RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49599
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en
Procesverloop
1. Verzoeker heeft op 23 augustus 2025 asiel aangevraagd. Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft de minister de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft, na hiervoor toestemming te hebben gekregen van partijen, bepaald dat een zitting achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Bij uitspraak van 4 februari 2026 (ECLI:RBDHA:2026:1856), heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld.
Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Derks, griffier en openbaar gemaakt door gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.