ECLI:NL:RBDHA:2026:7296

ECLI:NL:RBDHA:2026:7296

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 30-03-2026
Datum publicatie 31-03-2026
Zaaknummer NL25.28670
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Chavez-Vilchez – Afdeling eerder geoordeeld dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt waarom de door eiser overgelegde stukken niet aannemelijk maken dat eiser daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht – geen sprake van samenwonen meer – gewijzigde situatie – gehoord in bezwaar – geen actuele objectieve bewijsstukken – foto’s onvoldoende – ADHD – artikel 8 van het EVRM – beroep ongegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.28670

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. M.P.J.W.M. Govers),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verweerder,

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 5 juni 2025 (het bestreden besluit), waarbij het bezwaar van eiser tegen de weigering van een verblijfsdocument als bewijs van rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan ongegrond is verklaard.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Beslissing

1. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit. Op 30 november 2021 heeft eiser een aanvraag ingediend om afgifte van een verblijfsdocument als bewijs van rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan (de aanvraag). Eiser heeft zich daarbij beroepen op het bestaan van een afgeleid verblijfsrecht zoals bedoeld in het arrest Chavez-Vilchez. Eiser wil in Nederland verblijven bij zijn minderjarige zoon, [minderjarige], die geboren is op [datum] 2012 en de Nederlandse nationaliteit bezit. Verweerder heeft de aanvraag op 20 juni 2022 afgewezen en het bezwaar daartegen op 16 maart 2023 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 juni 2023 heeft deze rechtbank en zittingsplaats het door eiser ingestelde beroep tegen laatstgenoemd besluit ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 november 2024 heeft de Afdeling het door eiser ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de rechtbankuitspraak van 27 juni 2023 vernietigd, en bepaald dat verweerder een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen. Daarbij heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank onvoldoende inzichtelijk had gemotiveerd waarom de door eiser overgelegde stukken, in het bijzonder de verklaringen van derden en overige ondersteunende documenten, niet aannemelijk maken dat eiser daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht voor zijn zoon.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder opnieuw geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een afhankelijkheidsverhouding tussen hem en zijn minderjarige zoon zoals bedoeld in dit arrest. Eiser woont sinds 24 juli 2023 niet meer samen met zijn zoon en eisers ex-partner, de moeder van het kind. Er is daarom geen sprake van een situatie waarin een afhankelijkheidsverhouding kan worden verondersteld. Volgens verweerder heeft eiser onvoldoende met objectieve en recente stukken onderbouwd dat hij desondanks daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht. De door eiser overgelegde stukken, waaronder foto’s en verklaring van de moeder, acht verweerder daarvoor onvoldoende. Hieruit blijkt alleen van omgang en contact. Ook heeft verweerder in zijn beoordeling betrokken dat de moeder de primaire verzorger is. Niet is gebleken dat eisers zoon feitelijk gedwongen zal zijn om het grondgebied van de EU te verlaten als aan eiser geen verblijfsrecht toekomt.

3. Eiser stelt dat hij ondanks de beëindiging van de samenwoning nog altijd betrokken is in het dagelijks leven van zijn zoon. Zijn zorg- en opvoedtaken zijn niet zodanig minder dat nu – anders dan ten tijde van de Afdelingsuitspraak - niet meer aan de voorwaarden voor verblijf zou worden voldaan. Eiser verwijst daarbij naar de in bezwaar overgelegde aanvullende verklaring van zijn ex-partner, die volgens hem moet worden bezien in samenhang met alle eerder overgelegde stukken. Uit die stukken volgt volgens eiser dat hij een actieve en structurele rol vervult in het leven van zijn zoon, ook na het beëindigen van de samenwoning. Verweerder heeft ten onrechte een streep gezet bij de uitschrijving uit de BRP en doorslaggevende betekenis toegekend aan het ontbreken van recente objectieve stukken. Verder heeft verweerder daardoor onvoldoende rekening gehouden met de gehele periode waarin eiser in het leven van zijn zoon aanwezig is geweest. Eiser is feitelijk vanaf november 2021 met zijn en zoon gaan samenwonen en heeft ook daarvoor zoveel mogelijk contactmomenten proberen te hebben. Met name jaren in Nederland dienen zwaarder te wegen omdat deze het meest van belang zijn geweest bij de ontwikkeling van zijn zoon, die bovendien is gediagnosticeerd met ADHD en eiser daardoor meer en meer nodig heeft. Verweerder heeft gelet op het belang van het kind ten onrechte geen aanleiding gezien voor een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Eiser meent dat het bestreden besluit ook in strijd is met artikel 8 van het EVRM.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Afwijzing aanvraag

4. Uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat een derdelander-familielid van een Unieburger op grond van artikel 20 van het VWEU van rechtswege een afgeleid verblijfsrecht ontleent aan het verblijfsrecht van een Unieburger indien het niet toestaan van verblijf aan die derdelander tot gevolg zou hebben dat de Unieburger feitelijk wordt gedwongen het grondgebied van de Europese Unie te verlaten. Dit is mogelijk aan de orde bij derdelander-ouders en van hen afhankelijke kinderen met de nationaliteit van een van de lidstaten van de EU. Indien een derdelander zich in Nederland op deze situatie beroept, onderzoekt verweerder, overeenkomstig zijn daarvoor opgestelde beleid, of sprake is van daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken van de derdelander ten behoeve van het Nederlandse minderjarige kind en vervolgens of een zodanige afhankelijkheidsverhouding tussen het kind en de vreemdeling dat het kind gedwongen zou zijn het grondgebied van de EU te verlaten als aan de vreemdeling een verblijfsrecht wordt geweigerd. Zoals verweerder in het bestreden besluit terecht opmerkt, komt daarbij bijzondere betekenis toe aan de vraag of sprake is van samenwoning. Is dat niet het geval, dan wordt in elk geval niet uitgegaan van een weerlegbaar rechtsvermoeden dat sprake is van een afhankelijkheidsverhouding.

5. Vaststaat dat eiser tussen 8 maart 2022 en 24 juli 2023 in geschreven heeft gestaan op hetzelfde adres als zijn kind en de andere ouder, eisers ex-partner. Voor zover eiser stelt dat hij vanaf een eerder moment heeft samengewoond, heeft verweerder terecht overwogen dat eiser dat niet heeft aangetoond. Niet in geschil is dat eiser ten tijde van de heroverweging in bezwaar niet meer met zijn kind en ex-partner samenwoonde. Verweerder stelt dan terecht dat, in het licht van de - over de gehele periode - te beoordelen afhankelijkheidsverhouding, minder betekenis toekomt aan de bewijsstukken over eisers zorg- en opvoedtaken in het verleden, gedurende de periode dat nog wel sprake was van samenwoning. Dat verweerder door de Afdeling is opgedragen om zijn oordeel over het al dan niet bestaan van daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken opnieuw te motiveren, betekent niet dat verweerder met het thans bestreden besluit onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan die uitspraak. Verweerder is immers gehouden tot een volledige heroverweging in bezwaar met in achtneming van de actuele feiten en omstandigheden.

6. Vastgesteld wordt dat eiser voor de onderbouwing van de actuele invulling van zijn zorg- en opvoedrol heeft volstaan met enkele foto’s en een verklaring van de moeder, eisers ex-partner. Verweerder heeft daarbij terecht geconcludeerd dat de overgelegde verklaring, die niet wordt ondersteund door actuele objectieve bewijsstukken, onvoldoende is om vast te stellen welke concrete zorg- en opvoedtaken eiser verricht. Ook de door eiser overgelegde foto’s geven daarvan geen daadwerkelijk beeld.

7. Verweerder heeft verder terecht geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een afhankelijkheidsverhouding, zoals bedoeld in de Chavez-rechtspraak. Daarbij heeft verweerder in aanmerking genomen dat eiser blijkens de door hem overgelegde stukken in het verleden in enige mate betrokken is geweest in het leven van zijn zoon, maar dat eiser geen stukken heeft overgelegd, waaruit zijn huidige betrokkenheid concreet kan worden vastgesteld. Verder is in aanmerking genomen dat eiser zijn zoon in diens eerste negen levensjaren in totaal drie keer heeft gezien. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij in die tijd substantieel betrokken is geweest in het leven van zijn kind. Eisers zoon was ten tijde van het bestreden besluit 13 jaar oud en heeft vanaf zijn geboorte samengewoond met zijn moeder, de ex-partner van eiser. Gelet op de beperkte periode waarin daarbij ook van samenwoning met eiser sprake was, heeft verweerder terecht vastgesteld dat de moeder van het kind de primaire opvoeder en verzorger is geweest.

8. Verweerder heeft bij zijn beoordeling betrokken dat eisers zoon is gediagnosticeerd met ADHD en overwogen dat niet is gebleken dat de normale lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind wordt bedreigd als eiser geen verblijf wordt toegestaan. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Dat eiser in verband met de medische problematiek van zijn kind meer en meer nodig is, zoals hij in beroep stelt, heeft hij niet geconcretiseerd en onderbouwd. Gelet hierop volgt de rechtbank ook niet dat verweerder een deskundigenadvies had moeten inwinnen, zoals eiser betoogt.

9. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument terecht afgewezen. Het beroep is in zoverre dan ook ongegrond.

Artikel 8 van het EVRM

10. Verweerder heeft in bezwaar ambtshalve aanvullend geoordeeld dat de weigering om aan eiser verblijf toe te staan niet in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Daarbij is verweerder uitgegaan van het bestaan van gezinsleven tussen eiser en zijn uit het huwelijk met de ex-partner geboren zoon. Ook heeft verweerder in aanmerking genomen dat eiser in enige mate privéleven heeft opgebouwd in Nederland. Verweerder heeft een belangenafweging gemaakt die in het nadeel van eiser uitvalt. Daarbij is in het nadeel van eiser meegewogen dat eiser meer dan 13 jaar geleden gedurende minder dan twee jaar rechtmatig verblijf heeft gehad, daarna jarenlang in Marokko heeft verbleven en sindsdien in Nederland alleen procedureel rechtmatig verblijf heeft gehad. Eisers gezinsleven is pas gestart toen eiser geen rechtmatig verblijf (meer) had zodat eiser er niet op kon vertrouwen dat hij met het oog op dat gezinsleven in Nederland mocht verblijven. Het gezinsleven is lange tijd op afstand ingevuld en van een actuele invulling is onvoldoende gebleken. Vaststaat dat eiser niet meer met zijn zoon samenwoont. Verder weegt voor verweerder het Nederlands economisch belang zwaar in het nadeel van eiser mee. Verweerder heeft daarbij toegelicht dat eiser niet heeft aangetoond dat hij in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. Niet is gebleken van objectieve belemmeringen voor eiser of één van zijn gezinsleden om in Marokko te wonen of van andere omstandigheden die dit onevenredig maken. Eiser heeft het grootste deel van zijn leven in Marokko gewoond en zijn banden met Nederland zijn hoofdzakelijk opgebouwd in periodes van verblijfsonzekerheid. Eisers gezins- en privéleven is daarom geen reden om aan eiser verblijf toe te staan.

11. Verweerder heeft hiermee de relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken. In zijn op basis daarvan uitgevoerde belangenafweging heeft verweerder het belang van eiser om gezins- of privéleven in Nederland uit te oefenen minder zwaar kunnen laten wegen dan het algemeen belang van de Nederlandse Staat bij het voeren van een restrictief toelatingsbeleid. Voor zover eiser in zijn aanvullend beroepschrift stelt dat hij jarenlang als kapper heeft gewerkt en in dat beroep opnieuw aan de slag kan, heeft hij dat niet onderbouwd. Voor zover eiser stelt dat zijn ex-partner, de moeder van hun kind, niet naar Marokko wil, is geen sprake van een objectieve belemmering. Dat een verhuizing naar Marokko schadelijk zou zijn voor zijn zoon is door eiser evenmin onderbouwd. Nu daarnaast geen sprake is van een gedwongen vertrek van eisers zoon uit Nederland, is niet gebleken dat het bestreden besluit in strijd is met het belang van het kind.

12. Ook in zoverre slaagt het beroep niet.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 30 maart 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F.I. Sinack

Griffier

  • mr. S. Mohandes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?