RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.61282
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),
en
(gemachtigde: mr. Ö. Sari).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 28 van de Vw 2000. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat eiser bij terugkeer naar Ethiopië geen gegronde vrees heeft voor vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser verklaart dat hij de Ethiopische nationaliteit heeft en tot de Tigre-bevolkingsgroep behoort. Hij is naar school geweest, maar is wegens de oorlog gestopt toen hij in de vijfde klas zat. Eiser verklaart niet te hebben gewerkt in Ethiopië en uiteindelijk Ethiopië te hebben verlaten vanwege de oorlog en de onveilige situatie aldaar. Hij verklaart tevens te zijn opgeroepen voor het leger, waarna hij samen met zijn oma op straat heeft rondgezworven, alvorens hij uiteindelijk is vertrokken. Bij terugkeer vreest eiser dat hij gerekruteerd wordt, een wapen moet dragen en mee moet vechten.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen wegens de algemene situatie in Ethiopië.
De minister vindt asielmotief 1 geloofwaardig en laat de beoordeling van de geloofwaardigheid van asielmotief 2, over de problemen wegens de algemene situatie in Ethiopië, in het midden. Volgens de minister kan asielmotief 2 geen aanleiding geven voor het verlenen van een asielvergunning; de minister heeft bij de beoordeling van de zwaarwegendheid de geloofwaardigheid van dit asielmotief tot uitgangspunt genomen.
Volgens de minister is er geen gegronde vrees voor vervolging. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij gedwongen zal worden om in militaire dienst te gaan, omdat van gedwongen rekrutering in Ethiopië geen sprake is. De minister heeft zich verder op het standpunt gesteld dat eiser bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt. In Tigray, waar eiser uit afkomstig is, is geen sprake van willekeurig geweld in de zin van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn (Richtlijn 2011/95/EU). Ondanks de aanwezigheid van een lage of hogere mate van willekeurig geweld in Tigray, heeft eiser niet aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade.
De minister stelt zich verder op het standpunt dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op grond van het buitenschuldbeleid voor AMV: Uit rapporten blijkt dat er voor alleenstaande minderjarigen adequate opvang aanwezig is in Ethiopië.
Asielmotieven
5. Eiser voert aan dat de minister niet alle verklaringen over zijn asielmotieven heeft betrokken in de beoordeling van de zwaarwegendheid. Eiser wijst in dit verband op het trauma dat hij heeft opgelopen in Ethiopië.
Deze beroepsgrond faalt. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn gestelde trauma niet heeft onderbouwd met medische stukken en dat uit medisch onderzoek derhalve niet blijkt dat er sprake is van psychische problematiek. Ook uit de gehoren of andere stukken blijkt niet dat er een sprake is van psychische klachten of een trauma. Enkel uit eisers verklaringen over traumatische gebeurtenissen kan niet worden opgemaakt dat eiser psychische schade of een trauma heeft opgelopen.
6. Met betrekking tot de door eiser gestelde situatie en problemen in Libië, overweegt de rechtbank dat dit betoog elk doel mist, omdat eiser niet naar Libië, maar naar Ethiopië dient terug te keren.
Vrees voor rekrutering en ernstige schade.
7. Eiser voert aan dat er wel sprake is van gedwongen rekrutering in Ethiopië en dat hij vreest voor ernstige schade die hij als gevolg daarvan zal oplopen. Eiser wijst hierbij op een vijftal rapporten over (gedwongen) rekrutering in Ethiopië. Ook betoogt hij dat uit openbare bronnen blijkt dat de situatie voor mensen uit Tigray aanhoudend zorgwekkend is.
Deze beroepsgrond slaagt ook niet. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat uit het algemeen ambtsbericht van 2024 niet blijkt dat er sprake is van gedwongen rekrutering. Ook uit de door eiser aangehaalde stukken volgt niet dat hij persoonlijk en concreet risico loopt op gedwongen rekrutering. Veel van de door eiser aangehaalde stukken zien op Addis Abeba en de Amhara-regio, terwijl eiser uit Tigray komt. Ten aanzien van het aangehaalde artikel dat wel op Tigray betrekking heeft en waarin melding wordt gemaakt van gedwongen rekrutering door het TPLF in delen van Tigray, is de rechtbank van oordeel dat ook hieruit niet zonder meer volgt dat eiser persoonlijk een reëel risico loopt om gedwongen te worden gerekruteerd, omdat de betreffende berichtgeving gebaseerd is op niet nader geverifieerde bronnen.
Verder blijkt uit de landeninformatie dat er in Tigray geen sprake meer is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Sinds het staakt-het-vuren op 2 november 2022 tussen het Tigray People’s Liberation Front (TPLF) en de Ethiopische federale autoriteiten is sprake van een aanzienlijke vermindering van het geweld in Tigray en is de algemene situatie aanzienlijk verbeterd. Eiser heeft zijn vrees dat hij bloot zal komen te staan aan schending van artikel 3 van het EVRM, dan ook niet aannemelijk gemaakt.
Onderzoek naar adequate opvang
8. Eiser voert voorts aan dat er voor hem als minderjarige geen adequate opvang aanwezig is in Ethiopië en verwijst daarbij naar zijn betoog in de zienswijze.
Ook dit betoog slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat voor eiser adequate opvang aanwezig is in Ethiopië. De minister heeft in het bestreden besluit op deugdelijke wijze gewezen op het rapport over opvangmogelijkheden in Ethiopië bij Bright Star Relief en dat mag worden aangenomen dat dit tehuis kan worden aangemerkt als adequate opvang. Eisers verwijzing naar zijn zienswijze, waarin wordt gesteld dat de genoemde opvangmogelijkheid voor hem niet beschikbaar dan wel gelimiteerd zou zijn, kan niet leiden tot een ander oordeel. Het is immers aan eiser om aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze in het bestreden besluit niet juist of niet toereikend is. Verder blijkt uit het rapport waarop de minister wijst dat de capaciteit van het aantal opvangplekken niet op voorhand is gelimiteerd en dat tijdens het onderzoek de bezetting uit 56 kinderen (32 jongens en 24 meisjes) bestond. De rechtbank acht in dit verband verder van belang dat de minister heeft toegezegd dat voorafgaand aan de feitelijke uitzetting, bij Bright Star Relief wordt gecheckt of aldaar aan eiser daadwerkelijk opvang kan worden geboden. Naar het oordeel van de rechtbank geeft deze handelwijze en toezegging van de minister voldoende waarborgen voor het daadwerkelijk opvang verkrijgen bij Bright Star Relief wanneer eiser terugkeert naar Ethiopië.
Conclusie en gevolgen
9. De minister heeft de asielaanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister aan eiser op goede gronden geen verblijfsvergunning regulier hoeven toekennen. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van
A. Hoekstra - Verbeek, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.