RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/688298 / HA ZA 25-606
Vonnis van 8 april 2026
in de vrijwaringszaak van
LOTERIJVERLIES.NL B.V. te Guernsey,
eiseres,
advocaat: mr. N.V.C. Haneveld te Amsterdam,
tegen
[gedaagde] te [woonplaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna Loterijverlies en [gedaagde] worden genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 juli 2025, tegen de eerste roldatum van 16 juli 2025, met producties 1 en 2;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek;
het tussenvonnis van 26 november 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
de mondelinge behandeling van 29 januari 2026.
Deze vrijwaringszaak hangt samen met de hoofdzaak met zaaknummer C/09/678094 / HA ZA 25-18 (hierna: de hoofdzaak), waarin op 29 januari 2026 eveneens een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2. Achtergrond van de hoofdzaak
In de hoofdzaak zaak heeft Staatsloterij B.V. (hierna: Staatsloterij) vergoeding van Loterijverlies gevorderd van de werkelijke proceskosten en interne kosten die zij heeft moeten maken in de collectieve schadevergoedingsactie die Loterijverlies tegen haar heeft aangespannen. In die collectieve schadevergoedingsactie hebben deze rechtbank op 13 december 2017 en het hof Den Haag op 8 oktober 2019 geoordeeld dat Loterijverlies de waarheidsplicht heeft geschonden en misbruik heeft gemaakt van haar (proces)bevoegdheid.
In de hoofdzaak heeft de rechtbank de vordering van Staatsloterij toegewezen tot een bedrag van € 601.175,- en Loterijverlies veroordeeld in de proceskosten.
3. Achtergrond van de vrijwaringszaak
Loterijverlies heeft [gedaagde] in vrijwaring opgeroepen. Voor zover de vordering van Staatsloterij wordt toegewezen, wenst Loterijverlies de schade te verhalen op [gedaagde] . Loterijverlies legt daaraan ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in zijn zorgplicht als advocaat, omdat hij haar er niet voor heeft gewaarschuwd dat sprake kon zijn van schending van de waarheidsplicht en misbruik van (proces)bevoegdheid.
4. De beoordeling
Loterijverlies heeft de vorderingen ingesteld zoals opgenomen in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. Tegen [gedaagde] is verstek verleend. De vorderingen van Loterijverlies zijn daarom toewijsbaar, tenzij deze de rechtbank ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Daarbij zal de rechtbank haar beslissing baseren op de bij dagvaarding gestelde feiten, omdat deze niet weersproken zijn. Gelet hierop oordeelt de rechtbank als volgt.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het gevorderde worden toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing.
Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 120,78
- salaris advocaat € 3.723,00 (1 punt × Tarief VII)
- nakosten € 189,00 (met de in de beslissing genoemde eventuele verhoging)
totaal € 4.032,78
De over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing opgenomen.
5. De beslissing
De rechtbank
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van datgene waartoe Loterijverlies in de hoofdzaak (met zaakkenmerk C/09/678094 / HA ZA 25-18) gehouden is te betalen aan Staatsloterij;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Loterijverlies van € 4.032,78 te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de proceskosten volledig zijn betaald;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Kelkensberg, mr. M. Dam en mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
Type: 3457