RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, de minister
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.63501
(gemachtigde: mr. T. Bruinsma),
en
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep mede aan de hand van de beroepsgronden.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer naar Roemenië geen reëel risico loopt op behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het EU-Handvest. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft op 2 april 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 22 december 2025 in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser internationale bescherming heeft in Roemenië.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3. De rechtbank heeft het beroep op 30 maart 2026 op zitting behandeld, samen met het verzoek om voorlopige voorziening van eiser en de beroepen van eisers ouders en zus. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, eisers ouders, zussen en broer, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
4. De minister heeft de asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser internationale bescherming heeft in Roemenië. Uit informatie van de Roemeense autoriteiten blijkt dat eiser daar sinds 12 november 2018 internationale bescherming heeft. Eiser heeft dit bevestigd. Eiser heeft volgens de minister door die verblijfsvergunning een zodanige band met Roemenië dat het voor hem redelijk is om naar dat land te gaan. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Roemenië de internationale verplichtingen tegenover hem niet nakomt. Eiser heeft als statushouder dezelfde rechten als Roemeense burgers en het is aan hem om die rechten te effectueren. Uit eisers verklaringen blijkt dat hij een woning en werk had. Van eiser mag volgens de minister worden verwacht dat hij bij de gestelde problemen met toegang tot zorg en onderwijs hulp inroept bij de Roemeense autoriteiten of bij de autoriteiten klaagt. Niet is gebleken dat eiser dat heeft gedaan.
De beroepsgronden van eiser
5. De rechtbank stelt vast dat de beroepsgronden van eiser identiek zijn aan die van zijn ouders.
6. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank de beroepen van eisers ouders ongegrond verklaard. De rechtbank verklaart het beroep van eiser ook ongegrond en verwijst voor de motivering daarvan naar de uitspraak in de beroepen van eisers ouders.
Conclusie en gevolgen
7. De minister heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Deze datum staat hierboven. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.