RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
uitspraak
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.25238
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
(gemachtigde: mr. S. Wortel) en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Procesverloop
De minister heeft op 12 mei 2025 een beslissing genomen op de aanvraag van verzoeker. Tegen deze beslissing heeft verzoeker bezwaar ingediend bij de minister. Hangende de beslissing op dat bezwaar heeft verzoeker de voorzieningenrechter op 5 juni 2025 verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
Op 3 februari 2026 heeft de minister een beslissing op bezwaar van verzoeker genomen. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld tegen deze beslissing.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker geen beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 22 januari 2026. Er is aldus niet voldaan aan het connexiteitsvereiste. Dit maakt dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom niet inhoudelijk behandelen. Voor proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
1. Zie artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
18 maart 2026