ECLI:NL:RBDHA:2026:7335

ECLI:NL:RBDHA:2026:7335

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-02-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer C/09/695833 / KG ZA 25-1209
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Kort geding. Vorderingen vervangende toestemming speltherapie en verbod uiten beschuldigingen van ontucht afgewezen. Voorlopige videobelregeling wordt gehandhaafd.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/695833 / KG ZA 25-1209

Vonnis in kort geding van 18 februari 2026

in de zaak van

[de moeder] te [woonplaats 1] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. C.S.M. Ruijgrok te Amsterdam,

tegen:

[de vader] te [woonplaats 2] , [land] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. N. van Amsterdam te Leiden.

Partijen worden hierna ‘de moeder’ en ‘de vader’ genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de op 4 februari 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door mr. J.C. van den End, waarnemend kantoorgenoot van mr. C.S.M. Ruijgrok, pleitnotities zijn overgelegd.

Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag. Op de zitting zijn onderhavige procedure en de procedure met betrekking tot de zorgregeling, informatieregeling en doorverwijzing naar Ouderschap Blijft met zaak- en rekestnummer C/09/683530 / FA RK 25-2779, gecombineerd behandeld.

De Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) heeft op de zitting verzocht om [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen. Op dit verzoek is op de zitting mondeling beslist, in die zin dat [de minderjarige] van 4 februari 2026 tot 4 mei 2026 onder toezicht is gesteld van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming regio Amsterdam. De schriftelijke uitwerking daarvan is in een afzonderlijke beschikking vastgelegd.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Op grond van de stukken en dat wat op de zitting is besproken wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] .

Bij beschikking van 1 juli 2025 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –:

- vastgesteld dat partijen zijn verwezen naar Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Omgangsbegeleiding;

- de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten en hierover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

- bepaald dat [de minderjarige] voorlopig videocontact met de vader zal hebben: elke zondagochtend om 10.00 uur, waarbij het contact niet begeleid wordt door een andere volwassene;

- iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling, de informatieregeling en de doorverwijzing naar Ouderschap Blijft tot 1 januari 2026 pro forma aangehouden.

3. Het geschil

in conventie

De moeder heeft gevorderd – zakelijk weergegeven –:

- de moeder vervangende toestemming te verlenen om mevrouw [naam 1] van “ [praktijk] ” te [plaats 1] opdracht te geven de speltherapie van [de minderjarige] te hervatten op de door mevrouw [naam 1] in haar e-mail aan partijen van 7 november 2025 (te 14.23 uur) gestelde voorwaarden;

- de vader te veroordelen zich volledig te houden aan de in sub I bedoelde voorwaarden van mevrouw [naam 1] , op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de vader zich aan één of meerdere van deze voorwaarden niet houdt;

- de moeder vervangende toestemming te verlenen om mevrouw A. [naam 2] (Praktijk voor Psychotherapie in [plaats 2] ) opdracht te geven [de minderjarige] de therapie te geven die zij gerade acht;

- de vader te veroordelen ten aanzien van mevrouw [naam 2] dezelfde voorwaarde na te leven als door mevrouw [naam 1] in haar e-mail aan partijen van 7 november 2025 (te 14.23 uur) heeft gesteld, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de vader zich aan één of meerdere van deze voorwaarden niet houdt;

- de bij tussenbeschikking van de rechtbank Den Haag van 1 juli 2025 vastgestelde voorlopige zorgregeling te wijzigen, in die zin dat de videobelcontacten voorlopig niet meer plaatsvinden totdat de in sub III genoemde kinderpsycholoog is gestart met de therapie en zij partijen heeft bevestigd dat het videobellen met [de minderjarige] kan worden gecontinueerd;

- de vader te veroordelen in de kosten van deze procedure;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Daartoe heeft de moeder – samengevat – het volgende aangevoerd. Door toedoen van de vader heeft mevrouw [naam 1] de speltherapie voor [de minderjarige] stopgezet. De moeder heeft aangevoerd dat [de minderjarige] baat had bij de speltherapie en de speltherapie noodzakelijk is voor de ontwikkeling en de verwerking van [de minderjarige] . Mevrouw [naam 1] heeft in haar e-mail van 7 november 2025 aangegeven onder welke voorwaarden zij bereid is om de speltherapie te hervatten. De moeder wil dat de vader wordt veroordeeld om zich te houden aan de voorwaarden die de speltherapeut heeft gesteld. Op de zitting heeft de moeder toegelicht dat deze voorwaarden dan voor beide ouders gelden.

De vader heeft verweer gevoerd, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

in reconventie

De vader heeft gevorderd – zakelijk weergegeven –:

- een zorgregeling vast te leggen, waarbij [de minderjarige] om de week van vrijdag na school tot zondagavond bij de vader verblijft, op straffe van een dwangsom van € 750,- voor iedere keer dat de moeder de regeling niet nakomt;

- een verbod op het uiten van de beschuldiging van ontucht tegen derden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per keer dat de moeder dit doet;

- vervangende toestemming te verlenen voor de inzet van Humanitas (omgangsbegeleiding) op straffe van een dwangsom van € 750,- voor iedere dag dat de moeder niet meewerkt;

- de moeder te veroordelen in de kosten van het geding, een salaris voor de advocaat van de vader daaronder begrepen, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis en de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren;

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Daartoe heeft de vader – samengevat – het volgende aangevoerd. De moeder is de voorlopige zorgregeling nauwelijks nagekomen. De vader heeft aangegeven dat de videogesprekken met [de minderjarige] regelmatig plaatsvinden in een onrustige setting en in aanwezigheid van derden, namelijk de moeder en/of haar partner, ondanks dat in de beschikking van 1 juli 2025 is bepaald dat de videobelmomenten niet onder begeleiding van een volwassene plaatsvinden. Ook worden de videobelmomenten voortijdig beëindigd of inhoudelijk gestuurd door de moeder en haar partner, waardoor de vader niet vrijelijk met [de minderjarige] kan praten. De vader heeft gesteld dat er ruimte is om het contact tussen de vader en [de minderjarige] met spoed te herstellen en uit te breiden, omdat de strafzaak tegen de vader is geseponeerd. De vader is van mening dat de zorgregeling moet worden uitgebreid naar een fysieke regeling, zodat [de minderjarige] onbelast contact met de vader kan hebben. Verder heeft de vader gesteld dat de moeder jegens derden beschuldigingen uit dat de vader ontucht zou hebben gepleegd. Hierdoor is de hulpverlening rondom [de minderjarige] niet onafhankelijk. [de minderjarige] is erbij gebaat als de professionals om haar heen onpartijdig de therapieën kunnen uitoefenen. Hiervan is geen sprake zolang de moeder de vader blijft beschuldigen van ontucht.

De moeder heeft verweer gevoerd, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

in conventie

Op de zitting heeft de moeder haar vorderingen ten aanzien van de vervangende toestemming voor de therapie van [de minderjarige] bij mevrouw [naam 2] en het opschorten van de videobelcontacten ingetrokken. De voorzieningenrechter hoeft op deze vorderingen dus niet meer te beslissen.

Vervangende toestemming speltherapie

De vader heeft erkend dat [de minderjarige] speltherapie nodig heeft. Hij heeft zich echter verzet tegen speltherapie bij mevrouw [naam 1] . Daartoe heeft de vader aangevoerd dat de start van de speltherapie bij mevrouw [naam 1] ongelijk is geweest, omdat de moeder uitgebreid haar verhaal heeft mogen doen over de beschuldigingen van het door haar gestelde seksueel misbruik door de vader. De vader heeft nauwelijks de gelegenheid gekregen om achtergrondinformatie te geven, zijn zorgen over [de minderjarige] uit te spreken en zijn kant van het verhaal te delen. Daarbij heeft mevrouw [naam 1] de moeder geadviseerd om het onbegeleide videobellen stop te zetten, omdat dit schadelijk voor [de minderjarige] zou zijn. Het valt echter niet binnen de taak van een speltherapeut om adviezen over de uitvoering van een zorgregeling te geven, vooral omdat de rechtbank het videobelcontact als beschermd en stabiliserend voor [de minderjarige] heeft vastgelegd. De vader heeft zich op het standpunt gesteld dat hervatting van de speltherapie bij mevrouw [naam 1] niet in het belang van [de minderjarige] is.

De voorzieningenrechter zal de vordering van de moeder afwijzen en overweegt daartoe als volgt. Uit het e-mailbericht van 7 november 2025 van mevrouw [naam 1] is gebleken dat zij de speltherapie heeft beëindigd, omdat er voor haar geen veilige en professionele werkrelatie meer mogelijk was als gevolg van dwingend en intimiderend gedrag van de vader jegens mevrouw [naam 1] . Gelet op hetgeen zich heeft afgespeeld tussen partijen en mevrouw [naam 1] , is de voorzieningenrechter van oordeel dat mevrouw [naam 1] niet langer in staat is om onbelast en onafhankelijk hulpverlening aan [de minderjarige] te bieden. Daarbij acht de voorzieningenrechter het op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] dat de hulpverlening bij mevrouw [naam 1] wordt hervat, gelet op de gemotiveerde bezwaren van de vader. De voorzieningenrechter heeft in zijn overwegingen meegewogen dat er inmiddels een voorlopige ondertoezichtstelling over [de minderjarige] is uitgesproken. Het ligt dus nu op de weg van de jeugdbeschermer om met spoed de nodige hulpverlening voor [de minderjarige] op te starten.

Nu de voorzieningenrechter de vordering van de moeder tot vervangende toestemming om de speltherapie bij mevrouw [naam 1] te hervatten zal afwijzen, zal hij ook de daarmee samenhangende vordering over de voorwaarden voor hervatting van de speltherapie afwijzen.

Proceskosten

Gelet op het feit het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, wordt bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

in reconventie

Op de zitting heeft de vader zijn voorwaardelijke vordering tot vervangende toestemming voor de inzet van omgangsbegeleiding bij Humanitas ingetrokken. Op deze vordering hoeft de voorzieningenrechter dus niet meer te beslissen.

Zorgregeling

De voorzieningenrechter overweegt dat in een kort geding procedure alleen een ordemaatregel kan worden getroffen die zal gelden totdat in de bodemprocedure zal worden beslist. De voorzieningenrechter ziet dat in het rapport van de Raad van 12 november 2025 grote zorgen worden geuit over fysieke omgangsmomenten tussen de vader en [de minderjarige] . Gelet hierop acht de voorzieningenrechter het op dit moment te vroeg om in deze kort geding procedure een fysieke zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige] vast te stellen. Daarbij gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat tijdens de (voorlopige) ondertoezichtstelling onder regie van de jeugdbeschermer zal worden gekeken naar de mogelijkheden voor het contact tussen de vader en [de minderjarige] en de wijze waarop dat zal worden vormgegeven.

Uit de overgelegde stukken en dat wat op de zitting is besproken, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te bepalen dat de belmomenten onder begeleiding van een volwassene moeten plaatsvinden. De voorlopige videobelregeling tussen de vader en [de minderjarige] zoals bepaald in de beschikking van 1 juli 2025 wordt daarom gehandhaafd. Om misverstanden hierover te voorkomen, zal de voorzieningenrechter deze videobelregeling in het dictum van dit vonnis opnemen. De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding om een dwangsom aan de uitvoering van de regeling te verbinden. Zou de moeder weigeren hieraan gehoor te geven, dan valt een volgende overweging op dit punt mogelijk anders uit.

Verbod uiten beschuldigingen van ontucht

De voorzieningenrechter zal de vordering van de vader afwijzen en overweegt daartoe als volgt. De vader heeft een e-mailbericht van 10 januari 2026 van de officier van justitie in de strafzaak tegen de vader overgelegd, waaruit blijkt dat de officier van justitie heeft besloten om de strafzaak tegen de vader te seponeren. De moeder heeft op de zitting duidelijk aangegeven dat zij het niet eens is met de sepotbeslissing en zij een artikel 12 Sv-procedure zal starten. De strafrechtelijke procedure tegen de vader is dus nog niet geëindigd. De voorzieningenrechter overweegt dat daarmee nu niet vaststaat dat sprake is van een onrechtmatige daad van de moeder. De voorzieningenrechter geeft de moeder wel mee om voorzichtigheid te betrachten in de wijze waarop zij derden over de vader informeert. De voorzieningenrechter constateert namelijk dat de moeder met haar uitingen over seksueel misbruik veel schade bij de vader heeft berokkend, temeer als in de toekomst vast zou komen te staan dat de beschuldigingen van de moeder niet waar zouden zijn.

Proceskosten

Gelet op het feit het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, wordt bepaald dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

bepaalt dat de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] , videobelcontact met de vader zal hebben: elke zondagochtend om 10.00 uur, waarbij het contact niet begeleid wordt door een andere volwassene;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. de Jong-Kwestro en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.

EY

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?