ECLI:NL:RBDHA:2026:7739

ECLI:NL:RBDHA:2026:7739

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 03-04-2026
Zaaknummer NL 26 12133
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel. Dublin Spanje. Interstatelijk vertrouwensbeginsel. Medische omstandigheden. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A. Šimičević),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 3 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2002 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 21 september 2025 asiel aangevraagd in Nederland.

2. In het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 omdat Spanje daarvoor verantwoordelijk is. Uit het Eurodac-systeem is namelijk gebleken dat eiser eerder via Spanje illegaal het grondgebied van de Europese Unie is ingereisd. In het Eurodac-systeem registreren de lidstaten van de Europese Unie aan de hand van vingerafdrukken onder meer waar en wanneer een asielzoeker inreist. Op 9 december 2025 hebben de Spaanse autoriteiten het verzoek om eiser over te nemen geaccepteerd op grond van artikel 13, eerste lid, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).

3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Hij voert aan dat hij medische beperkingen heeft en medicatie gebruikt die hij op tijd moet innemen. In het aanmeldgehoor heeft hij verklaard over suïcidale gedachten en psychische problemen. Volgens eiser heeft verweerder hier onvoldoende onderzoek naar gedaan en dienen er garanties te worden verkregen dat hij bij overdracht de juiste zorg zal krijgen. Anders bestaat er volgens hem een reëel risico op schending van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Eiser beroept zich hierbij op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 februari 2017 in de zaak CK tegen Slovenië, ECLI:EU:C:2017:127.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Binnen de Europese Unie geldt het uitgangspunt dat de lidstaten er over en weer op kunnen vertrouwen dat het Europese recht wordt nageleefd. Bij het beantwoorden van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor het behandelen van een asielaanvraag, kan alleen van dit uitgangspunt worden afgeweken als een asielzoeker aannemelijk maakt dat er in de verantwoordelijke lidstaat sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of in de opvangvoorzieningen. Dit staat in artikel 3, tweede lid, van de Dublinverordening.

5. In het door eiser aangehaalde CK-arrest is geoordeeld dat overdracht naar een andere lidstaat niet mag leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de medische situatie. Het ligt op de weg van de vreemdeling die stelt dat daarvan sprake is om dat te onderbouwen met objectieve medische gegevens.

6. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er in Spanje sprake is van systematische tekortkomingen. Ook heeft hij zijn gestelde medische problemen niet onderbouwd met objectieve medische stukken. Dit brengt mee dat er vanuit moet worden gegaan dat eiser na overdracht aan Spanje in overeenstemming met het Europese recht zal worden behandeld. In dat kader zijn de Spaanse autoriteiten gebonden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 3 van het EVRM en 4 van het Handvest. Dit omvat ook de verplichting om eiser de noodzakelijke medische zorg te geven.

7. De conclusie is dat het beroep kennelijk ongegrond is. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Het bestreden besluit blijft in stand. Eiser krijgt dan ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.F.I. Sinack

Griffier

  • mr. A.S. Hamans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?