ECLI:NL:RBDHA:2026:7392

ECLI:NL:RBDHA:2026:7392

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer NL25.30905
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven omdat de minister Tunesië ten onrechte heeft beschouwd als veilig land van herkomst en eisers asielverzoek daarmee ten onrechte is afgedaan in spoor 2.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.30905

(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),

en

(gemachtigde: mr. A.M. Janssen).

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven omdat de minister Tunesië ten onrechte heeft beschouwd als veilig land van herkomst en eisers asielverzoek daarmee ten onrechte is afgedaan in spoor 2. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2005. De minister heeft met het bestreden besluit van 7 juli 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is artiest/kunstenaar. Op enig moment in 2023 hoorde eiser 's nachts schoten. Hij is naar buiten gegaan en zag een agent van de milieupolitie een hond doden. Eiser heeft hierover een publicatie op facebook geplaatst en een liedje uitgebracht. Een aantal dagen later kwam de milieupolitie bij het huis van eisers vader. De politie heeft tegen zijn vader gezegd dat eiser de publicatie en het liedje moest verwijderen en dat hij anders strafrechtelijk zou worden vervolgd. Eiser heeft de publicatie en het liedje verwijderd. Eiser is hierna meerdere keren mishandeld door zijn vader en zijn vader heeft gezegd dat hij zich niet langer bezig mocht houden met kunst. Eiser is bij zijn opa gaan wonen en verder gegaan met zijn werkzaamheden. In de zomer van 2024 heeft de milieupolitie een optreden van eiser op een festival beëindigd. Op 18 oktober 2024 heeft eiser deelgenomen aan een theaterwedstrijd. De raad heeft hem verhinderd om deel te nemen aan een volgende ronde. Eiser heeft een Italiaans visum verkregen voor het bijwonen van een theatervoorstelling en heeft Tunesië legaal verlaten op 21 mei 2025. Eiser is meteen doorgereisd naar Nederland en heeft hier de asielaanvraag ingediend.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst, en de problemen met zijn vader geloofwaardig. De minister acht de problemen met de autoriteiten niet geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten. Daar komt bij dat eiser geen goede verklaring heeft gegeven voor het ontbreken voor documenten en dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiser voldoet daarmee niet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder b en c, van de Vw.

Ten aanzien van de geloofwaardig geachte asielmotieven stelt de minister zich op het standpunt dat geen sprake is van Vluchtelingschap of een reëel risico op ernstige schade.

Eiser komt uit Tunesië. Volgens de minister is Tunesië een veilig land van herkomst in de zin van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. Uit eisers verklaringen blijkt niet dat Tunesië voor hem persoonlijk niet veilig is. De minister heeft de asielaanvraag van eiser daarom afgedaan als kennelijk ongegrond.

Eiser moet Nederland onmiddellijk verlaten en krijgt een inreisverbod voor 2 jaar.

Het standpunt van eiser

Eiser voert aan dat de minister zijn asielaanvraag ten onrechte heeft afgedaan in spoor 2 omdat Tunesië niet langer wordt beschouwd als veilig land van herkomst. De aanwijzing van Tunesië als veilig land is onverenigbaar met de Procedurerichtlijn omdat bepaalde groepen worden uitgesloten van die veiligheid.

Eiser benadrukt dat hij door zijn politieke uitingen moet worden beschouwd als activist of politiek opponent. De minister gaat hier niet op in en heeft ten onrechte niet uitgelegd waarom eiser niet tot die uitzonderingsgroep behoort, terwijl hij onder andere via muziek en sociale media kritiek heeft geuit op de Tunesische autoriteiten. Zijn aanvraag had, vanwege zijn politiek activisme, in spoor 4 moeten worden behandeld.

Eiser acht verder de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd met het unierecht. Volgens eiser leidt deze toets tot een te rigide en onrechtvaardige beoordeling van de asielaanvraag, waarbij het belang van het voordeel van de twijfel en de samenwerkingsplicht onvoldoende wordt meegenomen. Dat het overleggen van de aangepaste versie van het liedje zijn relaas verzwakt, acht eiser onterecht en niet onderbouwd. Eiser heeft duidelijk verklaard dat hij op aandringen van de milieupolitie het nummer heeft verwijderd en later opnieuw de aangepaste versie heeft geplaatst. Eiser was nog minderjarig toen de politie aan de deur kwam en het is daarom niet vreemd dat de milieupolitie heeft gesproken met zijn vader. Zijn vader heeft geen reden om de gebeurtenis te verzinnen. Eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij werd beperkt in zijn artistieke en politieke uitingen, doordat de autoriteiten zijn optredens en theaterproducties belemmerden en omdat hij zich moest inhouden. Er mag geen terughoudendheid van eiser worden verwacht. Ten aanzien van het verkrijgen van een identiteitsbewijs en paspoort en het vertrek uit Tunesië gaat de minister uit van tegenwerking vanuit de autoriteiten, maar eiser heeft verklaard dat hij legaal is vertrokken zonder beperkingen. Deze aanname van de minister is niet gebaseerd op feiten. De stelling dat eiser niet onder de militaire dienstplicht valt, is onvoldoende onderbouwd. Het recht op gewetensbezwaren wordt in Tunesië niet erkend. Eiser wijst op een TOELT-rapport overgelegd.

Tunesië kan niet gelden als veilig land van herkomst en de Tunesische autoriteiten kunnen eiser dan ook niet beschermen tegen zijn vader. Dit wordt door de autoriteiten gezien als een interne aangelegenheid en de autoriteiten keuren eisers activiteiten eveneens af.

Is Tunesië een veilig land van herkomst?

De minister heeft de asielaanvraag van eiser behandeld in de versnelde procedure (spoor 2). Uit het arrest Alace van het HvJEU van 1 augustus 2025 volgt dat de eerdere aanwijzing van Tunesië als veilig land van herkomst geen stand kan houden. Het HvJEU oordeelt dat het niet is toegestaan om bepaalde groepen uit te zonderen op grond van de Procedurerichtlijn. De minister heeft naar aanleiding van dit arrest 8 landen van de lijst met veilige landen van herkomst geschrapt, waaronder Tunesië. Uit IB 2025/35 volgt verder dat asielaanvragen van vreemdelingen uit Tunesië niet langer in de versnelde procedure (spoor 2) worden behandeld, maar in de algemene procedure (spoor 4). Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister gelet op het arrest Alace, ook ten tijde van de besluitvorming, Tunesië niet als veilig land van herkomst mogen aanmerken.

Ter zitting heeft de minister bevestigd dat Tunesië niet langer wordt beschouwd als veilig land van herkomst en dat de asielaanvraag van eiser dan ook ten onrechte is behandeld in spoor 2. De minister werpt eiser niet langer artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw tegen. Volgens de minister is eiser hierdoor echter niet in zijn belangen geschaad omdat hij, ook als zijn aanvraag was behandeld in spoor 4, geen gronden voor asiel aannemelijk heeft gemaakt en hij bescherming van de autoriteiten kan inroepen. De minister heeft daarom verzocht om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten zoals bedoeld in artikel 8:72, derde lid, onder a van de Awb.

In de versnelde procedure is het aan de asielzoeker om het vermoeden te weerleggen dat het land in zijn individuele geval ook veilig is. Met de aanwijzing als veilig land is namelijk niet gegarandeerd dat dit land ook voor iedereen daadwerkelijk veilig is. Als na een individuele beoordeling van de aanvraag niet is gebleken van zwaarwegende gronden om het land voor de individuele asielzoeker niet als veilig te beschouwen, wordt de aanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Zolang redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de minister de asielaanvraag op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Vw 2000 als kennelijk ongegrond mag afwijzen, mag deze aanvraag bovendien in de grensprocedure worden behandeld. De asielzoeker krijgt in dat geval geen toegang tot het Nederlandse grondgebied. Verder heeft de afwijzing als ‘kennelijk ongegrond’ verderstrekkende rechtsgevolgen dan wanneer de aanvraag als ‘ongegrond’ wordt afgewezen. Zo heeft het beroep tegen het asielbesluit geen schorsende werking. Ook kan de minister de asielzoeker als gevolg van het asielbesluit een vertrektermijn onthouden en tegen hem een inreisverbod uitvaardigen.

Gelet op wat onder 5.1. is overwogen heeft de minister de asielaanvraag niet kunnen afwijzen als ‘kennelijk ongegrond’ op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Nu er in het besluit geen andere grondslag voor een afwijzing als ‘kennelijk ongegrond’ wordt genoemd, kunnen de rechtsgevolgen van het besluit tot afwijzing als ‘kennelijk ongegrond’ al daarom niet in stand blijven. Aan de vraag of eiser in zijn belangen is geschaad door de behandeling in spoor 2, komt de rechtbank dan ook niet toe.

Nu het beroep reeds op grond van de voorgaande overwegingen gegrond is en het bestreden besluit niet in stand kan blijven, komt de rechtbank niet toe aan een bespreking van de overige beroepsgronden.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet, gelet op de aard van het geconstateerde gebrek, geen aanleiding om het gebrek te passeren of de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Ook ziet de rechtbank geen mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien.

7. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak.

8. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten.

De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. van Veelen, rechter, in aanwezigheid van

mr. C.L.M. Celie, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.M. van Veelen

Griffier

  • mr. C.L.M. Celie

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?