RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiseres,geboren op [geboortedatum] ,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Samenvatting
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.57334
van Nigeriaanse nationaliteit, V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. T. Volckmann),
en
(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom hij de asielmotieven van eiseres niet geloofwaardig vindt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 2 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit
Identiteit
Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag, dat zij gevlucht is uit Nigeria vanwege een gewelddadige ex-partner die wil dat zij besneden wordt. Verder vreest eiseres voor de mensenhandelaren die haar reis naar Europa hebben bekostigd. Bij terugkeer vreest eiseres ook voor de Nigeriaanse politie. Haar ex-partner heeft namelijk bij de autoriteiten gemeld dat zij lesbisch zou zijn, wat in Nigeria een strafbaar feit is.
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Problemen met ex-partner; 3. Mensenhandel. De minister vindt de nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig, maar haar identiteit niet. Eiseres heeft geen originele documenten overgelegd of vanuit Nederland geprobeerd documenten aan te vragen in Nigeria. Daarnaast heeft eiseres wisselend verklaard over haar geboortejaar. Dat eiseres in Frankrijk, naar welk land zij met een visum naar toe was gereisd, geen asiel heeft aangevraagd doet volgens de minister afbreuk aan haar nood tot bescherming. Nu eiseres stelt gevlucht te zijn, mocht volgens de minister van haar verwacht worden dat zij zich bij de autoriteiten zou melden, zodra zij Europa binnen kwam. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat het asielrelaas in grote lijnen niet als geloofwaardig kan worden beschouwd, omdat eiseres de overdracht naar Frankrijk heeft gefrustreerd door met onbekende bestemming te vertrekken. Ook de problemen die eiseres stelt te hebben met haar ex-partner, zijn volgens de minister niet geloofwaardig. Eiseres zou twee keer aangifte hebben gedaan tegen haar ex-partner, maar heeft dit niet met stukken onderbouwd. Bovendien heeft zij wisselende verklaringen gegeven over waar zij haar ex-partner heeft ontmoet. Volgens de minister mag van eiseres verwacht worden dat zij hier consequent over kan verklaren, nu de relatie met haar ex-partner een essentieel onderdeel is van het asielrelaas. Daarnaast blijkt volgens de minister uit de verklaringen van eiseres geen druk of dreiging om besneden te worden. Eiseres verklaart ook hier tegenstrijdig over. Zo zei eiseres eerst dat zij zich niet wilde laten besnijden, maar later dat zij akkoord was gegaan met de besnijdenis. Dat eiseres slachtoffer zou zijn van mensenhandel is volgens de minister ook niet geloofwaardig. Eiseres verklaarde wisselend over haar reis van Nigeria naar Nederland en welke mensensmokkelaars op welk moment van de reis bij haar waren. Ook verklaarde eiseres wisselend of zij alleen naar Ter Apel is gereisd. Vanwege deze inconsequente verklaringen over zaken die ten grondslag liggen aan haar asielrelaas, wijst de minister de aanvraag af als kennelijk ongegrond. Beroepschrift
5. Ter zitting heeft de rechtbank haar verwondering uitgesproken over de toonzetting en gehanteerde bewoordingen door de gemachtigde van eiseres in de zienswijze en het beroepschrift, gericht tot de (medewerkers van de) minister. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres, daarop aangesproken door de rechtbank, uitgelegd dat er sprake was van irritatie van zijn kant. De rechtbank heeft er op gewezen dat de communicatie over en weer respectvol en professioneel moet blijven.
Zienswijze herhaald en ingelast
6. De rechtbank overweegt allereerst dat de stelling van eiseres in beroep dat de zienswijze als herhaald en ingelast moet worden beschouwd, onvoldoende is om te kunnen worden aangemerkt als een beroepsgrond waarop de rechtbank moet ingaan. De minister is in het bestreden besluit gemotiveerd ingegaan op de zienswijze. Het is aan eiseres om in beroep concreet aan te geven waarom de reactie van de minister op de zienswijze volgens haar niet juist of ontoereikend is. De rechtbank zal zich dan ook richten op wat eiseres in beroep heeft aangevoerd.
Frustratie asielprocedure
7. Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister desgevraagd aangegeven het standpunt dat het asielrelaas van eiseres door het frustreren van de overdracht naar Frankrijk in grote lijnen als ongeloofwaardig wordt beschouwd, niet langer te handhaven. De gemachtigde van de minister heeft daarbij aangegeven zich overigens op het standpunt te stellen dat de afwijzing van de asielaanvraag wel in stand kan blijven. De rechtbank zal dat hieronder bespreken.
8. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte haar identiteit als niet geloofwaardig beschouwt. Het paspoort en andere documenten van eiseres zijn ingenomen door de mensenhandelaar. Met de enige vriendin die meer documenten kon verkrijgen uit Nigeria, is zij het contact verloren. Zij heeft haar identiteit voldoende aangetoond met haar persoonlijke en unieke NIN-nummer. Dat het een kopie betreft doet hier niet aan af. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres erop gewezen dat er ook een foto van eiseres op de NIN-slip staat. Tot slot stelt eiseres dat uit rechtspraak van de Afdeling blijkt dat de minister er vanuit dient te gaan dat zij in het land van herkomst staat geregistreerd onder de personalia op grond waarvan het Franse visum is verleend.
De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister terecht dat eiseres haar identiteit niet aannemelijk heeft gemaakt. De NIN-slip betreft een kopie en bevat bovendien geen geboortedatum. De rechtbank stelt vast dat eiseres heeft verklaard een geboorteakte te hebben, maar zij heeft vervolgens nog altijd geen originele documenten overgelegd. Tijdens de gehoren is eiseres meerdere keren gewezen op het belang hiervan in haar asielprocedure. Niet valt in te zien, zoals de minister terecht aangeeft, dat eiseres gedurende de tijd dat haar asielaanvraag liep geen documenten had kunnen laten opsturen. Naast haar vriendin had eiseres ook andere mensen in Nigeria kunnen vragen. Hierbij wijst de rechtbank erop dat eiseres zelf verklaart de zus van haar vriendin te hebben gevraagd een foto van de NIN-slip te sturen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de minister terecht aan eiseres tegenwerpt geen documenten te hebben overgelegd ter onderbouwing van haar identiteit. Tot slot bevestigt de rechtbank dat de informatie uit de EU-vis registratie leidend is. De minister gaat daarom ook uit van 10 juni 1995 als geboortedatum. Het blijft echter overeind staan dat eiseres wisselend heeft verklaard in 1995 dan wel 1998 geboren te zijn.
Problemen met ex-partner
9. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangevoerd dat de minister eiseres ten onrechte tegenwerpt dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over de eerste ontmoeting met haar ex-partner. Eiseres was namelijk huishoudster bij de persoon die haar leerde om extensions te zetten. In het bestreden besluit is onjuist opgenomen dat eiseres heeft verklaard dat zij in een kapsalon werkte. Daarnaast heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting aangevoerd dat de minister ten onrechte stelt dat het ongerijmd is dat eiseres langdurig in een gewelddadige relatie is gebleven. Hierbij wijst de gemachtigde erop dat kwesties waarin huiselijk geweld speelt jarenlang kunnen doorgaan. Eiseres had een passieve houding door de verlammende situatie waarin zij zich bevond. Dankzij de hulp van een van de bijvrouwen van haar ex-partner is eiseres naar Europa gevlucht. Zij was niet in staat dit zelfstandig te regelen.
De beroepsgrond slaagt niet. Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister erkend dat het wellicht te voorbarig was in het besluit op te nemen dat eiseres bij een kapsalon werkte. Desondanks heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank terecht gesteld dat eiseres verschillende scenario’s schetst wat betreft de eerste ontmoeting met haar ex-partner. Zo verklaarde eiseres eerst hem ontmoet te hebben toen zij als huishoudster werkte. Later verklaarde eiseres hem ontmoet te hebben daar waar zij aan het leren was om haar te upgraden. Nergens heeft eiseres verklaard dat zij huishoudster was bij de persoon die haar leerde extensions te zetten. Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister naar aanleiding van de gestelde verlammende relatie waarin eiseres zou hebben verkeerd, niet ten onrechte gewezen op de aangiftes van eiseres tegen haar ex-partner, waaruit een ander beeld oprijst. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
Mensenhandel
10. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte stelt dat zij tegenstrijdig heeft verklaard met betrekking tot de vermeende mensenhandel. Het AVIM-gehoor is namelijk afgenomen in het kader van de Dublin-procedure en betrof daarom maar een summier gehoor. Vervolgens heeft eiseres in het aanmeldgehoor en het nader gehoor niet tegenstrijdig verklaard, maar is zij hier gedetailleerder op ingegaan. Met haar verklaringen heeft eiseres bedoeld, dat Sunny aan het hoofd van de reisorganisatie stond en dat alles in zijn opdracht gebeurde, ook als hij niet in elke fase als persoon aanwezig was. Verder stelt eiseres dat zij niet heeft verklaard alleen in Emmen te zijn aangekomen. Tot slot voert eiseres aan dat zij heeft verklaard dat er steeds zes personen in de woning aanwezig waren, te weten een toezichthouder (man), vier andere meisjes en zijzelf.
De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister terecht gesteld dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard met betrekking tot de vermeende mensenhandel. Dat alles in opdracht van Sunny gebeurde ondanks dat hij niet in elke fase in persoon aanwezig was, maakt de wisselende verklaringen van eiseres niet ongedaan. Eiseres heeft immers enerzijds verklaard dat zij met Sunny naar Nederland is gereisd en anderzijds dat Sunny haar in Frankrijk heeft overgedragen aan Jeffrey. Ook heeft eiseres verklaard dat zij Sunny alleen kort op het vliegveld van Abuja heeft gezien. Verder heeft de minister terecht er op gewezen dat eiseres wisselend heeft verklaard over haar reis naar Ter Apel. Zo verklaarde eiseres eerst dat zij samen met een vrouw de trein heeft gepakt en bij een station vervolgens alleen met de bus naar Ter Apel is gegaan. Later verklaarde eiseres dat de vrouw bij de trein een kaartje voor haar had gekocht, zij zelf in Emmen is aangekomen en vervolgens met de bus naar Ter Apel is gegaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister vanwege deze inconsequente verklaringen over zaken die ten grondslag liggen aan het asielrelaas, de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Conclusie en gevolgen
11. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Dat betekent dat het besluit in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid vanmr.M. Veenstra - van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.