ECLI:NL:RBDHA:2026:8218

ECLI:NL:RBDHA:2026:8218

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 0917547523
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Reeks autodiefstallen Toyota RAV4 en C-HR; diefstal in vereniging door middel van valse sleutels; historische verkeersgegevens telefoons; ANPR-gegevens; geen schakelbewijs; redelijke termijn; gevangenisstraf 11 maanden; benadeelde partijen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/175475-23

Datum uitspraak: 8 april 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats],

BRP-adres: [adres 1] te [woonplaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 25 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C.M. Beneken genaamd Kolmer en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. B.F. van Es naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

Hij in of omstreeks de periode van 12 juli tot en met 13 juli 2023 in ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, [kenteken 1], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten;

2

Hij in of omstreeks de periode van 11 juli tot en met 12 juli 2023 in Rijnsburg (gemeente Katwijk) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, [kenteken 2], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten;

3

Hij in of omstreeks de periode van 1 juli tot en met 3 juli 2023 in ‘s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type C-HR, [kenteken 3], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onderzijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten;

4

Hij in of omstreeks de periode van 2 juli tot en met 3 juli 2023 in ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type C-HR, [kenteken 4], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of testarten;

5

Hij in of omstreeks de periode van 4 juli tot en met 5 juli 2023 in ‘s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type C-HR, [kenteken 5], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 6] en/of Toyota Louwman Financial Services B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aanverdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten;

6

Hij op of omstreeks 8 juli 2023 in ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, [kenteken 6], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten;

7

Hij op of omstreeks 8 juli 2023 in ‘s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type C-HR, [kenteken 7], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten;

8

Hij in of omstreeks de periode van 11 juli tot en met 12 juli 2023 in Oegstgeest, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, [kenteken 8], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten;

9

Hij in of omstreeks de periode van 11 juli tot en met 12 juli 2023 in Oegstgeest, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, [kenteken 9], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten;

10

Hij op of omstreeks 12 juli 2023 in Oegstgeest, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, [kenteken 10], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 11] en/of [benadeelde 12] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie heeft gesteld dat ten aanzien van alle feiten sprake is van een zelfde modus operandi. Het gaat in alle gevallen om personenauto’s van het merk Toyota type RAV4 en C-HR. De voertuigen worden na de diefstal verplaatst naar Zwolle of België, blijkend uit ANPR-gegevens en historische verkeersgegevens van de mobiele telefoons. In bijna alle gevallen is de witte Audi A3 betrokken die aan de [verdachte] toebehoorde, blijkend uit ANPR-gegevens, camerabeelden of waarneming door getuigen. De diefstallen zijn bovendien in een kort tijdsbestek gepleegd, in nog geen twee weken. Nu het bewijsmateriaal op essentiële punten belangrijke overeenkomsten en kenmerkende gelijkenissen vertoont, is bovendien het gebruik van schakelbewijs toegelaten, aldus de officier van justitie. Het bewijs ten aanzien van de verschillende feiten, kan daarom over en weer redengevend worden geacht in de zin van schakelbewijs.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van al het tenlastegelegde bepleit. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte heeft verklaard dat hij op geen enkele wijze betrokken is geweest bij deze feiten, maar dat hij in de betreffende periode zijn auto, een witte Audi A3, vaak uitleende aan anderen. In deze auto bevond zich de mobiele telefoon van de verdachte, die mogelijk ook door anderen is gebruikt. De verdachte is verder niet gesignaleerd op de betreffende plaatsen delict door camera’s of getuigen, aldus de raadsman. De getuige [medeverdachte 1], die contact zou hebben gehad met de verdachte, is geen bekende van de verdachte. Wat deze getuige verklaart is gelet hierop onbetrouwbaar. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de voor een diefstal in vereniging vereiste nauwe en bewuste samenwerking niet bewezen kan worden.

Vrijspraak

De rechtbank is met betrekking tot de onder 4, 5, 6, 8 en 9 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten niet wettig en overtuigend zijn bewezen.

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank overweegt ten aanzien van de diefstal van de Toyota C-HR met, [kenteken 4] het volgende. Hoewel de telefoons van de verdachte en [medeverdachte 2] op 2 juli 2023 in de avond op twee afzonderlijke momenten (grofweg rond 21.30 uur en rond 23.00 uur) uitstralen op de plaats delict, de plek waar de betreffende Toyota C-HR is gestolen, en hun beider telefoons in de daarop volgende nacht (rond 01.00 uur) zich, gelet op zendmastgegevens, verplaatsen naar België en terug naar Den Haag, (evenals de aan de verdachte toebehorende witte Audi A3) is de genoemde Toyota personenauto niet teruggevonden op of in de buurt van deze route. Er zijn evenmin ANPR-gegevens die wijzen op de verplaatsing van de personenauto via de genoemde route. Gelet hierop is niet na te gaan of de verdachte daadwerkelijk betrokken is geweest bij de diefstal van deze specifieke personenauto of om andere redenen in de buurt van de plaats delict was.

Ten aanzien van feit 5

Ten aanzien van de diefstal van de Toyota C-HR met [kenteken 5] overweegt de rechtbank het volgende. Hoewel de telefoons van de verdachte en de [medeverdachte 2] op 4 juli 2023 (met een halfuur verschil) uitstralen (om respectievelijk 21.34 uur en 22.06 uur) in de omgeving van de plaats delict en deze zich daarna naar de grens met België begeven, bevinden zich voor het overige geen aanwijzingen in het dossier dat de verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de genoemde personenauto. Zo is de genoemde Toyota personenauto niet teruggevonden op of in de buurt van deze route. Gelet hierop is niet na te gaan of de verdachte daadwerkelijk betrokken is geweest bij de diefstal van deze personenauto of om andere redenen in de buurt van de plaats delict was.

Ten aanzien van feit 6

Ten aanzien van de diefstal van de Toyota RAV4 met [kenteken 6] overweegt de rechtbank het volgende. Hoewel de telefoons van de verdachte en de [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in de nacht van 8 juli 2023 (rond 2.00 uur) uitstralen in de omgeving van de plaats delict en deze telefoons zich vervolgens via de regio Amsterdam naar Zwolle verplaatsen, bevinden zich voor het overige geen aanwijzingen in het dossier dat de verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de genoemde personenauto. Zo is alleen de kentekenplaat van de genoemde Toyota personenauto op een andere gestolen personenauto met [kenteken 11] (welke werd bestuurd door de [medeverdachte 1]) teruggevonden op deze route en niet het voertuig zelf. De vaststelling dat de witte Audi van de verdachte gebruikt is tijdens het plaatsen van de kentekenplaat op de andere gestolen auto, maakt evenmin dat het de verdachte is geweest die de auto genoemd onder feit 6 heeft gestolen. Ook het overige bewijs is onvoldoende voor bewezenverklaring van de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal van de personenauto met het [kenteken 6].

Ten aanzien van feit 8

Ten aanzien van de diefstal van de Toyota RAV4 met [kenteken 8]), overweegt de rechtbank het volgende. Hoewel de telefoons van de verdachte en de [medeverdachte 2] in de nacht van 12 juli 2023 (rond 03.00 uur) uitstralen in de omgeving van de plaats delict en deze telefoons zich vervolgens naar Zwolle verplaatsen en telefonisch contact met elkaar hebben op het moment dat [medeverdachte 2] is gearriveerd in Zwolle, bevinden zich voor het overige geen aanwijzingen in het dossier dat de verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de genoemde personenauto. Zo is de betreffende personenauto niet teruggevonden op of in de buurt van deze route. Het enige dat bekend is over de gestolen Toyota, is dat deze op 9 augustus 2023 is teruggevonden in een container in de haven van Antwerpen (België). Gelet hierop is niet na te gaan of de verdachte daadwerkelijk betrokken is geweest bij de diefstal van deze personenauto of om andere redenen in de buurt van de plaats delict was.

Ten aanzien van feit 9

Ten aanzien van de diefstal van de Toyota RAV4 met [kenteken 9] overweegt de rechtbank het volgende. Hoewel de telefoons van de verdachte en de [medeverdachte 2] in de nacht van 12 juli 2023 allebei – zij het op verschillende momenten – hebben aangestraald in de omgeving van de plaats delict, en de telefoons van beide verdachten zich op enig moment die nacht naar Zwolle hebben verplaatst (zoals bij feit 8 overwogen), is onduidelijk of de genoemde Toyota RAV4 zich ook in diezelfde richting heeft bewogen, hetgeen de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal – en niet alleen zijn aanwezigheid in de omgeving waar de genoemde Toyota RAV4 zich oorspronkelijk bevond – zou ondersteunen. Uit het dossier blijkt verder niet of de betreffende Toyota RAV4 is teruggevonden. Dit leidt ertoe dat niet kan worden vastgesteld of de verdachte op enige wijze betrokken was bij de diefstal van de personenauto met het [kenteken 9].

De rechtbank acht het opmerkelijk dat in de bovenstaande gevallen de telefoon van de verdachte in de betreffende nachten heeft aangestraald op de diverse plaatsen delict en zich samen met de telefoon van de medeverdachte(n) heeft verplaatst naar Zwolle of België, waar andere gestolen Toyota’s zijn aangetroffen. Deze constatering is echter niet van zodanige aard, dat dit leidt tot wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte de betreffende Toyota’s gestolen heeft, die immers niet zijn aangetroffen. Dit temeer omdat algemeen bekend is dat in de bewuste tijd sprake was van reeksen diefstallen van de betreffende auto’s.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Feit 1: diefstal in vereniging van een Toyota RAV4 met [kenteken 1]

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte in de avond/nacht van 12 op 13 juli 2023 samen met de medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] de genoemde Toyota RAV4, die geparkeerd stond op de [straatnaam 1] in Den Haag, heeft gestolen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De verdachte werd op 13 juli 2023 om 3.29 uur die nacht samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aangetroffen in een witte Audi A3, met [kenteken 12]. De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat de witte Audi A3 aan hem toebehoorde en dat hij deze cadeau had gekregen van zijn moeder. In de Audi werden diverse inbrekerswerktuigen aangetroffen en een afstandsbediening die geschikt is om een Toyota-voertuig te openen.

Uit ANPR-gegevens blijkt dat de auto van de verdachte achter de gestolen Toyota RAV4 heeft gereden van Den Haag naar Zwolle waar de Toyota is aangetroffen in een doodlopende straat op een industrieterrein (rond 2.00 uur die nacht). Aldaar werd door de politie kort voor deze vondst een witte Audi A3 gezien die uit deze doodlopende straat kwam rijden. Na onderzoek van de politie is gebleken dat dit de witte Audi A3 van de verdachte is geweest.

Uit onderzoek naar de historische verkeersgegevens van de telefoons van de verdachte en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] van 12 op 13 juli 2023 blijkt dat zij dezelfde reisbeweging hebben afgelegd als de Audi en de Toyota van Den Haag (omgeving plaats delict) naar (het industrieterrein in) Zwolle. Verder zijn er camerabeelden van de [straatnaam 1] waarop een (wegrijdende) witte Audi A3 en een donkerkleurige auto gelijkend op de weggenomen Toyota RAV4 te zien zijn rond 23.45 uur die avond. De telefoon van de verdachte maakte op dat moment ook gebruik van een basisstation in de directe omgeving daarvan. Tot slot: uit forensisch onderzoek naar de gestolen auto blijkt dat de daders via het raam toegang tot het voertuig hebben verkregen. Op de ruit van de gestolen auto is een vingerafdruk van de [medeverdachte 2] aangetroffen.

Feit 2: diefstal in vereniging van een Toyota RAV4 met [kenteken 2]

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte in de nacht van 11 op 12 juli 2023 samen met de [medeverdachte 2] de genoemde Toyota RAV4, die geparkeerd stond op de [adres 2] in Rijnsburg, heeft gestolen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De aangever heeft aan de hand van de in zijn auto aangebrachte GPS-tracker gezien dat zijn auto om 2.55 uur die nacht in beweging kwam en dat deze uiteindelijk op de Mimosastraat in Zwolle tot stilstand kwam. De auto werd daar na 7.25 uur die dag door de politie aangetroffen.

Op camerabeelden in de buurt van de plaats delict rond het tijdstip van de diefstal is een witte Audi A3 te zien. Uit de ANPR-gegevens is daarnaast gebleken dat de witte Audi A3 van de verdachte een paar uren na de diefstal is gesignaleerd op twee wegen die op de route liggen tussen de plaats delict en Zwolle. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoons van de verdachte blijkt dat hij na het tijdstip van de diefstal die nacht in ieder geval een deel van route van de gestolen Toyota heeft afgelegd. Zijn telefoon maakte daarbij een verplaatsing vanaf Oegstgeest, een dorp gelegen direct naast Rijnsburg (de plaats delict), naar Hulshorst, wat op de route tussen Rijnsburg/Oegstgeest en Zwolle ligt.

De telefoon van de [medeverdachte 2] maakte in die nacht binnen de tijdslijn van de diefstal contact met de basisstations in zowel de directe omgeving van de plaats delict als de omgeving van de Mimosastraat in Zwolle (de dumplocatie van het voertuig). Na forensisch onderzoek is gebleken dat de toegang tot de genoemde Toyota werd verkregen via het raam van de auto aangezien daar braaksporen werden aangetroffen. In de gestolen auto is DNA-materiaal aangetroffen dat een match heeft opgeleverd met het DNA van de [medeverdachte 2].

Feit 3: diefstal in vereniging van een Toyota C-HR met [kenteken 3]

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte in de nacht van 2 op 3 juli 2023 samen met een ander de genoemde Toyota C-HR, die geparkeerd stond op [straatnaam 2] in Den Haag, heeft gestolen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Uit de historische verkeersgegevens van de telefoons van de verdachte en de [medeverdachte 2], alsmede de ANPR-gegevens van de witte Audi A3 van de verdachte, blijkt dat zij in de nacht van 2 op 3 juli 2023 vanaf ongeveer 00.30 uur vanaf de omgeving van de plaats delict, een zelfde route hebben afgelegd naar België (waar ze een halfuurtje buiten het bereik van het Nederlandse netwerk zijn) en weer terug naar Den Haag. De weggenomen Toyota C-HR is op 10 juli 2023 teruggevonden, net over de grens, in Rijkevorsel, België. Ook bij deze auto was het kleine raampje aan de voorzijde beschadigd/open gebroken, kennelijk om binnen te komen.

Feit 7: diefstal in vereniging van een Toyota C-HR met [kenteken 7]

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte in de nacht van 7 op 8 juli 2023 samen met een ander de genoemde Toyota C-HR heeft gestolen, die geparkeerd stond op de [straatnaam 3] in Den Haag. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De weggenomen Toyota C-HR is in de nacht van 10 op 11 juli 2023 teruggevonden, na een ANPR-hit op de rijksweg A2 ter hoogte van Vianen. De bestuurder, [medeverdachte 1], verklaarde dat hij in opdracht van twee Marokkaanse mannen uit Den Haag handelde die in een witte Audi achter hem aan reden. [medeverdachte 1] verklaarde verder dat zij een apparaat hebben waarmee zij auto’s kunnen starten, hetgeen de reden was dat hij geen sleutel had van de weggenomen Toyota. De witte Audi zou de nacht daarvoor rond 3.00-4.00 uur nog zijn gecontroleerd in de buurt van het politiebureau op de Jan Hendrikstraat in Den Haag, aldus [medeverdachte 1]. Na onderzoek van de politie is gebleken dat dit alleen kan gaan om de witte Audi A3 met de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 3] als inzittenden aangezien zij beiden om 3.45 uur aldaar in de witte Audi van de verdachte zijn gecontroleerd. Uit onderzoek naar de inhoud van de telefoon van [medeverdachte 1] blijkt dat hij contact heeft gehad met de verdachte (van wie ook een foto is aangetroffen op de telefoon van [medeverdachte 1]) via Snapchat. In berichten (uit de periode 8 tot en met 10 juli 2023) wordt gesproken over een C-HR en (als ze een zelfde auto zouden treffen dat ze daarvan de kentekenplaat zouden wegnemen en over een RAV (aan [medeverdachte 1] werd gevraagd of hij die RAV ging pakken).

Uit de historische verkeersgegevens van de telefoons van de verdachte en de [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] blijkt dat zij in de nacht van 8 juli 2023 omstreeks 00.06 uur in de omgeving van de plaats delict zijn geweest en dat zij zich daarna via de regio Amsterdam naar Zwolle hebben verplaatst en daarna in zuidelijke richting, naar Breda.

Feit 10: diefstal in vereniging van een Toyota RAV4 met [kenteken 10]

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte in de nacht van 11 op 12 juli 2023 samen met een ander de genoemde Toyota RAV4, die geparkeerd stond op de [straatnaam 4] in Oegstgeest, heeft gestolen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Uit de historische verkeersgegevens van de telefoons van de verdachte en de [medeverdachte 2] blijkt dat zij in de nacht van 11 op 12 juli 2023 voordat zij aankomen in de omgeving van de plaats delict zich samen lijken te verplaatsen (dat zij in hetzelfde tijdsblok dezelfde verplaatsing maken). [medeverdachte 2] heeft tussen 2.46 uur en 3.06 uur contact met het basisstation in de directe omgeving van de plaats delict en gaat daarna richting Zwolle terwijl de telefoon van de verdachte nog contact heeft met basisstations in de omgeving van de plaats delict.

De ANPR-gegevens van de witte Audi A3 van de verdachte ondersteunen dit beeld, inhoudende dat deze in de vroege ochtend vanuit Oegstgeest is gereden richting Amsterdam en Zwolle. Daar vandaan is de Audi via Breda naar België gereden. Op de afschriften van de bankrekening van de verdachte is te zien dat er om 8.49 uur die dag bij supermarkt Carrefour in Hoogstraten (België) wordt afgerekend. Deze supermarkt ligt op korte afstand van Rijkevorsel waar later die dag, om 18.45 uur, de gestolen Toyota RAV4 is teruggevonden.

Modus operandi en betrokkenheid verdachte

De rechtbank stelt vast dat zij een patroon waarneemt tussen de verschillende diefstallen. De gestolen personenauto’s waren van het merk Toyota, type RAV4 of C-HR. Deze auto’s kunnen zonder sleutel gestart worden door manipulatie van het computersysteem van de auto met een speciaal apparaat. De diefstallen zijn gepleegd in de nachtelijke uren, waarna de gestolen voertuigen naar een dumplocatie in Zwolle of België zijn gebracht. Bij alle diefstallen is gebruik gemaakt van de witte Audi van de verdachte. In verschillende gevallen is deze auto in de buurt geweest van de locatie waar de diefstal heeft plaatsgevonden en heeft de auto de route van het gestolen voertuig afgelegd. Bij de diefstal onder feit 1 is de verdachte zelf (met de medeverdachten) in zijn Audi op de dumplocatie geweest kort voor het aantreffen van het gestolen voertuig, met inbrekerswerktuig in de Audi (waaronder een blanco “smart key” die geprogrammeerd kan worden om een Toyota-voertuig mee te openen). Bij feit 7 zat de verdachte ook in de Audi toen deze achter het gestolen voertuig reed en blijkt hij samen met een medeverdachte de opdrachtgever te zijn geweest. In verschillende gevallen zijn de telefoons van de verdachte en de medeverdachte(n) in de buurt geweest van de locatie waar een diefstal heeft plaatsgevonden en hebben deze telefoons al dan niet gelijktijdig (een deel van) de route van het betreffende gestolen voertuig afgelegd.

Gelet op de samenhang tussen de verschillende diefstallen en de modus operandi die daaruit naar voren komt, gaat de rechtbank ervan uit dat de verdachte met een of meer anderen betrokken is geweest bij de diefstallen. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte die hij voor het eerst ter terechtzitting heeft afgelegd, namelijk dat hij niets met de diefstallen te maken heeft omdat hij zowel zijn auto als zijn telefoon regelmatig aan anderen zou hebben uitgeleend, niet geloofwaardig en schuift deze als onaannemelijk terzijde.

Nauwe en bewuste samenwerking

Voor een bewezenverklaring van medeplegen dient volgens vaste rechtspraak vast komen te

staan dat bij het begaan van het strafbare feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en

bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de

samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht.

De vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat sprake is

van medeplegen kan niet in algemene zin worden beantwoord, maar vergt een beoordeling

van de concrete omstandigheden van het geval. Hierbij dient rekening gehouden te worden

met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in

de voorbereiding, de uitvoering van de afhandeling van het delict en het belang van de rol

van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet

terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Uit de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt naar voren dat de verdachte in alle gevallen nauw en bewust heeft samengewerkt met dezelfde medeverdachte(n). De wijze waarop de verdachte met één of meer anderen in de nachtelijke uren heeft geopereerd wijst erop dat aan de diefstallen een gezamenlijk en vooropgezet plan ten grondslag heeft gelegen (gezamenlijk wegnemen van auto’s met een blanco “smart key” en het vervolgens vervoeren van de auto’s naar Zwolle of België). De verdachte speelde niet alleen een belangrijke rol omdat zijn witte Audi werd gebruikt bij de diefstallen, maar ook vanwege zijn kennis, blijkend uit de op zijn telefoon aangetroffen relevante zoektermen (met betrekking tot de diefstal van Toyota’s van de typen C-HR en RAV4) en zijn aansturende rol blijkend uit een getuigenverklaring en chatberichten (‘pak die RAV’; ‘regel kentekenplaten’) in combinatie met het bezit van een in zijn auto aangetroffen blanco sleutel om de betreffende auto’s mee te starten. De rechtbank is verder van oordeel dat de rol van verdachte en de medeverdachte(n) bij het daadwerkelijke wegnemen van de Toyota ’s steeds inwisselbaar was, zodat telkens sprake is geweest van medeplegen.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de onder 1, 2, 3, 7 en 10 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1

hij in de periode van 12 juli tot en met 13 juli 2023 in ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, [kenteken 1], toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te starten;

2

hij in de periode van 11 juli tot en met 12 juli 2023 in Rijnsburg (gemeente Katwijk) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, [kenteken 2], toebehorende aan [benadeelde 2], waarbij verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te starten;

3

hij in de periode van 1 juli tot en met 3 juli 2023 in ‘s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type C-HR, [kenteken 3], toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4], waarbij verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen personenauto onderhun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te starten;

7

hij op 8 juli 2023 in ‘s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type C-HR, [kenteken 7], toebehorende aan [benadeelde 8], waarbij verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te starten;

10

hij op 12 juli 2023 in Oegstgeest, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, [kenteken 10], toebehorende aan [benadeelde 11] en/of [benadeelde 12] B.V., waarbij verdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft (subsidiair) een strafmaatverweer gevoerd, inhoudende dat aan de verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd, maar eventueel een taakstraf al dan niet aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsman heeft hiertoe gewezen op de (inmiddels in positieve zin veranderde) persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen schuldig gemaakt aan het plegen

van vijf autodiefstallen. De rechtbank merkt daarbij op dat de handelwijze van verdachte de kenmerken heeft van een strooptocht. De diefstallen hebben immers binnen een tijdsbestek van veertien dagen plaatsgevonden, waarbij de verdachte en zijn mededader(s) met een vooropgezet doel, namelijk snel buit binnenhalen, steeds nagenoeg dezelfde auto’s op professionele wijze hebben weggenomen. Met behulp van een nagemaakte autosleutel, dan wel een technisch hulpmiddel konden de auto's snel en eenvoudig worden weggenomen. De verdachte had hierbij een belangrijke rol.

Uit de gedragingen van de verdachte blijkt een handelwijze die er alleen maar op gericht is geweest om zichzelf te bevoordelen. Het betreft nare strafbare feiten die niet alleen financiële schade veroorzaken voor de gedupeerden maar hen ook overlast bezorgen. Bovendien veroorzaken autodiefstallen gevoelens van onveiligheid. Het is zeer kwalijk dat de verdachte (en zijn mededaders) door het brutale handelen het gevoel van veiligheid in hoge mate heeft aangetast.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 27 november 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Redelijke termijn

De redelijke termijn waarbinnen een strafzaak moet zijn afgedaan is twee jaar. Deze termijn begint op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn op 14 september 2023 is aangevangen, het

moment van aanhouding. De termijn eindigt met het wijzen van dit vonnis op 8 april 2026. Hieruit volgt dat de termijn waarbinnen de verdachte had moeten worden berecht met in totaal ruim zes maanden is overschreden. Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. Als de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank een hogere straf hebben opgelegd. De rechtbank heeft deze overschrijding daarom in strafmatigende zin meegewogen, zoals hieronder wordt uitgelegd.

Strafmodaliteit en strafmaat

De rechtbank heeft ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt vermeld voor de diefstal van een auto (zonder dat sprake is van medeplegen) een taakstraf vanaf 120 uren, bij recidive drie maanden gevangenisstraf en bij veelvuldig recidive vier maanden gevangenisstraf.

Gezien de ernst van de feiten, die kenmerken van een strooptocht bevatten, in combinatie met het berekenende gedrag van de verdachte en zijn rol, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft gevorderd, vanwege het feit dat de verdachte van een deel van de feiten zal worden vrijgesproken.

Alles afwegende acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf van twaalf maanden passend en geboden. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank de duur van de gevangenisstraf beperken tot elf maanden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

Ingediende vorderingen

[benadeelde 1] (feit 1) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.697,05, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Ook is de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

[benadeelde 2] (feit 2) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 1.572,--, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Ook is de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

[benadeelde 7] (feit 6) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.004,79, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de

benadeelde partij [benadeelde 1], te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de

benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 1.372,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering

van de benadeelde partij tot een bedrag van € 724,79, te vermeerderen met de wettelijke

rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen.

Het oordeel van de rechtbank

[benadeelde 1] (feit 1)

Materiële schade

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de

benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde, ter grootte

van het gevorderde bedrag van € 2.697,05. Dit bedrag betreft de kosten voor het huren van vervangende auto's, de eigen bijdrage bij schadeherstel en de inbouw van een versnellingsbakslot.

Totaal toegewezen

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering toewijzen tot een bedrag van

€ 2.697,05 aan materiële schade.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 12 juli 2023,

omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.

Proceskostenveroordeling verdachte

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een mededader of mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor

de schade die door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 2.697,05, vermeerderd met

de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 juli 2023 tot aan de dag waarop deze

vordering is voldaan, ten behoeve van [benadeelde 1].

[benadeelde 2] (feit 2)

Materiële schade

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de post gederfde inkomsten, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de

vordering is namens de verdachte (gemotiveerd) betwist en door de benadeelde partij

onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij de gelegenheid geven voor een nadere

onderbouwing van dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het

strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de

burgerlijke rechter aanbrengen.

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de

benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezenverklaarde, ter grootte

van het overige gevorderde bedrag van € 1.372,-. Dit bedrag betreft de kosten voor het huren van een vervangende auto.

Totaal toegewezen

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.372,-.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 11 juli 2023,

omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.

Proceskostenveroordeling verdachte

Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de

kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft

gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de

verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van

deze uitspraak nog moet maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden

toegekend samen met een mededader of mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder

hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt

dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij

heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de

benadeelde partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor

de schade die door het onder feit 2 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de

verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de

verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 1.372,--. vermeerderd met

de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 11 juli 2023 tot aan de dag waarop deze

vordering is voldaan, ten behoeve van [benadeelde 2].

[benadeelde 7] (feit 6)

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien

de verdachte van het feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden

vrijgesproken. Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 4, 5, 6, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 7 en 10 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6. bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 7:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

ten aanzien van feit 10:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) maanden;

de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] en de schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij integraal en hoofdelijk

toe, een bedrag van € 2.697,05 en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs

van kwijting te betalen aan de benadeelde partij [benadeelde 1], een bedrag van

€ 2.697,05 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf

12 juli 2023 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de

verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden

aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de

tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] te betalen € 2.697,05, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 26 dagen waarbij het toepassen van gijzeling de verdachte niet ontslaat van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn

mededader(s), tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en

omgekeerd;

de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] en de schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk en hoofdelijk

toe tot een bedrag van € 1.372,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van

kwijting te betalen aan de benadeelde partij [benadeelde 2]. een bedrag van € 1.372,- aan

materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 juli 2023 tot

aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de

verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering en

bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke

rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden

aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de

tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de

benadeelde partij [benadeelde 2] te betalen € 1.372,- vermeerderd met de wettelijke rente

vanaf 11 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 13 dagen waarbij het toepassen van gijzeling de verdachte niet ontslaat van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn

mededader(s), tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en

omgekeerd;

de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A. Tsjapanova, voorzitter,

mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp, rechter,

mr. C.M.A. de Koning, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Molenaar, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Tsjapanova
  • mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp
  • mr. C.M.A. de Koning

Griffier

  • mr. J.M. Molenaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?