RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Samenvatting
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.23048
(gemachtigde: mr. M.O. Wattilete),
en
de minister van Asiel en Migratie , de minister
(gemachtigde: mr. R.R. de Groot).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Nigeriaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op
[geboortedatum] 1995. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 juli 2023 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 7 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J.A. Okpoko als tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst, omdat zij zich wilde laten informeren door een onafhankelijke deskundige. De rechtbank heeft in dit verband [deskundige] van ‘Mee Dichtbij’ als deskundige benoemd (hierna: de deskundige).
Op 8 augustus 2025 heeft de deskundige haar advies uitgebracht. Op 14 oktober 2025 heeft zij op verzoek van de rechtbank nog een nadere toelichting op het advies gegeven. De gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister hebben zowel op het advies als op de toelichting een inhoudelijke reactie gegeven.
Bij brief van 27 januari 2026 heeft de rechtbank partijen medegedeeld dat de rechter die het beroep op zitting heeft behandeld langdurig afwezig is, en dat daarom een andere rechter op het beroep zal beslissen. Ook is daarbij aangegeven dat de rechtbank voornemens is om zonder nadere zitting uitspraak te doen, tenzij een van de partijen binnen een daarvoor gestelde termijn zou verklaren gebruik te willen maken van het recht op een nadere zitting. Omdat partijen hier niet binnen de gestelde termijn op hebben gereageerd, heeft de rechtbank het onderzoek op 20 maart 2026 gesloten zonder nadere zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Wat aan deze asielaanvraag voorafging
3. Eiser heeft op 13 januari 2020 in Nederland zijn eerste asielaanvraag ingediend. Uit Eurodac is gebleken dat eiser op 22 november 2016 in Italië en op 10 december 2018 in Duitsland een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Bij besluit van
10 april 2020 heeft de minister eisers asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling daarvan.
Bij bericht van 24 augustus 2020 heeft de minister te kennen gegeven dat eiser zal worden opgenomen in de nationale procedure, omdat hij niet tijdig is overgedragen aan Duitsland. Eiser heeft vervolgens op 26 augustus 2020 de asielaanvraag ingediend waar deze uitspraak over gaat.
Het asielrelaas
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij in Nigeria verschillende problemen had. Allereerst had hij problemen met een man genaamd [naam 1] . Deze man was in het bezit van een video waarop te zien was dat eiser seksuele handelingen verrichte bij twee mannen genaamd [naam 2] en [naam 3] . [naam 1] zou eiser en [naam 3] hebben afgeperst en gedreigd deze video aan de politie te geven en openbaar te maken als zij hem niet een groot geldbedrag zouden betalen.
Daarnaast heeft eiser problemen ondervonden met een jongen die eisers hond en puppy's heeft gestolen. Deze jongen was lid van de bende [bende] . Hij heeft de hond gedood en de puppy's verkocht. Eiser heeft hem geconfronteerd en een schadevergoeding geëist. Dit is uitgemond in een ruzie waarbij de jongen is uitgegleden en door de val ter plekke is overleden. De politie en de familie van de jongen zouden eiser daarom zoeken.
Verder heeft eiser problemen omdat zijn vriend [naam 3] een geldbedrag zou hebben gestolen van een rijke man in het dorp. De politie zou op zoek zijn naar [naam 3] en hierdoor zou eiser ook problemen ondervinden, omdat hij bevriend is met [naam 3] .
Eiser en [naam 3] zijn samen naar een mensensmokkelaar, [naam 4] genaamd, gegaan. [naam 4] heeft hen heeft geholpen om Nigeria uit te reizen. Eiser heeft een openstaande schuld bij [naam 4] , waarvoor hij een voodoo eed heeft afgelegd. Tijdens de reis naar Europa is [naam 3] overleden.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- homoseksualiteit;
- betrokkene wordt afgeperst door [naam 1] ;
- dodelijk ongeval van een onbekende jongen behorende tot de [bende] sekte;
- problemen met de autoriteiten omdat [naam 3] gezocht wordt voor het plegen van een overval; en
- betrokkene heeft een openstaande schuld bij [naam 4] .
De minister vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De andere relevante elementen vindt de minister allemaal ongeloofwaardig. Daarbij doen volgens de minister eisers wisselende, tegenstrijdige en ongerijmde verklaringen bij de verschillende autoriteiten op voorhand afbreuk aan de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas. De minister noemt hier het aanmeldgehoor, de vreemdelingenpolitie en de verklaringen die eiser in Duitsland heeft afgelegd. Het gaat dan om verklaringen van eiser over de behandeling van zijn asielaanvraag in Italië, de verblijfplaats van zijn dochter, de financiering en organisatie van zijn uitreis en zijn asielmotieven.
Ten aanzien van eisers verklaringen met betrekking tot zijn homoseksuele geaardheid vindt de minister dat eiser op alle drie de thema's onvoldoende gedetailleerd en specifiek van aard heeft verklaard. Hoewel eiser laag opgeleid is mag volgens de minister van hem verwacht worden dat hij uitgebreid en gedetailleerd over zijn gevoelens en gedachten kan verklaren.
Met betrekking tot eisers ongeloofwaardig geachte verklaringen over de afpersing door [naam 1] vindt de minister dat het op voorhand afbreuk doet aan de geloofwaardigheid dat eiser wisselende verklaringen heeft afgelegd over zijn asielprocedure in Italië en het land waar zijn dochter verblijft. Ook doet op voorhand afbreuk aan de geloofwaardigheid dat eiser niet wordt gevolgd in zijn verklaringen dat hij homoseksueel is. Daarnaast vindt de minister de verklaringen van eiser over het verloop van de avond ongerijmd en de verklaringen over de vermeende video summier en tegenstrijdig. Zo kan eiser verklaren wat hij heeft gezien op de video maar kan hij niet verklaren hoe de video, vanaf welke afstand en/of vanuit welke richting is opgenomen.
Eisers verklaringen over het dodelijke ongeval van een onbekende jongen behorende tot de [bende] sekte vindt de minister ongeloofwaardig, omdat eiser de naam van de jongen niet kent en hij inconsistente verklaringen heeft afgelegd over dat het om een ongeluk zou gaan.
De minister vindt de gestelde problemen met de autoriteiten omdat [naam 3] gezocht wordt voor het plegen van een overval ongeloofwaardig, omdat eiser summiere verklaringen heeft afgelegd over de door [naam 3] gepleegde overval. Ook klopt de tijdslijn van eiser niet met de gebeurtenissen waarover hij verklaart. Eiser verklaart ook wisselend over wat hij heeft horen zeggen door een politievrouw.
Tot slot wordt eiser niet gevolgd in zijn verklaringen dat hij een openstaande schuld heeft aan [naam 4] . Hij heeft volgens de minister namelijk tegenstrijdige verklaringen afgelegd over de wijze waarop hij zijn uitreis heeft geregeld, hij heeft vage en summiere verklaringen afgelegd over [naam 4] en ongerijmde verklaringen afgelegd over de hoogte van de schuld. Ook wordt eiser niet gevolgd in zijn summiere en algemene verklaringen over de voodoo eed.
Ten aanzien van het geloofwaardig bevonden relevante element heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eiser op grond daarvan niet kan worden aangemerkt als vluchteling in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Nigeria een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond.
Het standpunt van eiser
6. In de zienswijze en in de gronden van beroep stelt eiser dat hij vermoedelijk een licht verstandelijke beperking heeft, wat van invloed is geweest op zijn verklaringen. Volgens eiser heeft de minister hier op geen enkele wijze rekening mee gehouden.
Het oordeel van de rechtbank
Het onderzoek door de deskundige
7. De rechtbank heeft ter zitting vastgesteld dat het onduidelijk is of er bij eiser sprake is van een verstandelijke beperking die van invloed is op zijn vermogen om te kunnen verklaren. Om die reden heeft de rechtbank op 10 april 2025 een onafhankelijke deskundige benoemd. Aan deze deskundige zijn de volgende vragen voorgelegd:
1. Is volgens u aannemelijk dat bij de heer [eiser] sprake is van een (licht)
verstandelijke beperking, of anderszins een beperking of (mentale) aandoening?
Ik verzoek u uw antwoord voor de rechtbank inzichtelijk te motiveren en daarbij
zo mogelijk een waarschijnlijkheidspercentage te geven.
2. Zo ja: levert dit beperkingen op bij de mogelijkheid van de heer [eiser] om
vragen te begrijpen en te kunnen beantwoorden? In het bijzonder waar het gaat
om vragen betreffende zijn persoonlijke belevingswereld ten aanzien van zijn
geaardheid.
3. Zo ja: op welke manier kan hier bij de gehoren van de heer [eiser] rekening
mee worden gehouden?
4. Is er tegen die achtergrond naar uw mening voldoende op het niveau van de heer
[eiser] bevraagd tijdens het nader gehoor en het aanvullend gehoor?
5. Zijn er nog overige opmerkingen die volgens u relevant zijn voor de rechtbank om
kennis van te nemen?
In het onderzoeksverslag van 6 augustus 2025 heeft de deskundige haar bevindingen gerapporteerd. Bij eiser is een intelligentieonderzoek afgenomen, de deskundige heeft over de uitkomst daarvan gerapporteerd:
“De scores op de SON-R 6-40 geven aan dat u moeite heeft met leren. Met 80% zekerheid vallen de scores binnen het bereik van 56 en 70. Dit komt overeen met ver beneden gemiddeld niveau. De scores op de taken over de verwerkingssnelheid komen ook uit op ver beneden gemiddeld niveau. Met 95% zekerheid vallen deze scores binnen de 51 en 70. Dit betekent dat u veel meer moeite heeft met het begrijpen van informatie en het leren van nieuwe dingen dan andere mensen van uw leeftijd. Deze scores geven geen informatie over uw taalvaardigheid.”
Verder geeft de deskundige in haar verslag het volgende aan:
“Met deze resultaten moet voorzichtig worden omgegaan. U bent niet in Nederland geboren en opgegroeid. Ook heeft u beperkt onderwijs gevolgd in Nigeria. Talige en culturele factoren kunnen van invloed zijn. Verder heeft u door uw situatie al lange tijd last van stress. Dat kan ervoor zorgen dat het nu moeilijker is voor u om nieuwe dingen te leren. Ook bent u al lange tijd verslaafd aan wiet. Ondanks dat u nuchter was op de dag van de testafname, is veelvuldig wietgebruik niet goed voor de hersenen. Het is onduidelijk of en welke invloed dit heeft op de resultaten. Wel geeft de uitslag informatie over wat er op dit moment, onder de huidige omstandigheden, van u verwacht kan worden. Dat is het niveau waar hulpverleners en andere mensen die met u omgaan bij moeten aansluiten. U heeft meer tijd, hulp en uitleg nodig om dingen te begrijpen en om taken te kunnen uitvoeren.”
Naast het leerniveau is gekeken naar eisers zelfredzaamheid. De gemachtigde van eiser heeft hiertoe een vragenlijst ingevuld, de ADAPT. Met deze informatie heeft de deskundige een redelijke inschatting kunnen geven over eisers zelfredzaamheid en geconcludeerd dat eiser in het dagelijks leven op ver beneden gemiddeld niveau functioneert. De deskundige eindigt haar verslag met de volgende conclusie:
“Al met al heeft u zowel hulp nodig bij het leren van vaardigheden als bij praktische zaken in het dagelijkse leven. Wanneer gekeken wordt naar uw leerniveau en de mate van zelfredzaamheid, kan voorzichtig gesteld worden dat u op ver beneden gemiddeld niveau functioneert. Dat wordt ook wel ‘licht verstandelijk beperkt niveau’ genoemd. U heeft moeite met het begrijpen van informatie en het beantwoorden van vragen, voornamelijk bij abstracte onderwerpen. Gezien uw leerniveau kan niet van u verwacht worden dat u op verdiepende wijze antwoord geeft op vragen waarbij een hoger denkniveau of zelfreflectie nodig is.”
De rechtbank heeft de deskundige vervolgens om een nadere reactie verzocht, omdat onderzoeksvraag vier niet was beantwoord. In haar toelichting van 14 oktober 2025 heeft de deskundige het volgende aangegeven:
“De rechtbank heeft verzocht om een oordeel over de wijze waarop eerdere verhoren zijn afgenomen, en in het bijzonder of deze voldoende zijn afgestemd op het niveau van meneer. Vanuit het onderzoek dat bij MEE is gedaan, kan hierover geen eenduidige uitspraak worden gedaan omdat meerdere factoren hierop van invloed zijn. Denk bijvoorbeeld aan de wijze van vertaling door de tolk, het spreektempo en de intonatie van de ondervrager. Ook is de manier waarop meneer is bejegend van belang, is hij bijvoorbeeld voldoende op zijn gemak gesteld? Tevens is onbekend in hoeverre het gehoor reeds is aangepast aan zijn niveau, bijvoorbeeld door het aanbieden van extra pauzes.
Algemeen kan gesteld worden dat het spreken over gevoelens en belevingen voor mensen met een licht verstandelijke beperking complex is. Dergelijke gesprekken vereisen abstract denkvermogen, wat bij deze doelgroep vaak beperkt ontwikkeld is. Het cognitieve niveau van meneer kan vergeleken worden met dat van een kind tussen de 7 en 12 jaar. Visualisaties (zoals tekeningen) of het aanbieden van antwoordopties kunnen bijdragen aan beter begrip. Bij personen met een lager cognitief niveau wordt per definitie ook een lager sociaal-emotioneel niveau waargenomen. Dit bemoeilijkt het herkennen, benoemen en verklaren over emoties.
In de gehoren is gezien dat er vragen zijn gesteld over gevoelens en beleving, waarop meneer feitelijk en concreet heeft gereageerd, bijvoorbeeld door gedragingen te benoemen. Deze vragen zijn mogelijk te abstract geweest en niet toereikend bij zijn denkniveau. Hoewel de vragen soms herhaald of anders geformuleerd zijn, bleven ze abstract en op een open wijze gesteld. Het gebruik van emotiekaarten of gesloten vragen met meerdere opties zou in dergelijke situaties ondersteunend kunnen zijn. Voor andere suggesties wil ik verwijzen naar de adviezen die zijn geformuleerd in het psychologisch onderzoeksverslag.”
Het gehoor
8. De vraag die voorligt is of uit het deskundigenonderzoek volgt dat eiser tijdens de gehoren niet goed heeft kunnen verklaren. De deskundige schrijft in haar toelichting dat zij op de vraag of eerdere gehoren voldoende zijn afgestemd op het niveau van eiser geen eenduidig antwoord kan geven, omdat dit afhankelijk is van verschillende factoren. Wel geeft zij in algemene zin aan dat het spreken over gevoelens en belevingen voor mensen met een licht verstandelijke beperking complex is.
9. De rechtbank stelt allereerst vast dat de verklaringen die door eiser zijn afgelegd niet enkel gaan over zijn gevoelens en belevingen, maar ook (grotendeels) over feitelijke gebeurtenissen. Het gaat dan onder meer om de behandeling van zijn asielaanvraag in Italië, de verblijfplaats van zijn dochter, de financiering en organisatie van zijn uitreis en de door [naam 3] gepleegde overval. Uit het onderzoeksrapport en de toelichting daarop volgt niet dat eiser over feitelijke gebeurtenissen niet zou kunnen verklaren of dat dit voor hem complex zou zijn. Uiteraard moet bij het horen wel rekening worden gehouden met de persoon van eiser en eventuele beperkingen die van invloed kunnen zijn op zijn vermogen om te kunnen verklaren. De rechtbank is van oordeel dat dit tijdens de gehoren voldoende is gebeurd.
10. De gehoren hebben plaatsgevonden in 2022 en 2023. Eiser is voorafgaand aan de gehoren gezien door MediFirst. MediFirst heeft in het rapport van 15 december 2021 aangegeven dat bij eiser beperkingen aanwezig zijn waarmee de hoormedewerkers rekening moeten houden. Er zijn in dit kader een aantal adviezen gegeven zoals het aanbieden van meer pauze en het bieden van meer tijd om antwoord te geven op vragen. Uit de rapporten van de gehoren blijkt dat deze adviezen zijn opgevolgd. Er zijn voldoende pauzes ingelast, vragen zijn herhaald of anders gesteld wanneer eiser deze niet begreep en de hoormedewerkers hebben geprobeerd eiser op zijn gemak te stellen. Ook is het nader gehoor verspreid over twee dagen afgenomen.
Het standpunt van eiser dat tijdens de gehoren op geen enkele wijze rekening is gehouden met een mogelijke lichtverstandelijke beperking deelt de rechtbank daarom niet. Dat in het rapport van MediFirst niet letterlijk de term ‘licht verstandelijke beperking’ wordt genoemd, maakt niet dat tijdens het horen onvoldoende rekening is gehouden met de persoon van eiser. Bovendien komen de adviezen die in het MediFirst rapport staan, zij het beknopter, overeen met de adviezen die de deskundige in haar onderzoeksverslag meegeeft.
11. De rechtbank is daarom van oordeel dat de verklaringen die eiser tijdens zijn gehoren heeft afgelegd door de minister gebruikt konden worden bij de beoordeling van eisers asielaanvraag. Dit geldt ook voor de verklaringen die over eisers gevoelens en belevingen gaan. Dit zijn met name de verklaringen die eiser heeft afgelegd in het kader van het tweede relevante element ‘homoseksualiteit’. Dat de deskundige in algemene zin aangeeft dat verklaren over dit onderwerp voor iemand met een licht verstandelijke beperking complex is, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat daarmee vaststaat dat eiser in zijn geheel niet over zijn gevoelens en belevingen heeft kunnen verklaren. Eiser is uitgebreid gehoord (twee volledige dagen voor het nader gehoor en nog een volledige dag voor een aanvullend gehoor) door drie verschillende hoormedewerkers, waarbij rekening is gehouden met de adviezen van MediFirst. Naast vragen over eisers gevoelens en belevingen zijn met betrekking tot dit onderwerp ook veel feitelijke vragen aan eiser gesteld, bijvoorbeeld met betrekking tot de LHBTI gemeenschap in Nigeria, zijn contact met LHBTI’s in Nederland en zijn kennis van de Nederlandse situatie.
Daarbij acht de rechtbank van belang dat de deskundige in haar onderzoeksrapport een voorbehoud maakt op de uitslag van haar onderzoek. Zij geeft namelijk aan dat het intelligentieonderzoek informatie geeft over wat er op dat moment, onder de op dat moment geldende omstandigheden, van eiser verwacht kan worden. Het onderzoek heeft in 2025 plaatsgevonden, ruim twee jaar na afname van het laatste gehoor. In de toelichting schrijft de deskundige dat het intelligentieniveau bij volwassenen doorgaans stabiel blijft gedurende het leven, maar anderzijds staat in het onderzoeksrapport ook dat stress en drugsgebruik van invloed kunnen zijn op de uitslag. Uit het advies van MediFirst en de verklaringen van eiser blijkt dat hij marihuana (wiet) gebruikt. De rechtbank concludeert hieruit dat niet vaststaat dat de uitkomst van het onderzoek gelijk zou zijn geweest, zou deze in 2022 zijn afgenomen en dat dus niet vaststaat dat eiser op dat moment niet goed heeft kunnen verklaren. Daarbij wijst de rechtbank er ook op dat eiser tijdens het gehoor niet heeft laten blijken dat het gehoor niet goed verliep, dat hij vragen niet begreep of geen antwoord kon geven. Ook in de correcties en aanvullingen is hierover niet gerept. De gehoren hebben op verzoek van eiser met een tolk Ishan plaatsgevonden. Pas in de zienswijze komt eiser voor het eerst met het standpunt dat er mogelijk sprake is van een licht verstandelijke beperking en dat hij daardoor niet goed heeft kunnen verklaren.
Het bestreden besluit
12. Nu de rechtbank hiervoor heeft vastgesteld dat de minister heeft mogen uitgaan van de verklaringen zoals door eiser tijdens de gehoren zijn afgelegd komt vervolgens de vraag aan de orde of de minister bij de beoordeling van deze verklaringen voldoende rekening heeft gehouden met eisers beperking en referentiekader. Eiser stelt dat de minister in de besluitvorming op geen enkele wijze rekening heeft gehouden met het feit dat eiser een zeer lage opleiding heeft en zich maar moeilijk kan uitdrukken.
13. Bij de beoordeling van eisers verklaringen over zijn homoseksuele geaardheid heeft de minister in het voornemen benoemd dat eiser een lage opleiding heeft. Desondanks mag volgens de minister van eiser verwacht worden dat hij uitgebreid en gedetailleerd over zijn gevoelens en gedachtes kan verklaren. Hierbij betrekt de minister dat eiser sinds zijn 11e of 12e tot aan zijn vertrek uit Nigeria een homoseksuele relatie heeft gehad, dat hij sinds 2016 in Europa is en vanaf die tijd vrij is om zijn geaardheid te uiten en dat eiser tijdens zijn Dublingehoor heeft aangegeven dat hij volwassen is, een toekomst wil opbouwen, werken en een familie wil hebben. Hoewel de deskundige in haar toelichting van 14 oktober 2025 aangeeft dat algemeen gesteld kan worden dat het spreken over gevoelens en belevingen voor mensen met een licht verstandelijke beperking complex is, blijkt uit het onderzoeksrapport en de toelichting hierop niet dat vaststaat dat dit voor eiser ten tijde van de gehoren ook het geval was of dat dit voor hem in het geheel niet mogelijk zou zijn. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat eiser op alle drie de thema’s onvoldoende gedetailleerd en specifiek van aard heeft verklaard. Daarbij weegt de rechtbank mee dat, zoals hiervoor onder rechtsoverweging 11 al is overwogen, de verklaringen ook zien op feitelijke onderwerpen zoals de LHBTI gemeenschap in Nigeria en in Nederland en dat eiser ook op deze onderwerpen onvoldoende heeft verklaard.
14. Voor wat betreft eisers verklaringen over de overige relevante elementen stelt de rechtbank vast dat wat eiser hierover in beroep heeft aangevoerd een letterlijke herhaling van de zienswijze is. Bovendien gaan eisers verklaringen over deze relevante elementen niet hoofdzakelijk over gedachten of gevoelens, maar over feitelijke gebeurtenissen. De rechtbank verwijst naar wat zij hierover onder rechtsoverweging 9 heeft opgenomen. In het bestreden besluit is de minister voldoende ingegaan op wat in de zienswijze is aangevoerd. De rechtbank sluit zich hierbij aan en is van oordeel dat de minister aan eiser heeft mogen tegenwerpen dat hij over de afpersing door [naam 1] , het dodelijke ongeval met het lid van de [bende] sekte, de problemen met de autoriteiten door de gepleegde overval door [naam 3] en de openstaande schuld aan [naam 4] ongeloofwaardig heeft verklaard.
Conclusie en gevolgen
15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van zijn asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van
mr. R.M. Timmerman, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.