[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
In het besluit van 11 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft eiser in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 30 maart 2026 schriftelijk de beroepsgronden compleet te maken. Eiser heeft de gronden van beroep ingediend. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten op 31 maart 2026.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1994 en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Op 25 januari 2026 heeft eiser asiel aangevraagd
2. In het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat Duitsland daarvoor verantwoordelijk is. Uit het Eurodac-systeem is namelijk gebleken dat eiser eerder in Duitsland asiel heeft aangevraagd. In het Eurodac-systeem registreren de lidstaten van de Europese Unie aan de hand van vingerafdrukken onder meer waar en wanneer een vreemdeling asiel heeft aangevraagd. Op 23 februari 2026 hebben de Duitse autoriteiten het verzoek om eiser terug te nemen geaccepteerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder d, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat hij in Duitsland vreest voor een met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 4 van het Handvest voor de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) strijdige situatie. Eiser vreest in Duitsland voor de Italiaanse maffia en dat de Duitse autoriteiten hem hiertegen niet kunnen beschermen.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Binnen de Europese Unie geldt het uitgangspunt dat de lidstaten er over en weer op kunnen vertrouwen dat het Europese recht wordt nageleefd. Bij het beantwoorden van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor het behandelen van een asielaanvraag, kan alleen van dit uitgangspunt worden afgeweken als een asielzoeker aannemelijk maakt dat er in de verantwoordelijke lidstaat sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of in de opvangvoorzieningen. Dit staat in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening.
5. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er in Duitsland sprake is van dergelijke systematische tekortkomingen. Dit brengt mee dat ervan uit moet worden gegaan dat eiser na overdracht aan Duitsland in overeenstemming met het Europese recht zal worden behandeld. In dat kader zijn de Duitse autoriteiten gebonden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 3 van het EVRM en 4 van het Handvest. Voor zover eiser stelt dat hij problemen heeft met de Italiaanse maffia in Duitsland dient hij zich te wenden tot de Duitse autoriteiten voor hulp. Niet is gesteld of gebleken dat de Duitse autoriteiten hiertegen geen bescherming kunnen of willen bieden.
6. De conclusie is dat het beroep kennelijk ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 31 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen , griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.