RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.36232
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),
en
(gemachtigde: mr. R.E. Thijssen).
Procesverloop
Bij besluit van 11 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd.
Eiser heeft op 5 augustus 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank stelt vast dat eiser eerder op 4 augustus 2025 beroep heeft ingesteld tegen het besluit van 11 juli 2025 (kenmerk: NL25.35943).
2. Nu eiser twee keer een beroep heeft ingediend tegen het besluit van 11 juli 2025 en de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het eerst ingediende beroep, is het op 5 augustus 2025 ingestelde beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 15 januari 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.