ECLI:NL:RBDHA:2026:7339

ECLI:NL:RBDHA:2026:7339

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer NL26.13026
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel, Dublin Kroatië, beroep (kennelijk) ongegrond

Uitspraak

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. J.W.J. van den Broek),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 6 maart 2026 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag.

2. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

4. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Totstandkoming van het besluit

5. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt verweerder een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

6. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de aanvraag. Nederland heeft bij Kroatië een verzoek om terugname gedaan. Kroatië heeft dit verzoek op 28 november 2025 aanvaard. Daarbij vertrouwt verweerder erop dat Kroatië zijn internationale verdragsverplichtingen voor de behandeling van de asielaanvraag nakomt. Dat wordt ook wel het interstatelijk vertrouwensbeginsel genoemd.

Beroepsgronden

7. Eiser betwist niet dat Kroatië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Eiser is ook bekend met de jurisprudentie van de Afdeling over Kroatië en het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiser stelt dat verweerder zijn asielaanvraag op basis van zijn bijzondere individuele situatie toch in behandeling had moeten nemen. Eiser voert in dat verband aan dat hij slecht is behandeld in Kroatië, waarbij zijn neus en elleboog zijn gebroken. Zijn vertrouwen in een objectieve behandeling van zijn asielaanvraag in Kroatië is volledig verdwenen.

Vrees voor (indirect) refoulement

8. Uitgangspunt is dat verweerder op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit mag gaan dat Kroatië zijn verdragsverplichtingen nakomt. Uit jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat ten aanzien van Kroatië nog altijd van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Volgens de Afdeling zijn er in beginsel geen obstakels voor Dublinterugkeerders om toegang tot de asielprocedure te krijgen en is niet gebleken van structurele tekortkomingen voor wat betreft de opvangvoorzieningen.

9. De gestelde persoonlijke ervaringen van eiser in Kroatië bieden geen grond voor een ander oordeel. In geval van voorkomende problemen, ligt het op de weg van eiser om daarover te klagen bij de (hogere) autoriteiten of de daartoe geëigende instanties. Niet is gebleken dat eiser heeft geprobeerd te klagen of dat klagen voor hem bij voorbaat zinloos is. Bovendien is van belang dat Kroatië met het claimakkoord van 28 november 2025 heeft gegarandeerd dat het verzoek van eiser om internationale bescherming in behandeling zal worden genomen met inachtneming van de Europese richtlijnen en verdragen.

Conclusie en gevolgen

10. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is kennelijk ongegrond.

11. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 31 maart 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F.I. Sinack

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?