RECHTBANK DEN HAAG
[eiser/verzoeker] , V-nummer: [nummer] , eiser/verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.54934 (beroep) en NL25.54936 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
(gemachtigde: mr. E.P.A. Zwart),
en
(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Verweerder heeft de problemen van eiser vanwege zijn lidmaatschap van de NUP ongeloofwaardig kunnen vinden. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat eiser een marginale politieke overtuiging heeft. De rechtbank passeert dit gebrek, omdat eiser hierdoor niet is benadeeld. Ook als uitgegaan wordt van een niet-marginale politieke overtuiging, heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet als vluchteling kan worden aangemerkt en ook dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Uganda een reëel risico loopt op ernstige schade. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft op 20 februari 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 4 november 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep en de voorlopige voorziening op 23 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft de Ugandese nationaliteit en is geboren op [datum] 1993. Eiser is aanhanger van Bobi Wine. Bobi Wine is sinds 2004 een politiek betrokken zanger en sinds 2017 ook politicus. Eiser heeft zich in 2017 aangesloten bij een groep die stemmen ging werven voor Bobi Wine. Eiser werd daarop actief voor de NUP, de politieke partij waarvan Bobi Wine sinds 22 juli 2020 de president is. Eiser deed mee aan campagnes, bijeenkomsten en de mobilisatie van mensen voor de NUP. Bij een protest op 15 september 2022 is eiser opgepakt door de politie en gemarteld. Later die avond is hij vrijgelaten en is de politie hem thuis komen opzoeken. Ze hebben toen zijn ouders ontvoerd en eiser en zijn huishoudster zijn mishandeld. Eiser is toen zijn huis ontvlucht. Eiser is ondergedoken in Zanna. Hij werd sindsdien telefonisch bedreigd. Eiser heeft Uganda met een uitreisvisum op 18 februari 2023 verlaten.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Verweerder vindt asielmotieven één en twee geloofwaardig en asielmotief drie ongeloofwaardig. Verweerder volgt dat eiser een politieke overtuiging heeft en dat hij politieke activiteiten heeft verricht voor de NUP, maar vindt het niet geloofwaardig dat hij problemen heeft gehad vanwege zijn lidmaatschap en activiteiten. Verweerder vindt het niet aannemelijk dat eiser hierdoor in de negatieve belangstelling staat bij de Ugandese autoriteiten waardoor eiser als vluchteling moet worden aangemerkt dan wel een reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer naar Uganda. Verweerder wijst de asielaanvraag van eiser af als kennelijk ongegrond, op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Vw. Ook vaardigt verweerder een terugkeerbesluit uit aan eiser en legt hij eiser een inreisverbod voor de duur van twee jaar op.
Heeft verweerder de problemen vanwege het lidmaatschap aan de NUP ongeloofwaardig kunnen vinden?
5. Eiser voert aan dat verweerder de problemen vanwege zijn lidmaatschaap ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser er niet in is geslaagd om de bedreigingen inzichtelijk te maken. Het gegeven dat hij vermoedens en gedachtes heeft uitgesproken over zijn vrees, kan geen afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de problemen die hij heeft ervaren. Verweerder heeft de persoonlijke situatie van eiser en relevante bronnen onvoldoende betrokken in zijn besluitvorming. Hierbij verwijst eiser naar informatie van Human Rights Watch (HRW) en van Afro Barometer. Eisers relaas komt overeen met de situatie in Uganda. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd dat het niet logisch is dat een vriend van eiser een groot risico zou nemen voor eiser door hem te helpen het land te verlaten.
6. De rechtbank stelt vast dat het niet in geschil is dat eiser lid is van de NUP en dat hij activiteiten voor de partij heeft verricht. Ook is niet in geschil dat eiser een politieke overtuiging heeft.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de problemen vanwege het lidmaatschap van de NUP ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat eiser wisselend en onduidelijk heeft verklaard over de dreigtelefoontjes die hij heeft ontvangen. Eiser heeft niet duidelijk verklaard of hij daadwerkelijk werd bedreigd aan de telefoon en wat er precies werd gezegd. Verweerder heeft daarnaast de verklaringen van eiser over de ontvoering van zijn ouders en het vervolg daarvan ongerijmd kunnen vinden. Eiser heeft verklaard dat hij op 15 september 2022 in een safehouse is gemarteld en later is vrijlaten ergens op de straat. Later die avond zou de politie naar zijn huis zijn gegaan, waar ze zijn ouders hebben ontvoerd en eiser en zijn huishoudster hebben mishandeld. Verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat het ongerijmd is dat de politie eiser zou vrijlaten om hem later diezelfde dag weer thuis op te zoeken en zijn ouders te ontvoeren, terwijl de politie wilde dat eiser met zijn politieke activiteiten zou ophouden. Verweerder heeft in dit kader ook kunnen tegenwerpen dat het ongerijmd is dat eiser na het heftige incident van 15 september 2022 waarbij hij zelf is gemarteld en zijn ouders zijn ontvoerd, op 18 september 2022 naar een bijeenkomst van de NUP is gegaan om verslag uit te brengen over de demonstratie van 15 september 2022. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat dit geen voor de hand liggende verklaringen zijn van eiser. Verweerder heeft ook kunnen tegenwerpen dat eiser niet voor de hand liggend heeft verklaard over zijn uitreis. Eiser heeft Uganda verlaten met een visum voor Canada. Hij heeft hierover verklaard dat hij eerst 200 dollar moest betalen bij de grenscontrole op het vliegveld omdat hij NUP spullen bij zich had, dat hij dit niet heeft betaald, maar dat hij wel werd doorgelaten door de veiligheidsbeambten. Verweerder heeft het niet voor de hand liggend kunnen vinden dat eiser werd doorgelaten terwijl hij NUP spullen bij zich had en hij stelt vanwege zijn activiteiten voor de NUP problemen te hebben gehad. Verweerder heeft niet aannemelijk kunnen vinden dat eisers vriend de enige aanwezige was die hem moest controleren. Daarnaast heeft verweerder het niet logisch kunnen vinden dat eiser het visum voor Canada in december 2022 heeft verkregen, maar pas in februari 2023 is uitgereisd. Eiser heeft niet duidelijk gemaakt waarom hij nog zo lang heeft gewacht met zijn uitreis na het verkrijgen van het visum. Dat eiser tot aan zijn vertrek uit Uganda geen problemen heeft ondervonden, doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn gestelde problemen met de autoriteiten. Verweerder heeft tenslotte kunnen tegenwerpen dat eiser zijn problemen niet heeft onderbouwd met documenten.
Gelet op het voorgaande heeft verweerder de problemen van eiser vanwege zijn lidmaatschap van de NUP ongeloofwaardig kunnen vinden. De verwijzing van eiser naar het rapport van HRW en Afro Barometer maakt het voorgaande niet anders. Weliswaar volgt uit het rapport van HRW dat het bewind in Uganda repressief is en geen kritiek duldt, maar hiermee heeft eiser zijn eigen problemen nog niet onderbouwd. Ook blijkt uit deze informatie niet dat personen die lid zijn van de NUP en actief zijn voor die partij problemen krijgen bij terugkeer naar Uganda. De rechtbank volgt verweerder ook in het ter zitting ingenomen standpunt dat uit die bronnen ook niet volgt dat iedereen die op social media kritisch posts plaatst, zoals eiser thans in Nederland doet, wordt gescreend door de Ugandese autoriteiten. Daarnaast blijkt niet dat eiser op social media een groot bereik heeft. De rechtbank volgt verweerder in het standpunt dat eiser met de verwijzing naar deze bronnen zijn problemen niet aannemelijk heeft gemaakt. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Is eiser vluchteling dan wel heeft hij aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Uganda een reëel risico loopt op ernstige schade?
7. Eiser voert aan dat verweerder zijn politieke overtuiging ten onrechte als marginaal heeft aangemerkt. Hij heeft zich op verschillende manieren in Uganda en Nederland ingezet voor de NUP, bijvoorbeeld middels het bijwonen van demonstraties of het flyeren voor de NUP. Eiser heeft concreet aangegeven waarom hij de ideeën van Bobi Wine aanhing. Hij heeft verklaard over hoe slecht de heersende regering in Uganda voor de burgers is en heeft dit persoonlijk gemaakt door te vertellen over de manieren waarop dit hem en zijn ouders heeft geraakt. Eiser heeft ook verteld over wanneer de moordaanslag op Bobi Wine heeft plaatsgevonden, wanneer Bobi Wine president van de NUP is geworden en hoe de vijf rangen binnen de NUP zich tot elkaar verhouden. Eiser heeft verklaard dat hij niet tot één van deze vijf rangen behoort, maar dit doet niet af aan zijn politieke overtuiging. Eiser voert ook aan dat verweerder ten onrechte heeft tegengeworpen dat hij niet politiek actief is in Nederland. In het bestreden besluit is verweerder niet ingegaan op de verklaring van [naam 2] die bij de zienswijze was ingebracht. In beroep heeft eiser nog meer facebook-berichten en foto’s overgelegd over zijn deelname aan activiteiten in Nederland.
8. De rechtbank stelt voorop dat niet in geschil is dat eiser in zowel Uganda als Nederland politieke activiteiten heeft verricht voor de NUP, zoals flyeren, campagne voeren, mobiliseren, demonstreren en het bijwonen van bijeenkomsten. Ook heeft eiser onderbouwd dat hij zich thans op sociale media politiek uit. Daarnaast heeft eiser nog een verklaring overgelegd van [naam 2] , voormalig voorzitter van de Nederlandse en Belgische tak van de NUP, waaruit blijkt dat eiser in Nederland actief is voor de NUP en dat hij heeft deelgenomen aan verschillende demonstraties in Nederland. Daarop is verweerder in het bestreden besluit niet ingegaan. Daarnaast heeft eiser, naar het oordeel van de rechtbank, voldoende verklaard over waarom hij Bobi Wine steunt en lid is van de NUP. De tegenwerping van verweerder dat eiser foto’s van demonstraties heeft overgelegd zonder een inhoudelijke toelichting en dat hij niet heeft verklaard waarom hij het persoonlijk van belang vindt om een lidmaatschap van de NUP te hebben, is in het licht van het voorgaande onvoldoende om de politieke overtuiging van eiser als marginaal te kwalificeren. De rechtbank volgt verweerder dan ook niet in het standpunt dat de politieke overtuiging van eiser marginaal is en acht deze onvoldoende gemotiveerd.
Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat ook indien de politieke overtuiging van eiser niet marginaal is, dit de conclusie van het besluit niet verandert. Verweerder heeft reeds alle geloofwaardig bevonden activiteiten betrokken in zijn beoordeling en komt tot de conclusie dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij problemen heeft ondervonden vanwege die activiteiten en lidmaatschap van de NUP. Daarbij heeft verweerder betrokken dat niet is gebleken dat eiser een prominent lid is van de NUP of dat hij tijdens demonstraties of andere activiteiten een belangrijke rol speelde. Ook uit de gecontroleerde, probleemloze uitreis van eiser blijkt niet dat eiser in de negatieve belangstelling van de Ugandese autoriteiten staat. Verweerder heeft hierbij betrokken dat de NUP een grote partij is die in districten is vertegenwoordigd. Onder verwijzing naar een rapport van US Department of State, heeft verweerder gemotiveerd dat uit bronnen blijkt dat er NUP leden zijn die vermist raken of vastgezet worden, maar dat dit meestal personen zijn die zich sterk negatief hebben geuit over de huidige regering of hooggeplaatste personen. Uit de internetscreening van februari 2023 komt naar voren dat eiser zich tot dan toe weinig tot niet politiek heeft geuit op sociale media. Dat eiser zich thans in Nederland op sociale media heeft geuit, maakt het voorgaande niet anders. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat uit de bronnen die eiser heeft overgelegd ook niet blijkt dat iedereen die zich kritisch uit op sociale media wordt vervolgd of in de gaten wordt gehouden door de autoriteiten. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten. Niet is bekend of de Ugandese autoriteiten op de hoogte zijn van eisers deelname aan de protesten in Nederland en zijn lidmaatschap van de NUP. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat als eiser zich bij terugkeer op dezelfde manier wil uiten, dit ook geen risico zal opleveren omdat dit eerder niet heeft geresulteerd in vervolging of ernstige schade.
De rechtbank is van oordeel dat, ook als van een niet-marginale politieke overtuiging van eiser wordt uitgegaan, verweerder zich gelet op het voorgaande terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet als vluchteling kan worden aangemerkt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Uganda een reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank passeert daarom het in overweging 8 genoemde motiveringsgebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht omdat aannemelijk is dat eiser niet is benadeeld door dit gebrek.
Heeft verweerder de asielaanvraag van eiser op goede gronden afgewezen als kennelijk ongegrond?
9. Eiser voert aan dat verweerder inmiddels beschikt over een originele identiteitskaart, een kopie van zijn paspoort en het ticket waarmee de reisroute van eiser wordt onderbouwd. Verweerder kan daarom niet stellen dat eiser heeft geprobeerd verweerder te misleiden omtrent zijn identiteit. Verweerder heeft dan ook niet de aanvraag kunnen afwijzen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d en c, van de Vw.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen als kennelijk ongegrond op de c-grond. Eiser heeft met het weggooien van zijn paspoort waarmee hij naar Nederland is gereisd, verweerder de mogelijkheid ontnomen om het volledige asielrelaas van eiser vast te stellen. Verweerder heeft ter zitting in dit verband verwezen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 april 2016. Zoals ook in die uitspraak is overwogen, maakt de omstandigheid dat eiser zijn paspoort bij aankomst in Nederland heeft weggegooid dat verweerder geen inzicht heeft kunnen krijgen in eisers reisgedrag en een eventueel verblijfsrecht in derde landen. Deze omstandigheid had dus een negatieve invloed op de beslissing kunnen hebben. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
10. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
11. Aangezien op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
11. In het geconstateerde motiveringsgebrek in overweging 8 ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.802,-. Eiser heeft een beroepschrift ingediend en heeft deelgenomen aan zitting. Daarnaast heeft verzoeker een verzoekschrift ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
De rechtbank/de voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser/verzoeker tot een bedrag van € 2.802,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.J. van Beek, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.W. Robijn, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover het de hoofdzaak betreft, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.