ECLI:NL:RBDHA:2026:8269

ECLI:NL:RBDHA:2026:8269

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer NL25.56323
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Sierra Leone, ongegrond. Geloofwaardigheidsbeoordeling WI 2024/6 geen strijd met Unierecht. Minister heeft in eiseres concrete geval een integrale beoordeling van asielrelaas verricht, niet zinvol 'onder de streep' nog een beoordeling van de 5 voorwaarden te maken. Minister niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat problemen door verplichte initiëring bij het geheime genootschap niet geloofwaardig zijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,geboren op [geboortedatum],van Sierra Leoonse nationaliteit, V-nummer: [nummer],

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

Samenvatting

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.56323

(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),

en

(gemachtigde: mr. J. Veendorp).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende gemotiveerd eisers asielmotief niet geloofwaardig heeft bevonden. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 10 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 2 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister. Tevens was een tolk aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Het bestreden besluit

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij niet kan terugkeren naar Sierra Leone, omdat hij vreest dan vermoord te worden. Eisers vader was chief van het dorp en werd gedood. Na zijn overlijden moest eiser de nieuwe chief worden. Bij de verplichte initiëring bij het geheime genootschap werd eiser mishandeld. Na de eerste fase van de initiëring mocht hij naar huis en besloot hij niet terug te komen. Eiser vreesde dat men hem zou doden. Vervolgens kwamen er drie mannen naar eisers huis om hem op te halen. Eiser is toen gevlucht.

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven: 1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; 2. Problemen door verplichte initiëring bij het geheime genootschap.

De minister vindt de door eiser gestelde problemen door de verplichte initiëring bij het geheime genootschap niet geloofwaardig. Volgens de minister is het ongerijmd, dat eiser nog geen lid was van het genootschap en zijn vader niet wilde dat hij lid zou worden. Eisers vader was immers chief van het dorp en bij overlijden moest eiser hem opvolgen. Dit kon alleen als eiser lid was. Daarnaast vindt de minister dat eiser vaag en summier heeft verklaard over de initiëring. Volgens de minister is het ongerijmd dat eiser dacht dat hij gedood zou worden bij de initiëring, nu hij wist dat mishandeling erbij hoorde. Bovendien is eiser hierna naar huis gegaan en niet direct gevlucht, terwijl hij wist dat leden van het genootschap terug zouden komen.

De minister volgt eisers nationaliteit en herkomst, maar zijn identiteit niet. Eiser heeft namelijk geen documenten overgelegd om zijn identiteit te onderbouwen. De minister rekent eiser aan dat hij niet heeft geprobeerd zijn stempas en geboorteakte naar Nederland te krijgen of een identiteitskaart aan te vragen. Bovendien is het niet duidelijk wat eisers werkelijke geboortedatum is, nu hij verschillende geboortedata heeft opgegeven. De minister stelt dat sprake is van misleiding, omdat eiser onjuiste informatie over zijn identiteit heeft gegeven en documenten die een negatieve invloed op de beslissing hebben, niet heeft overgelegd. De minister wijst de asielaanvraag daarom af als kennelijk ongegrond. Nieuw beleid geloofwaardigheidstoets

5. Eiser voert, kort samengevat, aan dat de minister WI 2024/6 niet had mogen toepassen, omdat dit beleid later is ingevoerd en nadelig is voor hem, terwijl de minister te laat op zijn asielaanvraag heeft beslist. Indien de minister tijdig een besluit had genomen dan was WI 2024/6 niet van toepassing geweest.

De rechtbank overweegt dat de minister de asielaanvraag van eiser terecht heeft beoordeeld aan de hand van WI 2024/6. Dat beleid is met onmiddellijke ingang van toepassing. Uitgangspunt bij het nemen van een besluit is dat het recht wordt toegepast zoals dat geldt ten tijde van het nemen van het besluit, tenzij overgangsrecht uitdrukkelijk anders bepaalt. Dat overgangsrecht is er niet en er is ook geen sprake van een wettelijke uitzondering. De enkele omstandigheid dat de besluitvorming lang heeft geduurd, maakt niet dat de minister gehouden was het eerdere beleid toe te passen. Voor zover eiser stelt dat de minister door het nieuwe beleid toe te passen in strijd heeft gehandeld met het rechtszekerheids- of vertrouwensbeginsel, volgt de rechtbank hem evenmin. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hem concrete toezeggingen zijn gedaan of dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan hij erop mocht vertrouwen dat zijn asielaanvraag zou worden beoordeeld volgens het oude beoordelingskader. De minister heeft bovendien afdoende gemotiveerd toegelicht dat niet van eiser wordt verlangd dat hij zijn relaas volledig met objectieve documenten onderbouwt en dat bij het ontbreken daarvan een geloofwaardigheidsbeoordeling plaatsvindt.

Verder voert eiser aan dat de geloofwaardigheidsbeoordeling van WI 2024/6 in strijd is met internationaal- en Europees recht. Het is onredelijk dat de minister met het nieuwe beleid verlangt dat eiser objectieve documenten overlegt die zijn relaas volledig onderbouwen. Wanneer het de vreemdeling niet lukt deze objectieve documenten te overleggen, kan het relaas immers volgens hem alleen nog geloofwaardig zijn wanneer wordt voldaan aan alle cumulatieve voorwaarden. Volgens eiser kan het niet zo zijn dat als aan één van de voorwaarden niet is voldaan het asielrelaas direct ongeloofwaardig is. Er behoort sprake te zijn van een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling.

De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar een uitspraak van deze zittingsplaats het volgende. Allereerst overweegt de rechtbank dat van strijd met het Unierecht geen sprake is. Ook in de onderhavige zaak blijkt uit de besluitvorming en het verweerschrift dat de minister niet uitsluitend een checklist-benadering heeft gevolgd. De minister heeft eerst de asielmotieven vastgesteld en beoordeeld in welke mate deze door documenten zijn gestaafd (stap 2a). Volgens de minister moet de vreemdeling elk van deze motieven voldoende met bewijsmateriaal onderbouwen. Dat is een correct standpunt volgens de rechtbank, nu ook duidelijk is dat zowel objectieve bewijstukken als andere bewijsmiddelen bij de beoordeling als bedoeld in stap 2a worden betrokken. De rechtbank stelt vast dat eiser geen documenten heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn asielrelaas. Daarop heeft de beoordeling volgens stap 2b plaatsgevonden. Die stap houdt volgens de Werkinstructie in dat het asielmotief geloofwaardig wordt bevonden als aan de cumulatieve voorwaarden wordt voldaan. Bij die stap heeft de vreemdeling de mogelijkheid om zijn asielmotieven op andere wijze aannemelijk te maken. Na de vaststelling aan welke van de voorwaarden niet wordt voldaan, vindt vervolgens een integrale individuele beoordeling plaats. Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister benadrukt dat bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas alle feiten en omstandigheden worden betrokken. De rechtbank stelt verder vast dat in WI 2024/6 uitdrukkelijk is vermeld dat ook wordt bekeken of het redelijk is om het niet voldoen aan een enkele voorwaarde tegen te werpen. De minister heeft eisers asielmotieven beoordeeld en aan het einde van deze beoordeling eisers verklaringen hieromtrent kenbaar in onderlinge samenhang beoordeeld en gewogen. Op basis hiervan heeft de minister geconcludeerd dat de asielmotieven ongeloofwaardig zijn. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister met deze werkwijze in eisers concrete geval een integrale beoordeling van het asielrelaas verricht en is het niet zinvol om “onder de streep” nog een beoordeling van de vijf voorwaarden te maken. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat de geloofwaardigheidsbeoordeling door de minister in overeenstemming is met het Unierecht.

Tot slot voert eiser aan dat de minister niet heeft voldaan aan de onderzoekplicht en zich te passief heeft opgesteld tijdens het nader gehoor. Bovendien moet niet alleen gekeken worden naar verklaringen, maar moeten ook andere bewijzen en informatie die de geloofwaardigheid van het asielrelaas kunnen ondersteunen worden betrokken.

De beroepsgrond slaagt niet. Uit het bestreden besluit blijkt dat bij de beoordeling van de aanvraag niet uitsluitend is uitgegaan van de verklaringen van eiser, maar dat tevens landeninformatie, ambtsberichten en andere bewijzen en informatie waar eiser zelf naar verwijst zijn betrokken in de asielaanvraag. Daarmee heeft de minister invulling gegeven aan de op hem rustende samenwerkings- en onderzoekplicht. De minister stelt zich ook niet ten onrechte op het standpunt dat het in de eerste plaats aan eiser is om zijn asielrelaas aannemelijk te maken en dat van hem mag worden verwacht dat hij alle relevante feiten en omstandigheden naar voren brengt, en, waar mogelijk, met documenten onderbouwt. Eisers betoog dat onvoldoende is doorgevraagd tijdens het nader gehoor, faalt omdat de minister van eiser mocht verwachten dat hij zijn verklaringen zo volledig en concreet mogelijk naar voren brengt. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat eiser daarin niet is geslaagd.Identiteit

6. Eiser voert aan dat de minister zijn identiteit ten onrechte niet geloofwaardig heeft bevonden. De minister vindt immers zijn nationaliteit en herkomst wel geloofwaardig en die houden verband met zijn identiteit. Verder voert eiser aan dat de minister hem ten onrechte tegenwerpt dat hij zijn moeder zijn stempas en geboorteakte niet heeft laten opsturen. Deze documenten zijn geen identiteitspapieren en bovendien was zijn moeder niet in staat de documenten op te sturen.

De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister eisers identiteit terecht niet geloofwaardig bevinden, terwijl zijn nationaliteit en herkomst wel geloofwaardig zijn bevonden. Ter zitting heeft de gemachtigde van de minister gewezen op een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem. Net als in die zaak zijn eisers nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht op basis van een herkomstonderzoek (de door hem gesproken taal en kennis van zijn gebied van herkomst). Dat dit geloofd wordt betekent echter niet dat de minister ook eisers identiteit moet geloven. De minister wijst er terecht op dat eiser ter onderbouwing van zijn identiteit geen documenten heeft overgelegd, terwijl hij is gewezen op het belang hiervan. Eiser verklaarde dat hij in Sierra Leone een stempas en geboorteakte had. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister terecht gesteld dat van eiser verwacht mocht worden dat hij zou proberen documenten ter onderbouwing van zijn identiteit naar Nederland te krijgen. Dat eiser dit niet heeft gedaan, valt hem aan te rekenen. Daarnaast heeft eiser verschillende geboortedata opgegeven. Zo heeft hij bij aankomst in Nederland bij de politie 15 september 2007 als geboortedatum opgegeven. Toen de politie hem erop wees dat hij de waarheid moest spreken, zei eiser geboren te zijn in 1995. Vervolgens verklaarde eiser bij het nader gehoor geboren te zijn op 1 januari 2001. De rechtbank volgt de minister dat eiser misleidend heeft verklaard over zijn identiteit.

Problemen door verplichte initiëring bij het geheim genootschap

7. Eiser voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de problemen door de verplichte initiëring bij het geheime genootschap niet geloofwaardig zijn. Gelet op zijn opleiding en ontwikkeling (hij is analfabeet), vindt eiser dat hij ruim voldoende heeft verklaard over alles omtrent de initiëring. Hierbij moet volgens eiser ook rekening worden gehouden met de stressvolle situatie waarin hij zat. Dat eiser niet precies wist hoe lang de reis was, komt doordat hij niet kan klokkijken. Ter onderbouwing van het asielmotief heeft eiser verschillende bronnen ingebracht, waaruit de initiëring bij geheime genootschappen in Sierra Leone blijkt. Dit is ook op eiser van toepassing, want voordat eiser zijn vader kon opvolgen als chief, moest hij eerst geïnitieerd worden bij het geheime genootschap. Alle jongens die toetreden, moeten een initiatieritueel ondergaan. Het lidmaatschap speelt een rol bij het bepalen van iemands maatschappelijke positie. Daarnaast stelt de minister volgens eiser ten onrechte dat het ongerijmd is, dat eisers vader niet wilde dat hij lid werd van het genootschap. Immers eisers vader was zelf door verkiezing chief geworden en niet door erfopvolging. Eisers vader vond dit ook een betere wijze van opvolging, omdat daarmee voorkomen wordt dat iemand chief wordt tegen zijn wil in.

De beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister eisers problemen door de verplichte initiëring bij een geheim genootschap niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Hierbij heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser hier vaag over heeft verklaard. Eiser had uitgebreider kunnen verklaren over de man die hem ophaalde voor de initiëring en door hoeveel mannen van het genootschap hij werd geslagen. Verder heeft de minister het ongerijmd kunnen vinden dat eiser na het eerste deel van de initiëring terug naar huis is gegaan, terwijl hij bang was vermoord te worden. Hij wist immers dat mensen van het genootschap terug zouden komen. Ook heeft de minister het ongerijmd kunnen vinden dat eisers vader niet zou willen dat hij lid zou worden van het genootschap. Zijn vader was tenslotte chief van het dorp en bij overlijden kon zijn zoon hem alleen opvolgen als hij lid was. Tot slot heeft de minister terecht gesteld dat eiser niet heeft onderbouwd waarom de algemene bronnen die hij aanhaalt, ook persoonlijk op hem van toepassing zijn. Deze bronnen dragen daarom niet bij aan de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas.

Conclusie en gevolgen

8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Dat betekent dat het besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van mr.M. Veenstra - van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F. Sijens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?