ECLI:NL:RBDHA:2026:7390

ECLI:NL:RBDHA:2026:7390

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer NL26.16034
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Bewaring Terugkeerrichtlijn / Marokko – Eiser stelt een vrouw en zoon te hebben met wie hij gelijktijdig in Griekenland een asielaanvraag heeft gedaan en stelt dat zijn vrouw en zoon een internationale beschermingsstatus hebben verkregen in Griekenland maar dat hij is doorgereisd voordat hij is gehoord op zijn aanvraag – anders dan verweerder acht de rechtbank dit wel aannemelijk. Dit betekent echter niet zonder meer dat deze omstandigheid in de weg staat aan de uitvoering van het eerder vastgestelde terugkeerbesluit. Verweerder heeft voldaan aan zijn verplichtingen die voortvloeien uit artikel 5 van richtlijn 2008/115 door eiser uitdrukkelijk te bevragen over de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen en een mogelijke vrees voor refoulement en door in de maatregel kenbaar te motiveren waarom deze belangen en het beginsel van non-refoulement niet aan de verwijdering in de weg staan. De rechtbank concludeert dat deze belangen en het beginsel van non-refoulement niet in de weg staan aan de terugkeer van eiser naar Marokko en concludeert dus ook dat verweerder verplicht is om het eerder vastgestelde terugkeerbesluit uit te voeren. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.16034

geboren op [geboortedatum] 1992, Marokkaanse nationaliteit,

V-nummer: [V-nummer], eiser,

(gemachtigde: mr. S.T.V. Le),

en

(gemachtigde: mr. S.H.M. Maas).

Procesverloop

Verweerder heeft eiser op 22 maart 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de maatregel, welk beroep tevens wordt aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft op 29 juli 2023 een asielaanvraag ingediend. Deze aanvraag is op 21 mei 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond en het beroep tegen deze afwijzing is op 9 maart 2026 niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch (NL25.23752, niet gepubliceerd). Het besluit van 21 mei 2025 omvat een terugkeerbesluit dat gepaard gaat met een inreisverbod voor de duur van twee jaar.

2. Eiser heeft op 6 maart 2026 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft eiser op 9 maart 2026 in bewaring gesteld op de zogenoemde asielgrond. Deze maatregel, die de rechtbank, deze zittingsplaats, in haar uitspraak van 20 maart 2026 rechtmatig heeft bevonden (NL.26.13104, niet gepubliceerd), is door verweerder op 22 maart 2026 opgeheven omdat verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiser op 21 maart 2026 heeft afgewezen als kennelijk ongegrond. In dit besluit van 21 maart 2026 is verwezen naar het op 21 mei 2025 vastgestelde terugkeerbesluit en inreisverbod.

3. Verweerder heeft eiser aansluitend aan de opheffing van de maatregel op de asielgrond in bewaring gesteld ter fine van verwijdering naar Marokko. In de onderhavige procedure beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van deze maatregel.

4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Verweerder heeft als zware gronden vermeld dat eiser:3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;

en als lichte gronden vermeld dat eiser:4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4b. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

5. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder onvoldoende heeft onderzocht of zijn gezins-en privéleven zich tegen de uitzetting verzet. In de maatregel is overwogen dat eiser heeft verklaard dat de Griekse autoriteiten aan zijn vrouw en kind internationale bescherming hebben verleend en dat zij nu in Duitsland verblijven, maar dat eiser niet middels objectief verifieerbare stukken zijn familierechtelijke relatie en de beschermingsstatus heeft onderbouwd. Eiser stelt dat verweerder in de beschikbare systemen had moeten nagaan of zijn echtgenote en kind internationale bescherming genieten. Verweerder weet dat het niet gemakkelijk is om vanuit detentie originele stukken te krijgen. Verweerder heeft geen onderzoek verricht, maar alleen originele stukken geëist en daarom is de maatregel onzorgvuldig voorbereid en dus onrechtmatig. De M120 roept voorts vragen op omdat hierin is vermeld dat er schriftelijk is gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten terwijl verweerder stelt al over een LP te beschikken en deze LP niet in het dossier is gevoegd. Indien verweerder nu nog niet over een LP beschikt is er geen zicht op uitzetting omdat de LP reeds op 21 november 2025 is aangevraagd. Eiser heeft foto’s van onder meer documenten en whatsapp-berichten, die hij in de asielprocedure heeft overgelegd, aan het bewaringsdossier toegevoegd om te onderbouwen dat hij is getrouwd en een zoon heeft en dat zij beiden internationale bescherming in Griekenland hebben verkregen.

6. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de maatregel rechtmatig is opgelegd en dat er geen sprake is van familieleven dat in de weg staat aan de verwijdering. Verweerder stelt zich op het standpunt dat nog steeds niet is onderbouwd dat eiser een vrouw en kind heeft die een internationale beschermingsstatus hebben. Ook indien dit wel het geval zou zijn valt niet in te zien waarom eiser niet naar Marokko kan terugkeren om vanuit Marokko rechtmatig verblijf bij zijn vrouw en kind te vragen. Verweerder heeft aangegeven dat in de M120 ten onrechte is vermeld dat er schriftelijk is gerappelleerd op de LP-aanvraag. Verweerder heeft toegelicht dat een LP is verkregen maar deze niet in het dossier wordt gevoegd omdat de Marokkaanse autoriteiten dit niet toestaan vanwege de persoonsgegevens van de consul die op de LP worden vermeld. Verweerder heeft ter zitting inzage in de LP geboden. Verweerder heeft toegelicht dat op 23 maart 2026 een vlucht is aangevraagd en dat de uitzetting met escorts is voorzien op 2 april 2026 en dat DT&V dit daags voor de vlucht aan eiser kenbaar zal maken.

7. De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren en motiveert dit als volgt.

8. De rechtbank stelt vast dat bij het voorbereiden van de maatregel alle procedurele waarborgen in acht zijn genomen. Het gehoor is zeer zorgvuldig verlopen en aan eiser zijn veel vragen gesteld om te onderzoeken of het noodzakelijk, proportioneel en evenredig is om eiser aansluitend aan de opheffing van de eerdere maatregel in bewaring te stellen om de verwijdering naar Marokko voor te bereiden en uit te voeren. Verder is met eiser besproken wat hij zou kunnen doen om de gestelde relatie met zijn vrouw en kind en hun internationale beschermingsstatus te onderbouwen. In het gehoor is ook goed doorgevraagd op de verklaringen van eiser over zijn medische problematiek, is uitgelegd dat het van belang is dat eiser zijn klachten blijft melden bij de medische dienst en is geverifieerd of eiser dit begrepen heeft. Tevens is doorgevraagd op de houding van eiser ten aanzien van de terugkeer naar Marokko en de aanwezigheid van familieleden in de Unie en de contacten die eiser met hen onderhoudt. In het gehoor is ook -kenbaar- onderzocht of het eerder vastgestelde terugkeerbesluit kan worden uitgevoerd. Aan eiser is namelijk gevraagd of sprake is van een wijziging van omstandigheden die zich mogelijk heeft voorgedaan na de afwijzing van de laatste asielaanvraag en waaruit zou blijken dat eiser niet kan terugkeren naar Marokko.

9. De rechtbank stelt verder vast dat de maatregel op de juiste grondslag is opgelegd, dat het onttrekkingsrisico terecht is aangenomen, dat goed is onderzocht of volstaan kon worden met een lichter middel en dat deugdelijk is gemotiveerd waarom een lichter middel niet tot het vertrek naar Marokko zal leiden en waarom het opleggen van de maatregel niet onevenredig bezwarend is.

10. Verweerder is bij het opleggen van een maatregel ter fine van verwijdering verplicht om, net als in alle andere fases van de terugkeerprocedure, rekening te houden met de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen en verplicht om het beginsel van non-refoulement te eerbiedigen. Deze verplichting geldt ook voor de rechtbank als de rechtbank de rechtmatigheid van de opgelegde maatregel controleert.

11. Het refoulementrisico is recent, namelijk daags voor de oplegging van de maatregel ter fine van verwijdering, beoordeeld door verweerder. In die asielprocedure heeft eiser weliswaar alleen verklaard dat hij een nieuwe asielaanvraag heeft ingediend om niet naar Marokko te worden verwijderd terwijl zijn zoon en vrouw in Europa verblijven, maar eiser is bevraagd naar alle nieuwe feiten en omstandigheden die verband houden met redenen om niet terug te kunnen keren naar Marokko. Verweerder heeft in dit recent genomen besluit ook bepaald dat het terugkeerbesluit nog van toepassing is. In het bewaringsgehoor is aan eiser gevraagd of hij bereid is om mee te werken aan terugkeer naar Marokko. In de maatregel van bewaring is het navolgende vermeld:

(…)

“3 EVRM

Betrokkene heeft tijdens het gehoor op 22 maart 2026 verklaard dat er sinds het ontvangen van zijn laatste afwijzende asielbeschikking d.d. 21 maart 2026 geen gewijzigde omstandigheden zijn die maken dat hij niet zou kunnen terugkeren naar zijn

land van herkomst.

Voorts wordt overwogen dat er niet is gebleken dat er zwaarwegende en op feiten

berustende gronden bestaan om aan te nemen dat betrokkene bij terugkeer naar Marokko

een reëel risico loopt op de doodstraf, folteringen of onmenselijke of vernederende

behandelingen.”

(…)

12. Eiser heeft zich in zijn beroepsgronden en ter zitting niet op het standpunt gesteld dat het beginsel van non-refoulement aan de verwijdering in de weg staat. De rechtbank overweegt gelet op de verplichting om zo nodig ambtshalve na te gaan of er sprake is van een refoulementrisico indien eiser naar Marokko wordt verwijderd dat, gelet op de verklaringen van eiser, de overige inhoud van het dossier en de ambtshalve bekende landeninformatie over Marokko, er geen aanwijzingen zijn dat eiser bij terugkeer naar Marokko een reëel risico loopt op de doodstraf, folteringen of onmenselijke of vernederende behandelingen en dat er ook geen aanleiding bestaat om dit nader te (laten) onderzoeken.

13. De rechtbank heeft voorts besproken dat het Hof in de zaak Adrar (Adrar, GB tegen de Minister van Asiel en Migratie, C-313/25 PPU, ECLI:EU:C:2025:647) heeft herhaald dat het belang van het kind en het recht op familie-en gezinsleven geen absolute grondrechten zijn. Voor zover de vrouw en de zoon van eiser in de Unie verblijven en aan hen door de Griekse autoriteiten een internationale beschermingsstatus is verleend, betekent dit dan ook niet zonder meer dat dit aan de verwijdering van eiser naar Marokko in de weg staat. In de onderhavige procedure heeft te gelden dat het eerder vastgestelde terugkeerbesluit en de rechterlijke controle hiervan het uitgangspunt is bij de beoordeling of de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen aan de uitvoering van het terugkeerbesluit in de weg staan. Ten aanzien van de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen moet eiser wel in de gelegenheid worden gesteld om aan te geven of sprake is van een wijziging van feiten en omstandigheden die tot een andere beoordeling en weging van deze belangen zouden moeten leiden. In de beslissing op de opvolgende asielaanvraag is gemotiveerd waarom verweerder niet uitgaat van de gestelde huwelijkse relatie en het kind dat uit die relatie zou zijn geboren. In het bewaringsgehoor zijn veel vragen gesteld aan eiser of hij -inmiddels- wel nader kan onderbouwen dat zijn vrouw en zoon in Europa verblijven en een beschermingsstatus in Griekenland hebben. In de maatregel is het navolgende vermeld:

(…)

“Gezondheidstoestand

De medische situatie van betrokkene staat niet in de weg aan zijn uitzetting naar Marokko.

Hiervoor zijn de volgende redenen.

Betrokkene heeft aangevoerd dat hij last heeft van stress en depressieve klachten. Echter

blijkt uit verklaringen van betrokkene dat hij hierover al gesprekken heeft gevoerd met

medische dienst op zijn afdeling en dat hij daarvoor ook al tips heeft ontvangen. Voor wat

betreft de aangevoerde psychische klachten wordt overwogen dat niet is gebleken dat hij

niet zou kunnen reizen dan wel dat u vanwege uw gezondheidssituatie niet zou kunnen

terugkeren naar Marokko.

Gezins- en familieleven

In het geval van betrokkene verzet gezins- en familieleven zich niet tegen zijn uitzetting

naar Marokko. Hiervoor zijn de volgende redenen.

Betrokkene heeft verklaard dat zijn vrouw en kind in Düsseldorf, Duitsland verblijven en

dat zij internationale bescherming van Griekenland genieten. Hiertoe wordt overwogen dat

betrokkene tot op heden niet zijn gestelde familierechtelijke relatie heeft onderbouwd

middels het overleggen van originele objectief verifieerbare stukken. Tevens wordt

overwogen dat betrokkene niet middels objectief verifieerbare stukken heeft aangetoond

dat zijn gestelde vrouw en kind bestendig verblijf hebben in het Schengengebied.”

(…)

14. De rechtbank overweegt dat door eiser uitdrukkelijk te bevragen naar zijn gezondheid en zijn vrouw en kind en door in de maatregel van bewaring kenbaar te motiveren waarom de gezondheid van eiser en zijn gestelde gezins- en familieleven niet in de weg staan aan de verwijdering, verweerder voldoet aan de verplichting om rekening te houden met deze belangen. Door in het bewaringsgehoor na te gaan of sprake is van deze belangen en door in de maatregel kort in te gaan op deze belangen, kan de rechtbank vaststellen dat verweerder uitvoering geeft aan het Unierecht zoals dit door het Hof in het arrest Adrar is verduidelijkt.

15. De rechtbank is bij elke rechterlijke controle in de terugkeerprocedure ook verplicht om rekening te houden met de in artikel 5 van richtlijn 2008/115 genoemde belangen en verplicht om het beginsel van non-refoulement te eerbiedigen. Voor zover het gaat om de verplichtingen van de bewaringsrechter heeft het Hof in het arrest Adrar voor recht verklaard dat dit betekent dat de bewaringsrechter verplicht is om – zo

nodig ambtshalve – na te gaan of het beginsel van non-refoulement en/of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, zich verzetten tegen de verwijdering. De rechtbank merkt hierbij op dat het Hof niet is ingegaan op de gezondheid van de vreemdeling, maar dat dit zich eenvoudig laat verklaren doordat de vreemdeling in de zaak die tot het arrest Adrar heeft geleid geen gezondheidsproblemen had. De verplichtingen die voor de bewaringsrechter uit artikel 5 van richtlijn 2008/115 voortvloeien hebben dus ook betrekking op de gezondheid van de vreemdeling.

16. De rechtbank heeft eiser ter zitting gevraagd om te verduidelijken of hij in Griekenland tezamen met zijn gestelde vrouw en zoon een asielaanvraag heeft ingediend en of het klopt dat hij, voordat hij in bewaring is gesteld, niet in Duitsland bij zijn vrouw en kind heeft verbleven. Eiser heeft verklaard samen met zijn vrouw en kind naar Griekenland te zijn gegaan en daar een asielaanvraag te hebben ingediend, maar dat hij na 10 dagen is doorgereisd en daarom niet door de Griekse autoriteiten is gehoord op zijn aanvraag. Eiser heeft ook verklaard dat zijn vrouw en zoon inmiddels bij zijn broer in Luik verblijven. De rechtbank heeft eiser gevraagd waarom hij zijn asielgehoor in Griekenland niet heeft afgewacht en waarom hij niet om een verblijfsvergunning heeft gevraagd om bij zijn vrouw en zoon te kunnen verblijven. Eiser heeft daarop alleen verklaard dat het onmogelijk is om als gezin in Griekenland te wonen. Eiser heeft niet verklaard dat hij heeft getracht rechtmatig verblijf te verkrijgen om zijn gezinsleven in de Unie uit te kunnen oefenen en heeft niet verklaard dat hij dat van plan was voordat hij in bewaring werd gesteld of van plan is indien de maatregel zou worden opgeheven.

17. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat verweerder moet onderzoeken of de personen waarvan eiser stelt dat dit zijn vrouw en zoon zijn, een door de Griekse autoriteiten verleende internationale beschermingsstatus hebben. Indien verweerder dit zou onderzoeken kan hier ook geen ondersteuning van de gestelde familierelatie volgen. Eiser heeft ter zitting voorts niet gespecificeerd dat sprake is van feiten en omstandigheden die zijn ontstaan na de vaststelling van het terugkeerbesluit of nog niet bekend waren op dat moment. Eiser heeft in deze bewaringsprocedure dezelfde foto’s van onder meer documenten overgelegd als in de asielprocedure en verweerder heeft deze foto’s beoordeeld en betrokken bij zijn besluit op de opvolgende asielaanvraag en het terugkeerbesluit. De rechtbank overweegt echter dat eiser, anders dan in dat besluit op de asielaanvraag is overwogen, ook op andere wijze dan met ‘originele objectief verifieerbare documenten’ aannemelijk kan maken dat hij een gezin vormt met de vrouw en zoon waarvan hij foto’s heeft overgelegd. Eiser heeft verklaringen afgelegd en ter zitting nadere uitleg verschaft en alle vragen van de rechtbank beantwoord. De rechtbank acht dan ook, anders dan verweerder, wél aannemelijk dat sprake is van een gezin. De rechtbank concludeert evenwel dat deze omstandigheid niet aan de uitvoering van het terugkeerbesluit in de weg staat.

18. Indien eiser terugkeert naar Marokko heeft dit onmiskenbaar gevolgen voor de mogelijkheid van eiser om bij zijn vrouw en kind te zijn. Eiser is evenwel vanaf het moment van de (gestelde) gezamenlijke inreis in de Unie niet samen met zijn vrouw en kind geweest. In de eerdere stukken is vermeld dat eiser heeft verklaard dat hij zijn vrouw en zoon 3,5 jaar geleden voor het laatst heeft gezien. Ter zitting heeft eiser, op vragen van de rechtbank, verklaard dat hij zijn vrouw en kind in oktober 2025 wel heeft gezien. Eiser heeft in het geheel niet verklaard dat hij voornemens is om zijn verblijf te regulariseren en dat hij voornemens is om zich bij zijn vrouw en kind te voegen die thans bij de broer van eiser in Luik verblijven. Hoewel de rechtbank aanneemt dat eiser redenen heeft gezien om na het indienen van een asielaanvraag in Griekenland door te reizen naar andere lidstaten en daarbij niet heeft overzien dat dit gevolgen heeft voor het rechtmatig samen kunnen blijven, kan de rechtbank uit de verklaringen van eiser niet afleiden dat het uitsluitend de verwijdering naar Marokko is die de oorzaak is van het niet samen zijn met zijn vrouw en kind. Indien zou moeten worden aangenomen dat reeds de omstandigheid dat eiser een vrouw en zoon heeft die rechtmatig verblijf in Griekenland hebben in de weg staat aan het uitvoeren van het terugkeerbesluit, zou dit eiser dan ook alleen de gelegenheid bieden om zijn illegaal verblijf voort te zetten en zich mogelijk bij zijn vrouw en kind te voegen die niet rechtmatig in België verblijven. Eiser is niet voornemens om een verblijfsrecht te vragen om zijn gezinsleven uit te kunnen oefenen. Gelet op deze omstandigheden staan het belang van het kind en het gezinsleven en de wijze waarop daar in de Unie invulling is gegeven niet aan de uitvoering van het terugkeerbesluit in de weg. De medische problematiek van eiser, zoals die uit -uitsluitend- zijn verklaringen blijkt staat ook niet in de weg aan de uitvoering van het terugkeerbesluit. Vooralsnog bestaan er geen indicaties dat eiser vanwege zijn medische problematiek na terugkeer naar Marokko in een met artikel 3 EVRM-strijdige situatie terecht zal komen. De rechtbank overweegt dat gelet op het illegale verblijf van eiser en het ontbreken van de intentie om dit te beëindigen, van eiser kan worden vereist dat hij thans terugkeert naar Marokko. De rechtbank realiseert zich dat aan eiser een inreisverbod is uitgevaardigd dat in werking zal treden op het moment dat eiser de Unie verlaat. Eiser heeft evenwel niet gesteld dat hij niet in staat kan worden geacht om vanuit Marokko om toestemming te vragen om zich bij zijn vrouw en zoon te voegen en hierbij tevens om opheffing van het inreisverbod te vragen. Dat eiser zich daarvoor tot de Griekse autoriteiten zal moeten wenden omdat zij aan de vrouw en zoon van eiser internationale bescherming hebben verleend, is gelegen in het feit dat zijn vrouw en zoon in die lidstaat om bescherming hebben verzocht. De rechtbank begrijpt de zorgen van eiser en zijn standpunt dat zijn gezin in Griekenland hun rechten als statushouders nauwelijks zullen kunnen effectueren. Dit betekent niet dat verweerder niet langer verplicht is om te voldoen aan de verplichtingen die volgen uit richtlijn 2008/115 en onder meer bestaan in het verwijderen van eiser van het grondgebied van de Unie. Het staat de vrouw van eiser en zijn zoon vrij om in een andere lidstaat een verzoek om internationale bescherming in te dienen en zich in die procedure op het standpunt te stellen dat Griekenland niet aan zijn verplichtingen jegens hen voldoet en dat daarom niet van hen kan worden gevergd om zich naar Griekenland te begeven. Verweerder is niet bevoegd om de uitvoering van het terugkeerbesluit achterwege te laten en eiser daarmee toe te staan om zich bij zijn gezin in België te voegen en zodoende bij zijn rechtmatig in België verblijvende broer te vestigen. Vooralsnog blijkt bovendien niet dat eiser niet in staat zou zijn om rechtmatig verblijf te verkrijgen door dit vanuit Marokko aan te vragen.

19. Er zijn geen beletselen om het terugkeerbesluit uit te voeren en verweerder is dan ook verplicht om hiertoe over te gaan. De zogenoemde Adrar-controle leidt dus niet tot de conclusie dat zicht op uitzetting ontbreekt omdat het terugkeerbesluit niet zou kunnen worden uitgevoerd.

20. De grond dat zicht op uitzetting ontbreekt omdat er geen LP zou kunnen worden verkregen slaagt niet. Eiser is op 22 maart 2026 in bewaring gesteld en wordt op 2 april 2026 uitgezet naar Marokko. Verweerder heeft dus ook voortvarend aan de verwijdering van eiser gewerkt.

21. De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is opgelegd en tot aan de sluiting van het onderzoek rechtmatig heeft voortgeduurd. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen en bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.B.J. Schreijen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 1 april 2026.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. van Lokven

Griffier

  • mr. M.B.J. Schreijen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?