ECLI:NL:RBDHA:2026:7367

ECLI:NL:RBDHA:2026:7367

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer NL26.14985
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Dublin Kroatië, interstatelijk vertrouwensbeginsel, push-backs, geen bescherming autoriteiten mogelijk, overdracht als Dublinclaimant, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.14985

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Akhiat),

en

Procesverloop

Bij besluit van 11 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [datum] 2001 en is van onbekende nationaliteit. Hij heeft op 1 november 2025 asiel aangevraagd in Nederland.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Uit het Eurodac-systeem is gebleken dat eiser op 27 oktober 2025 illegaal via Kroatië het grondgebied van de EU is ingereisd en daar op dezelfde dag een asielaanvraag heeft ingediend. Verweerder heeft daarom op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening de Kroatische autoriteiten verzocht om eiser terug te nemen. De Kroatische autoriteiten hebben dit verzoek op 30 december 2025 geaccepteerd, waarmee de verantwoordelijkheid van Kroatië vaststaat.

3. Eiser voert aan dat ten aanzien van Kroatië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. In Kroatië vinden nog altijd pushbacks plaats en vindt bij de buitengrenzen van Kroatië politiegeweld plaats. Eiser heeft dit zelf ondervonden. Daarover klagen bij de Kroatische autoriteten was onmogelijk, omdat eiser binnen enkele uren met geweld gedwongen de Sloveense grens werd overgezet. Bovendien kan verweerder voor Kroatië niet uitgaan van het interstatelijke vertrouwensbeginsel, wetende dat dit land zich schuldig maakt aan gewelddadige en illegale pushbacks en een structurele gewelddadige behandeling van asielzoekers

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Verweerder gaat er, gelet op de bevindingen vanuit Eurodac, terecht van uit dat Kroatië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Uit jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat ten aanzien van Kroatië nog altijd kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Hierbij is de Afdeling onder meer ingegaan op de onderwerpen (toegang tot de) asielprocedure, pushbacks en opvangvoorzieningen. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in zijn geval anders is. Hierin is eiser niet geslaagd.

5. Kroatië heeft immers met het claimakkoord gegarandeerd eisers asielaanvraag in behandeling te nemen met inachtneming van de Europese asiel- en opvangrichtlijnen.

De rechtbank is van oordeel dat eiser ook met zijn verklaringen over wat hij zelf in Kroatië heeft meegemaakt niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Kroatië een reëel risico loopt op een met artikel 4 van het Handvest en artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling. De verklaringen van eiser over de door hem ervaren slechte behandeling door de Kroatische autoriteiten gaan namelijk over de wijze waarop hij bij eerste aankomst in Kroatië is behandeld en niet over de situatie dat eiser als Dublinclaimant aan Kroatië zal worden overgedragen. Over dit laatste kan eiser ook niet verklaren, nu hij niet eerder als Dublinclaimant is overgedragen aan Kroatië. Eiser zal ditmaal als Dublinclaimant gereguleerd worden overgedragen. Het is dan ook niet aannemelijk dat eiser in dezelfde situatie terecht zal komen als voorheen. Indien eiser in Kroatië toch wordt geconfronteerd met tekortkomingen bij de behandeling van zijn asielaanvraag, in de opvang of anderszins, kan hij hierover klagen bij de Kroatische (hogere) autoriteiten. Niet is gebleken dat klagen bij de Kroatische autoriteiten voor eiser niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is.

6. Verweerder heeft, gelet op het voorgaande, eisers asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 31 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen , griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.L. Weerkamp

Griffier

  • mr. S.D.C.J. Verheezen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?