ECLI:NL:RBDHA:2026:8219

ECLI:NL:RBDHA:2026:8219

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer 0918501623
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Autodiefstal Toyota RAV4; diefstal in vereniging door middel van valse sleutels; historische verkeersgegevens telefoons; ANPR-gegevens; redelijke termijn; artikel 63 Wetboek van Strafrecht; taakstraf 100 uur; benadeelde partij.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/185016-23

Datum uitspraak: 8 april 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 25 maart 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C.M. Beneken genaamd Kolmer en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. N.D. de Fluiter naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1

Hij in of omstreeks de periode van 12 juli tot en met 13 juli 2023 in ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, kenteken [kenteken 1] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten;

2

Hij op of omstreeks 8 juli 2023 in ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, kenteken [kenteken 2] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te openen en/of te starten.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het onder 1 en 2 tenlastegelegde bepleit. Voor zover relevant zal de rechtbank hierna nader ingaan op hetgeen de raadsman hiertoe heeft gesteld.

Vrijspraak

De rechtbank is met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend is bewezen. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.

Hoewel de telefoons van de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de nacht van 8 juli 2023 (rond 2.00 uur) uitstralen in de omgeving van de plaats delict en deze telefoons zich vervolgens via de regio Amsterdam naar Zwolle verplaatsen, bevinden zich voor het overige geen aanwijzingen in het dossier dat de verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de diefstal van de genoemde personenauto. Zo is de genoemde Toyota personenauto niet teruggevonden op of in de buurt van deze route. Dat de kentekenplaten van de in de tenlastelegging genoemde auto die dag om 15.40 uur onder de medeverdachte [medeverdachte 3] zijn aangetroffen op een andere (gestolen) Toyota RAV4 (met origineel kenteken [kenteken 3] ) is, ook in combinatie met de verklaring van [medeverdachte 3] (met betrekking tot de [kenteken 3] ), niet toereikend om te komen tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde diefstal van de genoemde auto met kenteken [kenteken 2] . Gelet hierop is niet na te gaan of de verdachte daadwerkelijk betrokken is geweest bij de diefstal of om andere redenen in de buurt van de plaats delict was.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Bewijsoverwegingen

Feit 1: diefstal in vereniging van een Toyota RAV4 (kenteken [kenteken 1] )

Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte in de avond/nacht van 12 op 13 juli 2023 samen met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] de genoemde Toyota RAV4, die geparkeerd stond op de [straatnaam] in Den Haag, heeft gestolen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De verdachte werd op 13 juli 2023 om 3.29 uur samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] tijdens een controle op de Zoetermeerselaan te Bleiswijk aangetroffen in een witte Audi A3, met kenteken [kenteken 4] , toebehorende aan [medeverdachte 2] . De verdachte bevond zich daarbij op de stoel van de bijrijder. In de Audi werden diverse inbrekerswerktuigen aangetroffen en een afstandsbediening die geschikt is om een Toyota-voertuig te openen.

Uit ANPR-gegevens blijkt dat de genoemde Audi achter de gestolen Toyota RAV4 (met kenteken [kenteken 1] ) heeft gereden van Den Haag naar Zwolle waar de Toyota is aangetroffen in een doodlopende straat op een industrieterrein (rond 2.00 uur die nacht). Aldaar werd door de politie kort voor deze vondst een witte Audi A3 gezien die uit deze doodlopende straat kwam rijden. Na onderzoek van de politie is gebleken dat dit de witte Audi A3 met kenteken [kenteken 5] is geweest die terugreed richting Den Haag.

Uit onderzoek naar de historische verkeersgegevens van de telefoons van de verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] van 12 op 13 juli 2023 blijkt dat zij dezelfde reisbeweging hebben afgelegd als de Audi en de Toyota van Den Haag (omgeving plaats delict) naar (het industrieterrein in) Zwolle. Verder zijn er camerabeelden van de [straatnaam] waarop een (wegrijdende) witte Audi A3 en een donkerkleurige auto gelijkend op de weggenomen Toyota RAV4 te zien zijn rond 23.45 uur die avond. Tot slot: uit forensisch onderzoek naar de gestolen auto blijkt dat de daders via het raam toegang tot het voertuig hebben verkregen. Op de ruit van de gestolen auto is een vingerafdruk van de medeverdachte [medeverdachte 1] aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van de voornoemde feiten en omstandigheden alles erop duidt dat de verdachte samen met anderen de autodiefstal heeft gepleegd. Hij is immers in de nachtelijke uren aangetroffen in de auto van medeverdachte [medeverdachte 2] , waar zich inbrekerswerktuigen en een afstandsbediening voor het openen en/of starten van een Toyota in bevonden, welke auto eerder die nacht bij de dumplocatie van de gestolen auto was gezien en die daarvoor vanaf de plaats delict tot de dumplocatie achter de gestolen Toyota heeft gereden (en daarna weer terug richting Den Haag). Gelet hierop en met name op de reisbewegingen die de telefoon van de verdachte heeft gemaakt acht de rechtbank de verklaring van de verdachte die hij voor het eerst ter terechtzitting heeft afgelegd, namelijk dat hij kort voor de controle in de auto van de medeverdachte was ingestapt en dat hij zijn telefoon eerder in de auto had laten liggen, ongeloofwaardig en schuift deze als onaannemelijk terzijde.

De rechtbank overweegt hiertoe dat de verdachte deze verklaring pas heeft afgelegd op de terechtzitting, nadat hij kennis heeft kunnen nemen van het volledige dossier, dat hij geen duidelijke verklaring heeft afgelegd waar hij zich op het moment van de diefstal bevond en waar hij (vervolgens) midden in de nacht, op de route van Zwolle naar Bleiswijk, in de auto zou zijn gestapt (zonder gebruik te hebben kunnen maken van zijn telefoon). Kortom, de rechtbank acht de verklaring van de verdachte gelet op alle omstandigheden ongeloofwaardig. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als medepleger de autodiefstal heeft gepleegd.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij in de periode van 12 juli tot en met 13 juli 2023 in ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto, merk Toyota, type RAV4, kenteken [kenteken 1], toebehorende aan [benadeelde 1] , waarbij verdachte en zijn mededaders die weg te nemen personenauto onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet voor die auto afgegeven sleutel/apparaat, die auto te starten.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het plegen van een autodiefstal. De verdachte en zijn mededader(s) hanteerden hierbij een professionele werkwijze. Met behulp van een nagemaakte autosleutel, dan wel een technisch hulpmiddel kon de auto snel en eenvoudig worden weggenomen. Autodiefstallen veroorzaken veel hinder, schade en gevoelens van onveiligheid bij de eigenaars en in de maatschappij. Voor de eigenaars is het een ingrijpende gebeurtenis; zij moeten hun auto missen en worden geconfronteerd met veel regelwerk. Door zijn handelen heeft de verdachte geen enkel respect getoond voor andermans eigendom en uitsluitend oog gehad voor zijn persoonlijk financieel gewin.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 21 november 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld wegens het plegen van misdrijven.

Redelijke termijn

De redelijke termijn waarbinnen een strafzaak moet zijn afgedaan is twee jaar. Deze termijn begint op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn op 14 september 2023 is aangevangen, het

moment van aanhouding. De termijn eindigt met het wijzen van dit vonnis op 8 april 2026. Hieruit volgt dat de termijn waarbinnen de verdachte had moeten worden berecht met in totaal ruim zes maanden is overschreden. Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. Als de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank een hogere straf hebben opgelegd. De rechtbank heeft deze overschrijding daarom in strafmatigende zin meegewogen, zoals hieronder wordt uitgelegd.

Strafmodaliteit en strafmaat

De rechtbank heeft ook gekeken naar straffen die in

soortgelijke zaken zijn opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt voor de diefstal van een auto een taakstraf vanaf 120 uren vermeld.

Alles afwegende acht de rechtbank in beginsel een taakstraf van 120 uren passend en geboden. Deze straf is lager dan die door de officier van justitie is gevorderd, vanwege het feit dat de verdachte van één van de twee ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank de duur van de taakstraf beperken tot 100 uren.

7. De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

Ingediende vorderingen

[benadeelde 1] (feit 1) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.697,05, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Ook is de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

[benadeelde 2] (feit 2) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 2.004,79, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. Ook is oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vordering van de

benadeelde partij [benadeelde 1] , te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering

van de benadeelde partij [benadeelde 2] tot een bedrag van € 724,79, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen.

Het oordeel van de rechtbank

[benadeelde 1] (feit 1)

Materiële schade

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de

benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde, ter grootte

van het gevorderde bedrag van € 2.697,05. Dit bedrag betreft de kosten voor het

huren van vervangende auto’s, de eigen bijdrage bij schadeherstel en de inbouw van de het versnellingsbakslot.

Totaal toegewezen

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering toewijzen tot een bedrag van

€ 2.697,05 aan materiële schade.

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 12 juli 2023,

omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.

Proceskostenveroordeling verdachte

Nu de vordering wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor

de schade die door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 2.697,05, vermeerderd met

de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 12 juli 2023 tot aan de dag waarop deze

vordering is voldaan, ten behoeve van [benadeelde 1] .

[benadeelde 2] (feit 2)

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien

de verdachte van het feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden

vrijgesproken. Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6. bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf voor de tijd van 100 (honderd) uren;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 50 (vijftig) dagen;

de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] en de schadevergoedingsmaatregel

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij integraal en hoofdelijk

toe, een bedrag van € 2.697,05 en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs

van kwijting te betalen aan de benadeelde partij [benadeelde 1] , een bedrag van

€ 2.697,05 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf

12 juli 2023 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de

verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden

aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de

tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] te betalen € 2.697,05, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;

bepaalt dat, als de verdachte niet het volledige bedrag betaalt en/of niet het volledige bedrag op hem kan worden verhaald, gijzeling zal worden toegepast voor de duur van 26 dagen waarbij het toepassen van gijzeling de verdachte niet ontslaat van zijn betalingsverplichting aan de Staat;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn

mededader(s), tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en

omgekeerd;

de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. A. Tsjapanova, voorzitter,

mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp, rechter,

mr. C.M.A. de Koning, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Molenaar, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A. Tsjapanova
  • mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp
  • mr. C.M.A. de Koning

Griffier

  • mr. J.M. Molenaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?