitspraak: 30 maart 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 16 maart 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.L.M. van Rookhuizen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. L. Tricoli naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 24 september 2021 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een horloge en/of sigaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op
heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht
mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
- die [aangever] te duwen,
- die [aangever] te slaan en/of te stompen en/of
- die [aangever] vast te pakken (aan zijn kleding);
3. De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een woningoverval.
De officier van justitie heeft gevorderd dat, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 1 jaar.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit wegens het ontbreken van wettig dan wel overtuigend bewijs.
Vrijspraak
De rechtbank moet beoordelen of bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een woningoverval op 21 september 2021. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend. Hoewel de rechtbank van oordeel is dat het dossier aanknopingspunten bevat die veel vragen oproepen en waarover de verdachte geen duidelijkheid heeft willengeven, leveren die punten onvoldoende wettig bewijs op . De inhoud van de onderschepte chatgesprekken, het contact voor en kort na de overval met de medeverdachte en de eenzijdige fotoherkenning door de aangever vindt de rechtbank op zijn minst genomen opvallend en verdacht. Voor een bewezenverklaring is echter vereist dat er sprake is van wettig en overtuigend bewijs. Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is er onvoldoende wettig bewijs op grond waarvan de rechtbank de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde kan vaststellen.
De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen en zal de verdachte vrijspreken.
4. De beslissing
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. Snoeijer, voorzitter,
mr. J. Keltjens, rechter,
mr. I. Jadib, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. R.J. van Egmond, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 maart 2026.