ECLI:NL:RBDHA:2026:789

ECLI:NL:RBDHA:2026:789, Rechtbank Den Haag, 09-01-2026, NL25.54171 en NL25.54172

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-01-2026
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer NL25.54171 en NL25.54172
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening+bodemzaak

Samenvatting

Eiser is afkomstig uit Iran. Hij heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hij stelt dat hij een volger is van Erfan en Tasavof, ofwel een volger van het soefisme. Ook is eiser lid van een politieke partij genaamd 'Restart Opposition'. Voor deze partij heeft eiser in 2018 een protestactie uitgevoerd bij de Iraanse ambassade in Nederland. Deze protestactie is gefilmd en eiser is in beeld gekomen. Wegens zijn geloofsovertuiging en zijn politieke overtuiging vreest eiser voor de Iraanse autoriteiten. Daarom vindt eiser dat hij moet worden aangemerkt als vluchteling, dan wel als persoon die bij terugkeer naar zijn land van herkomst te vrezen heeft voor ernstige schade. Verweerder vindt eisers geloofsovertuiging ongeloofwaardig. Eisers politieke overtuiging gelooft verweerder wel, maar verweerder vindt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daardoor moet vrezen voor de Iraanse autoriteiten. De rechtbank volgt verweerder. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser),

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.54171 (beroep)

NL25.54172 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker)

en

(gemachtigde: mr. A. Izat).

1. Eiser is afkomstig uit Iran. Hij heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Hij stelt dat hij een volger is van Erfan en Tasavof , ofwel een volger van het soefisme. Ook is eiser lid van een politieke partij genaamd 'Restart Opposition'. Voor deze partij heeft eiser in 2018 een protestactie uitgevoerd bij de Iraanse ambassade in Nederland. Deze protestactie is gefilmd en eiser is in beeld gekomen. Wegens zijn geloofsovertuiging en zijn politieke overtuiging vreest eiser voor de Iraanse autoriteiten. Daarom vindt eiser dat hij moet worden aangemerkt als vluchteling, dan wel als persoon die bij terugkeer naar zijn land van herkomst te vrezen heeft voor ernstige schade.

Verweerder vindt eisers geloofsovertuiging ongeloofwaardig. Eisers politieke overtuiging gelooft verweerder wel, maar verweerder vindt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daardoor moet vrezen voor de Iraanse autoriteiten. De rechtbank volgt verweerder. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt. Het beroep is ongegrond.

Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze asielaanvraag met het bestreden besluit van 3 november 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat eiser niet zal worden uitgezet totdat op het beroep is beslist.

Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn op 12 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser stelt de Iraanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1989. Hij legt aan zijn opvolgende asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser ziet zichzelf als afvallige. Hij is een volger van Erfan en Tasavof . Daarmee bedoelt eiser dat hij een volger is van het soefisme. Ook is eiser lid van een politieke partij genaamd 'Restart Opposition'. Voor deze partij heeft eiser in 2018 een protestactie uitgevoerd bij de Iraanse ambassade in Nederland. Deze protestactie is gefilmd en eiser is in beeld gekomen. Wegens zijn geloofsovertuiging en zijn politieke overtuiging kan eiser niet terug naar Iran.

Het bestreden besluit

4. Volgens verweerder bestaat eisers relaas uit de volgende asielmotieven:

Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Eisers geloofsovertuiging vindt verweerder echter ongeloofwaardig. Verweerder vindt dat eisers verklaringen hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eisers verklaringen over zijn gestelde afvalligheid vindt verweerder algemeen en vaag. Eisers verklaringen over het soefisme vindt verweerder tegenstrijdig, vaag, te algemeen van aard en onjuist. Daarnaast geeft eiser volgens verweerder geen blijk van een verdere verdiepende kennis van het soefisme. Om deze redenen voldoet eiser niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Verweerder vindt eisers politieke overtuiging geloofwaardig. Verweerder stelt zich echter op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn politieke overtuiging te vrezen heeft voor de Iraanse autoriteiten. Volgens verweerder is immers niet gebleken dat eiser een sterke politieke overtuiging heeft. Ook zijn er volgens verweerder geen indicaties dat de Iraanse autoriteiten op de hoogte zijn van eisers sociale media. Tevens heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij de persoon is in de video van de protestactie bij de Iraanse ambassade. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de Iraanse autoriteiten bij zijn familie in Iran langs zijn geweest na eisers protestactie. Tot slot vindt verweerder eisers verklaringen over het uiten van zijn politieke mening bij terugkeer naar Iran niet aannemelijk.

Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond op basis van artikel 31 in samenhang met artikel 30b, eerste lid, onder g, van de Vw. Eiser heeft met het besluit op zijn eerste asielaanvraag al een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar gekregen. Eiser moet Nederland onmiddellijk verlaten.

Heeft verweerder eisers gestelde geloofsovertuiging ongeloofwaardig mogen vinden?

5. Eiser heeft de conclusie van verweerder dat de gestelde geloofsovertuiging ongeloofwaardig is, gemotiveerd betwist.

De rechtbank volgt eiser niet. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Allereerst mocht verweerder eiser tegenwerpen dat zijn verklaringen over zijn afvalligheid vaag zijn. Zo verklaart eiser dat hij alle religies bekritiseert omdat ze geen antwoord kunnen geven op de vragen uit Erfan en Tasavof . Eiser legt echter niet uit welke vragen dit zijn of waarom deze vragen voor hem belangrijk zijn.

Ten tweede mocht verweerder eiser tegenwerpen dat hij tegenstrijdig en vaag heeft verklaard over zijn huidige geloofsovertuiging. Enerzijds verklaart eiser immers in het formulier opvolgende asielaanvraag dat hij bekeerd is tot het soefisme, hetgeen hij ook bevestigt in het gehoor opvolgende aanvraag, terwijl hij anderzijds verklaart dat hij geen soefi is. In de correcties en aanvullingen stelt eiser vervolgens dat hij een volger is van het soefisme, maar dat hij niet is bekeerd.

Ten derde mocht verweerder vinden dat eiser vaag en summier heeft verklaard over waarom hij heeft gekozen voor het soefisme. Eiser heeft verklaard dat hij via podcasts en via Telegram in aanraking is gekomen met het programma ‘Restart’, een mystieke leer die de gedichten van oude dichters in hedendaagse taal uitdrukt, waardoor hij in contact is gekomen met het soefisme. Verweerder heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser door het enkel luisteren van podcasts en gedichten niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij volger van het soefisme is geworden. Ook mocht verweerder concluderen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt welke specifieke gedichten hebben geleid tot zijn keuze voor het soefisme. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de tekst: “Doe het oog van je hart open, zodat je het leven kunt zien. Wat onzichtbaar is, dat zal je zien” behoort tot een gedicht van Saghir Efsahani. Ook mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat niet valt in te zien waarom eiser geen andere gedichten zou kennen, aangezien hij heeft verklaard dat hij al zeven jaar het soefisme aanhangt. Eisers stelling dat hij volgens het soefisme geen gedichten uit het hoofd mag leren omdat dit tot hoogmoed zou leiden, heeft verweerder niet afdoende mogen vinden. Bovendien mocht verweerder eiser tegenwerpen dat hij onsamenhangend heeft verklaard over de strekking van een gedicht van Molavi Rumi. Tijdens het gehoor heeft de hoormedewerker meermaals aangegeven dat zij eisers uitleg niet volgt, maar eiser verduidelijkte zijn verklaringen niet.

Daarnaast mocht verweerder concluderen dat eiser er niet in is geslaagd om de verschillen uit te leggen tussen de twee hoofdstromingen van het soefisme. Eiser heeft immers verklaard dat er binnen het soefisme twee stromingen bestaan en dat hij geen aanhanger is van de andere stroming. Eiser heeft een uitleg gegeven over die andere stroming, maar verklaart vervolgens dat dit ook de kern is van zijn eigen stroming. Ook heeft eiser niet toegelicht waarom hij de ene stroming boven de andere heeft verkozen.

Ook mocht verweerder eiser tegenwerpen dat hij vaag en algemeen heeft verklaard over hoe hij invulling geeft aan het soefisme. Eisers heeft immers voornamelijk verklaard over het lezen van informatie en gedichten, het reinigen van hemzelf en over de politieke actie die hij zou hebben uitgevoerd in 2018, maar wat eiser daarnaast concreet doet voor zijn geloofsovertuiging, is niet duidelijk geworden. Ook toen dit specifiek aan eiser werd gevraagd, was eisers enkele antwoord dat hij nog steeds afvallig is en dat het lang verhaal is. Op de vraag of hij dit toch zou willen uitleggen, gaf eiser enkel ten antwoord dat hij bang is dat hij dan het asielzoekerscentrum zal worden uitgezet.

Tevens mocht verweerder eiser tegenwerpen dat hij vaag heeft verklaard over de toestemming die hij krijgt om gedichten te lezen. Eiser heeft immers verklaard dat hij geen toestemming moet hebben van een organisatie, maar dat toestemming voortkomt uit het onderbewuste. Even later verklaart hij weer dat hij deze toestemming van een leider krijgt. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eisers verklaringen hierover daarom niet bijdragen aan de geloofwaardigheid van zijn asielmotief.

Verder mocht verweerder vinden dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over meneer Seyed Mohamad Hoseini. Eiser heeft immers verklaard dat meneer Hoseini een leider is binnen het soefisme. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat dit nergens uit blijkt en dat eiser dit niet aannemelijk heeft gemaakt. Ook heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser geen andere namen kan noemen van belangrijke personen binnen de stroming die eiser aanhangt. Eisers stelling dat hij geen namen mag noemen omdat hij hiervoor toestemming moet hebben, heeft hij niet aannemelijk gemaakt.

Voorts mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat de door eiser genoemde verwijzing naar ‘Abraham Zartosht’ niet overeenkomt met openbare bronnen. Volgens openbare bronnen is Zartosht immers de Iraanse profeet en grondlegger van het zoroatrisme en heeft hij geen enkele relatie met Abraham. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat het aan eiser is om zijn verklaringen aannemelijk te maken. Het standpunt van eisers gemachtigde ter zitting dat hij hierover geen onderbouwing kan geven omdat de bronnen over Abraham Zartosht enkel in het Farsish zijn, volstaat niet. Het ligt immers op eisers weg om de bronnen te vertalen.

Eveneens mocht verweerder eiser tegenwerpen dat hij geen aannemelijke verklaringen heeft afgelegd over een piramide binnen het soefisme. Hoewel de rechtbank eisers stelling volgt dat verweerder zijn standpunt in het voornemen en in het bestreden besluit mager heeft onderbouwd, overweegt de rechtbank dat verweerder zijn standpunt ter zitting wel nader heeft uitgelegd. De rechtbank volgt het standpunt van verweerders gemachtigde ter zitting dat verweerder geen bronnen heeft gevonden die de piramide binnen het soefisme bevestigen en dat het aan eiser is om dit aannemelijk te maken. Eiser heeft zijn verklaringen over de piramide binnen het soefisme niet onderbouwd.

De beroepsgrond slaagt niet.

Mocht verweerder concluderen dat het niet aannemelijk is dat eiser in de negatieve belangstelling staat van de Iraanse autoriteiten vanwege zijn politieke overtuiging?

6. Eiser voert aan dat verweerder zich niet op het standpunt mocht stellen dat het niet aannemelijk is dat eiser in de negatieve belangstelling staat van de Iraanse autoriteiten vanwege zijn politieke overtuiging. Eiser voert hierover het volgende aan.

Eiser heeft de link van een documentaire op YouTube over Restart Opposition overgelegd en stelt dat hij in beeld is in de 54ste minuut, al protesterend bij de Iraanse ambassade. In zijn vorige beroepsprocedure heeft eiser een foto van hemzelf overgelegd, waarbij hij hetzelfde shirt aan heeft als in de video. Dit is volgens eiser een aanwijzing dat hij degene is in de video.

Daarnaast vindt eiser dat hij wel een sterke politieke overtuiging heeft. Eiser ziet aan alle kanten onrechtvaardigheid en hij kan niet zwijgen als hij dit ziet. Dit heeft hij verklaard tijdens het aanvullend gehoor. De hoormedewerker heeft verder geen vragen gesteld die zien op de sterkte van eisers politieke overtuiging. Daarbij stelt eiser dat zijn berichten op X beoordeeld moeten worden in het licht van de sterkte van zijn politieke overtuiging.

Verder stelt eiser dat hij op enkele van zijn berichten op X duidelijk herkenbaar in beeld is. Dit vergroot de kans dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Iraanse autoriteiten. Die kans wordt ook vergroot door de video op YouTube waarin eiser te zien is. Deze video is op verschillende kanalen gedeeld, zoals op het kanaal van Seyed Mohammad Hosseini. Hij heeft 75.000 volgers. Uit het algemeen ambtsbericht van Iran uit 2023 (het ambtsbericht) volgt bovendien dat de Iraanse autoriteiten het monitoren van het internet en sociale media hebben geïntensiveerd. Hosseini is daarnaast een doelwit van de Iraanse overheid.

Tot slot voert eiser aan dat hij heeft verklaard tijdens het aanvullend gehoor dat hij zijn politieke mening in Iran zou gaan uiten. Dit heeft verweerder niet bij zijn beoordeling betrokken.

De rechtbank volgt eiser niet. De rechtbank volgt verweerders standpunt dat eiser niet kan worden herkend in de video op YouTube, omdat hij maar enkele seconden in beeld is en omdat hij een zonnebril draagt. Dat eiser hetzelfde shirt aan heeft als op de foto die hij tijdens zijn eerdere beroepsprocedure heeft overgelegd, doet hier niets aan af. Ten aanzien van eisers berichten op X volgt de rechtbank verweerders standpunt dat eiser maar weinig volgers heeft op X en dat er geen indicaties zijn dat eisers profiel wordt gemonitord door de Iraanse autoriteiten. Eiser heeft immers geen signalen van de Iraanse autoriteiten gekregen. Daarbij overweegt de rechtbank dat eiser zijn stelling dat de Iraanse autoriteiten het monitoren van sociale media hebben geïntensiveerd, onvoldoende heeft onderbouwd. Eiser verwijst immers naar pagina 69 van het ambtsbericht, maar dit ziet op de internetvrijheid in Iran zelf, niet op het monitoren van Iraniërs in het buitenland. Verder volgt de rechtbank verweerders standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich politiek zou gaan uiten in Iran. Eiser is immers sinds 2018 niet meer politiek actief geweest, behoudens enkele berichten op sociale media. Daarnaast heeft eiser tijdens het aanvullend gehoor enkel verklaard dat zijn binnenste gaat protesteren als hij onrechtvaardigheid ziet en dat hij wellicht een opmerking zal maken als een vrouw wordt aangesproken op haar hijab. Met verweerder vindt de rechtbank dit niet getuigen van een sterke politieke overtuiging die voor eiser problemen kan veroorzaken in Iran. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

7. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.

Nu de rechtbank eisers beroep ongegrond verklaart, is er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe dan ook af.

Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Broekhof, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S.L. Clemens, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor wat betreft het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.L. Clemens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?